|
|
Meetvariabelen Pijngedragingen kunnen op verschillende manieren worden gemeten. Een aantal meetparameters zijn: - Aantal uren dat de patiënt per etmaal op bed doorbrengt. - Geneesmiddelengebruik, welke en hoeveel. - A(ctiviteiten) D(agelijks) L(even)-niveau. Bij chronische-pijnpatiënten kan het bijhouden van een pijndagboek veel informatie over pijnbeleving en pijngedrag opleveren. Op voorgedrukte bladen kan de patiënt per dag opschrijven wat hij of zij deed (slapen, liggen, zitten, lopen), en kan hij of zij de pijnscore en het geneesmiddelengebruik noteren. De voordelen hiervan zijn dat bij bezoek aan de behandelende arts het verslag van de pijn niet beïnvloed wordt door de pijn die de patiënt onlangs leed. Verder geeft het een beeld van het activiteitenpatroon van de patiënt en de invloed van pijn hierop. Het bijhouden van het dagboek is eenvoudig en geeft een indruk van het gedrag van de patiënt thuis. Een nadeel kan zijn dat door het bijhouden van het dagboek de patiënt te veel geconfronteerd wordt met zijn pijn en pijnbeleving. Bovendien vult de ene patiënt het dagboek waarschijnlijk trouwer en preciezer in dan een andere. ![]() ![]() Om de gelaatsuitdrukking van de patiënt weer te geven maakt men wel gebruik "gezichtjes". Voor meting van pijn bij kinderen worden de zogenaamde "smiley-zonnetjes" gebruikt. |
Altijd pijn: wat is hier aan te doen? In Nederland kampen ongeveer 2 miljoen mensen met chronische pijn. Reden genoeg voor Inmerc om een boek uit te geven dat ingaat op verschillende manieren van pijnbestrijding bij chronische pijn: Altijd pijn: wat is hieraan te doen? Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |










