Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. dr. John Kastelein en dr. Joep Defesche
 


lettergrootte: A  A  A
Beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare risicofactoren

Erfelijke stoornissen in de vetstofwisseling zijn nadelige spelingen van de natuur, waarvan sommige dominant en andere recessief overerven. Dominant betekent in dit geval dat slechts één ouder aangedaan hoeft te zijn om de ziekte aan zijn/haar kinderen door te geven. De aangedane kinderen kunnen het op hun beurt ook weer aan hun kinderen doorgeven. Bij een dominant erfelijke ziekte bestaat bij elke zwangerschap een kans van 50% dat het kind de aandoening heeft. Bij iemand met een dominant erfelijke ziekte zijn in de familie in alle voorafgaande generaties ook personen erfelijk belast geweest. Niet-aangedane familieleden kunnen de ziekte niet doorgeven.
Recessief betekent dat beide ouders drager moeten zijn van een ziekte, zonder dat ze zelf hoeven te zijn aangedaan, om de ziekte aan hun kinderen door te geven. In dit geval wordt de ziekte aan een kwart van de kinderen doorgegeven. Dit wil zeggen dat bij elke zwangerschap een kans bestaat van 25% dat het kind de aandoening zal krijgen en een kans van 50% dat het kind drager wordt. Over het algemeen komen recessieve aandoeningen in een familie maar in één generatie voor. Zowel dominante als recessieve erfelijke aandoeningen kunnen zich ook op oudere leeftijd manifesteren.
De oorzaak van de verschillende erfelijke aandoeningen is nog niet in alle gevallen opgehelderd. Maar toch is van enkele ziekten exact bekend waar het foutje (of mutatie) in het DNA zit, dat de ziekte in feite veroorzaakt. DNA is het erfelijke materiaal in de kern van elke lichaamscel, opgeslagen in de zogeheten chromosomen.
In de komende jaren zal zeker inzicht in de oorzaken van de overige aandoeningen verkregen worden. Bestudering van erfelijke vetstofwisselingsstoornissen, met name van de familiaire hypercholesterolemie, heeft veel inzicht in de vetstofwisseling opgeleverd, maar heeft ook bijgedragen aan de ontwikkeling van cholesterolverlagende geneesmiddelen en het begrijpen van het proces van aderverkalking.

Naast het cholesterolgehalte spelen ook andere factoren als suikerziekte en roken een rol bij het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Des te meer risicofactoren aanwezig zijn bij iemand, des te groter is de kans dat hij hart- en vaatziekten krijgt (bron: Framingham Heart Study).


Roken
Een belangrijke risicofactor voor het krijgen van hart- en vaatziekten is roken. Het roken brengt twee bekende schadelijke effecten met zich mee. In de eerste plaats wordt door roken het HDL-cholesterolgehalte van het bloed sterk verlaagd. De beschermende werking van HDL tegen aderverkalking vermindert dus door het roken. In de tweede plaats wordt door roken het endotheel van de bloedvaten beschadigd, waardoor het proces van aderverkalking wordt versneld. In het bijzonder zijn de kransslagaders en slagaders in de bovenbenen erg gevoelig voor het schadelijke effect van roken. Roken vergroot het schadelijke effect van een verhoogd cholesterolgehalte enorm! Stoppen met roken geeft meteen resultaat; na enkele maanden heeft het endotheel, mits er geen andere risicofactoren zijn, zich weer volledig hersteld en is het HDL-cholesterolgehalte weer op peil. De eventueel ontstane aderverkalking verdwijnt helaas niet; deze schade is vrij definitief. Het risico op hart- en vaatziekten neemt wel snel af. Los van het risico op hart- en vaatziekten staat nog de invloed van het roken op het (ontstaan van) longaandoeningen (astma, chronische bronchitis en emfyseem) en de verhoogde kans op het ontstaan van kanker. Dit laten we hier verder buiten beschouwing. Roken is een vermijdbare risicofactor!

Hoge bloeddruk
Een verhoogde bloeddruk (hypertensie) kan door verschillende oorzaken ontstaan. Te veel zout of alcohol, nierziekten, hormonale stoornissen en vernauwingen van de bloedvaten zijn de belangrijkste. Ook blijft de oorzaak vaak onbekend (essentiële hypertensie). Leeftijd speelt ook een rol: met het ouder worden stijgt de bloeddruk. Van een hoge bloeddruk is sprake bij een onderdruk die hoger is dan 90 mmHg en een bovendruk die hoger is dan 160 mmHg.
Een te hoge bloeddruk beschadigt de bloedvatwand. Vooral de bloedvaten van de nieren, de hersenen, het netvlies en de kransslagaders rond het hart zijn hier gevoelig voor. Langdurige hoge bloeddruk kan daarom leiden tot nierbeschadigingen, beroerten, gezichtsstoornissen en hartklachten. Hoge bloeddruk in combinatie met afwijkende lipidenwaarden verhoogt het risico op hart- en vaatziekten fors en versnelt de aderverkalking.
Hoge bloeddruk is niet altijd vermijdbaar, maar kan wel eenvoudig gecontroleerd en betrekkelijk makkelijk behandeld worden en is daarmee een beheersbare risicofactor. Voeding en vooral het gebruik van zout spelen hierbij een belangrijke rol. Er is een enorm aanbod van geneesmiddelen om de bloeddruk te verlagen. De meest bekende soorten zijn diuretica (plaspillen), alfablokkers, bètablokkers, vaatverwijders, calcium-kanaalblokkers, de zogenoemde ACE-remmers en angiotensine-II antagonisten. Het werkingsmechanisme van deze stoffen loopt sterk uiteen. De keuze voor een van deze middelen hangt af van de ernst van de hoge bloeddruk en van de aanwezigheid van andere ziekten. Sommige middelen (o.a. bètablokkers) hebben een ongunstig effect op het HDL-cholesterolgehalte. De tegenwoordig veel gebruikte ACE-remmers hebben naast de verlaging van de bloeddruk ook een gunstige werking op de conditie van het endotheel.

Geslacht
Het man- of vrouwzijn is ook van invloed op het risico om hart- en vaatziekten te ontwikkelen. Mannen hebben van nature een lager HDL-cholesterolgehalte en zijn mede daardoor minder beschermd tegen aderverkalking. Dit lagere HDL-cholesterolgehalte wordt veroorzaakt door het mannelijke geslachtshormoon testosteron en het gebrek aan het vrouwelijke geslachtshormoon (oestrogeen). Vrouwen maken oestrogene hormonen. Deze verhogen het HDL-cholesterolgehalte van het bloed en zorgen ervoor dat het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen onder de 50 jaar lager ligt dan bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep. Na de overgang (menopauze) stopt de vorming van oestrogene hormonen grotendeels, waardoor onder meer het HDL-cholesterolgehalte daalt en het risico voor hart- en vaatziekten stijgt. Daarom halen vrouwen na de menopauze hun achterstand in risico op hart- en vaatziekten op mannen in. De zogenoemde hormoonsuppletie na de overgang voorkomt dit. Het geslacht is uiteraard een niet-vermijdbare risicofactor.

Hart- en vaatziekten in de familie
In een familie waarin meerdere familieleden hartklachten hebben, of waarin meerdere mensen op jongere leeftijd (onder de 60 jaar) aan een hartkwaal zijn overleden, gedotterd zijn of een bypass-operatie hebben ondergaan, kan de oorzaak van hart- en vaatziekten in erfelijke factoren liggen. Het familiair voorkomen van hart- en vaatziekten is de sterkste risicofactor voor het optreden van een hartinfarct op jonge leeftijd. Een voorbeeld van een erfelijke aandoening die het optreden van hart- en vaatziekten bevordert, is de zogenoemde familiaire hypercholesterolemie. Hierbij kan reeds vanaf de geboorte een verhoogd cholesterolgehalte optreden. Als er in de familie meerdere mensen voorkomen met hart- en vaatziekten hoeft er overigens niet altijd sprake te zijn van een te hoog cholesterolgehalte. Ook de gevoeligheid voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten die niet berusten op een te hoog cholesterolgehalte, is vermoedelijk in veel gevallen erfelijk. Komen er in uw familie hart- en vaatziekten op jonge leeftijd voor, dan is het in ieder geval raadzaam uw familieleden op cholesterol en andere risicofactoren te laten onderzoeken. Een belaste familiegeschiedenis is een onvermijdbare risicofactor, maar na onderzoek in de familie kan het risico vaak aanzienlijk worden verlaagd door de juiste maatregelen te nemen.

Suikerziekte
Het hebben van suikerziekte (diabetes mellitus) is een krachtige risicofactor voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Ten gevolge van de suikerziekte wordt de stofwisseling van vetten en cholesterol verstoord met als gevolg een behoorlijke verhoging van het cholesterol- en triglyceridengehalte. Na behandeling van de suikerziekte worden de gehalten van cholesterol en triglyceriden in veel gevallen nooit helemaal normaal. Zie ook www.spreekuurthuis.nl/diabetes/

Stress
Er wordt wel gezegd dat stress het ontstaan van een hartinfarct kan bevorderen. In dit verband wordt er wel een onderscheid gemaakt tussen mensen met een type-A persoonlijkheid en een type-B persoonlijkheid. Mensen met een type-A persoonlijkheid (agressieve en drukke mensen met een grote werklust, een ontembare ambitie, een sterke geldingsdrang en een onvermogen tot delegeren) zouden meer kans hebben op een hartinfarct dan mensen met een type-B persoonlijkheid (ontspannen mensen met weinig geldingsdrang en met een gemakkelijke en meer filosofische houding ten opzichte van het leven). Toch is de invloed van
stress op hart- en vaatziekten erg onduidelijk. Wel is zeker dat langdurige stresssituaties bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Dit is voor een deel te wijten aan de levenswijze die stress vaak met zich meebrengt: veel roken en drinken (alcohol), gehaast en slecht eten, weinig beweging. Stress lijkt dus eerder op een indirecte manier aan het ontstaan van hart- en vaatziekten bij te dragen. Soms is stress een vermijdbare risicofactor.

Overgewicht
Overgewicht is een risicofactor die voornamelijk het gevolg is van iemands levenswijze. Immers, overgewicht is meestal te wijten aan te veel en te vet eten en aan te weinig beweging. Ook overmatig alcoholgebruik kan overgewicht veroorzaken. Te veel eten en drinken kan ook samenhangen met spanningen en emoties.
Men kan twee soorten overgewicht onderscheiden: het 'peer-dik' en het 'appel-dik'. Bij peer-dik vindt de afzetting van het overtollige vet vooral plaats op de heupen en bovenbenen. Dit vet is moeilijk kwijt te raken, maar draagt nauwelijks bij aan een verhoging van het risico op hart- en vaatziekten. Peer-dik komt vooral bij vrouwen voor en hangt samen met de oestrogene hormonen. Bij mannen komt vaker het appel-dik-type voor, waarbij overtollig vet zich op de romp en bovenbuik concentreert. Dit vet is meestal eenvoudiger kwijt te raken omdat het makkelijker 'mobiliseerbaar' is. Het vet uit deze vetweefsels is snel beschikbaar en kan nadat het in de bloedsomloop terechtgekomen is zijn schadelijke werking uitoefenen. Juist daarom verhoogt appel-dikzijn het risico voor hart en vaten aanzienlijk, zoals de laatste tijd uit onderzoek blijkt. Ook overgewicht is een vermijdbare risicofactor.

Leeftijd
Met het voortschrijden der jaren neemt de kans om allerlei kwalen te krijgen toe. Ook de kans op hart- en vaatziekten. In feite is de leeftijd net als bij veel andere ziekten voor hart- en vaatziekten de allersterkste risicofactor. Ouder worden is natuurlijk niet tegen te gaan. Bij een toenemende leeftijd wordt het daarom des te belangrijker om andere, wel beïnvloedbare, risicofactoren, te vermijden. Een goed dieet en lichaamsgewicht, voldoende beweging en niet roken spelen hierbij een belangrijke rol.

Levenswijze
Uit het bovenstaande blijkt dat veel risicofactoren vermeden kunnen worden door een goede levenswijze. Samenvattend: verstandig en niet te veel verzadigd vet en cholesterol eten, niet roken, veel bewegen en stress vermijden of leren omgaan met stress. Beweging en sport verminderen het lichaamsgewicht en verhogen bovendien vrij snel het HDL-cholesterolgehalte. Daartoe hoeft men zeker geen topsport te beoefenen. Daarnaast heeft lichaamsbeweging een gunstige invloed op de bloeddruk en de hartfunctie. Bij mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte en bij hen die een slecht voedingspatroon hebben, is sporten alléén echter onvoldoende om het cholesterolgehalte in voldoende mate te verlagen en zal ondersteunende medicatie goede diensten kunnen bewijzen. Het gebrek aan lichaamsbeweging is een vermijdbare risicofactor.

De invloed van alcohol
De stelling dat het gebruik van alcohol invloed heeft op het ontstaan van hart- en vaatziekten, is omstreden. Aan de ene kant verhoogt alcohol het HDL-cholesterolgehalte van het bloed. Dit lijkt gunstig. Rode wijn bevat bovendien een aantal stoffen (antioxidantia, polyfenolen en flavonoïden) die een gunstige werking op de bloedvaten hebben. Maar aan de andere kant wordt door alcohol de afgifte van triglyceriden (VLDL) van de lever aan het bloed verhoogd. Dit is een duidelijk negatieve invloed van alcohol. Alcohol verhoogt ook de bloeddruk, wat weer een bijkomende risicofactor is. En ten slotte is bekend dat overmatig gebruik van alcohol de lever zodanig beschadigt, dat de gehele verwerking van vetten verstoord wordt. Bij het gebruik van alcohol heeft rode wijn de voorkeur, maar het motto blijft: `geniet, maar drink met mate' (niet meer dan 2 glazen per dag).




terug verder




Cholesterol, zorg dat je goed zit

Auteur(s)
John J.P. Kastelein en Joep Defesche

Prijs: € 14,99
ISBN: 9789491549199