Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
 
In samenwerking met :  

Stichting Pijn-Hoop


lettergrootte: A  A  A
Aangezichts- en hoofdpijn

Bij hoofdpijn en gelaatspijn moet uitvoerig onderzoek plaatsvinden door eventueel huisarts, neuroloog, KNO-arts, oogarts, tandarts, kaakchirurg, anesthesioloog, psycholoog en psychiater. De behandeling die het pijnteam in een pijnpolikliniek bij hoofdpijn/gelaatspijn toepast, is voor een groot gedeelte zuiver op de pijn gericht en minder op de directe oorzaak. Daarom moet onderzoek plaatsvinden om een diagnose te stellen of om die uit te sluiten.
Het is af te raden om patiënten met aanhoudende hoofdpijn primair te behandelen voor de pijnklachten. De arts die in de pijnkliniek werkt, moet patiënten met hoofdpijn die onvoldoende zijn nagekeken, dan ook verwijzen ter evaluatie en diagnosestelling.
Voor de behandeling van neuropathische pijn in aangezicht en hoofd, zijn twee middelen geregistreerd, te weten pregabaline en carbamazepine (de laatste voor de indicaties trigeminus- en glossofaryngeale neuralgie).

Migraine
Migraine is meer dan alleen een pijnsyndroom. Behandeling hiervan behoort bij de neuroloog.

Trigeminusneuralgie
Trigeminusneuralgie herkent men doordat aan een zijde van het aangezicht of van de kaak een plek aanwezig is die bij het aanraken een gigantische pijnscheut veroorzaakt. De pijn is te beschouwen als neuropathische pijn en de behandeling is primair met de middelen uit stap 1 van de neuropathische pijnbehandelingsmiddelen uit het vorige hoofdstuk. Dit schiet in een aantal gevallen tekort en dan moet snel worden overgegaan op meer ingrijpende technieken.
Bij patiënten die lijden aan de klassieke pijn (neuralgie) van de aangezichtszenuw (trigeminuszenuw) kan de allesbeheersende pijn bestreden worden met een hittebeschadiging door middel van hoogfrequente stroom de (zogenaamde Rf-laesie) in de zenuwknoop (het 'ganglion Gasseri').
Deze blokkadetechniek is echter alleen mogelijk bij de onderkaaks- en bovenkaakstak van de aangezichtszenuw, de nervus trigeminus. Bij uitschakeling van de oogtak bestaat de kans dat het hoornvlies van het oog ongevoelig wordt, met alle gevolgen van dien: uitdroging of beschadiging omdat vuiltjes en dergelijke niet meer gevoeld worden.
Deze blokkadetechniek moet pas worden uitgevoerd als is gebleken dat medicamenteuze therapie met behulp van de neuropathische pijnbestrijdingsmiddelen (stap 1) pregabalin (Lyrica), gabapentin (neurontin), carbamazepine (Tegretol) en eventueel andere middelen als baclofen (Lioresal) geen resultaat had. Sommige patiënten worden zelfs suïcidaal van de pijn. Het slagen van een dergelijk blok betekent dus een sterke verbetering van de kwaliteit van leven.
Andere behandelingsmogelijkheden zijn de neurochirurgische operatie volgens Janetta of bestraling van het ganglion Gasseri volgens een nauwkeurige techniek, de zogenaamde 'gamma knife surgery'.

Spanningshoofdpijn
Spanningshoofdpijn is een slecht gedefinieerd syndroom. Andere namen ervoor zijn: tension headache, muscle contraction headache of cephalgia 'psychomyogenica'.
De belangrijkste eigenschappen van deze vorm van hoofdpijn zijn: een drukkend bandgevoel om het hoofd, van een milde tot matige intensiteit. De pijn kan aan beide kanten voorkomen op verschillende plekken en neemt niet toe bij inspanning. Bij onderzoek kan men een duidelijk verhoogde spierspanning voelen in de aangedane spieren. Is er verhoogde spierspanning, dan kunnen benzodiazepinen een belangrijke verlichting geven.
Vaak is de patiënt angstig of depressief. In enkele gevallen gaat de pijn gepaard met misselijkheid of overgevoeligheid voor licht.
Therapie: paracetamol en/of NSAID's, tricyclisch antidepressivum, benzodiazepine, TENS, psychologische ontspanningstherapieën zoals relaxatie, hypnose, biofeedback.

Clusterhoofdpijn
Clusterhoofdpijn (cluster headache) ervaart men aan één kant van het hoofd, meestal in en om het oog. De pijn kan echter uitstralen naar het voorhoofd, de zijkant van de schedel, het gezicht, het oor of de nek. De pijn is borend tot stekend van karakter en wordt als ernstig aangegeven. Tranenvloed, het rood worden van het oogwit, opzwellen van het neusslijmvlies, loopneus, zweetvorming op het voorhoofd, een nauwe pupil of een hangend ooglid kunnen bij clusterhoofdpijn voorkomen.
De therapie van clusterhoofdpijn kan bestaan uit behandeling met carbamazepine (Tegretol), ergotamine, sumatriptan (Imigran), corticosteroïden, methysergide (Deseril), calciumblokkers (bijvoorbeeld Adalat of Isoptin), lithiumcarbonaat, TENS, zuurstoftherapie en eventueel een zenuwblokkade. Goede resultaten zijn verkregen met het zogenaamde ganglion sphenopalatinum-blok. Hierbij wordt vanuit de zijkant van de wang een elektrode ingebracht naar deze zenuwknoop, waarna de elektrode door middel van radiofrequente stroom kortdurend verhit wordt.

Plaatsing van de injectienaald voor het zogenaamde ganglion sphenopalatinum-blok.


Myofasciale pijn
Myofasciale pijn is pijn die veroorzaakt wordt door abnormale spierspanning in de aangedane gebieden. In een aantal gevallen kan een slecht functioneren van het kaak- en kauwsysteem de pijn veroorzaken. Dan moet de tandarts of kaakchirurg de behandeling van deze 'temporo-mandibulaire dysfunctie' uitvoeren.
Is behandeling van de oorzaak niet mogelijk, dan zijn 'triggerpoint'-injecties, relaxatietherapie en TENS de belangrijkste therapeutische interventies op de polikliniek anesthesiologie. Triggerpoint-injecties zijn injecties op de plaatsen waar de patiënt bij druk de meeste pijn voelt. Het plaatselijk inspuiten met 1-2 ml lidocaine 1-2% direct in de triggerpunten kan, als dit om de 2-3 dagen wordt toegepast, goede resultaten geven.

Achterhoofdspijn
Achterhoofdspijn kan verminderd worden door een serie van drie blokkades van de achterhoofdszenuw met een plaatselijke verdoving en een corticosteroïd. Eventueel kan een definitieve blokkade overwogen worden met behulp van verhitting of bevriezing.

Posttraumatische hoofdpijn en hoofdpijn met psychologische oorsprong
Hoofdpijn kan ook een psychologische oorsprong hebben. Na een trauma (en dat kan ook een medische ingreep zijn) kan een chronisch hoofdpijnsyndroom ontstaan. De pijn zit aan beide kanten van het hoofd en heeft een dof en drukkend karakter. Bij inspanning neemt de pijn toe. Psychologische ondersteuning is in de meeste gevallen gewenst.

Aangezichtspijn
Aangezichtspijn kan optreden na een medische ingreep, zoals na operaties aan de neusbijholten of tandheelkundige ingrepen. Bij gedeeltelijke zenuwbeschadigingen kan er voor de patiënt een onacceptabele pijn ontstaan. De huid reageert gevoelig op aanrakingen, terwijl er bovendien een veranderde gevoelsbeleving of zelfs gevoelloosheid kan optreden.
Toepassing van TENS, het voorschrijven van pijnstillers ter bestrijding van neuropathische pijn (stap 1 of 2) of triggerpoint-injecties zijn de belangrijkste behandelingsmethoden bij aangezichtspijn, evenals injecties in het gebied van de aangedane zenuw. Als een dergelijke pijn in de bovenkaak optreedt, kan een serie zenuwblokkades aan de bovenkaak, de zogenaamde 'nervus infraorbitalis blokkades', de pijn doen verminderen, maar niet de eventueel opgelopen gevoelloosheid.

Chronische pijn als gevolg van kanker
In het hoofd-halsgebied kan een kwaadaardig gezwel ernstige pijn veroorzaken. Nauwkeurig onderzoek naar het type pijn is noodzakelijk.
Ingroei van zenuwen kan leiden tot neuropathische pijnen. Neuropathische (zenuw)pijn reageert vrijwel niet op NSAID's. Pregabaline is specifiek voor dit soort pijnen geregistreerd, maar ook andere middelen kunnen worden toegepast, zoals anti-epileptica (gabapentine, carbamazepine), tricyclische antidepressiva (amitryptiline), benzodiazepinen, opiaten (methadon, fentanylpleister) en TENS.
Bij terminale patiënten kan een katheter in de nek of rug ingebracht worden, om de patiënten continu morfine toe te dienen. De benodigde dosering opiaten is bij deze vorm van toediening aanzienlijk lager, zodat een adequate pijnbestrijding kan plaatsvinden met minder bijwerkingen dan bij orale inname van de opiaten. Bovendien hebben sommige patiënten met een tumor in het hoofd-halsgebied moeite om de medicamenten via de mond in te nemen.




terug verder