Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. dr. John Kastelein en dr. Joep Defesche
 


lettergrootte: A  A  A
Symptomen en gevaren

Als we het hebben over de risico's van een hoog cholesterolgehalte moeten we een onderscheid maken tussen 'goed' en 'slecht' cholesterol.
Bij een te hoog LDL-cholesterolgehalte ontstaat in de binnenkant van bloedvaten (endotheel) een ophoping van LDL-deeltjes ('slecht cholesterol'). Deze vetachtige massa kan verkalken waardoor het endotheel naar binnen wordt gedrukt en een bloedvatvernauwing ontstaat. We noemen dit proces aderverkalking. HDL-deeltjes ('goed cholesterol') kunnen aderverkalking langzaam terugdringen omdat zij de eigenschap hebben cholesterol op te nemen, waardoor de ontstane ophoping weer slinkt.
Aderverkalking is vooral schadelijk in de nauwe bloedvaten rond het hart (kransslagaders) en in de hersenen. Een bloedvat kan zelfs plotseling helemaal afgesloten worden waardoor zuurstoftekort ontstaat. Als dat gebeurt in een kransslagader, spreken we van een hartinfarct; gebeurt dat in de hersenen dan spreken we van een cerebrovasculair accident (CVA) of beroerte. Hart- en vaatziekten zijn in Nederland de oorzaak van bijna 40% van alle sterfgevallen.

'Goed' en 'slecht' cholesterol
De begrippen `goed' en `slecht' cholesterol zijn inmiddels vrij bekend geworden. Het slechte cholesterol veroorzaakt hart- en vaatziekten, terwijl het goede cholesterol juist daartegen beschermt. Dat één en dezelfde stof zowel goed als slecht voor onze gezondheid kan zijn, klinkt erg tegenstrijdig. In feite zijn goed en slecht cholesterol dan ook twee verschillende zaken. Met slecht cholesterol bedoelen we het cholesterol dat in LDL-lipoproteïnedeeltjes verpakt zit en met goed cholesterol het cholesterol in HDL-lipoproteïnedeeltjes. Het cholesterol is hetzelfde, alleen de verpakking is anders.

De nadelige effecten van LDL-deeltjes
De LDL-deeltjes (slecht cholesterol) hebben een dusdanig kleine afmeting dat zij door de binnenbekleding van een bloedvat kunnen dringen. Deze binnenbekleding heet endotheel. Bij een te hoog cholesterolgehalte ontstaat onder het endotheel, waar bindweefsel en spiercellen zitten, een ophoping van LDL-deeltjes in de bloedvatwand. Het bloed bevat een speciale soort witte bloedcellen die een `opruimfunctie' hebben, de zogenoemde macrofagen. Macrofagen ruiken als het ware de opgehoopte LDL-deeltjes onder het endotheel van het bloedvat, en gaan erop af om het LDL weer op te ruimen. Er liggen dan echter zoveel LDL-deeltjes dat het de macrofagen niet meer lukt om ze allemaal op te ruimen. De macrofagen proppen zich letterlijk vol met LDL-deeltjes, sterven daardoor af en blijven onder het endotheel liggen. Deze dode cellen trekken nog meer macrofagen aan om op te ruimen waarmee het proces zich herhaalt.

Aderverkalking
Na verloop van tijd ontstaat er onder het endotheel een brij van dode cellen, vet, cholesterol, macrofagen en bindweefsel. Dit wordt de atheroombrij van de atherosclerotische plaque genoemd. Deze vetachtige massa kan soms ook verkalken waardoor het endotheel naar binnen wordt gedrukt. Op deze manier ontstaat er een vernauwing van het bloedvat waardoor het erachter liggende weefsel te weinig van zuurstofrijk bloed wordt voorzien. Het weefsel kan hierdoor beschadigd worden. Dit proces staat bekend onder de naam aderverkalking of atherosclerose. Aderverkalking treedt op in slagaders, vooral op plaatsen waar het bloed snel stroomt, bijvoorbeeld op aftakkingen. Slagaderverkalking is dus eigenlijk de juiste naam, maar in de praktijk spreekt men over aderverkalking. Het hier en daar nog wel eens geschetste beeld van een bloedvat dat aan de binnenkant dichtslibt (zoals een rioolbuis dichtslibt) met vetachtig of kalkachtig materiaal is niet juist. Bij aderverkalking is de bloedvatvernauwing het gevolg van een langzaam groeiend gezwel in de bloedvatwand. Aderverkalking is een zeer dynamisch proces dat van allerlei factoren afhangt waarbij de gezondheidstoestand van het endotheel een grote rol speelt. Niet alleen LDL-deeltjes beschadigen het endotheel, ook hoge bloeddruk, suikerziekte en roken hebben een slechte invloed op deze essentiële cellaag. Vooral de nauwe bloedvaten rond het hart (kransslagaders) en in de hersenen zijn gevoelig voor aderverkalking. Door de vernauwing van een bloedvat wordt het endotheel uitgerekt en kan makkelijk scheuren. Er ontstaat dan een wond waarop het bloed een bloedstolsel (trombus) vormt. Zo kan een bloedvat plotseling helemaal afgesloten worden waardoor zuurstoftekort ontstaat.

Aderverkalking is eigenlijk een zwelling in de bloedvatwand ten gevolge van ophoping van cholesterol en dode witte bloedcellen. 1. Binnenbekleding bloedvat (endotheel); 2. ophoping van cholesterol, vet, dode witte bloedcellen; 3. verkalkte kern; 4. bindweefsellaag; 5. spierlaag.


Hartinfarct en beroerte
Als er zich een bloedstolsel vormt in een kransslagader, spreken we van een acuut myocardinfarct of hartinfarct; gebeurt dit in een slagader in de hersenen, dan spreken we van een cerebrovasculair accident (CVA), beroerte of stroke. Het weefsel dat achter een bloedstolsel ligt, krijgt dan te weinig bloed en zuurstof en sterft hierdoor af. Een ernstige vernauwing zonder dat er sprake is van een totale afsluiting geeft ook klachten. Er stroomt dan te weinig bloed door de vernauwing om het orgaan van voldoende zuurstof te voorzien.

Een angiogram van een kransslagader met vernauwingen ten gevolge van aderverkalking. De pijltjes geven de vernauwingen aan.


Vernauwing van de kransslagaders leidt dan ook tot angina pectoris of pijn op de borst. Dit verschijnsel treedt vooral op bij inspanning, wanneer het hart behoefte heeft aan extra zuurstof. De pijn wordt veroorzaakt door zuurstoftekort in het weefsel. Vernauwde vaten in de hersenen kunnen beroerte of dementie veroorzaken. Als er aderverkalking in de bloedvaten van de benen optreedt, veroorzaakt dit pijn bij het lopen die snel verdwijnt als men enige minuten stilstaat: etalagebenen (claudicatio intermittens). De complicaties die door aderverkalking kunnen optreden, worden tezamen hart- en vaatziekten genoemd. Hart- en vaatziekten zijn in Nederland de oorzaak van bijna 40% van alle sterfgevallen.

De rol van triglyceriden
De triglyceriden kunnen het proces van aderverkalking versnellen. Ze maken de LDL-deeltjes nog agressiever voor het endotheel en verlagen het HDL-cholesterolgehalte. Bovendien kunnen lipoproteïnen die triglyceriden vervoeren zelf ook aderverkalking veroorzaken.

HDL-deeltjes helpen aderverkalking tegen te gaan
Uit het bovenstaande blijkt dat ophoping van LDL-deeltjes een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van aderverkalking. Gelukkig is het niet zo dat cholesterol dat eenmaal in de bloedvatwand opgeslagen is niet meer verwijderd kan worden: HDL-deeltjes kunnen dit wel klaarspelen. HDL-deeltjes zijn kleiner dan LDL-deeltjes en kunnen nog makkelijker door het endotheel heen. HDL-deeltjes hebben de eigenschap om cholesterol over te nemen uit andere lipoproteïnen en uit weefsels waar cholesterol ligt opgeslagen, een soort stofzuigereffect. De HDL-deeltjes, vol met cholesterol (HDL-cholesterol) komen door het endotheel weer in de bloedstroom, worden naar de lever getransporteerd en door dit orgaan uit het bloed verwijderd. Het cholesterol wordt daar verder verwerkt tot gal. De gal komt via de galbuis in de darm terecht, waarna het met de ontlasting wordt uitgescheiden. Op deze manier beschermt HDL tegen aderverkalking. Een hoog HDL-cholesterolgehalte van het bloed is dus goed. Een te laag HDL-cholesterolgehalte daarentegen verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Het HDL-cholesterolgehalte wordt beïnvloed door hormonen en lichamelijke inspanning. Veel jonge vrouwen en bijvoorbeeld atleten hebben een hoog HDL-cholesterolgehalte. Daarnaast kan de voeding enige invloed op het HDL-cholesterolgehalte uitoefenen. Roken daarentegen verlaagt dit gehalte. Inmiddels staat vast dat een verlaagd gehalte aan HDL-cholesterol een even sterke risicofactor is als een verhoogd LDL-cholesterol.




terug verder




Cholesterol, zorg dat je goed zit

Auteur(s)
John J.P. Kastelein en Joep Defesche

Prijs: € 14,99
ISBN: 9789491549199