In samenwerking met :  



 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Vasculaire dementie

Vasculaire dementie is een verzameling van aandoeningen, waarbij de beschadiging van de hersencellen wordt veroorzaakt doordat de vaten/vaatjes in de hersenen niet meer goed werken en de doorbloeding van de hersenen afneemt (vasculair betekent: de vaten betreffend). Vasculaire dementie is weer niet één ziekte, maar een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen, die met elkaar gemeen hebben dat de oorzaak van de dementie een slechte functie van de bloedvaten is. De term vasculaire dementie vervangt de niet meer gebruikte term ‘multi-infarct dementie’.
De bekende risicofactoren die leiden tot het ontstaan van vaatafwijkingen elders in het lichaam, zijn tegelijk ook de risicofactoren voor het ontwikkelen van vasculaire dementie. Dit zijn onder meer hoge bloeddruk (hypertensie) nu of eerder in het leven, een verhoogd cholesterol, roken en hyperhomocysteïnemie (een stofwisselingsziekte, versterkt door een tekort aan vitamine B12, B6 en foliumzuur). Mogelijk heeft het negroïde ras een hoger risico op het ontwikkelen van vasculaire dementie.
Als de symptomen van vasculaire dementie aanwezig zijn, dan versterkt een lage bloeddruk (hypotensie) de symptomen, het maakt de dementie erger.

De set criteria die bij de diagnose vasculaire dementie het meest gebruikt worden, zijn de zogenaamde ninds-airen criteria. Deze criteria duiden op een dementie als de achteruitgang van het dagelijks functioneren niet alleen maar verklaard kan worden door de lichamelijke gevolgen van een cva (beroerte) en als deze achteruitgang gezien wordt zo’n drie maanden na het doormaken van een cva.

Ontstaan van vasculaire dementie
Vasculaire dementie ontstaat wanneer de hersenvaatjes dichtslibben door vaatverkalking (arteriosclerose) of door een propje bloed (infarct) of doordat bloedvaatjes gaan lekken. Vaak betreft het heel kleine bloedvaatjes, soms ook grote vaten. De hersencellen achter deze vaatjes worden onvoldoende doorbloed en kunnen minder goed werken. Vaak gaan de hersencellen dood en verliezen hun functie. Indien er meerdere bloedpropjes ontstaan en er dus veel kleine infarcts aanwezig zijn (vandaar de oude naam voor deze vorm van dementie: multi-infarctdementie), zullen veel hersencellen niet meer functioneren en zal de patiënt duidelijke geheugenstoornissen laten zien. Ook andere functies die door de hersenen worden bestuurd, zoals praten, lopen en het ophouden van urine, kunnen moeilijker gaan als ook deze hersencellen minder doorbloed worden, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Soms is een enkel infarct in een heel belangrijk gebied van de hersenen al voldoende om geheugenstoornissen te veroorzaken. Andersom treden na een beroerte (cva) nog al eens geheugenstoornissen op. Ongeveer een op de vier patiënten heeft drie maanden na een cva een vasculaire dementie.
Behalve de hersencellen zelf, kan ook de verbinding tussen hersencellen onderling minder goed gaan werken. Deze verbinding bestaat uit lange zenuwuiteinden, die steeds beter werken als de isolatie van de zenuwuiteinden goed is. In de hersenen wordt deze isolatie door witte stof (myeline) veroorzaakt. Schade aan kleine bloedvaatjes zorgt ervoor dat de witte stof afneemt (leucauriosis). Als de verbinding tussen de hersencellen minder goed is, dan gaat alles langzamer. Soms valt het geheugen dan wel mee, maar zijn de patiënten zo traag dat zij geen initiatief meer opbrengen om iets te doen (vroeger ziekte van Binswanger genoemd). Als er sprake is van witte stof die over een groot gedeelte van de hersenen is aangedaan, wordt ook wel de term cadasil gebruikt. Uiteindelijk zijn de stoornissen van bloedvaten en witte stof zo ernstig dat er van een dementie gesproken wordt.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat patiënten met vasculaire dementie baat kunnen hebben bij het voorschrijven van galantamine en memantine. In Nederland zijn deze geneesmiddelen echter (nog) niet geregistreerd voor de behandeling van deze vorm van dementie. Mogelijk dat verder onderzoek in de nabije toekomst meer duidelijkheid kan geven, of het routinematig voorschrijven van deze middelen bij vasculaire dementie zinvol is.
Tegenwoordig weten wij dat bij sommige patiënten met een vasculaire dementie ook vaak kenmerken in de hersenen aanwezig zijn die bij de ziekte van Alzheimer horen. Mogelijk dat beschadiging van hersencellen door een vasculaire oorzaak de ‘cascade hypothese’ zoals beschreven in hoofdstuk ‘De ziekte van Alzheimer’ op gang brengt. Men spreekt dan van de ziekte van Alzheimer met vasculaire kenmerken (vroeger ‘mengbeelddementie’ genoemd). In zo’n situatie zien we zowel kenmerken van de ziekte van Alzheimer, als van de vasculaire dementie optreden. Soms zijn bij een patiënt met alle kenmerken van de ziekte van Alzheimer, de vasculaire ‘kenmerken’ alleen maar zichtbaar op een scan van de hersenen. De patiënten met ziekte van Alzheimer met vasculaire kenmerken worden wel gewoon behandeld met geneesmiddelen, die geregistreerd zijn voor de ziekte van Alzheimer.

Beloop van vasculaire dementie
De afwijkingen die men bij onderzoek vindt, hangen bij vasculaire dementie vooral af van de aard, uitgebreidheid en de plaats van de vaatafwijkingen in de hersenen.
In het begin van de ziekte hoeft de achteruitgang van het geheugen bij deze vorm van dementie niet op de voorgrond te staan. Traagheid in handelen en spreken zijn dan duidelijker te constateren. Deze traagheid zien we vooral bij de zogenaamde ‘small vessel disease’, een aandoening die ontstaat door afwijkingen in de kleine bloedvaten die diep in de hersenen liggen (in tegenstelling tot de afwijkingen bij een cva die in de grote bloedvaten aan de oppervlakte van de hersenen plaats heeft). Soms klaagt de patiënt alleen over problemen met het vinden van woorden of kan hij moeilijk overschakelen van het ene onderwerp op het andere. Ook kan er sprake zijn van onhandigheid in het handelen of mist hij of zij het overzicht en de planning, vooral als dit vraagt om het oproepen van informatie uit het geheugen. Het herkennen van deze informatie uit meerdere keuzes blijkt dan ineens wel goed te gaan. Van het falen is de patiënt zich meer bewust dan bij de ziekte van Alzheimer. Vaak ontstaan mede door dit behoud van ziektebesef, gedragsstoornissen met wisselend agitatie en depressie. Uiteindelijk ontstaan er altijd geheugenproblemen.
De achteruitgang bij vasculaire dementie is niet zo geleidelijk als bij de ziekte van Alzheimer. Het verloopt vaak grillig, stapsgewijs, met min of meer acute momenten van verslechtering en gedeeltelijke verbetering, soms van dag tot dag verschillend. Deze achteruitgang kan soms ook jaren op zich laten wachten.
Bij lichamelijk onderzoek vindt men nogal eens afwijkingen in reflexen en spierkracht, en op een mri- of ct-scan van de hersenen ziet men vaak daadwerkelijke beschadigingen in de hersenen zoals infarcten en witte-stofafwijkingen. Deze afwijkingen nemen in het verloop van de ziekte toe.
Omdat de bloedvaten in het hele lichaam minder goed zijn, is de algehele conditie vaak slechter en is de levensverwachting ook korter. Het verbeteren van de lichamelijke conditie door bijvoorbeeld het behandelen van een te hoge bloedsuiker of bloeddruk, kan het geheugen soms iets verbeteren.
Mede door de zwakke algehele conditie wordt een patiënt met vasculaire dementie in het beloop van de dementie over het algemeen opgenomen in een verpleeghuis. De gemiddelde leeftijd voor zo’n opname ligt voor patiënten met vasculaire dementie een aantal jaren lager dan bij patiënten met de ziekte van Alzheimer. Bij verdere progressie van de dementie neemt het verschil in symptomen tussen vasculaire dementie en ziekte van Alzheimer af. In het verpleeghuis is het na verloop van tijd steeds moeilijker om op grond van symptomen onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van dementie.



terug verder






Auteur(s)


Prijs: € 0,00
ISBN:

Het wordt steeds stiller

Praten over dementie lijkt langzamerhand geen taboe meer. De machtigen van de aarde komen er voor uit: 'I have Alzheimer'(Ronald Reagan, voormalig president van de VS). Praten met mensen die aan dementie lijden is echter ongelooflijk moeilijk en confronterend.

Auteur(s) : Paul Dautzenberg
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066116191

Ik ben het steeds meer kwijt

Alzheimer is een vorm van dementie die vaak verstrekkende gevolgen heeft, voor de patiënt, maar ook voor de naaste omgeving. In Ik ben het steeds meer kwijt wordt uitleg gegeven over de ziekte.

Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg en drs. Wiebe Braam
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066119956

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.