In samenwerking met :  



 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Hersenscans: ct-scan, mri, spect-scan

Niet iedere patiënt met een organisch psychosyndroom hoeft een hersenscan te krijgen. Als een oorzaak buiten de hersenen zeer aannemelijk is, dan voegt een hersenscan niets toe. Als de verdenking op een hersentumor of een te genezen vorm van dementie (zie blz. 29) bestaat, is een hersenscan min of meer verplicht. Tabel 4 geeft aan bij welke patiënt een scan noodzakelijk wordt geacht.

ct-scan
Een ct-scan (Computer Tomografie) is een speciale röntgentechniek, waarbij een groot aantal kleine röntgenopnamen wordt gemaakt, die door de computer tot een beeld worden samengevoegd. Door dat op verschillende hoogten van het hoofd te doen, ontstaat een aantal afbeeldingen die elk een bepaald ‘plakje’ van de hersenen laten zien. Van de hersenen worden bij een gewone ct-scan ongeveer 15 afbeeldingen gemaakt.
Op de ct-scan zijn alleen de grove afwijkingen te zien en uiteraard niet de microscopische veranderingen van de hersencellen. Toch geeft een ct-scan bruikbare informatie bij het vaststellen van de waarschijnlijke aard van de hersenziekte. Bij de ziekte van Alzheimer is er sprake van een langzame verschrompeling van de buitenkant van de hersenen (hersenatrofie). Op de ct-scan is dat over het algemeen pas zichtbaar als het ziekteproces al enige jaren aan de gang is.
In het begin van de ziekte van Alzheimer zijn de afwijkingen op een ct-scan ten opzichte van ‘gezonde’ mensen vaak nog te gering om te kunnen vaststellen dat er echt sprake is van hersenatrofie. In de vergevorderde stadia zijn de afwijkingen echter wel duidelijk zichtbaar. Maar dan is het maken van een ct-scan vaak niet meer zinvol, omdat op grond van de klachten en het verloop daarvan al vrij duidelijk is dat het om de ziekte van Alzheimer gaat. Een routine ct-scan van de hersenen bij een duidelijk patroon volgens de ziekte van Alzheimer is dus niet altijd noodzakelijk. In de regel wordt een ct-scan bij een vermoeden van de ziekte van Alzheimer alleen gemaakt bij patiënten jonger dan 65 of 70 jaar.
Bij de vasculaire dementie die veroorzaakt wordt door kleine herseninfarcten zijn duidelijke afwijkingen op de ct-scan zichtbaar: donkergekleurde vlekken ergens in het hersenweefsel. Bij de normal pressure hydrocefalus worden vergrote hersenholten gezien. Bij een hersentumor treffen we een structuur aan op een plaats waar die niet thuishoort.

mri
Bij een mri (Magnetic Resonance Imaging) worden, net zoals bij de ct-scan dwarsdoorsneden van de hersenen zichtbaar gemaakt. Er worden echter geen röntgenstralen gebruikt, maar een magneet en radiogolven. De magneet trekt alle waterstofatomen in het te onderzoeken lichaamsdeel in dezelfde richting. Vervolgens worden er radiogolven van een bepaalde frequentie gericht. De teruggekaatste radiogolven worden vervolgens door een antenne opgevangen, door een computer geanalyseerd en in een beeld omgezet. Omdat elk type weefsel (zoals spier, bot, hersenweefsel) en hersenvloeistof een verschillend watergehalte heeft, kaatst het ene type weefsel de radiogolven anders terug dan een ander type weefsel. Zo levert een mri van het hoofd een nauwkeuriger beeld van de hersenstructuren, dan een ct-scan. Vooral kleine beschadigingen, zoals bij vasculaire dementie, worden op een mri beter zichtbaar. De ct en de mri kunnen echter niets zeggen over het functioneren van de hersenen.

spect
Bij een spect (Single Position Emission Computer Tomografie) wordt licht radioactief materiaal in de bloedbaan gespoten, dat zich over het hele lichaam verspreidt. Als je een camera die gevoelig is voor radioactief materiaal op de hersenen richt, kun je de mate van bloeddoorstroming van de verschillende hersendelen beoordelen, wat weer iets zegt over de functie van die hersengebieden.

Tabel 4 geeft aan wanneer scans (beeldvormend onderzoek) bij de diagnostiek van dementie moeten worden verricht.
Tabel 4. Patiënten bij wie het maken van een scan (beeldvormend onderzoek) noodzakelijk wordt geacht bij de diagnostiek van dementie.



terug verder






Auteur(s)


Prijs: € 0,00
ISBN:

Het wordt steeds stiller

Praten over dementie lijkt langzamerhand geen taboe meer. De machtigen van de aarde komen er voor uit: 'I have Alzheimer'(Ronald Reagan, voormalig president van de VS). Praten met mensen die aan dementie lijden is echter ongelooflijk moeilijk en confronterend.

Auteur(s) : Paul Dautzenberg
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116191

Ik ben het steeds meer kwijt

Alzheimer is een vorm van dementie die vaak verstrekkende gevolgen heeft, voor de patiënt, maar ook voor de naaste omgeving. In Ik ben het steeds meer kwijt wordt uitleg gegeven over de ziekte.

Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg en drs. Wiebe Braam
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066119956

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.