In samenwerking met :  



 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
4. De behandeling van gedragsstoornissen

Gedragsstoornissen komen veel voor in het verloop van de ziekte van Alzheimer, maar ze zijn niet constant aanwezig. Iedere fase heeft zo z’n eigen meer voorkomende stoornissen. Maar in iedere fase kunnen depressie, agitatie en waandenkbeelden voorkomen die, als ze ernstig zijn, met medicijnen behandeld kunnen worden. De afgelopen jaren zijn nieuwere en veiliger medicijnen op de markt gekomen om gedragsstoornissen en stemmingsstoornissen ook bij dementerenden te kunnen behandelen.
Het afwijkend gedrag van dementerenden is zelden beperkt tot één probleem. Vaak komen meerdere typen gedragsstoornissen tegelijk voor. En niet zelden verschuift het gedrag, nadat met een gedragsbeïnvloedend medicijn begonnen is, van het ene naar een van de andere typen. Het is van belang om met de verzorgers van een patiënt met dementie en gedragsstoornissen af te spreken welk element van het gedrag men met behulp van medicijnen zal proberen te veranderen. De verwachte bijwerkingen dienen in deze keuze betrokken te worden.
Veel gedragsstoornissen van dementerenden treden op als gevolg van situaties die door de omgeving worden veroorzaakt. Zo levert het verplicht langdurig mee moeten naar een verjaardagsfeestje, een te lang durende autorit of het te lang alleen blijven doordat de partner wordt opgehouden bij het boodschappen doen, een invoelbare agitatie op. Soms is de agitatie in zijn geheel niet invoelbaar, zoals geschreeuw naar willekeurige voorbijgangers. Aandacht voor deze situaties dient vooraf te gaan aan een medicamenteuze behandeling of deze behandeling zelf te ondersteunen, zodat een lagere dosering kan worden gegeven met minder kans op bijwerkingen.

Depressie
Bij patiënten met dementie is het onderscheid tussen het hierbij vaak voorkomende initiatiefverlies (apathie) en een depressie niet altijd gemakkelijk te maken. Eén van de essentiële verschillen bestaat uit de lijdensdruk, die bij patiënten met een depressie wel en bij patiënten met een apathie veel minder aanwezig is.
Depressie is bij patiënten met de ziekte van Alzheimer goed te behandelen. De klassieke antidepressiva (de tricyclische antidepressiva) hebben voor ouderen minder prettige bijwerkingen, zoals het plotseling dalen van de bloeddruk, moeilijkheden bij het zien, een droge mond en hartritmeproblemen. Voor hen zijn er tegenwoordig gelukkig diverse moderne middelen met veel minder vervelende bijwerkingen ter beschikking gekomen. Een arts met ervaring op dit gebied maakt een keuze uit deze middelen op grond van bijkomende symptomen bij de patiënt.
Bij angst wordt een depressie bij voorkeur behandeld met
ssrr’s (Selectieve Serotonine Re-uptake Remmers). Een nadeel van deze middelen is het optreden van maag-darmklachten (voornamelijk misselijkheid) bij 10% van de gebruikers. Als er ook slaapstoornissen bestaan, bestaat er een voorkeur voor mirtazapine (Remeron), omdat er bij dit middel enige sufheid optreedt bij 10% van de gebruikers. Als Parkinson-achtige stoornissen aanwezig zijn, heeft een middel als moclobemide (Aurorix) de voorkeur.

Waandenkbeelden
Neuroleptica zijn over het algemeen de eerste keus bij de behandeling van waandenkbeelden. Haloperidol (Haldol) 1 mg, te verhogen tot 2-3 mg per dag resulteert in ruim de helft van de gevallen in een duidelijke afname van gedragsstoornissen. Een nadeel wordt gevormd door de Parkinson-achtige bijwerking van haloperidol. Modernere neuroleptica, zoals risperidon (Risperdal), zijn even effectief gebleken als haloperidol, maar vertonen minder van deze bijwerkingen. Wel bestaan er aanwijzingen dat tijdens het gebruik van deze modernere middelen iets meer herseninfarcten worden gezien. Meer onderzoek hiernaar is noodzakelijk. De behandelend arts zal alle voor- en nadelen van behandeling van gedragsstoornissen afwegen en een keuze maken. Tijdens het gebruik van acr’s komen waandenkbeelden overigens minder vaak voor.

Impulsief gedrag
Voor de verzorgers van dementerenden zijn de onvoorspelbare woede-uitbarstingen zeer stressvol. Door de patiënt ‘suffer’ te maken met middelen zoals oxazepam (Seresta), is dit impulsieve gedrag te verminderen. Vaak betekent het gebruik van dit soort middelen dat men moet kiezen tussen twee weinig aantrekkelijke alternatieven: mét deze middelen te suf of zónder deze middelen te impulsief.
De praktijk heeft geleerd dat middelen tegen epilepsie, zoals valproïnezuur (Depakine of Propymal) en carbamazepine (Tegretol) impulsief gedrag kunnen verminderen ten koste van veel minder sufheid. Ook de modernere anti-epileptica zoals Neurontin en Keppra lijken impulsief gedrag af te remmen, terwijl zij mogelijk nog minder sufheid geven.



terug






Auteur(s)


Prijs: € 0,00
ISBN:

Het wordt steeds stiller

Praten over dementie lijkt langzamerhand geen taboe meer. De machtigen van de aarde komen er voor uit: 'I have Alzheimer'(Ronald Reagan, voormalig president van de VS). Praten met mensen die aan dementie lijden is echter ongelooflijk moeilijk en confronterend.

Auteur(s) : Paul Dautzenberg
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116191

Ik ben het steeds meer kwijt

Alzheimer is een vorm van dementie die vaak verstrekkende gevolgen heeft, voor de patiënt, maar ook voor de naaste omgeving. In Ik ben het steeds meer kwijt wordt uitleg gegeven over de ziekte.

Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg en drs. Wiebe Braam
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066119956

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.