In samenwerking met :  

Nationaal PijnFonds


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Posttraumatische Dystrofie (PD)

Posttraumatische Dystrofie is klinisch veel belangrijker dan causalgie omdat het veel vaker voorkomt en op grote schaal mensen invalide maakt! Anders dan bij causalgie is er bij Posttraumatische Dystrofie geen sprake van aantoonbaar zenuwletsel. Daarnaast kan Posttraumatische Dystrofie langer na het trauma optreden, zelfs pas na enkele dagen of weken.
De symptomen kunnen langzaam maar voortdurend verergeren, dit in tegenstelling tot het meer heftige beloop bij causalgie.
Herkenning en behandeling zijn essentieel en bepalen de prognose voor de patiënt.
Het klinisch beeld manifesteert zich meestal aan het uiteinde van het ledemaat en kan daarna 'opkruipen' naar de romp toe. Dit laatste kan men waarnemen bij Posttraumatische Dystrofie aan de hand of pols, waarbij zich in een aantal gevallen, na verloop van tijd schouderklachten ontwikkelen (schouder-handsyndroom). De symptomen verergeren vaak na inspanning, vooral als de pijndrempel wordt overschreden. Dit geeft de patiënt de neiging om het aangedane ledemaat minder vaak te bewegen en het te ontzien.





Drie perioden
Bij het PD-syndroom kunnen drie perioden worden onderscheiden, maar ze hoeven niet altijd alledrie doorlopen te worden. Bovendien kunnen de fasen vloeiend in elkaar overlopen.
In de eerste, de acute fase, staan ontstekingsachtige verschijnselen op de voorgrond:
- brandende pijn (dolor);
- toegenomen doorbloeding van de extremiteit, die tot een hogere temperatuur leidt (calor);
- kleurverandering, meestal roodheid (rubor);
- versnelde haar- en nagelgroei;
- droge, klamme huid;
- bewegingsbeperking (functio laesa);
- aderen op de extremiteit zijn niet meer zichtbaar;
- lokaal, zacht, sponsachtig oedeem (tumor).
Na twee tot drie maanden nemen de symptomen van de acute fase af en gaat het beeld over in de subacute fase. Naast de nog aanwezige brandende pijn treden op:
- verminderde doorbloeding die tot een lagere temperatuur leidt;
- verminderde haargroei, brokkelige nagels;
- verhoogde zweetvorming aan het aangedane ledemaat (hyperhidrose);
- bleekblauwe kleur;
- oedeem;
- bewegingsbeperking van het hele ledemaat;
- extra gevoeligheid of pijn na aanraken, spontane pijn in rust, of opwekbaar (toename van pijn tijdens en na belasten).
De chronische fase is de derde fase. Meestal begint deze zes tot negen maanden na het letsel. De symptomen van de acute fase zijn dan praktisch verdwenen. Het eindstadium wordt bereikt:
- minder brandende pijn dan in de voorafgaande fasen;
- minder temperatuurverschil dan in de voorafgaande fasen;
- dunner worden van de spieren (atrofie);
- gladde, droge glanzende huid met afname van het onderhuidse vetweefsel;
- plaatselijke tot meer uitgebreide botontkalking van het aangedane lichaamsdeel (osteoporose).

De diagnose Posttraumatische Dystrofie
De diagnose Posttraumatische Dystrofie (PD) wordt gesteld op basis van het navragen van de klachten en de voorgeschiedenis van de patiënt, gevolgd door onderzoek in de spreekkamer. Er bestaat geen klinische test waarmee men de diagnose kan stellen. De diagnose kan gesteld worden als vier van de vijf volgende symptomen aanwezig zijn:
1. Onverklaarbare diffuse pijn.
2. Kleurveranderingen ten opzichte van het andere ledemaat.
3. Zwelling.
4. Temperatuursveranderingen ten opzichte van het andere ledemaat.
5. Verminderde actieve bewegingsmogelijkheden (active range of motion).

Op het moment dat we het aangedane ledemaat gebruiken of daarna, treden bovenstaande symptomen op of nemen ze toe. De symptomen verspreiden zich over een groter gebied dan men van het oorspronkelijke trauma verwachtte. Er kan aanvullende diagnostiek uitgevoerd worden, maar deze is niet in staat om de diagnose PD te bevestigen of te ontkrachten. Aanvullende diagnostiek kan onder andere bestaan uit het maken van röntgenfoto's, EMG of MRI.
Bij het bestaan van PD moet worden nagegaan of er geen factoren aanwezig zijn die PD in stand houden, zoals een niet-genezen botbreuk.
Posttraumatische Dystrofie komt in 77-85% van de gevallen voor na een trauma. De ernst van het letsel staat niet in verhouding tot de incidentie, de ernst en het verloop van dit syndroom: fracturen, kneuzingen, snijwonden en zelfs speldenprikken kunnen tot PD leiden. De frequentie waarin PD na fracturen voorkomt, wordt geschat op 1 à 2%. Vooral de polsfractuur is berucht (7%).
Ook medische ingrepen kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een PD: het inbrengen van een infuus, het aanprikken van een grote zenuw, de pijn die een injectie met een irriterende vloeistof kan teweegbrengen.
Verschillende ziekten en aandoeningen zoals hartinfarct, hersenbloeding (cerebrovasculair accident), of multiple sclerosis kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van het PD-beeld.

De oorzaken van Posttraumatische Dystrofie
Vele onderzoekers hebben geprobeerd een eenduidige theorie op te stellen waarmee de PD-verschijnselen verklaard kunnen worden. De meeste verklaringen zijn echter onvolledig en richten zich vooral op deelaspecten van de klacht. Er zijn vier belangrijke theorieën:

1. Theorie van de verhoogde sympathische activiteit.
Deze theorie veronderstelt dat het sympathisch zenuwstelsel een verhoogde activiteit vertoont als gevolg van zenuwbeschadiging. Ook zouden bij lokale beschadiging van zenuwtakjes 'kortsluitingen' tussen verschillende soorten zenuwvezels ontstaan. Hierdoor zouden onder andere pijn en ontregeling van de doorbloeding kunnen ontstaan.
Deze theorie leverde de benaming Sympathische Reflex Dystrofie en vindt internationaal gezien veel aanhang. Recentelijk is deze theorie echter ter discussie komen te staan vanwege onderzoeksresultaten die eerder wijzen op een verlaagde activiteit van het sympathisch zenuwstelsel.

2. Theorie van de abnormale steriele ontstekingsreactie.
Posttraumatische Dystrofie wordt mogelijk veroorzaakt door een uit de hand gelopen niet-bacteriële ontstekingsreactie. Tijdens een ontstekingsreactie komen vrije zuurstofradicalen vrij. Door nog onbekende oorzaak zou de ontstekingsreactie na een trauma bij PD-patiënten uit de hand lopen, waardoor een verstoring van het evenwicht tussen de hoeveelheid geproduceerde vrije radicalen en de afbraak ervan zou ontstaan. Daardoor zou dan gezond weefsel worden aangetast, wat de ontstekingsverschijnselen weer in stand houdt. Deze theorie werd al aangestipt door Paul Sudeck aan het einde van de 19e eeuw. Vooral de verschijnselen in het beginstadium van de aandoening doen aan een ontstekingsreactie denken: roodheid, zwelling, pijn, warmte en gestoorde functie.

3. Theorie van het 'activiteitsgerelateerde' ontstaan.
Men vermoedt dat zowel te sterke als te lage belasting Posttraumatische Dystrofie in de hand zou kunnen werken. Te sterke belasting zou pijn en weefselschade kunnen veroorzaken, waardoor Posttraumatische Dystrofie ontstaat of in stand wordt gehouden. Anderzijds zou (relatieve) inactiviteit kunnen leiden tot verschijnselen als atrofie. Dit laatste openbaart zich echter vaak pas in een verder gevorderd stadium van de klacht. Voor beide geldt dat belastbaarheidsgrenzen veelal individueel bepaald zijn, en afhankelijk zijn van de ernst van de aandoening. Er zijn geen gegevens uit de literatuur bekend waaruit blijkt dat inactiviteit of overactiviteit Posttraumatische Dystrofie zouden kunnen veroorzaken.


4. Theorie van de psychologische oorsprong.
Er is geen directe aanduiding dat Posttraumatische Dystrofie een psychologische oorsprong zou hebben.



terug verder




Altijd pijn: wat is hier aan te doen?

In Nederland kampen ongeveer 2 miljoen mensen met chronische pijn. Reden genoeg voor Inmerc om een boek uit te geven dat ingaat op verschillende manieren van pijnbestrijding bij chronische pijn: Altijd pijn: wat is hieraan te doen?

Auteur(s) : Prof. dr. W.W.A. Zuurmond
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066119529

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.