Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. dr. John Kastelein en dr. Joep Defesche
 


lettergrootte: A  A  A
Wat is cholesterol?

Cholesterol is een vetachtige, niet in water oplosbare, stof die in ons lichaam onder andere als bouwstof wordt gebruikt. Ondanks zijn slechte naam is cholesterol voor ons lichaam absoluut noodzakelijk! Cholesterol zit in veel dierlijk en plantaardig materiaal dat we eten, maar het overgrote deel maakt ons lichaam zelf, vooral in de lever.
Ons lichaam verpakt cholesterol en een andere belangrijke vetachtige stof, triglyceriden, in speciale transportdeeltjes, lipoproteïnen. De drie meest bekende deeltjes zijn VLDL, LDL en HDL. Met cholesterol wordt eigenlijk al het cholesterol bedoeld dat verpakt zit in deze drie deeltjes. Als we een speciaal soort cholesterol bedoelen, spreken we bijvoorbeeld over LDL-cholesterol of HDL-cholesterol. Hetzelfde geldt voor triglyceriden.
De lever neemt deze lipoproteïnen op en maakt uit het cholesterol en triglyceriden andere lipoproteïnen, die via het bloed verstuurd worden naar plaatsen in het lichaam waar vet nodig is. Normaal moet er een evenwicht zijn tussen de hoeveelheid triglyceriden en cholesterol die de lever opneemt en die ze afgeeft. Vette voeding of een ziekte kan dit evenwicht echter verstoren waardoor er een te hoog cholesterolgehalte (hypercholesterolemie) ontstaat.

De stof cholesterol
Cholesterol is absoluut noodzakelijk voor het functioneren van het lichaam. Cholesterol is een vetachtige, niet in water oplosbare stof, die als grondstof dient bij de opbouw van de celwand. Ook worden andere belangrijke stoffen, zoals hormonen en de gal, gemaakt van cholesterol. Omdat cholesterol zo essentieel is, wordt het grootste deel van het cholesterol in het lichaam door het lichaam zelf gemaakt, vooral in de lever.

Belangrijke soorten vetten
Cholesterol is niet de enige vetachtige verbinding in onze voeding. Er zijn drie belangrijke soorten vetachtige stoffen, die tezamen ook wel lipiden worden genoemd: triglyceriden, sterolen en fosfolipiden. Triglyceriden is de chemische naam voor wat we gewoonlijk `vet' noemen, zoals boter of slaolie. De kwaliteit en eigenschappen van triglyceriden worden bepaald door de verschillende vetzuren waaruit ze zijn opgebouwd. Daarom worden triglyceriden onderverdeeld in verzadigde vetten (zoals in boter), enkelvoudig onverzadigde vetten (zoals in olijfolie) en meervoudig onverzadigde vetten (zoals linolzuur en visolie). Van de groep sterolen is cholesterol de belangrijkste. Fosfolipiden (bijvoorbeeld lecithine) zijn vetachtige stoffen die vooral voor de hersenen en zenuwen van belang zijn. Omdat fosfolipiden en andere sterolen dan cholesterol geen rol spelen bij het ontstaan van een afwijkend cholesterolgehalte, laten we deze verder buiten beschouwing.

Verpakking in lipoproteïnen

Chemische structuurformule van cholesterol en een triglyceride.


Vetachtige stoffen als cholesterol en triglyceriden kunnen niet in water oplossen. Daarom kunnen zij niet in hun pure vorm in het bloed voorkomen, want bloed is een waterige oplossing. Cholesterol en triglyceriden worden dan ook op een speciale manier via het bloed door ons lichaam getransporteerd. Nadat ze uit de voeding in de darmwand zijn opgenomen, worden ze verpakt in transportdeeltjes, die we lipoproteïnen noemen. Dit zijn bolvormige deeltjes die bestaan uit lipiden en eiwitten (proteïnen). Alleen verpakt in lipoproteïnedeeltjes kunnen triglyceriden en cholesterol via het bloed naar allerlei plaatsen in het lichaam vervoerd worden.
Naast cholesterol en triglyceriden worden ook de fosfolipiden en in vet oplosbare vitamines in de lipoproteïnen verpakt. De lipoproteïnedeeltjes worden in de lever en ook in de darm gemaakt.

Verschillende soorten lipoproteïnen
Afhankelijk van hun samenstelling, onderscheiden we verschillende soorten lipoproteïnen. De indeling van de lipoproteïnen is gemaakt op basis van het gewicht van deze deeltjes. Vetten zijn lichte stoffen, waardoor ze op water drijven. Hoe meer vet en des te minder eiwit een lipoproteïnedeeltje bevat, hoe lichter het is. De wetenschappelijke naam voor gewicht is `dichtheid', of in het Engels `density'.
Hiervan uitgaand hebben de drie meest bekende lipoproteïne-deeltjes de volgende namen: `Very-Low-Density' lipoproteïne (VLDL), `Low-Density' lipoproteïne (LDL) en `High-Density' lipoproteïne (HDL). Daarnaast zijn er nog de chylomicronen die vooral triglyceriden vanuit de voeding van de darm naar de lever vervoeren. Elk van deze lipoproteïnedeeltjes heeft een eigen karakteristieke samenstelling en rol bij het verwerken van vetten in het lichaam.
Met cholesterol of totaal-cholesterol wordt eigenlijk al het cholesterol bedoeld dat verpakt zit in de deeltjes VLDL, LDL, en HDL. Als we een speciaal soort cholesterol bedoelen, dan noemen we het bijvoorbeeld LDL-cholesterol of HDL-cholesterol. Hetzelfde gaat op voor triglyceriden: we kennen HDL-, LDL- en VLDL-triglyceriden. Van al het cholesterol in het bloed bevindt zich ongeveer 75% in het LDL, 20% in het HDL en 5% in het VLDL. In feite bepaalt het LDL-cholesterolgehalte dan ook voor het grootste gedeelte het `totale' cholesterolgehalte of gewoon het cholesterolgehalte zoals dat bij ons gemeten wordt. Dit geeft tevens aan dat het totale cholesterol in feite weinig betekenis heeft. Dit getal is samengesteld uit een drietal cholesterolwaarden van verschillende kwaliteit. `Een verhoogd cholesterolgehalte' zegt eigenlijk weinig, het is veel beter aan te geven welk specifiek cholesterolgehalte (LDL-, HDL- of VLDL-gehalte) verhoogd is.

Hoe krijgen we cholesterol en vet binnen?
Cholesterol en triglyceriden die in onze voeding zitten, worden door de darmcellen vanuit de darm opgenomen. De darm heeft maar een beperkte capaciteit om cholesterol op te nemen. Dagelijks passeert ongeveer 2 gram cholesterol onze darm. Naast cholesterol uit de voeding komen hier ook de cholesterolrijke galzuren (ongeveer 1 gram) bij, die door de gal naar de darm worden afgescheiden voor de vertering. Van die 2 gram kan de darm maar 0,75 gram opnemen, de rest verdwijnt met de ontlasting. Daarom is het cholesterol in de voeding van beperkte invloed op het cholesterolgehalte in het bloed. De darm is wel zeer efficiënt met de opname van triglyceriden uit de voeding. In de darmcellen worden cholesterol en triglyceriden verpakt in lipoproteïnedeeltjes die chylomicronen heten. Dit zijn grote transportdeeltjes die zeer vetrijk zijn. Via het bloed worden de chylomicronen van de darm naar de lever getransporteerd. Een kwartier nadat de chylomicronen in de darm zijn gevormd en aan het bloed zijn afgegeven, zijn ze al door de lever opgenomen.

Lever regelt cholesterolstofwisseling
Bij de verwerking van cholesterol en triglyceriden in het lichaam is de lever het centrale orgaan. In de lever worden triglyceriden en cholesterol uit de lipoproteïnen gehaald. De lever verpakt ze dan weer in andere lipoproteïnen, het VLDL, en stuurt deze via de bloedbaan naar andere plaatsen in het lichaam waar vet nodig is: bijvoorbeeld in de spieren om energie te leveren. Het VLDL dat niet gebruikt wordt, blijft in de bloedbaan en wordt via een ingewikkeld proces omgezet in het LDL. Daarnaast speelt het HDL, dat in de lever en darm wordt gemaakt, ook een belangrijke rol. LDL- en HDL-deeltjes worden door de lever weer opgenomen.

Verschillende lipoproteïnedeeltjes in een bloedvat. HDL- en LDL-deeltjes kunnen door de binnenbekleding van een bloedvat dringen. 1. Bloedvatwand; 2. Binnenbekleding bloedvat (endotheel); 3.Chylomicron.


Onder normale omstandigheden moet er een evenwicht zijn tussen de hoeveelheid triglyceriden en cholesterol die door de lever wordt opgenomen en de hoeveelheid die wordt afgegeven. De lever kan dit evenwicht zelf regelen door bijvoorbeeld de opname van lipoproteïnen tijdelijk te veranderen of door zelf de aanmaak van cholesterol stop te zetten. Dit is echter een wankel evenwicht dat verstoord kan raken wanneer de voeding te veel verzadigd vet bevat of wanneer iemand lijdt aan een bepaalde aandoening, zoals suikerziekte.

Veel vet verhoogt het cholesterolgehalte
Aan de hand van het bovenstaande kunnen we verklaren waarom het eten van veel vet het cholesterolgehalte van het bloed verhoogt. Zoals eerder gezegd neemt de darm veel triglyceriden op uit de voeding. Dit komt via chylomicronen in de lever terecht. Omdat de samenstelling van de lipoproteïnen constant moet zijn, zal de lever voor een bepaalde hoeveelheid triglyceriden een vaste hoeveelheid cholesterol aan de lipoproteïnedeeltjes toevoegen. Dit cholesterol wordt door de lever zelf gemaakt. Dus aanbod van grote hoeveelheden triglyceriden aan de lever (door veel vet te eten) zorgt er direct voor dat het cholesterolgehalte van het bloed stijgt. Bovendien wordt dehoeveelheid cholesterol die de lever in de lipoproteïnedeeltjes verpakt ook nog eens bepaald door de soort triglyceriden: hoe meer verzadigd de triglyceriden zijn, des te meer cholesterol de lever erbij stopt. Bij een te hoog cholesterolgehalte van het bloed spreken we van hypercholesterolemie, bij een te hoog vetgehalte van het bloed van hypertriglyceridemie. In het algemeen heet de afwijking van het vet- of cholesterolgehalte in het bloed een dyslipidemie.

Schematisch overzicht van de wijze waarop de stofwisseling van lipoproteïnen plaatsvindt.





verder




Cholesterol, zorg dat je goed zit

Auteur(s)
John J.P. Kastelein en Joep Defesche

Prijs: € 14,99
ISBN: 9789491549199