Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Rob Rodrigues Pereira
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Wat is AD(H)D?

Gewoon lastig of te druk?
Volgens de criteria van de DSM, een handleiding voor de diagnose van psychiatrische aandoeningen, kenmerkt ADHD zich door hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratiestoornissen. Maar je mag het niet omkeren: als uw kind hyperactief is, hoeft het nog geen ADHD te hebben, en impulsieve en snel afgeleide kinderen zijn ook niet altijd ADHD'ers.
Als uw kind ADHD heeft, moet het ook nog voldoen aan een aantal nadere voorwaarden:
* de klachten zijn voor het zesde levensjaar begonnen;
* ze bestaan langer dan een half jaar;
* ze moeten in meerdere milieus voorkomen (dat wil zeggen dat uw kind er bijvoorbeeld thuis én op school last van moet hebben).
Als er geen sociale problemen of leerproblemen zijn, kunnen we moeilijk van ADHD spreken. Heeft uw kind mogelijk ADHD, dan moet het vergeleken worden met kinderen van dezelfde leeftijd en ontwikkelingsfase. Peuters en kleuters kunnen bijvoorbeeld druk en lastig zijn, maar dit valt vaak nog volkomen binnen de normale variatie van hun leeftijdgenoten. In een rommelig gezin kan daarnaast ook het gebrek aan structuur de hoofdoorzaak zijn van het drukke gedrag. En net zo goed hoeft er bij kinderen met een achterstand in ontwikkeling geen sprake te zijn van ADHD als zij impulsief of geprikkeld reageren. Overigens kunnen ook kinderen met een probleem zoals autisme wel degelijk tegelijkertijd ADHD hebben. Het is belangrijk dit te (h)erkennen omdat de combinatie gevolgen kan hebben voor de aanpak en de eventuele behandeling met medicijnen.
In de puberteit zijn er maar weinig kinderen die geen problemen geven. Uw puber moet zich immers losmaken van zijn ouders en dit gaat vaak gepaard met grensconflicten. Deze ruzies kunnen lijken op impulsiviteit zoals bij ADHD. Verder hoeft het feit dat uw kind op de middelbare school geen zin heeft in huiswerk of lastig is in de klas nog niet te betekenen dat hij naar de psychiater moet. Ook jongeren die zich niet weten te gedragen volgens de regels van onze maatschappij hoeven nog niet een psychiatrische stoornis te hebben. Soms gaan een heftige puberteit en opvoedingsproblemen samen, met veel ellende als gevolg. Adolescenten kunnen zelfs een gedragsstoornis hebben waarbij zij onder meer ongevoelig zijn voor autoriteit. Bij volwassenen heet dit antisociaal gedrag. Het leidt vaak tot contacten met politie en justitie (gedragsstoornis of 'conduct disorder', zie verder ook het hoofdstuk 'Andere aandoeningen bij ADHD').

ADHD is geen modeziekte
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ADHD bij kinderen in drie tot vijf procent van de gevallen voorkomt. Bij volwassenen is dit een tot twee procent. In veel landen is onderzoek gedaan naar het vóórkomen van ADHD en overal wordt ongeveer hetzelfde percentage gemeten, ook al is de behandeling niet overal gelijk. Bij jongens wordt de diagnose drie keer zo vaak gesteld als bij meisjes, omdat jongens meer storend gedrag vertonen. Anders gezegd: bij meisjes wordt de diagnose vaak ten onrechte niet gesteld!
Andere groepen bij wie de diagnose regelmatig wordt gemist, zijn volwassenen en allochtonen. Natuurlijk is overdiagnostiek niet goed, maar onderdiagnostiek vind ik erger. Soms zijn hele gezinnen onnodig ontwricht geraakt door gebrek aan kennis over deze behandelbare aandoening.

ADHD bij volwassenen
ADHD is een ziekte waarvan gedacht werd dat hij vooral bij kinderen voorkwam, maar dit bleek niet te kloppen. De diagnostiek die artsen voor kinderen gebruiken, kan echter niet zomaar op volwassenen worden toegepast. Volwassenen tonen een ander beeld, de vragen die gesteld moeten worden zijn anders, en de DSM-lijsten moeten anders worden geïnterpreteerd. Psychiaters voor volwassenen hebben daarom net als kinderartsen een netwerk opgericht van deskundigen die zich hebben bekwaamd in diagnostiek en behandeling. En dat is niet voor niets.

Volwassenen zijn geen grote kinderen
Als uw kind ADHD heeft, is het goed om te weten dat dertig procent van de kinderen met ADHD helemaal over de symptomen heen groeit en in principe als volwassene niet meer problemen heeft dan een niet-ADHD'er. Deze groep bestaat onder andere uit ex-patiënten die een aantal jaren behandeling hebben gehad, maar bevat bijvoorbeeld ook mensen die voor het eerst horen dat zij de aandoening in hun jeugd hadden als bij hun eigen kind ADHD wordt vastgesteld.
Bij nog eens dertig procent van de kinderen met ADHD verdwijnen de lastige verschijnselen grotendeels, waardoor zij hun volwassen leven goed aankunnen. In veel gevallen kiezen zij bewust of onbewust een baan of een partner die goed bij hen past en hebben hun leven zo ingericht dat zij veel structuur hebben, waardoor de omgeving minder chaotisch wordt. Soms hebben zij een zeer gestructureerde partner die zorgt voor de afspraken en de financiën. Vaak horen ook deze patiënten pas achteraf dat zij ADHD hebben (gehad).
Bij een derde groep van ongeveer dertig procent van de kinderen met ADHD blijft de aandoening last geven op volwassen leeftijd. Als we ervan uitgaan dat één procent van de tien miljoen volwassen Nederlanders last heeft van verschijnselen van ADHD, dan praten we dus over ongeveer 100.000 mensen. Nog maar een deel van deze mensen weet dat zij een stoornis hebben. De rest weet dit nog niet en heeft last van een aantal verschijnselen waarmee zij in de loop van de tijd geprobeerd hebben te leren leven. Dit gaat lang niet altijd goed.

Klinisch beeld
Hoe ziet ADHD er op volwassen leeftijd uit? De symptomen ontwikkelen zich geleidelijk. Binnen die ontwikkeling kunnen we een volwassen ADHD'er soms wel herkennen aan zijn motorische onrust, maar vaak zie je juist niets. De onrust zit dan van binnen in de vorm van chaos in het hoofd, die zich uit in wisselende stemmingen of woedeuitbarstingen. Ook zijn er problemen met organisatie, planning, relaties, werk, en geld uitgeven, door ongelukken en verslaving. Soms worden plannen steeds uitgesteld of veranderd, soms is er sprake van een hang naar sterke prikkels.
Vaak is er in het leven van ADHD'ers veel misgegaan. Ze hebben hun opleiding niet afgemaakt en als ze een betaalde baan hebben, is die vaak beneden hun niveau. Velen zijn meer geschikt voor een eigen bedrijf. Een onderzoek van 1995-1999 toonde aan dat bijna de helft van de ADHD'ers géén vaste baan had, van een uitkering leefde en vaak problemen op het werk had gehad. Hetzelfde onderzoek toonde aan dat 60% van hen een relatie had, maar verreweg de meesten met relatieproblemen te kampen had. Bijna allemaal hadden ze al een hulpverlener gehad, gemiddeld twaalf jaar voor de diagnose.
Als dergelijke problemen zich bij u zelf hebben voorgedaan, moet er dus ook aan de diagnose ADHD gedacht worden. Nogal wat ADHD'ers lopen echter rond met de diagnose depressie en worden hiervoor langdurig met wisselend succes behandeld met antidepressiva. Het belang van een goede diagnose is dat u behandeld kunt worden met de juiste medicijnen (meestal methylfenidaat) en begeleiding. Die begeleiding bestaat overigens onder meer uit psycho-educatie, het helpen oplossen van concrete problemen, het ordenen van het leven samen met een coach (hiervoor kan ook een Persoons Gebonden Budget worden aangevraagd), het verwerken van het verleden (gemiste kansen) en lotgenoten contact (ADHD-café).

Vergrote kans op problemen bij onbehandelde ADHD.



Verslaving
Een van de problemen die u zult hebben in het geval bij u ernstige ADHD is geconstateerd, is dat u last heeft van uw innerlijke onrust. U zult van nature proberen hier iets aan te doen en soms merkt u dat u baat heeft bij een bepaald product. Dit kan bijvoorbeeld een 'stimulerende stof' zijn zoals koffie, nicotine, amfetamine of cocaïne (zie hoofdstuk 'Behandeling met medicijnen'). Door deze 'zelfmedicatie' voelt u zich plotseling rustiger. Sommige patiënten zijn daarom 'verslaafd aan koffie', anderen voelen zich voor korte tijd normaal als zij cocaïne nemen, maar dit is sterk verslavend.
Sommige patiënten zijn tegen andere stoffen aangelopen waar zij zich rustiger van voelen. Dat kunnen dempende stoffen zijn zoals alcohol of heroïne, maar ook nogal eens cannabis (weed, stickies, hasj), dat het melatonine verhoogt en de patiënt wat rustig (lees: slaperig) maakt, maar ook dit is weer de verkeerde keuze. Uit recent onderzoek blijkt ongeveer twintig procent van de verslaafden (ook) ADHD te hebben zonder dit te weten (de diagnose is nooit gesteld!). Deze mensen hebben recht op een goede diagnose en behandeling.

Allochtonen met ADHD
Het zou eigenlijk niet nodig moeten zijn een apart hoofdstuk te wijden aan ADHD bij allochtonen. Helaas moet dat echter wel omdat er op z'n minst twee problemen zijn:
o nog meer dan bij autochtone ADHD'ers blijkt er bij allochtonen sprake te zijn van onderdiagnostiek (door minder kennis, minder lectuur in de eigen taal);
o er rust bij allochtonen een groot taboe op het hebben van een kind met een handicap.
Globaal blijkt ADHD in grote onderzoeken in alle landen even vaak voor te komen. Hoe komt het dan dat in ons land bij allochtone kinderen (laat staan volwassen allochtonen) minder vaak ADHD wordt vastgesteld, dan bij autochtone kinderen? Komt dat alleen door een communicatieprobleem of zijn er meer oorzaken?
Zoals ook bij de autochtone bevolking - en zelfs bij de hulpverleners - heeft het lang geduurd voordat het begrip MBD en later ADHD bekend werd als een hersenfunctiestoornis. Veel mensen weten daarom ook nu nog nauwelijks van het bestaan van de diagnose. Een groot aantal mensen heeft een weerstand tegen de medicatie en weet niet dat dit een van de weinige bewezen gunstige ingrepen is. Er moet dus eerst gewerkt worden aan de verbreiding van kennis over de aandoening, zo mogelijk ook met folders in andere talen.
Een probleem is ook dat in andere culturen de opvoeding van kinderen bekeken wordt vanuit de hele gemeenschap. Er wordt dus gemakkelijk kritiek geuit naar (meestal) de moeder, die het kind probeert op te voeden met respect voor ouderen en met goede omgangsvormen. Dit gebeurt nog sterker als zij werkt, ze hoort immers voor de goede opvoeding van het kind zorg te dragen. Ten derde heeft men als gevolg van de schaamtecultuur liever niet dat anderen zien dat er iets mis is in je gezin. In Nederland bestaat wat dat betreft een schuldcultuur: als ouder geeft u bij mislukkingen allereerst de schuld aan uzelf.
Ook de weg naar de hulpverlening is voor mensen die geen taalprobleem hebben vaak gemakkelijker. Als u en uw omgeving merken dat uw kind zich na behandeling veel beter gedraagt en op niveau presteert, én de psycho-educatie goed is doorgedrongen en verwerkt, dan zal hopelijk ook de rest van de familie het slachtoffer positief gaan benaderen en gaan steunen.

ADD
De aandoening ADD is voor velen nog vager en onbekender dan ADHD, maar ook hier geldt: hoe eerder de diagnose wordt gesteld, hoe beter de begeleiding kan zijn. Onwetendheid en onkunde leiden juist bij ADD tot meer problemen dan nodig zijn.
Attention Deficit Disorder (dus zonder de H van hyperactiviteit) bestaat grotendeels uit dezelfde verschijnselen als die bij ADHD voorkomen. Ook ADD wordt aangetroffen vanaf de kindertijd tot aan de volwassenheid, en het komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. In het geval dat uw kind ADD heeft, valt het echter veel minder op, zo weinig zelfs dat het vaak vergeten wordt in de klas. Zelf wordt het juist wel moe van zijn probleem.

'Nee, ik heb nooit last van Berthe, ze haalt weliswaar geen goede cijfers, maar is niet vervelend. Ze heeft haar werkjes nooit af, is lui en niet gemotiveerd. Ik denk dat ze een beetje dom is. Ze is dromerig en is in de rij van de minder goede kinderen gezet. U zegt dat ze slim is, maar er komt niet uit wat erin zit.'

Berthe zou een meisje kunnen zijn met ADD. Deze kinderen hebben net als ADHD'ers problemen met hun kortetermijngeheugen of werkgeheugen, ze hebben faalangst of een negatief zelfbeeld. Vaak lijken zij niet gemotiveerd. Er wordt in Amerika zelfs wel gesproken over 'motivational disorder', dus een stoornis in de motivatie. De kinderen zijn vaak stil en verlegen, en trekken zich eerder terug bij drukte in de klas. Maar ook thuis zijn er de bekende problemen van vergeetachtigheid, gebrek aan planning, automatiseringsproblemen en moeite met aankleden en naar school gaan.
Soms herkent u zichzelf: u heeft de school met moeite of niet afgemaakt, er komt nog steeds niet uit wat erin zit. Faalangst, een negatief zelfbeeld of zelfs een depressie vertroebelt het beeld. Er is nooit aan ADD gedacht. U en de diagnose worden gemakkelijk over het hoofd gezien!

Hoe stel je ADD vast?
Het vaststellen van ADD begint weer bij u als ouders of bij de oplettende leerkracht. Als u of de leerkracht vermoedt dat er een duidelijk verschil is in de veronderstelde mogelijkheden van uw kind en de resultaten die het behaalt, moet altijd aan ADD gedacht worden. Daarbij moet men goed naar u luisteren; in 80% van de gevallen heeft u gelijk met uw 'diagnose'. Helaas is dit vaak niet het geval omdat uw kind geen storende factor in de klas is. Als er getwijfeld wordt aan het IQ van uw kind kan eerst een niveaubepaling worden gedaan. Als er een achterstand is op school ten opzichte van de andere kinderen, terwijl het niveau goed is, is dit een aanwijzing. Een specifieke aandachtstest is dan een mogelijkheid. Verder wordt weer gekeken naar de familie: zijn er ouders of broers of zusjes met ADHD of is er dromerigheid in de familie? Hoe is het beloop geweest in de afgelopen jaren? Is er medicatie gegeven en zo ja met welk resultaat? Zijn er bij uw kind aanwijzingen voor co-morbiditeiten (zie het hoofdstuk 'Andere aandoeningen bij ADHD') of aanwijzingen voor absences?




verder




ADHD en nu

Auteur(s)
Rob Rodrigues Pereira

Prijs: € 19,95
ISBN: 9789021550404

ADHD en nu


Een duidelijk, informatief boek over de dagelijkse praktijk van ADHD. Van het de verschijnselen en oorzaken tot de behandeling.

Auteur(s) : Rob Rodrigues Pereira
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789021550404