|
|
Onderzoeksmethoden Buiten de ziektegeschiedenis van de patiënt (de anamnese) en het lichamelijk onderzoek heeft de arts een aantal hulpmiddelen ter beschikking waarmee hij kan onderzoeken of er sprake is van COPD of astma. Stelt hij een van beide ziektebeelden vast, dan kan hij ook achterhalen in welke mate die aanwezig is. Hieronder worden de belangrijkste hulpmiddelen besproken. * De meest eenvoudige manier van meten vindt plaats met de piekstroommeter. Hiermee kan de maximale luchtstroom van de uitademing worden gemeten. Als die te laag is, kan er sprake zijn van luchtwegvernauwing. Door de eenvoud en de geringe afmetingen kan de piekstroommeter gemakkelijk worden meegenomen. De longfunctie kan daardoor gedurende enkele dagen op verschillende momenten en plaatsen (thuis-werk bijvoorbeeld) worden gemeten. De longfunctie kan namelijk per dag, tijdstip of plaats wisselen. Of de luchtwegen vernauwd zijn, kan worden gemeten met een flowmeter. Hierbij moet de patiënt zo hard mogelijk uitblazen door een mondstuk. De stroomsnelheid van de lucht die wordt uitgeblazen, wordt gekoppeld aan de tijd die voor het uitblazen nodig is. Zo kan de hoeveelheid lucht worden bepaald die in de eerste seconde na diep inademen wordt uitgeademd (de Forced Expiratory Volume = FEH1), evenals de totale hoeveelheid lucht die uitgeademd wordt (de Vitale Capaciteit, VC). Men spreekt van vernauwde luchtwegen (luchtwegobstructie) als de FEH1 te laag is ten opzichte van de VC. ![]() De piekstroommeter. * De overgevoeligheid van de luchtwegen wordt gemeten door de patiënt een prikkelende stof zoals histamine te laten inademen (histamine-provocatie test). Er wordt eerst een hele lage concentratie gegeven, daarna een steeds sterkere concentratie tot de FEH1 daalt met ten minste 20%. Naar aanleiding van deze daling wordt de concentratie of dosis berekend die deze daling geeft van precies 20%, respectievelijk de PC 20 of PD 20 histamine. * Een lichaamsplethysmograaf of bodybox is een glazen kamertje dat je kunt vergelijken met een telefooncel. Dit kamertje kan gebruikt worden om de totale hoeveelheid lucht in de longen te meten, wat vooral bij ernstige vormen van COPD en astma nuttig kan zijn. Door vernauwing en slapte van de luchtwegen kan de patiënt niet meer alle lucht uitademen, waardoor er dus meer lucht dan normaal in de longen achterblijft (hyperinflatie). Je kunt met de bodybox vaststellen hoeveel lucht er in de longen achterblijft. Verder kun je met de bodybox ook bepalen hoeveel weerstand de lucht in de luchtwegen ondervindt bij het ademen. * De meting van de diffusiecapaciteit (de zogenaamde DCO-meting) wordt onder andere gebruikt in de diagnostiek van COPD. Bij deze meting ademen patiënten een gasmengsel met een zeer lage, onschadelijke concentratie koolmonoxide (= CO) in. Na 10 seconden de adem te hebben ingehouden, wordt uitgeademd waarbij de concentratie co in de uitgeademde lucht wordt gemeten. Hieruit wordt berekend hoe snel co uit de ingeademde lucht in het bloed wordt opgenomen. De DCO is bij emfyseem te laag omdat bij emfyseem veel longblaasjes verloren zijn gegaan waardoor het moeilijker is om zuurstof (en dus ook co) uit de lucht in het bloed op te nemen. In feite wordt deze test dus gebruikt om het vermogen van de long om zuurstof op te nemen te kunnen inschatten. * Bij een inspanningstest (ergometrie) moet de patiënt op een hometrainer tegen een steeds grotere weerstand fietsen. Dit is een zware test omdat van de patiënt een maximale inspanning gevraagd wordt terwijl hij een mondstuk in de mond heeft (om de uitgeademde lucht te analyseren), plakkers op de borst heeft (om een hartfilmpje te maken) en vaak ook een infuusnaaldje in de arm (om zuurstof en koolzuur in het bloed te kunnen meten). Het grote voordeel van deze techniek is dat zo niet alleen het effect van inspanning op de longen wordt getest, maar ook het effect op andere organen. Zo kan een ervaren begeleider bij deze test er ook andere oorzaken van kortademigheid mee vaststellen, zoals hart- en vaatziekten, slechte conditie, spierkrachtverlies of hyperventilatie. * Vaak is bloedonderzoek zinvol. Door bepaling van antistoffen (IgE) biedt dit de mogelijkheid om allergische uitingen tegen bijvoorbeeld huisstof of gras vast te stellen. In het bloed kan ook gekeken worden of er sprake is van bloedarmoede of ontsteking. Behalve met een bloedtest kan allergie ook met een huidtest worden achterhaald. Met kleine prikjes of krasjes wordt een geringe hoeveelheid van een stof waar de patiënt mogelijk allergisch voor is in de huid gebracht. Bij deze vorm van allergie kan er dan na 10 tot 15 minuten een jeukende zwelling met een rode hof ontstaan. * Ten slotte wordt er ook meestal een röntgenfoto van de longen gemaakt. Het levert een schat aan informatie op over luchtwegen, longen en hart. Zo kunnen bijvoorbeeld longontstekingen gezien worden, maar ook littekens van oude infecties, of de aanwezigheid van een teveel aan vocht in de longvaten, zoals bij hart- en vaatziekten vaak gezien wordt. |
Als ademen moeite kost Er zijn veel ziekten die tot kortademigheid kunnen leiden. Verreweg de belangrijkste zijn COPD en astma. Samen vormen ze een belangrijk maatschappelijk probleem, omdat zeker een miljoen Nederlanders aan een van deze ziekten lijdt.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |









