Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
 
In samenwerking met :  

Stichting Pijn-Hoop


lettergrootte: A  A  A
Rugpijn

Bijna iedereen heeft wel eens rugpijn. 80% van de werkende bevolking is wel eens thuisgebleven in verband met rugklachten. Gaat deze pijn niet binnen vier tot zes weken over, dan lijkt er sprake te zijn van chronische rugklachten.
Chronische rugklachten belemmeren de patiënt in zijn dagelijks functioneren en in de kwaliteit van leven. In de Verenigde Staten vormen de kosten als gevolg van rugklachten een van de hoogste posten op de begroting van de ziektekosten. Bij het ontstaan van rugklachten is helaas niet te voorspellen of deze chronisch kunnen worden.
Bij iemand met rugklachten moet allereerst een goed onderzoek plaatsvinden.
Het is natuurlijk onzinnig om een patiënt met rugklachten en uitvalsverschijnselen als gevolg van een duidelijk aantoonbare hernia met pijnstillers te behandelen zonder een gedegen onderzoek door een neuroloog. Pas wanneer is uitgesloten dat de oorzaak van chronische rugklachten te behandelen is, kan een beslissing worden genomen over pijnbehandeling in welke vorm dan ook. Overleg tussen orthopedisch chirurg, neurochirurg, neuroloog, psycholoog en anesthesioloog is noodzakelijk.
Bij degeneratieve rugklachten is er meestal eerst sprake van een gestoorde functie, gevolgd door een verergering van de pijn en toename van de instabiliteit. Klachten kunnen verminderen doordat er eventueel opnieuw stabilisatie optreedt.

Oorzaken
Rugklachten kunnen vele oorzaken hebben: aangeboren afwijkingen, ontstekingen, tumoren, slijtage, osteoporose, trauma, littekenvorming na rugoperaties, hart-vaatziekten of psychologische problemen. Ook kunnen afwijkingen op het gebied van gynaecologie, maagdarmstelsel of urinewegsysteem lage rugklachten veroorzaken.
Bij het bestaan van chronische rugklachten is een multidisciplinaire benadering van de klachten gewenst. Als klachten bijvoorbeeld al meer dan vijf tot tien jaar bestaan, is het niet juist om te denken dat ze zullen verdwijnen met een zenuwblokkade. Begeleiding op psychologisch en paramedisch gebied (fysiotherapie, ergotherapie en maatschappelijk werk) is meestal een vereiste.

Therapie
Meneer De Visser. is een 48-jarige docent. Tien jaar geleden was hij bezig zijn huis op te knappen. Bij het verzetten van een kast maakte hij een ongelukkige draai en voelde plotselinge pijn in zijn rug opkomen. Hij stopte onmiddellijk met zijn werkzaamheden in huis en had verder geen verschijnselen van verminderde spierkracht of verlies van gevoel in de benen.
De volgende dag was de pijn verergerd. Hij bezocht zijn huisarts die stelde dat het ischias was en hem pijnstillers voorschreef. Meneer De Visser kreeg ook het advies om toch in beweging te blijven.
De pijn ging niet over. De heer De Visser besloot ondanks de pijn weer te gaan werken, maar dit gaf veel problemen, vooral bij het lopen en bij lang zitten. De huisarts verwees hem na twee maanden naar de neuroloog en deze vond geen duidelijke afwijkingen, die verantwoordelijk konden zijn voor zijn pijnklachten.
Hij werd daarna verwezen naar een pijnpolikliniek en werd multidisciplinair behandeld met pijnstillers, transcutane elektrische zenuwstimulatie, zenuwblokkades en psychologische ondersteuning. De pijn werd wel minder, maar verdween nooit geheel. Door de lange perioden van afwezigheid op school is meneer De Visser afgekeurd.

De therapie bij rugpijn moet plaatsvinden na nauwkeurig onderzoek. In de loop der jaren is men voorzichtiger geworden met operatieve ingrepen, omdat een toenemend aantal mensen na de operatie klachten kreeg als gevolg van littekenvorming met druk op de uittredende zenuwen. Toch kan bij ernstige acute uitvalsverschijnselen een operatie noodzakelijk zijn.
Behandeling met medicijnen vindt plaats volgens het stappenplan uit het hoofdstuk 'Algemene behandelingsmethoden van pijn'. Omdat er vaak ook sprake is van druk op de zenuwen en daardoor van neuropathische pijn, is het voorschrijven van antidepressiva, anti-epileptica of spierontspanners gewenst. Daarbij moet duidelijk worden gemaakt dat deze middelen worden voorgeschreven om het neurotransmittersysteem te beïnvloeden en niet om depressie of epilepsie te behandelen.

Opiaten
Bij het voorschrijven van opiaten moet worden nagegaan of er een duidelijke oorzaak van de klachten is aan te wijzen. Ook moet worden gecontroleerd of bij het gebruik van opiaten de pijnbestrijding effectief is. Zo niet, dan moet deze behandeling gestaakt worden.

TENS
TENS is geschikt voor de behandeling van pijn van neurogene (zenuw-gerelateerde) en myogene (spierweefselgerelateerde) aard, zoals bij chronische lage-rugpijn. Bij neuropathische pijn moet TENS zeker overwogen worden.
Spinaalwortelletsel kan adequaat met TENS worden behandeld, indien er voldoende prikkelingen (paresthesieën) tijdens stimulering kunnen worden opgewekt. De resultaten van deze behandeling zijn op korte termijn gunstig bij 50-70% van de patiënten met chronische benigne rugpijn. Uitvoerige studies van het effect op langere termijn zijn er nog maar weinig. De behandeling met TENS is in ieder geval minder succesvol bij slecht te lokaliseren pijn en bij grote spreiding van de pijn. Gezien het weinig ingrijpende karakter van deze techniek moet deze vorm van therapie altijd overwogen worden.

Zenuwblokkades
Zenuwblokkades kan men toepassen om diagnostische, prognostische of therapeutische redenen. Om onderscheid te kunnen maken tussen lokale rugpijn of een op een ander niveau gelegen oorzaak van rugpijn, kan epiduraalanesthesie worden toegepast. Hierbij wordt in de ruimte om het ruggenmerg, de epidurale ruimte, een verdovende vloeistof ingespoten. Nadat neurologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en een operatie is uitgesloten, kan acute heftige pijn in de rug worden verlicht door een continue toediening van plaatselijk verdovende middelen via een katheter die in de epidurale ruimte is ingebracht. Een eventuele vicieuze cirkel van pijn, verhoogde spierspanning van de rugspieren en daardoor meer pijn, kan hiermee doorbroken worden. Plaatselijke verdoving in combinatie met corticosteroïden wordt ook wel in de epiduraalruimte toegediend, maar de resultaten hiervan lopen uiteen. Bij een aantal patiënten heeft dit zeker een therapeutisch effect.

Rf-laesies
Sinds 1974 kunnen zenuwen gedeeltelijk uitgeschakeld worden met behulp van radiofrequente stroom via een naaldelektrode. Deze Rf-laesies worden op zo'n manier uitgevoerd dat het bewegingsapparaat intact blijft en de zenuwen die verantwoordelijk zijn voor de pijngeleiding (selectief) uitgeschakeld worden. Rf-laesies kunnen na een succesvolle proefblokkade met een verdovende vloeistof uitgevoerd worden bij de gewrichtjes van de wervelkolom ('facetdenervatie'), de uittredende zenuwbanen ('rhizotomie') of bij het gewricht tussen het heiligbeen en het bekken.




terug verder