Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
 
In samenwerking met :  

Stichting Pijn-Hoop


lettergrootte: A  A  A
Gordelroos (herpes zoster)

Gordelroos is een virusinfectie waarbij een rode uitslag met blaasjes ontstaat in het verzorgingsgebied van een of meer zenuwwortels aan één kant van het lichaam. Het virus is verwant met het waterpokkenvirus; na het verdwijnen van de roodheid en de blaasjes lijkt het virus zich terug te trekken in het zenuwweefsel. De acute vorm van gordelroos kan veel pijn veroorzaken in het aangedane gebied. De pijn is neuropathisch van karakter en treedt op bij 25-50% van de patiënten ouder dan 50 jaar.

Therapie
De therapie van de acute gordelroos bestaat uit:
1. Bestrijding van de symptomen, waaronder pijn met behulp van crèmes of zalven, antibiotica bij het ontstaan van infectie, antihistaminica (anti-allergiemiddelen), corticosteroïden en pijnstillers volgens het stappenplan (zie hoofdstuk 'Algemene behandelingsmethoden van pijn').
2. Antivirale therapie met behulp van aciclovir, famiclavir en valaclavir.
3. Zenuwblokkades: epiduraal met lokaalanesthetica (al dan niet met corticosteroïden) en sympathisch met lokaalanesthetica (al dan niet met corticosteroïden). Bij de epidurale techniek wordt in de ruimte rondom het ruggenmerg een injectie gegeven met een verdovende vloeistof, gecombineerd met een corticosteroïd. Bij hevige pijn werkt dit onmiddellijk en het vermoeden bestaat dat een dergelijke injectie ook zou helpen bij het voorkomen van ernstige pijn na het verdwijnen van huidsymptomen.
Een dergelijke injectie zou binnen twee of drie weken na het zien van de blaasjes toegediend moeten worden. Bij gordelroos in het gelaat wordt wel aanbevolen om de grote zenuwknoop van de aangezichtszenuw, het ganglion Gasseri, in te spuiten met corticosteroïden. In de hals zou de grote zenuwknoop van het sympathische systeem, het ganglion stellatum, ingespoten kunnen worden met corticosteroïden, gemengd met een verdovende vloeistof. Een groot onderzoek van de Universiteit Utrecht heeft echter uitgewezen dat deze methodieken weinig effectief zijn.

Na het verdwijnen van de blaasjes kunnen hevige pijnklachten optreden in het gebied waar oorspronkelijk de huiduitslag aanwezig was, de zogenaamde postherpetische pijn. Kleren zijn op de desbetreffende plaatsen moeilijk te verdragen, en bij pijn in het gelaat kan wind soms pijnklachten veroorzaken. De hevige pijnklachten treden vooral op bij ouderen en dit kan leiden tot niet meer willen eten, verwaarlozing, depressiviteit en zelfs suïcidaliteit. Het instellen van therapie ter bestrijding van pijn is dan dringend gewenst.
De behandelingsmogelijkheden zijn:
- TENS.
- Met medicijnen volgens stap 1 en 2 (neuropathische pijnen) van het stappenplan (hoofdstuk 'Algemene behandelingsmethoden van pijn'). Het gebruik met sterkwerkende opiaten moet goed bewaakt worden. Helpen deze niet, dan moet er geen hogere dosering worden voorgeschreven, maar moet de behandeling worden gestaakt.
Behalve de neuropathische pijnstillers kunnen voorgeschreven worden:
- Zalven met capsaicine 0,025% in cremor lanette, lidocaïne 3%, lidocaine-prilocaine crème (EMLA) of DMSO 25-50%.
- Vloeistof met aspirine 3 gram in 100 ml ethylalcohol.
Deze op de pijnlijke huid aan te brengen middelen kunnen verlichting geven.
Het capsaicine is afkomstig van de Spaanse peper en kan, voordat de pijnstilling optreedt, eerst een verergering van de brandende sensaties geven. Als zenuwblokkade kan gedacht worden aan lokale injectie met lokaalanesthetica (al dan niet met corticosteroïden). De epidurale injectie lijkt geen effect meer te hebben bij postherpetische pijn. Ook andere zenuwblokkades moeten worden afgeraden.




terug verder