In samenwerking met :  



 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Eerste fase: onderzoek naar de oorzaak

De eerste fase van het onderzoek is erg belangrijk. Niet iedereen die de verschijnselen vertoont die bij dementie kunnen passen, is namelijk ook echt dement.
Het eerste gesprek. Allereerst volgt een gesprek met de vermeende patiënt en de familie. Zo’n eerste gesprek duurt al snel 30 - 45 minuten, omdat er erg veel zaken besproken moeten worden. Uit het verloop van dat gesprek, waarin bijvoorbeeld wordt gepraat over de vroegere levensloop tot en met het heden, kan de arts al veel opmaken over het functioneren van het geheugen, de spraak, het bewustzijn, het denken, de aandacht en de stemming.
Belangrijk is of de patiënt zelf klaagt over geheugenachteruitgang (past eerder bij een depressie), of er andere lichamelijke klachten zijn (vaatafwijkingen elders doen een vasculaire dementie vermoeden; ernstig long- of hartlijden, een verminderde doorbloeding van de hersenen), of er recent medicijnwijzigingen zijn geweest en hoe het ziektebeeld ontstaan is (acuut, langzaam, schommelend, etc.). Vertelt de patiënt zijn verhaal zonder haperen of zoekt hij juist steun bij zijn familie en struikelt hij over details (past meer bij de ziekte van Alzheimer)? Hoe oogt de patiënt: opgewekt of somber, gezond of ziek?
De informatie van de familie is zeer belangrijk, maar vooral ook de reactie van de patiënt op dit verhaal van de familie. Vaak klaagt de patiënt zelf niet en is hij verontwaardigd over het feit dat zijn familie hem tegenover de dokter ‘zwart’ komt maken. Soms kan hij zijn mond niet houden als de familie aan het woord is (past meer bij frontotemporale dementie of vasculaire dementie), of laat hij alles over zich heen komen (depressie of juist façadegedrag bij de ziekte van Alzheimer).
Het algemeen lichamelijk, neurologisch en functioneel onderzoek. Verwardheid kan veroorzaakt worden door meerdere lichamelijke oorzaken die te behandelen zijn. Een goed lichamelijk onderzoek kan een duidelijke richting geven in deze zoektocht. Hierbij worden alle interne organen onderzocht met stethoscoop en handen, de neurologische functies beoordeeld, en reflexen gecontroleerd met een hamertje op diverse plaatsen op armen en benen. Verder worden ogen en oren bekeken, de bloeddruk gemeten, het looppatroon beoordeeld en het vermogen getest om opdrachten uit te voeren, en zich aan en uit te kleden. Zo’n lichamelijk onderzoek duurt ongeveer 15 minuten.
Het geheugenonderzoek. Het geheugenonderzoek begint al bij het eerste gesprek. Om de algemene indruk die tijdens het eerste gesprek is ontstaan te staven, worden simpele geheugentesten gebruikt. Dit is een screenend of oriënterend onderzoek. In Nederland worden de mmse (mini mental state examination) en de cst (cognitieve screeningstest) veel gebruikt (zie vorige hoofdstuk). Deze testen zeggen nooit wat er aan de hand is, maar kunnen een aanwijzing zijn voor het feit dat er iets aan de hand is.

Sommige artsen zijn terughoudend in het afnemen van deze testen. Ouderen zouden het te confronterend vinden om zo’n testje te ondergaan. De ervaring leert dat ouderen het meestal niet vervelend vinden om hieraan mee te werken. Behalve de directe resultaten, zegt de manier waarop meegewerkt wordt iets over de mogelijke oorzaak. Vol geestdrift, maar zonder resultaat meewerken past meer bij de ziekte van Alzheimer. Langzaam en klagend uitvoeren van de testen wijst meer op een depressie. En het langzaam en met wisselende resultaten uitvoeren van de test past meer bij een vasculaire dementie of een delier. Ook het weigeren van deze testen levert informatie op.
Zowel de mmse als de cst omvatten vooral vragen die het korte- en langetermijngeheugen testen met vragen zoals welke dag, datum, seizoen en jaar het vandaag is. De mmse onderzoekt nog andere geheugenfuncties, zoals schrijven, lezen en het visueel geheugen. Deze testen kunnen worden aangevuld met het in een kort tijdsbestek (1 minuut) opnoemen van dieren of beroepen (onderzoekers noemen dit de fluency), het natekenen van een regelmatig van vorm veranderende figuur (meander), kloktekenen (zowel wijzerplaat als de stand van de wijzers), het uitleggen van spreekwoorden, het onthouden van drie nieuwe woorden na enkele seconden en na enkele minuten. Dit korte neuropsychologische onderzoek duurt ongeveer 15-20 minuten en wordt vaak standaard aangevuld met een vragenlijst over depressieve gevoelens.



terug verder






Auteur(s)


Prijs: € 0,00
ISBN:

Het wordt steeds stiller

Praten over dementie lijkt langzamerhand geen taboe meer. De machtigen van de aarde komen er voor uit: 'I have Alzheimer'(Ronald Reagan, voormalig president van de VS). Praten met mensen die aan dementie lijden is echter ongelooflijk moeilijk en confronterend.

Auteur(s) : Paul Dautzenberg
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116191

Ik ben het steeds meer kwijt

Alzheimer is een vorm van dementie die vaak verstrekkende gevolgen heeft, voor de patiënt, maar ook voor de naaste omgeving. In Ik ben het steeds meer kwijt wordt uitleg gegeven over de ziekte.

Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg en drs. Wiebe Braam
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066119956

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.