|
|
Therapie Chronische buikpijn vereist in een aantal gevallen een interdisciplinaire samenwerking. Stel, de chirurg en de internist besluiten tot verwijzing naar een polikliniek om de pijn te laten behandelen. Dan moeten zij bij het allereerste contact met de patiënt overwegen om bij chronische buikpijn door een niet-kwaadaardige aandoening of zonder duidelijke oorzaak, ook een psychologisch onderzoek en begeleiding voor te schrijven. Het is voor patiënt en psycholoog overigens erg vervelend als er alleen verwezen wordt naar de psycholoog als 'er verder geen therapeutische mogelijkheden meer voorhanden zijn'. Een uitspraak als 'het zit toch tussen de oren' is natuurlijk volstrekt misplaatst. Chronische buikklachten kunnen evenals alle andere vormen van chronische pijn psychische klachten veroorzaken en psychische klachten kunnen ook tot uiting komen via buikklachten. Chirurgische behandeling Chronische alvleesklierontsteking, kwaadaardige aandoeningen in de buik, vergroeiingen in de buikholte en stoornissen in de voortstuwende werking van het darmstelsel, kunnen in een groot aantal gevallen chirurgisch worden behandeld. Medicijnen Voor de pijnbestrijding van buikpijn van niet-kwaadaardige aard met medicijnen worden stap 1 en 2 van het stappenplan (hoofdstuk 'Algemene behandelingsmethoden van pijn') toegepast. Bij neuropathische pijn in de buikwand door zenuwbeschadiging, kunnen de neuropathische (zenuw)pijnbehandelingsmiddelen worden toegepast, zoals het specifiek hiervoor geregistreerde pregabaline, anti-epileptica (zoals gabapentine, depakine en clonazepam) en tricyclische antidepressiva (zoals amitryptiline, nortryptiline, imipramine, desipramine, clomipramine en doxepine). Ook kan TENS worden toegepast: op of in de omgeving van de pijnlijke plaats. Bij medicamenteuze bestrijding van buikpijn door een kwaadaardige aandoening moeten pijnstillende geneesmiddelen worden voorgeschreven aan de hand van pijnmeting volgens de drie stappen van het inmiddels bekende stappenplan. Bij de keuze van een NSAID in de eerste fase moet men bij het voorschrijven rekening houden met mogelijke bijwerkingen, zoals maag-darmbloedingen. Daarnaast kunnen medicijnen worden toegepast die niet in eerste instantie een pijnstillende werking hebben, maar door hun werking toch tot pijnstilling kunnen leiden. Voorbeelden zijn middelen tegen darmkrampen (spasmolytica), waarbij door het opheffen van de kramp de buikpijn verdwijnt, anxiolytica en slaapmiddelen waardoor de pijndrempel verhoogd kan worden, en tricyclische antidepressiva of anti-epileptica ter bestrijding van neuropathische pijn. In fase 2 kunnen tramadol en codeïne worden gebruikt als zwakwerkende opiaten. Codeïne is bij aandoeningen van het maag-darmstelsel minder gewenst, omdat het een relatief geringe pijnstillende werking heeft bij een grote kans op obstipatie (darmverstopping). Bij de sterkwerkende opiaten, in fase 3, kan ook verstopping optreden; bij het gebruik van de pijnpleister met fentanyl is hier minder kans op. Biedt stap 3 bij een kwaadaardige pijn geen soelaas meer, dan kan spinale pijnbestrijding worden overwogen. De belangrijkste definitieve zenuwblokkades bij ernstige buikpijn, (meestal) als gevolg van een kwaadaardig proces, zijn de plexus coeliacus blokkade, de plexus hypogastricus superior blokkade en het 'lower end block' (zie ook het hoofdstuk 'Pijn bij kanker'). |
Altijd pijn: wat is hier aan te doen? In Nederland kampen ongeveer 2 miljoen mensen met chronische pijn. Reden genoeg voor Inmerc om een boek uit te geven dat ingaat op verschillende manieren van pijnbestrijding bij chronische pijn: Altijd pijn: wat is hieraan te doen? Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |







