Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
 
In samenwerking met :  

Stichting Pijn-Hoop


lettergrootte: A  A  A
Fantoompijn

Na een traumatische of heelkundige amputatie van een lichaamsdeel kunnen patiënten lijden aan stomppijn, fantoomgevoel of fantoompijn (in het Vlaams ook wel spookpijn genoemd). Stomppijn is een hardnekkige pijn in het gebied van de amputatiestomp, die bij beweging of weersverandering kan verergeren. Stomppijn kan verschillende oorzaken hebben:
- ischemie (bloedleegte) van de stomp;
- osteomyelitis (ontsteking van beenmerg);
- nieuwvorming van bot;
- een slecht passende prothese;
- infectie;
- zenuwbeschadiging ter plaatse.
De vorming van neuroma's (nieuwe zenuwknopen) en/of perifere partiële zenuwbeschadiging kan leiden tot pijn die ontstaat doordat de aanvoerende prikkels uit het 'spookledemaat' gestoord zijn of ontbreken. Voor de behandeling is het noodzakelijk om nauwkeurig de oorzaak vast te stellen.

Fantoomgevoel
Fantoomverschijnselen kunnen zich voordoen als fantoomgevoel en als fantoompijn. Bij fantoomgevoel ervaart de patiënt het geamputeerde lichaamsdeel nog als aanwezig. Patiënten hebben het idee dat zij het niet-bestaande lichaamsdeel nog actief kunnen bewegen; zij kunnen het stoten en hebben soms het gevoel dat het aangeraakt kan worden. Deze voor de patiënt vreemde sensaties kunnen verdeeld worden in:
- het ruimtelijk ervaren van het virtuele bestaan van het geamputeerde lichaamsdeel (kinesthetisch fenomeen);
- het gevoel hebben dat men het fantoom kan bewegen (kinetisch fenomeen);
- het ervaren van gevoelssensaties (exteroceptief fenomeen).

In de loop van de tijd kan het fantoomgevoel verminderen of kan de virtuele lengte van het fantoom afnemen, het zogenaamde 'telescoopfenomeen'.
Bij aangeboren afwijkingen, waarbij ledematen niet of ten dele afwezig zijn, kan ook fantoomgevoel optreden. Voor de patiënt is 'gevoel hebben in een lichaamsdeel dat er niet is' een vreemde ervaring. Het is belangrijk dat de arts hierbij uitleg geeft en duidelijk maakt dat het een veelvoorkomend verschijnsel is.

'Spookpijn'
Bij fantoompijn of 'spookpijn' ervaart de patiënt pijn in een niet-aanwezig deel van het lichaam. De pijn kan zo hevig zijn dat de patiënt depressief en suïcidaal wordt. Het karakter wordt vaak omschreven als krampend, brandend, stekend, knijpend en schietend en de ernst kan variëren van mild tot ondraaglijk.
Fantoompijn kan optreden als een 'herinnerings'pijn van gebeurtenissen die vroeger in het geamputeerde ledemaat hebben plaatsgevonden: eerdere verwondingen of beschadigingen zoals pijn van zweren, ingegroeide teennagels, gangreen, blaren, likdoorns en littekens. Deze verwondingen of beschadigingen kunnen al jaren geleden genezen zijn. Toch kan dezelfde pijn zich weer voordoen in het fantoom. Ook na het trekken van tanden of kiezen, dwarslaesie, verwijdering van endeldarm, blaas, baarmoeder, genitaliën of borstamputaties kunnen dergelijke fenomenen optreden. Vooral bij dit laatste treedt veelal fantoompijn op, maar patiënten hebben vaak schroom om daar over te spreken.

Preventie
Tegenwoordig wordt veel aandacht besteed aan de preventie van fantoompijn. Volgens de theorie dat fantoompijn een 'herinneringspijn' zou zijn en het feit dat vroege pijnbestrijding pijn in een latere fase zou voorkomen, is speciale aandacht besteed aan de pijnbestrijding vóór de amputatie. Fantoompijn zou mogelijk afnemen door anesthesiologische zenuwblokkades vóór de operatie. Diverse onderzoekers konden met deze methode echter geen enkel positief resultaat constateren.
Een sluitende verklaring voor het ontstaan van fantoompijn is er niet. In ieder geval is onomstotelijk vastgesteld dat de oorzaak van fantoompijn niets te maken heeft met ernstige psychische afwijkingen. Zoals echter bij elke chronische pijn kunnen psychologische invloeden wel de pijn en pijnervaring beïnvloeden.
Waarschijnlijk ligt de oorzaak in zowel het perifere als centrale zenuwstelsel. Voor een meer centrale oorzaak pleit de waarneming dat bij een patiënt fantoompijn verdween na een herseninfarct in het pijnregulerende centrale (thalamocorticale) systeem.

Therapie
Door het ontbreken van een sluitende verklaring en het geringe succes van de behandelingen zijn er meer dan vijftig therapieën voor fantoompijn beschreven.
Als medicamenteuze therapie moet behalve paracetamol en NSAID's de neuropathische pijnbehandelingsmiddelen uit stap 1, te weten pregabaline, specifiek geregistreerd voor deze pijn en anti-epileptica en tricyclische antidepressiva worden voorgeschreven. Het voorschrijven van zwak- en sterkwerkende opiaten bij fantoompijn valt te overwegen, maar bij het instellen van de therapie moet goed opgelet worden of de fantoompijn wel reageert op de voorgeschreven medicatie.
TENS kan bij fantoompijn goede resultaten opleveren, evenals fysiotherapie.
Over acupunctuur bestaat geen eenstemmigheid: het kan enerzijds een duidelijk positief effect hebben, maar kan anderzijds de pijn verergeren.
Psychologische begeleiding is bij fantoompijn vaak gewenst, vooral bij wijze van ondersteuning.
Bij ernstige therapie-ongevoelige fantoompijnen kan de zogenaamde 'dorsal root entry zone lesion' (DREZ-laesie) overwogen worden. Bij deze neurochirurgische ingreep wordt met behulp van een dunne elektrode tijdens de operatie een aantal beschadigingen aangebracht bij de intreeplaatsen van de pijngeleidende zenuwen aan de achterzijde van het ruggenmerg.

Andere vormen van neuropathische pijn en centrale pijn
Neuropathische pijn kan voorkomen na operaties en verwondingen. Littekens na hartoperaties, na gynaecologische ingrepen, breukoperaties en zenuwletsels na glasverwondingen kunnen ernstige pijn veroorzaken. De pijn wordt als brandend of stekend beschreven en vaak is er ook sprake van 'aanrakingspijn'.
De medicamenteuze therapie bij neuropathische pijn bestaat uit stap 1 t/m 3 van het stappenplan (hoofdstuk 'Algemene behandelingsmethoden van pijn'), met speciale aandacht voor de co-analgetische medicatie.
TENS moet altijd overwogen worden, evenals fysiotherapie en ergotherapie.
Blokkades beperkt men bij neuropathische pijn tot lokale injecties.
Centrale pijn is een vorm van vrijwel onbehandelbare pijn. Als gevolg van een beschadiging in het centrale zenuwstelsel zelf treedt pijn op. Toch moet gekeken worden of behandeling met medicijnen volgens het stappenplan effectief kan zijn. Wel moet bij gebleken onwerkzaamheid van de pijnstiller de medicatie gestaakt worden.




terug verder