aandoeningen, Allergische Ziekten als gevolg van overgevoeligheid voor bepaalde stoffen, zoals astma en hooikoorts. Stoornis in het afweersysteem, waardoor dit abnormaal reageert op van buiten komende stoffen die op zich niet of nauwelijks schadelijk zijn. Hierbij komen stoffen vr | |
aandoeningen, Chronische Aspecifieke Respiratoire Verouderde Verzamelnaam voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis, welke los van elkaar, maar ook tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. | |
Alfa-1-antitrypsine Een groot eiwit dat wordt gemaakt in de lever en dan wordt afgegeven aan het bloed en zo ook in de longen komt. Het is een antiprotheïnase, dus een stof die de long beschermt tegen afbraak. | |
Alfa-1-antitrypsine deficiëntie Erfelijke ziekte waarbij er een tekort is aan alfa-1-antitrypsine. Mensen met een alfa-1-antitrypsine deficiëntie hebben een grote kans op het ontwikkelen van longemfyseem. | |
Allergeen Stof (meestal een eiwit) waar iemand allergisch op kan reageren, bijvoorbeeld een component van huisstof, graspollen of honden- of kattenschilfers. | |
Allergie Stoornis in het afweersysteem, waardoor dit abnormaal reageert op van buiten komende stoffen die op zich niet of nauwelijks schadelijk zijn. Hierbij komen stoffen vrij die verantwoordelijk zijn voor diverse lichamelijke verschijnselen, zoals roodheid, jeu | |
Allergische aandoeningen Ziekten als gevolg van overgevoeligheid voor bepaalde stoffen, zoals astma en hooikoorts. Stoornis in het afweersysteem, waardoor dit abnormaal reageert op van buiten komende stoffen die op zich niet of nauwelijks schadelijk zijn. Hierbij komen stoffen vr | |
Antihistaminica Medicijnen die de schadelijke effecten van histamine tegengaan, een stofje dat vrijkomt bij een allergische reactie. | |
Antiproteasen Moleculen die zich binden aan proteasen waardoor zij onwerkzaam worden, ook antiprotheïnasen genoemd. De bekendste antiprotease is alfa-1-antitrypsine. | |
Antiproteïnasen Moleculen die zich binden aan proteïnasen waardoor zij onwerkzaam worden, ook antiproteasen genoemd. De bekendste antiprotheïnase is alfa-1-antitrypsine. | |
Astma bronchiale Aandoening van de luchtwegen met ontstekingsverschijnselen en aanvalsgewijs optreden van kortademigheid door een wisselende vernauwing van de luchtwegen als gevolg van ophoping van slijm en een verkramping van de spiertjes in de wanden van de luchtwegen. | |
astma, Intrinsieke Ook wel: niet-allergisch astma: astmatische klachten bij iemand die niet allergisch is. Dit wordt vooral gezien als het astma op volwassen leeftijd begint. De klachten zijn hardnekkig en lastig voldoende te behandelen. | |
Atopie Erfelijke aanleg voor allergische aandoeningen zoals hooikoorts, eczeem en astma. | |
Atopisch eczeem Een erfelijke vorm van de huidziekte eczeem, die zich tijdens het eerste levensjaar voordoet als een 'nattend' eczeem in het gelaat (dauwworm) en zich later juist uit in de vorm van een droog eczeem, voornamelijk in ellebogen, knieholtes, aan de polsen en | |
Atopisch syndroom Het samengaan van meerdere atopische aandoeningen (waarvan de drie belangrijkste vormen hooikoorts, astma en eczeem zijn) bij één patiënt. | |
B-lymfocyten Maken immunoglobulinen, zoals IgE onder invloed van de cytokinen die Th-cellen uitscheiden. | |
Beroepsallergeen Een stof die een allergische reactie kan veroorzaken en waarmee men beroepsmatig in contact kan komen. | |
Beroepsastma Een wisselende vernauwing van de luchtwegen veroorzaakt door blootstelling aan stoffen, gassen of dampen, waar men beroepsmatig mee in contact komt. | |
Bi-level Positive Airway Pressure Vorm van ademhalingsondersteuning waarbij de patiënt door een neus- of mond-neusmaker een lucht-zuurstofmengsel onder een bepaalde druk krijgen aangeboden; de druk voor de in- en uitademing kan afzonderlijk worden ingesteld. | |
BiPAP Bi-level Positive Airway Pressure: vorm van ademhalingsondersteuning waarbij de patiënt door een neus- of mond-neusmaker een lucht-zuurstofmengsel onder een bepaalde druk krijgen aangeboden; de druk voor de in- en uitademing kan afzonderlijk worden ingest | |
Body Mass Index Een maat om aan te geven in hoeverre het lichaamsgewicht van iemand past bij zijn of haar lichaamslengte. Formule: gewicht gedeeld door de lengte in het kwadraat. | |
Bodybox Een longfunctie apparaat waarbij bij een persoon in een kleine, afgesloten ruimte de totale longinhoud en eventueel de weerstand van de luchtwegen kan worden gemeten. Ook wel: Lichaamsplethysmograaf. | |
Bronchiale hyperreactiviteit Verhoogde gevoeligheid van de luchtwegen voor prikkels die normaal niet tot klachten leiden, zoals koude lucht, mist, sigarettenrook of uitlaatgassen. Wordt ook wel verhoogde luchtwegreactiviteit genoemd en treedt ondermeer op bij astma. Kan worden gemete | |
Bronchiale, Astma Aandoening van de luchtwegen met ontstekingsverschijnselen en aanvalsgewijs optreden van kortademigheid door een wisselende vernauwing van de luchtwegen als gevolg van ophoping van slijm en een verkramping van de spiertjes in de wanden van de luchtwegen. | |
Bronchiën De grotere luchtpijpjes die deel uitmaken van het systeem van zich vertakkende en steeds kleiner wordende luchtpijpjes dat lucht van de mond-keelholte naar de longblaasjes vervoerd. | |
Bronchioli De kleinste luchtpijpjes die deel uitmaken van het systeem van zich vertakkende en steeds kleiner wordende luchtpijpjes dat lucht van de mond-keelholte naar de longblaasjes vervoerd. | |
bronchitis, Chronische Ontstekingsproces in de luchtwegen (bronchitis), gepaard gaande met hoesten en een verhoogde slijmproductie, welke minstens drie maanden per jaar en tenminste gedurende twee opeenvolgende jaren aanwezig is. | |
Bullae Blazen in de long die ontstaan door degeneratie van lonsweefsel, vaak door roken. | |
Bullectomie Operatie waarbij een of meerder bullae worden verwijderd (d.m.v. VATS of thoracotomie). | |
capaciteit, Vitale De hoeveelheid lucht die iemand na een zo diep mogelijke inademing maximaal kan uitademen. Vaak wordt de FEV1 gerelateerd aan de VC om zo luchtwegvernauwing te kunnen vaststellen. | |
CARA Afkorting voor chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen. CARA is een verouderde term en was een verzamelnaam voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis, welke los van elkaar, maar ook tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. | |
chirurgie, Longvolume reductie Chirurgische ingreep verricht bij patiënten met ernstig emfyseem, waarbij minder goed funcionerende longonderdelen worden weggenomen, meestal beiderzijds; doel is een beter functioneren van de longen. | |
Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem, longziekten die vaak tegelijkertijd voorkomen. | |
Chronisch obstructieve longziekten Een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem, longziekten die vaak tegelijkertijd voorkomen. Meestal wordt de afkorting van de engelse benaming COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) gebruikt. | |
Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen Verouderde Verzamelnaam voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis, welke los van elkaar, maar ook tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. | |
Chronische bronchitis Ontstekingsproces in de luchtwegen (bronchitis), gepaard gaande met hoesten en een verhoogde slijmproductie, welke minstens drie maanden per jaar en tenminste gedurende twee opeenvolgende jaren aanwezig is. | |
Ciliën Trilharen op het slijmvlies van de bronchiën die ervoor zorgen dat het slijm dat gevormd wordt en waarop vuil is gekomen dat ingeademd is, wordt afgevoerd naar de keelholte. | |
COPD Chronic Obstructive Pulmonary Disease, een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem, longziekten die vaak tegelijkertijd voorkomen. | |
COPD Chronic Obstructive Pulmonary Disease, een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem, longziekten die vaak tegelijkertijd voorkomen. | |
Corticosteroïden Groep van hormonen en medicijnen die een ontstekingsremmende werking hebben. Als tablet wordt vooral prednisolon (of prednison) gebruikt. Beclomethason, fluticason en budesonide zijn voorbeelden van corticosteroiden die kunnen worden ingeademd. | |
Cytokinen Een grote en gevarieerde groep van boodschapperstofjes die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan (of afremmen) van ontsteking. Voorbeelden zijn cytokinen, interleukinen, chemokinen. | |
Deficiëntie, Alfa-1-antitrypsine Erfelijke ziekte waarbij er een tekort is aan alfa-1-antitrypsine. Mensen met een alfa-1-antitrypsine deficiëntie hebben een grote kans op het ontwikkelen van longemfyseem. | |
eczeem, Atopisch Een erfelijke vorm van de huidziekte eczeem, die zich tijdens het eerste levensjaar voordoet als een 'nattend' eczeem in het gelaat (dauwworm) en zich later juist uit in de vorm van een droog eczeem, voornamelijk in ellebogen, knieholtes, aan de polsen en | |
Eosinofiele granulocyten Een type witte bloedcel die een belangrijke rol speelt bij allergie en astma. De eosinofiel is betrokken bij de ontsteking door de productie van beschadigende stoffen. | |
Epitheel Het dunne laagje slijmvlies dat de luchtwegen aan de binnenkant bekleedt. | |
Exacerbatie Een meestal plotseling optredende verslechtering van een ziekte. | |
Flow-volume meter Een longfunctie apparaat dat gebruikt kan worden om luchtwegvernauwing te meten. Het meet de luchtstroom (flow) van de uitgeblazen lucht en relateert dat aan het volume van de uitgeblazen lucht. | |
Forced Expiratory Volume (FEV1) De hoeveelheid lucht die iemand na een zo diep mogelijke inademing in 1 seconde snel kan uitgeblazen. Dit onderzoek wordt ondermeer gebruikt om de longfunctie te meten bij iemand met astma en COPD. Door de FEV1 te meten vóór en ná inhalatie van een bepaal | |
Genetisch Erfelijk bepaald. | |
GOLD Global initiative for Obstructive Lung Disease: initiatief om wereldwijd de sterfte en de morbiditeit van COPD te verminderen door preventie en verbetering van het management van deze ziekte. | |
granulocyten, Eosinofiele Een type witte bloedcel die een belangrijke rol speelt bij allergie en astma. De eosinofiel is betrokken bij de ontsteking door de productie van beschadigende stoffen. | |
histamine, PC20 De concentratie of dosis histamine die bij inhalatie een daling geeft van de FEV1van precies 20%. Dit is een veelgebruikte test om hyperreactiviteit van de luchtwegen vast te stellen. | |
Huisstofmijt Klein (0,3 mm), spinachtig dier dat leeft in stof van menselijke huidschilfers. De uitwerpselen van de mijt kunnen bij mensen een allergische reactie oproepen. | |
Hygiëne theorie Een recente gedachte die het toegenomen voorkomen van astma en allergie verklaart door de theorie dat infecties en een minder schone omgeving beschermen tegen de ontwikkeling van een allergie. | |
hyperreactiviteit, Bronchiale Verhoogde gevoeligheid van de luchtwegen voor prikkels die normaal niet tot klachten leiden, zoals koude lucht, mist, sigarettenrook of uitlaatgassen. Wordt ook wel verhoogde luchtwegreactiviteit genoemd en treedt ondermeer op bij astma. Kan worden gemete | |
Hypertensie, Pulmonale Verhoogd bloeddruk in de bloedvaten van de long; de meest voorkomende oorzaak is COPD. | |
Hyperventilatie Te veel en te diepe ademhaling dan noodzakelijk is. Dit kan gepaard gaan met duizeligheid en tintelingen. Hyperventilatie kan leiden tot astmatische klachten door prikkeling van de luchtwegen, maar is soms ook een eerste verschijnsel bij een astmatische a | |
IgE Afkorting voor Immunoglobulinen van het type E. Deze eiwitten maken deel uit van de antistoffen die het afweerssysteem bij een allergie aanmaakt. Een sterk verhoogd IgE-gehalte van het bloed wijst op het bestaan van een allergie. | |
IgE, Specifiek Antistoffen die bij mensen met een allergie (overgevoeligheid) in het bloed aanwezig zijn en die gericht zijn tegen één bepaald antigeen, bijvoorbeeld huisstofmijten. | |
Immunoglobuline Bepaalde groep eiwitten in het bloed die te maken hebben met het afweersysteem van het lichaam. Men onderscheidt 5 hoofdgroepen immunoglobulinen (IgA, IgD, IgE, IgG en IgM). Elk van deze groepen heeft te maken met een bepaald deel van de afweer. | |
Immunoglobuline E (IgE) Het type antistof dat atopici produceren tegen een allergeen. | |
Immunotherapie Een behandeling waarbij iemand door middel van toediening van een bepaalde stof 'imuun' (= ongevoelig) wordt gemaakt voor een bepaalde ziekte, zoals bij inentingen tegen bepaalde infectieziekten. Ook het regelmatig toedienen van een kleine hoeveelheid van | |
index, Body Mass Een maat om aan te geven in hoeverre het lichaamsgewicht van iemand past bij zijn of haar lichaamslengte. Formule: gewicht gedeeld door de lengte in het kwadraat. | |
index, Quetelet Een maat om aan te geven in hoeverre het lichaamsgewicht van iemand past bij zijn of haar lichaamslengte. Formule: gewicht gedeeld door de lengte in het kwadraat. | |
Inflammatie Ontstekingsproces waarbij, in tegenstelling tot een infectie, geen virussen, bacteriën of parasieten zijn betrokken. | |
Inhalatie Letterlijk: inademing. De inademing betreffende. | |
Inhalatieallergenen Stoffen die worden ingeademd en bij daarvoor gevoelige mensen een allergische reactie kunnen veroorzaken. | |
Inhalator Hulpmiddel om medicijnen in te ademen, zodat deze direct in de longen terechtkomen. Hiervan zijn diverse modellen beschikbaar, die echter wel enige handigheid van de gebruiker vereisen. Voor iemand niet 'op commando' diep in kan ademen of die daartoe de k | |
Inspanningsastma Vorm van astma die optreedt na inspanning, bijvoorbeeld hardlopen of sport. | |
Inspanningstest Methode om bij toenemende inspanning op een hometrainer of loopband de reactie van longen, hart, bloedvaten en spieren te testen. | |
Intrinsiek astma Ook wel: niet-allergisch astma: astmatische klachten bij iemand die niet allergisch is. Dit wordt vooral gezien als het astma op volwassen leeftijd begint. De klachten zijn hardnekkig en lastig voldoende te behandelen. | |
Lichaamsplethysmograaf Een longfunctie apparaat waarbij bij een persoon in een kleine, afgesloten ruimte de totale longinhoud en eventueel de weerstand van de luchtwegen kan worden gemeten. | |
Longembolie Afsluiting van een takje of takken van de longslagader door (meestal) een bloedstolsel, waardoor de functie van een deel van de long uitvalt. Wordt meestal veroorzaakt door loskomen van een bloedstolsel uit een beenader bij een trombosebeen. | |
Longemfyseem Ziektebeeld gekarakteriseerd door een abnormale, permanente vergroting van de luchthoudende ruimten aan het einde van de kleine, vertakte luchtwegen, gepaard gaand met vernietiging van de wanden van de longblaasjes. | |
Longvolume reductie chirurgie Chirurgische ingreep verricht bij patiënten met ernstig emfyseem, waarbij minder goed funcionerende longonderdelen worden weggenomen, meestal beiderzijds; doel is een beter functioneren van de longen. | |
longziekten, Chronisch obstructieve Een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem, longziekten die vaak tegelijkertijd voorkomen. Meestal wordt de afkorting van de engelse benaming COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) gebruikt. | |
Luchtwegobstructie Medische naam voor luchtwegvernauwing. | |
Luchtwegverwijders Medicijnen die een verwijding van de luchtwegen veroorzaken en bijvoorbeeld worden voorgeschreven bij de behandeling van astma. | |
Lymfocyten Een groep witte bloedcellen die een belangrijke rol speelt bij de afweer. T-lymfocyten kunnen lichaamsvreemde stoffen herkennen en scheiden ontstekingsfactoren af. Th2-lymfocyten spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van allergie. Gestuurd door de T | |
Macrofagen Cellen in het bloed, lymfklieren en in sommige weefsels (ondermeer de lever en de longen), die een opruimfunctie hebben en daartoe ook in de weefsels kunnen penetreren. | |
Meter, Flow-volume Een longfunctie apparaat dat gebruikt kan worden om luchtwegvernauwing te meten. Het meet de luchtstroom (flow) van de uitgeblazen lucht en relateert dat aan het volume van de uitgeblazen lucht. | |
Mucolytica Slijmverdunners, medicijnen die dik, taai slijm vloeibaarder maken en toegepast worden bij mensen met longaandoeningen waarbij het slijm niet goed opgehoest kan worden. | |
Ontstekingscellen Cellen die betrokken zijn bij een ontstekingsproces, zoals macrofagen, T-lymfocyten, mestcellen, eosinofiele cellen, granulocyten (witte bloedcellen) en bloedplaatjes. | |
Ontstekingsfactoren Een grote en gevarieerde groep van boodschapperstofjes die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan (of afremmen) van ontsteking. Voorbeelden zijn cytokinen, interleukinen, chemokinen. | |
Ontstekingsremmers Medicijnen die de ontsteking remmen. Afhankelijk van het type ontsteking worden verschillende medicamenten voorgeschreven. | |
Oxidatieve stress Het in de longen ontstaan van zeer reactieve stoffen (die de long beschadigen) door processen waarbij zuurstof is betrokken. In sommige situaties, zoals bij COPD, is er een overmaat aan deze stoffen waardoor schade ontstaat. | |
PC20 histamine De concentratie of dosis histamine die bij inhalatie een daling geeft van de FEV1van precies 20%. Dit is een veelgebruikte test om hyperreactiviteit van de luchtwegen vast te stellen. | |
Piekstroommeter Klein en eenvoudig longfunctieapparaat dat de maximale luchtstroom bij de uitademing meet. | |
Piekstroommeting Bij piekstroommeting wordt de grootste hoeveelheid lucht gemeten die krachtig uitgeademd kan worden na een zo diep mogelijke inademing. | |
Proteasen Eiwitsplitsende enzymen, ook proteïnasen genoemd. | |
Proteïnasen Eiwitsplitsende enzymen, ook proteasen genoemd. | |
Pulmonale hypertensie Verhoogd bloeddruk in de bloedvaten van de long; de meest voorkomende oorzaak is COPD. | |
Quetelet index Een maat om aan te geven in hoeverre het lichaamsgewicht van iemand past bij zijn of haar lichaamslengte. Formule: gewicht gedeeld door de lengte in het kwadraat. | |
Specifiek lgE Antistoffen die bij mensen met een allergie (overgevoeligheid) in het bloed aanwezig zijn en die gericht zijn tegen één bepaald antigeen, bijvoorbeeld huisstofmijten. | |
Spirometrie Longfunctietest waarmee de vitale capaciteit en de FEV1 kan worden bepaald. | |
Steroïden Stoffen met een bepaalde chemische structuur; de belangrijkste is prednison. | |
Stress, Oxidatieve Het in de longen ontstaan van zeer reactieve stoffen (die de long beschadigen) door processen waarbij zuurstof is betrokken. In sommige situaties, zoals bij COPD, is er een overmaat aan deze stoffen waardoor schade ontstaat. | |
Syndroom, Atopisch Het samengaan van meerdere atopische aandoeningen (waarvan de drie belangrijkste vormen hooikoorts, astma en eczeem zijn) bij één patiënt. | |
T-helperlymfocyten (Th) Witte bloedcellen die verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van de afweer. Zij kunnen vreemde eiwitten herkennen en daar vervolgens op reageren door een specifiek patroon aan cytokinen te produceren. Th2-lymfocyten maken onder andere IL-4 en IL-5 | |
theorie, Hygiëne Een recente gedachte die het toegenomen voorkomen van astma en allergie verklaart door de theorie dat infecties en een minder schone omgeving beschermen tegen de ontwikkeling van een allergie. | |
Thoracotomie Operatie waarbij via een snede (meestal tussen de ribben) de borstholte wordt geopend. | |
VATS Video Assisted ThoracoScopy: operatie waarbij drie kleine openingen in de borstkast worden gemaakt; door deze opening kan de chirurg ingrepen aan de long verrichten met speciaal instrumentarium waaronder optiek en video. | |
Video Assisted ThoracoScopy Operatie waarbij drie kleine openingen in de borstkast worden gemaakt; door deze opening kan de chirurg ingrepen aan de long verrichten met speciaal instrumentarium waaronder optiek en video. | |
Vitale capaciteit (VC) De hoeveelheid lucht die iemand na een zo diep mogelijke inademing maximaal kan uitademen. Vaak wordt de FEV1 gerelateerd aan de VC om zo luchtwegvernauwing te kunnen vaststellen. | |
Voedselallergie Het overgevoelig reageren op bepaalde bestanddelen van de voeding ten gevolge van een allergische oorzaak. | |
volume, Forced Expiratory De hoeveelheid lucht die iemand na een zo diep mogelijke inademing in 1 seconde snel kan uitgeblazen. Dit onderzoek wordt ondermeer gebruikt om de longfunctie te meten bij iemand met astma en COPD. Door de FEV1 te meten vóór en ná inhalatie van een bepaal | |
Zuurstofconcentrator Apparaat dat op het stroomnet wordt aangesloten en uit de omgevingslucht zuurstof concentreert. | |