Auteur:
Drs. F.M.J. Toben en dr. F.H. Krouwels
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Wat is COPD?

Met COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Diseases) ofwel 'chronisch obstructieve longziekten', bedoelen we de ziektebeelden chronische bronchitis en emfyseem.
COPD krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht en verdient dat ook, want nu al is COPD de vierde doodsoorzaak in de Verenigde Staten. Eťn van de belangrijkste risico's voor het ontwikkelen van COPD is roken.
Omdat wereldwijd het gebruik van tabak toeneemt en ook omdat steeds meer vrouwen gaan roken, verwacht men dat het aantal mensen dat COPD krijgt in de toekomst verder zal toenemen. Anders dan bij de bestrijding van astma zijn er nog geen medicijnen ontwikkeld die het ziekteproces kunnen stoppen. Daarom beschouwen veel patiŽnten en dokters COPD ten onrechte 'als een ziekte die veroorzaakt wordt door roken en waar toch niet veel aan te doen is'. Dat dit doemdenken onterecht is, hopen wij in de volgende hoofdstukken duidelijk te maken.
De diagnose COPD wordt meestal pas laat in het ziekteproces gesteld omdat klachten zich heel geleidelijk ontwikkelen. Op het moment dat de arts de diagnose COPD kan stellen, hebben de longen daarom meestal al behoorlijke schade opgelopen. Het is dus van groot belang om op tijd de juiste diagnose te stellen, want bij stellen van de diagnose COPD in een vroeger stadium zal de behandeling effectiever zijn en de prognose veel beter.

Terminologie
In het verleden werd in Nederland gesproken over CARA (Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen) waarmee men zowel COPD als astma bronchiale aanduidde; dit zijn echter twee verschillende ziektebeelden en ze verschillen dan ook in behandeling en prognose. Daarom gebruiken we de term CARA liever niet meer.
De diverse wetenschappelijke verenigingen hebben elk een eigen definitie van COPD; deze ontlopen elkaar echter niet veel.
COPD wordt van oudsher onderverdeeld in chronische bronchitis en emfyseem. Van chronische bronchitis spreken we als patiŽnten ten minste drie maanden per jaar al dan niet productief hoesten en dit al minstens twee opeenvolgende jaren doen. Het gaat dus om een klinische diagnose waarbij klachten van hoesten op de voorgrond staan. Dit kan gepaard gaan met kortademigheid, maar dat hoeft niet.
Emfyseem is een ziektebeeld dat gekarakteriseerd wordt door een abnormale permanente vergroting van de luchthoudende ruimten aan het einde van de kleine vertakte luchtwegen, met vernietiging van de wanden van de longblaasjes. Vaak spreken we over beschadigde longblaasjes, in de volksmond ook wel 'de rek is uit de longen'. Bij deze patiŽnten staan vooral klachten van kortademigheid bij inspanning en later ook in rust op de voorgrond.
Omdat roken bij het ontstaan van beide ziektebeelden een belangrijke rol speelt, hebben patiŽnten vaak zowel chronische bronchitis als emfyseem.
COPD en astma komen veel voor onder de Nederlandse bevolking. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommige patiŽnten met astma bronchiale, ook COPD ontwikkelen, zeker als zij roken. De huisartsen in Nederland noemen de aandoening van deze groep patiŽnten 'astma met persisterende obstructie' (NHG-standaard COPD). Deze patiŽnten hebben dus niet alleen de klachten en kenmerken die bij astma passen, maar ook klachten en kenmerken van COPD.
Het is overigens belangrijk dat we astma bronchiale (en astma met persisterende obstructie) onderscheiden van COPD, omdat niet alleen de prognose maar ook de behandeling anders is.

Vůůrkomen (epidemiologie)
Wereldwijd hebben 600 miljoen mensen COPD. In de Verenigde Staten alleen al lijden zo'n 16 miljoen mensen aan deze ziekte. De sterfte aan COPD is aanzienlijk en men verwacht de komende jaren een flinke toename. Men heeft in dat verband berekend dat COPD in het jaar 2020 zelfs de derde doodsoorzaak in de wereld is! Belangrijkste oorzaak: roken!
Bij bestudering van epidemiologische onderzoeken moeten we beseffen dat niet iedereen geregistreerd staat omdat patiŽnten pas laat met klachten naar de dokter gaan. Het werkelijke aantal mensen met COPD is dus veel hoger dan het aantal dat wordt gerapporteerd.
De ziekte komt meer bij mannen voor dan bij vrouwen, en treffen we veertien maal vaker aan bij ongeschoolde arbeiders als we die groep vergelijken met de hoger opgeleide beroepsbevolking. COPD zien we vooral bij mensen die ouder zijn dan 40 jaar.
Huisartsenregistraties in Nederland laten zien dat symptomen van COPD samen met een verlaagde longfunctie bij 2,2% van de bevolking voorkomt, en dan vooral bij mannen. Mogelijk is die schatting nog te voorzichtig. In Nederland hebben wetenschappers met een modelanalyse berekend dat COPD bij mannen zal toenemen van 2,1% in 1994 naar 3,3% in 2015. Bij vrouwen zal het aantal patiŽnten in 2015 zelfs verdubbeld zijn. Oorzaken van deze toename zijn vooral de vergrijzing en het rookgedrag.
De last voor de gemeenschap in het algemeen en de gezondheidszorg in het bijzonder is groot. Maar liefst 12,5% van de bezoeken aan de spoedeisende hulp in Engeland bijvoorbeeld, komen voor rekening van tijdelijke verergering (exacerbaties) van het ziektebeeld van COPD, wat een kostenpost van meer dan een half miljard pond met zich meebrengt. De directe medische kosten van COPD bedroegen in 1993 in Nederland ? 785,- per patiŽnt per jaar. Van dit bedrag werd 57% besteed aan ziekenhuisopnamen (patiŽnten met COPD worden in vergelijking met andere patiŽnten vaker opgenomen en verblijven langer in het ziekenhuis) en 23% aan medicatie.
We kunnen nu en in de toekomst ook op een andere manier kijken naar de gevolgen van het ziektebeeld COPD. Daarvoor beoordelen we niet alleen het aantal jaren dat verloren is gegaan door voortijdige sterfte, maar kijken we ook naar het aantal jaren dat verloren is gegaan door invaliditeit. Op grond van dergelijke calculaties zal COPD in Nederland van de twaalfde plaats in 1990 naar de vijfde plaats in 2020 stijgen en wordt in deze ranglijst dan nog slechts voorafgegaan door hartziekten, depressie, verkeersongevallen en cerebrovasculair lijden (hersenbloedingen).
COPD is dus een veelvoorkomende ziekte die in de toekomst fors zal toenemen en enorme kosten met zich mee zal brengen.

GOLD-richtlijnen
Vanwege de beperkte successen in preventie en behandeling van COPD, die tot op de dag van vandaag zijn behaald en vanwege de verwachte toename van het aantal patiŽnten dat COPD zal krijgen, hebben de WHO (World Health Organization) en het us National Heart, Lung and Blood Institute enkele jaren geleden de handen ineengeslagen om COPD onder de aandacht van de politiek en de medische wereld te brengen. Zo is GOLD ontstaan: Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease.
GOLD heeft zich niet alleen tot doel gesteld COPD wereldwijd onder de aandacht te brengen van het algemene publiek, de politiek en de medische instanties. Het heeft zich ook voorgenomen om de morbiditeit (het 'ziek zijn' of anders gezegd de klachten en symptomen) en de mortaliteit (de sterfte aan de ziekte) te verminderen door wereldwijd de preventie en het management van COPD te verbeteren. Om dat doel te bereiken, bevordert GOLD ook wetenschappelijk onderzoek om het ziektebeeld COPD verder te ontrafelen.
Door samenwerking van experts bij het onderzoek naar en de behandeling van COPD is een rapport ontwikkeld dat is besproken in de diverse wetenschappelijke verenigingen, verspreid over de wereld. Het document, genoemd 'GOLD workshop report: global strategy for the diagnosis, management, and prevention of COPD', bevat relevante informatie over het ziektebeeld zelf en over behandeling en preventie. Dit document zal regelmatig worden bijgewerkt.

Klachten en verschijnselen
Omdat COPD een langzaam progressieve ziekte is, zijn er in het begin van de ziekte geen klachten. Anders dan in het geval van astma ontstaan de klachten heel geleidelijk en patiŽnten merken deze zelf soms niet eens op, maar worden hierop geattendeerd door mensen uit hun directe omgeving. De klachten beginnen meestal met hoesten en opgeven van slijm (sputum) in de ochtend. Later wordt dit hoesten chronisch, waarbij periodiek (vooral in de winter) de klachten tijdelijk verergeren (de zogenaamde exacerbaties).
Bovenstaande klachten ontstaan meestal rond het veertigste levensjaar. Tijdens deze exacerbaties neemt het hoesten toe en wordt er dikwijls ook meer sputum opgegeven dat vaak donkerder en vaster van samenstelling is. Soms hebben patiŽnten ook koorts, constateren ze bij zichzelf een piepende ademhaling en worden ze kortademig, in het bijzonder bij inspanning. Dikwijls worden exacerbaties veroorzaakt door virale luchtweginfecties ('verkoudheid'), soms door bacteriŽle infecties.
PatiŽnten die niet zozeer chronische bronchitis ontwikkelen, maar emfyseem, ervaren door de jaren heen vooral progressieve kortademigheid als belangrijkste klacht. Hoesten en opgeven van sputum staat bij hen niet op de voorgrond.
Wanneer de ziekte voortschrijdt, nemen bovenstaande symptomen toe en wordt inspannen steeds moeilijker. In dat stadium is vermoeidheid een veelvoorkomend symptoom, terwijl het zelfstandig functioneren steeds moeilijker wordt, speciaal ten aanzien van het boodschappen doen, het huis schoonmaken, aankleden, enzovoort.
PatiŽnten met COPD in een gevorderd stadium vallen vaak af in gewicht. Zij krijgen soms last van dikke benen omdat het hart als gevolg van het longlijden minder goed gaat functioneren (het zogenaamde cor pulmonale).
Zoals al eerder gezegd, ontstaan de klachten bij COPD heel geleidelijk, waardoor de patiŽnt al snel denkt dat het hoesten door een verkoudheid komt. Van de toegenomen kortademigheid bij inspanning is hij of zij zich vaak niet echt bewust, maar desondanks wordt die inspanning onbewust steeds meer vermeden. PatiŽnten gaan daardoor pas laat naar de dokter, waardoor dus ook pas laat de diagnose COPD gesteld wordt en de behandeling kan beginnen.

Verschillen tussen astma COPD.


Mechanismen, oorzaken en afwijkingen
COPD is een complexe ziekte die waarschijnlijk verschillende ziekteprocessen vertegenwoordigt. Veel van het hoe en waarom van COPD is inmiddels ontrafeld, maar nog steeds is veel onduidelijk, onder andere waarom maar 20% van de rokers COPD ontwikkelt en dus de meeste rokers niet! Toch is roken verreweg de belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van COPD. Daarom wordt hier in de volgende paragraaf uitgebreid bij stilgestaan.
Erfelijke factoren spelen ook een belangrijke rol, evenals andere omgevingsfactoren dan roken. De interactie (= het onderling reageren) tussen deze twee is van belang, maar nog onvoldoende opgehelderd. Met betrekking tot de omgevingsfactoren moeten we overigens niet alleen sigarettenrook noemen, maar ook latente virusinfecties, beroepsblootstelling aan chemische stoffen, luchtvervuiling, bronchiale overgevoeligheid en infecties die op kinderleeftijd zijn doorgemaakt.

Chronische bronchitis
Het hoesten en opgeven van veel en vaak dik sputum is voor patiŽnten met chronische bronchitis niet vreemd. Dat sputum is vooral afkomstig uit de luchtpijp en de grote luchtwegen. De klieren die onder het slijmvlies in de bronchiŽn liggen en slijm produceren (submucosale klieren) zijn sterk vergroot en in de wand van de luchtwegen worden ontstekingscellen aangetroffen. Door de grote hoeveelheid dik taai secreet dat als een deken op de trilhaartjes (ciliŽn) ligt, kan dit moeilijk naar de keel vervoerd worden, waardoor bacteriŽn de kans krijgen om in dat secreet te groeien. Deze bacteriŽn geven vervolgens schadelijke stoffen af. Daardoor gaan de trilhaartjes kapot en wordt het secreet nog moeilijker afgevoerd, waarmee de vicieuze cirkel rond is. De ontstekingsreactie (inflammatie) zit niet alleen in de grote luchtwegen, maar vooral ook in de kleine luchtwegen. Daarin nemen de slijmkliertjes in de wand toe, net als spierweefsel en littekenvorming, wat de vernauwing van de luchtwegen verklaart: de zogenaamde obstructieve bronchiolitis.
Terwijl de productie van sputum vooral afkomstig is van de grote luchtwegen wordt de luchtwegvernauwing vooral veroorzaakt door de ontsteking in de kleinere luchtwegen. De ontsteking is anders dan in astma bronchiale. Bij onderzoek zien we dan geen eosinofiele cellen, maar neutrofiele cellen. Heel bijzonder is dat er bij een exacerbatie van COPD wel eosinofiele cellen in het ontstekingsweefsel worden gezien. Waarschijnlijk om die reden werken steroÔden bij exacerbaties wel.

Emfyseem
Sigarettenrook veroorzaakt vooral een ontsteking in de kleinste luchtwegen, daar waar de longblaasjes zitten. Door die ontsteking kunnen deze allerkleinste luchtwegen aanzienlijk minder lucht doorlaten. Als dan bij uitademing de hele long kleiner wordt, is daardoor de afsluiting totaal en kan er geen lucht meer naar buiten. Bij het inademen neemt het longvolume weer toe en worden de allerkleinste luchtwegen weer wat opengetrokken. Daardoor kan weer lucht naar binnen, naar de longblaasjes stromen. Vervolgens bij het uitademen is er weer een afsluiting, enzovoort. Het gevolg is dat meer lucht naar binnen stroomt, dan naar buiten en dat dit gedeelte van de long met de tere longblaasjes zich als het ware opblaast waardoor de longblaasjes 'knappen'. Dit wordt wel het 'ventielmechanisme' genoemd. Op die manier verdwijnen steeds meer longblaasjes, haarvaten en steunweefsel, waardoor de long slap wordt (in de volksmond ook wel 'uitgerekte longen' genoemd).


Kleinste luchtwegen en longblaasjes.
a. normale situatie
b. situatie bij emfyseem



Schematische voorstelling van in- en uitademing bij emfyseem.



Ontstekingsreactie
De hiervoor genoemde factoren leiden niet alleen tot een ontsteking in de long, maar beÔnvloeden ook elders in het lichaam diverse processen. Een gevolg daarvan is vermagering en spierverlies, iets wat we ook dikwijls bij andere chronische ziekten zien. Door de genoemde ontstekingsreactie worden de longblaasjes en kleine bloedvaatjes van de long vernietigd, wat longemfyseem tot gevolg heeft. Verder veranderen door deze ontsteking ook de wanden van de luchtpijp en de bronchiŽn tot en met de allerkleinste luchtwegtakjes (de zogenaamde bronchioli) toe. In de wanden van deze bronchiŽn treffen we dan ophopingen van ontstekingscellen aan en een toename in grootte en aantal van de slijmklieren (vandaar het ophoesten van sputum). Deze ontsteking zien we ook bij mensen zonder COPD die toch roken, maar dan is het ontstekingsproces veel minder uitgesproken. Deze waarneming heeft onderzoekers op het idee gebracht dat het ontstekingsproces bij COPD een versterking is van de normale reactie van het lichaam op inademing van schadelijke stoffen.
De erfelijke gesteldheid van een persoon, de rookgewoonte en virusinfecties bepalen elk of er een overmaat aan ontsteking ontstaat. Bij zo'n ontsteking zijn vooral neutrofielen en CD8+ lymfocyten aanwezig, die het longweefsel kunnen beschadigen. Indien dit zo is ontstaat er een ontstekingsproces dat uiteindelijk leidt tot schade waardoor de longfunctie versneld zal afnemen en er bij deze rokers COPD ontstaat.


Ontstekingsreactie bij COPD.



Verstoorde balans proteÔnasen en anti-proteÔnasen
Emfyseem kan ook ontstaan als het evenwicht tussen de proteÔnasen en de anti-proteÔnasen verstoord is. ProteÔnasen zijn enzymen die eiwitten splitsen. Een voorbeeld van zo'n enzym is elastase. Dit elastase breekt onder andere elastine af dat weer ťťn van de bouwstenen van het longskelet is. Die afbraak van het longskelet heeft een slappe long tot gevolg: emfyseem. Anti-proteÔnasen gaan deze afbraak tegen en normaal gesproken zijn beide enzymsystemen in balans. Het is mogelijk dat rokers die onvoldoende antiproteÔnasen kunnen produceren COPD ontwikkelen en dat zou ook een verklaring kunnen zijn waarom niet alle rokers COPD krijgen.
Alfa-1-antitrypsine is een van de antiproteÔnasen die van groot belang is voor het inactiveren van de proteÔnasen die in het longweefsel vrijkomen door de bovengenoemde verwoestende ontstekingscascade. Het wordt door de levercellen gemaakt en aan het bloed afgegeven zodat het in de long komt. Door een erfelijk bepaald tekort aan het alfa-1-antitrypsine kan op relatief jonge leeftijd emfyseem ontstaan. In Nederland komt alfa-1-antitrypsine deficiŽntie voor bij 1% van de patiŽnten met COPD. Bij deze mensen ontstaat er meestal reeds op jonge leeftijd emfyseem, gegeneraliseerd of vooral gelokaliseerd in de ondervelden van de long.
Reguliere therapie voor deze erfelijke ziekte is nog niet voorhanden, maar het spreekt voor zich dat juist deze mensen niet moeten roken om de balans niet nog verder te verstoren.

Oxidatieve stress
Met oxidatieve stress bedoelen we dat er een overmaat van zeer reactieve producten is ontstaan door chemische processen waar zuurstof bij betrokken is (de zogenaamde oxidanten). Die zeer reactieve oxidatieproducten kunnen afkomstig zijn van bijvoorbeeld sigarettenrook, maar ze kunnen ook vrijkomen uit ontstekingscellen. Deze producten beschadigen het slijmvlies van de luchtwegen waarbij bepaalde ontstekingsbevorderende stoffen vrijkomen en waarschijnlijk andere stoffen geÔnactiveerd (alfa-1-antitrypsine) en geactiveerd (diverse eiwitsplitsende enzymen) worden. Zo ontstaat ter plaatse een ontstekingsreactie met een forse sputumproductie en vernauwing van de luchtwegen, die zichzelf instandhoudt.


Roken
Jaarlijks sterven er wereldwijd miljoenen mensen aan de gevolgen van roken. In Nederland hebben wetenschappers al in 1957 gepubliceerd over de schadelijke effecten van het roken op de gezondheid.
De belangrijkste risicofactor om COPD te krijgen is roken: 90% van de gevallen van COPD wordt veroorzaakt door het roken. Het aantal sigaretten en de duur van het roken is hierop direct van invloed.
Roken onder volwassen mannen neemt af, maar bij vrouwen is er een toename te zien. Het is zeer verontrustend dat onder de jeugd het roken niet afneemt. In de derde wereld neemt de tabaksconsumptie helaas alleen nog maar toe.
Roken veroorzaakt onder andere een verstoring in de balans van eiwitafbrekende enzymen, waardoor het longweefsel stuk gaat en de luchtwegen vernauwd raken. Ook veroorzaakt roken bronchiale overgevoeligheid dat op zichzelf weer een risico is voor het ontwikkelen van COPD.
Overigens ontwikkelt maar 20% van alle mensen die roken COPD. Het is niet helemaal duidelijk waarom niet alle rokers deze ziekte krijgen. Erfelijke aanleg speelt daarbij zeker een rol, vooral met betrekking tot de mogelijkheid antiproteÔneasen te produceren.

Schade door roken
Roken is niet alleen een belangrijke oorzaak van COPD, maar ook van hart- en vaatziekten, en van diverse vormen van kanker, in het bijzonder longkanker. Zo'n 90% van alle gevallen van longkanker wordt veroorzaakt door het roken. Ook het ontwikkelen van kanker van de keel en de tong wordt in hoge mate veroorzaakt door roken.
Wat betreft longaandoeningen hebben rokers niet alleen een grotere kans op het krijgen van COPD en longkanker, maar ook op het krijgen van andere longziekten zoals bijvoorbeeld een pneumothorax (zogenaamde klaplong). Het lijden aan deze longaandoeningen wordt nog verergerd doordat rokers vaker botontkalking en hart- en vaatziekten ontwikkelen en bovendien vaker maagzweren krijgen.
Naar verwachting zal de helft van de regelmatige rokers overlijden door roken. Zo hebben zware rokers van 25 jaar zelfs een levensverwachting die 25% korter is dan die van niet-rokers van dezelfde leeftijd.
Meerdere onderzoeken laten tegenwoordig zien dat ook meeroken ('passief roken') schadelijk is voor de gezondheid; in de zijstroom van het brandende uiteinde van een sigaret komen de kankerverwekkende stoffen zelfs in een hogere concentratie voor dan in de hoofdstroom die de roker inhaleert. Niet-rokende echtgenoten van rokende mannen hebben een tweemaal hogere kans op het ontwikkelen van kanker, dan niet-rokende vrouwen die wonen in een rookvrije omgeving. Baby's van moeders die roken ('passief meeroken via de baarmoeder') hebben een lager geboortegewicht (gemiddeld 150-250 gram) dan baby's van niet-rokende moeders. Kinderen die in de eerste twee levensjaren worden blootgesteld aan sigarettenrook hebben vaker luchtweginfecties en meer kans op het ontwikkelen van chronische luchtwegklachten op latere leeftijd.
Wanneer familieleden en vrienden roken, is de kans groter dat kinderen en jongvolwassenen ook met roken beginnen. Hoe jonger men begint met roken, hoe groter de kans op verslaving aan roken. Dat komt omdat kinderen sneller onthoudingsverschijnselen ontwikkelen, dan volwassenen. Ook is de kans op het ontwikkelen van een verslaving aan alcohol of andere middelen groter, als op jongere leeftijd gestart wordt met roken. Er zouden zelfs minder dan 10 (!) sigaretten nodig zijn om kinderen aan roken verslaafd te maken! Mensen met een rookverslaving zijn dan ook vaak verslaafd aan alcohol en/of slaapmiddelen.
Nicotine-afhankelijkheid, erfelijke factoren en psychosociale factoren zijn belangrijk in het instandhouden van het rookgedrag.

Stoppen met roken
Stoppen met roken heeft grote voordelen voor de gezondheid: al een jaar na het stoppen met roken, is de kans op hart- en vaatziekten gehalveerd. Daarnaast neemt ook het risico op longkanker af en is de kans erop na tien jaar nog maar de helft in vergelijking met de rokers die niet gestopt zijn. De kans op vele andere rookgerelateerde ziekten en de sterfte hieraan neemt eveneens af.
Stoppen met roken vermindert de versnelde afname van de longfunctie bij patiŽnten met COPD. In het eerste jaar treedt zelfs een verbetering op. Ook ervaren velen in het eerste jaar dat zij gestopt zijn met roken, dat zij minder hoesten en dat de sputumproductie afneemt.

Stoppen met roken, niet-medicamenteuze therapie
'Stop rook'-programma's werken! Gemiddeld is 20-40% van de mensen na een jaar nog steeds gestopt met roken.
Er zijn diverse methoden om te stoppen met roken. Zelfs een eenmalig advies van de huisarts doet al 5% van de rokers stoppen met hun gewoonte. In Engeland en de Verenigde Staten gebruiken artsen dikwijls de 'methode van de 5 A's': ask, assess, advise, assist en arrange - vraag (ask) patiŽnten omtrent hun rookgedrag, bepaal (assess) de motivatie om te stoppen en schat de risico's bij de patiŽnt in, adviseer (advise) ze te stoppen met roken en help (assist) ze hierbij, zonodig ook medicamenteus. Maak ten slotte vervolgafspraken over het roken (arrange).
Groepsprogramma's om te stoppen met roken leveren zo'n 20% stoppers per jaar op. Hypnose en acupunctuur worden ook dikwijls toegepast.
Het is belangrijk voor hulpverleners om te weten dat mensen eerder stoppen met roken, als de longfunctiestoornis ernstiger is. Het is daarom effectief het stoppen te bespreken in de context van het consult, vooral wanneer er gebeurtenissen zijn die gerelateerd zijn aan het roken zoals een exacerbatie.

Stoppen met roken, therapie met medicijnen
Bij rokers die meer dan tien sigaretten per dag roken en willen stoppen, moet men therapie met medicijnen overwegen.
In de Engelse richtlijnen wordt nicotinevervangende therapie aanbevolen voor alle mensen die willen stoppen met roken. Rokers ervaren namelijk in de afwezigheid van nicotine niet alleen een verminderde euforie (een gevoel van welbehagen), maar ook dikwijls somberheid, slapeloosheid, irritatie, angst, concentratiestoornissen, rusteloosheid en een toegenomen eetlust. Deze klachten treden vooral op in de eerste 3 dagen en verdwijnen na 3 ŗ 4 weken. De zin om te gaan roken, houdt echter vele maanden aan. Veel mensen die stoppen met roken, komen de eerste twee weken 1 tot 2 kilogram aan en de maanden daarna nog eens 2 tot 3 kilogram.
Nicotinevervangende middelen zijn veilig en effectief (de kans op een geslaagde stoppoging is twee keer zo groot) en worden vaak gegeven in de vorm van kauwgom en pleisters, en soms als neusspray of inhaler. Al deze toedieningsvormen zijn even effectief. Bij het gebruik van pleisters is het wel van belang dat men de eerste vier weken de hoogste dosis gebruikt. Daarna kan de dosis worden afgebouwd. Langer dan acht weken behandelen wordt niet geadviseerd. Omdat roken schadelijker lijkt dan het gebruik van nicotinevervangende middelen bij zwangere vrouwen, kunnen zij zonder bezwaar ook bij hen worden toegepast. Deze middelen zijn namelijk bewezen effectief bij zwangere vrouwen die zonder die middelen maar een kleine kans hebben om met roken te stoppen.
Bupropion is van oorsprong een middel tegen depressies dat nu ook geregistreerd is als middel om met roken te stoppen en in onderzoeken ook goede resultaten laat zien. Voordat dit middel wordt voorgeschreven, moet eerst worden beoordeeld of er geen contra-indicaties zijn.
Nortriptiline is een middel tegen depressies dat tot nu toe even effectief lijkt te zijn als bupropion, maar tegelijkertijd goedkoper is. In combinatie met nicotinevervangende middelen lijkt het effectiever dan alleen nicotinepleisters.

Preventie
Zeker zo belangrijk als mensen te laten stoppen met roken, is voorkomen dat mensen Łberhaupt ermee beginnen. Maar liefst 90% van de rokers start voor het twintigste levensjaar met roken. Vooral jonge mensen uit eenoudergezinnen, uit huishoudens met een laag inkomen gaan vaker roken, maar ook jongeren die voortijdig school verlaten en jongeren uit gezinnen waarvan ouders of vrienden roken. Er is dus zeker een taak weggelegd voor scholen, bijvoorbeeld door hier tijd voor in te plannen in de roosters.
Roken kan worden teruggedrongen door hogere accijnzen op tabak, verbod op roken in openbare ruimten, verbod op verkoop van sigaretten aan jongeren en verbod op adverteren door de tabaksindustrie. Het is maar te hopen dat de overheid op dit terrein voortvarend te werk gaat.


Diagnose
Vroegtijdig opsporen van COPD is van belang om tijdig te kunnen ingrijpen. Een groot gedeelte van de patiŽnten met COPD is niet als zodanig bekend en wordt daarom niet optimaal behandeld. Echter, hoe verder het ziekteproces is gevorderd, hoe minder succesvol de behandeling zal zijn, omdat inmiddels veel longweefsel dan al beschadigd is. Daarom luidt het advies volgens de GOLD-richtlijnen dat alle mensen met klachten van hoesten, van opgeven van sputum of van kortademigheid, die bovendien een risico op COPD hebben (in het bijzonder rokers!) een longfunctieonderzoek (spirometrie) dienen te ondergaan.

GOLD-schema. Bij rokers ouder dan 50 jaar, die hoesten, is de kans dat zij COPD hebben groot.


Exacerbaties
Men spreekt van een exacerbatie als de klachten en symptomen van de patiŽnt met COPD verergerd zijn. De klachten (productief hoesten en/of kortademigheid) zijn acuut toegenomen en verdienen aanpassing van medicatie.
Het is belangrijk dat we stilstaan bij deze exacerbaties, omdat de kwaliteit van leven door exacerbaties in negatieve zin wordt beÔnvloed. Maar liefst 50% van de kosten van COPD in Nederland wordt besteed aan ziekenhuisopnamen en deze ziekenhuisopnamen zijn meestal het gevolg van exacerbaties. Dat betekent dat de economische impact van exacerbaties enorm is.
Virusinfecties spelen bij exacerbaties een belangrijke rol. Met moleculaire technieken is aangetoond dat 33% van de exacerbaties van COPD samenhangt met respiratoire virussen. De wisselwerking van bacteriŽn, virussen en luchtkwaliteit met de gastheer zorgt voor een toename van de ontsteking. Belangrijk is te weten dat inspanning de kans op exacerbaties vermindert: je kunt hier dus zelf ook weer wat aan doen.




terug verder