Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Paul Dautzenberg en drs. Wiebe Braam
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Wat is het geheugen?

 
In tegenstelling tot bijvoorbeeld het hart of de longen, kunnen we het geheugen niet aanwijzen of fotograferen, omdat het geheugen geen orgaan is. Het geheugen is een ingewikkeld proces, waarmee we ons vermogen aanduiden om informatie te onthouden. Dit proces vindt plaats in onze hersenen en bestaat voornamelijk uit drie stappen:
• opnemen
• bewaren
• opdiepen van informatie.
De rol van het geheugen in ons menselijk bestaan mag niet worden onderschat. Menselijk gedrag, taal, het oplossen van problemen en het nemen van beslissingen doen allemaal op een of andere manier een beroep op ons geheugen.


Onze hersenen
Onze hersenen zitten ongelooflijk ingewikkeld in elkaar. Hoe ze precies werken weet nog steeds niemand. Wel weten we bijvoorbeeld dat er zich in de hersenen zeker honderd miljard (100.000.000.000) zenuwcellen bevinden. Elk van deze cellen heeft weer talrijke verbindingen (synapsen) met andere hersencellen. Daarbij geldt hoe meer verbindingen er zijn, hoe meer informatie kan worden doorgegeven en opgeslagen. Men schat zelfs dat in volwassen hersenen meer verbindingen bestaan tussen hersencellen onderling, dan tussen de watermoleculen in de oceanen van de aarde!
Zenuwcellen hebben ieder hun eigen functie. Zo dient een grote groep voor de besturing van de spieren en ontvangt een andere grote groep via onze zintuigen allerlei impulsen uit de omgeving. En een nog grotere groep zenuwcellen wordt gebruikt voor de opslag van informatie: ons geheugen.
Bijna alle informatie ligt opgeslagen in de schors aan de buitenkant van onze hersenen, maar naarmate we meer onderzoek doen, blijken steeds meer delen van de hersenen een functie te hebben in het geheugen. Daardoor kunnen we misschien beter zeggen: het proces van het geheugen is in het geheel van onze hersenen aanwezig.

Opslag van informatie
De manier waarop informatie in onze hersenen ligt opgeslagen, is niet duidelijk. Er bestaan aanwijzingen die erop duiden dat een hersencel door een signaal elektronisch ‘geladen’ kan worden. Hoe lang zo’n lading in stand blijft, kan wisselen van minuten tot dagen of zelfs weken. Verder lijkt het erop dat informatie opgeslagen kan worden in de vorm van een bepaalde chemische codering via neurotransmitters (chemische verbindingen, letterlijk: zenuwoverbrengers) in de synapsen. Dat werkt als volgt:
Een zenuwcel heeft vele uitlopers die in contact staan met andere zenuwcellen. Deze zenuwcellen ‘praten’ met elkaar door middel van elektrische signalen die zeer snel door de uitlopers worden doorgegeven.
Nu zitten zenuwcellen niet direct aan elkaar vast zoals elektriciteitsdraden. Het elektrische signaal kan daardoor niet zomaar van de ene zenuwuitloper direct doorlopen naar de andere zenuwcel. In de synaps, de plek waar het uiteinde van de ene zenuwcel vlak tegenover dat van een andere ligt, worden daarom neurotransmitters afgescheiden. Kleine hoeveelheden daarvan bevinden zich in blaasjes in het zenuwuiteinde. Een elektrisch signaal zorgt ervoor dat de blaasjes openspringen, waardoor de neurotransmitters in de synapsspleet tussen beide zenuwuiteinden terechtkomen.
Op het oppervlak van de andere, tegenoverliggende zenuwcel, bevinden zich de zogeheten ‘receptoren’ (de ‘ontvangers’). Die geven, zodra ze met een bij hen passende neurotransmitter in aanraking komen, een eigen stroomstootje af, waarna het elektrische signaal zijn weg verder kan vervolgen. Het is echter niet zo dat zich tegenover elk zenuwuiteinde maar één ander zenuwuiteinde bevindt. De werkelijkheid is veel ingewikkelder. Ieder zenuwuiteinde staat driedimensionaal in contact met een scala van andere zenuwen. Al deze verschillende contacten kunnen leiden tot remmen, stimuleren, een beetje remmen, later remmen, een beetje stimuleren, later stimuleren, enzovoort. Eén enkel elektrisch signaaltje kan zo zeer verschillende vervolgstappen uitlokken. Juist dit principe maakt onze hersenen complex, maar stelt ze ook in staat op zo veel verschillende reacties wisselend te reageren.
Wanneer het signaal is doorgegeven, wordt de gebruikte neurotransmitterstof meteen weer snel afgebroken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de neurotransmitter acetylcholine door het in de hersenen aanwezige enzym acetylcholinesterase. De afbraakproducten worden weer gebruikt om nieuwe neurotransmitterstoffen van te maken.

1. Zenuwuitloper
2. Elektrische impuls
3. Uiteinde aanvoerende zenuw
4. Blaasje met acetylcholine
5. Synaptische spleet
6. Receptoren
7. Ontvangende zenuw
8. Myelineschede
9. Acetylcholinesterase
10. Acetylcholinesteraseremmer

Acetylcholine
Er bevinden zich in de hersenen verschillende soorten neurotransmitters. Een daarvan is acetylcholine dat op veel plaatsen in de hersenen aanwezig is. In bepaalde delen van de hersenen zorgt het ervoor dat de opslag van nieuwe feiten en gebeurtenissen in ons geheugen goed verloopt. In andere delen van de hersenen speelt het een rol bij de regeling van de spanning in de spieren.
Omdat het proces van onthouden zich mogelijk in alle hersengedeelten afspeelt, zijn voor het geheugen waarschijnlijk ook andere neurotransmitters van belang, zoals glutamaat en noradrenaline.

Hoe werkt het geheugen?
We onderscheiden drie verschillende geheugens, zonder dat we zeker weten of dit, behalve op drie verschillende processen, ook op drie verschillende plaatsen in de hersenen wijst.
De term langetermijngeheugen gebruiken we voor het bewaren van de informatie die enige maanden tot vele jaren geleden is verworven.
Onder kortetermijngeheugen verstaan we het bewaren van informatie uit een periode van enkele maanden, weken of dagen geleden.
Het werkgeheugen is het proces dat ervoor zorgt dat de informatie tijdelijk (dat is seconden of minuten) aanwezig blijft, totdat ze volledig is gebruikt, ofwel definitief is opgeslagen ofwel verwijderd. Enigszins versimpeld kan het werkgeheugen vergeleken worden met een kladbriefje waarop een beperkte hoeveelheid informatie kortdurend genoteerd wordt. Het korte geheugen is een bureaublad met binnengekomen informatie die wordt verwerkt en, indien belangrijk, naar de grote boekenkast (langetermijngeheugen) wordt overgebracht.

De eerste stap: het opnemen van informatie
Informatie uit de buitenwereld wordt door onze zintuigen verzameld, bijvoorbeeld door onze ogen en oren. Deze zintuiglijke prikkels worden via speciale zenuwbanen doorgegeven aan verschillende hersengebieden en daar verwerkt. Dit geheel van informatie opnemen en verwerken, noemen we waarnemen.
Waarnemen doen we selectief. Als we op zoek zijn naar een gevallen contactlens, kijken we ‘anders’ dan wanneer we een boek lezen of tv kijken. Het doel van het waarnemen bepaalt hoe we waarnemen. Als je bijvoorbeeld je zeer kostbare armband in de douche bent kwijtgeraakt, kijk je daar gecontroleerd en zeer intensief naar, terwijl je blik op weg naar de douche minder scherp lijkt. Op weg naar de douche passeer je bijvoorbeeld zonder te botsen een huisgenoot, die iets in de hand heeft. Je bent echter zo bezig met je armband, dat je later niet meer weet wat je huisgenoot in de hand heeft gehad.
Veel informatie verwerk je dus zonder dat je je daarvan bewust bent. In de douche richt je al je aandacht op het zoeken. Als je huisgenoot je iets vraagt, dringt dat eerst niet tot je door vanwege de gerichte aandacht voor het zoeken. Terwijl je luistert naar je huisgenoot, zoek je toch door. Je bent dus in staat om de aandacht te verdelen en als het moet dit vol te houden tot je de armband vindt. Pas als je stopt met zoeken en in je geheugen je handelingen nagaat, herinner je je dat je de armband bewust in je slaapkamer hebt afgedaan. Dit bewust werken in je geheugen doe je in je werkgeheugen, terwijl je een beroep hebt gedaan op het korte- en langetermijngeheugen. Het werkgeheugen is beperkt in zijn vermogen.
Figuur 2. Het opnemen van informatie.

De tweede stap: het bewaren van informatie
De opgenomen zintuiglijke prikkels worden via het werkgeheugen voor een deel opgeslagen in het langetermijngeheugen, dat nooit vol is. In dit langetermijngeheugen kunnen we informatie via een eigen systeem opslaan. Nu je zo geschrokken bent, zul je in de toekomst het neerleggen van je armband beter registreren en verwerken, en zo beter onthouden. Emoties, zoals schrikken, vormen dus een belangrijke manier om informatie op te slaan, maar dat kan natuurlijk ook door het systematisch gebruik van tijd, alfabet (denk bijvoorbeeld aan ezelbruggetjes) of plaats (waar was ik toen het gebeurde?).
Figuur 3. Het bewaren van informatie.

De derde stap: het opdiepen van informatie
Vaak kost het opdiepen van informatie ons geen enkele moeite, maar dat is niet altijd zo. Soms moeten we heel bewust zaken opzoeken. Met behulp van allerlei aanwijzingen die we tot onze beschikking hebben, kunnen we dit zoekproces sturen. Hierbij maken we gebruik van de in stap twee genoemde emoties, alfabet, tijd, plaats, et cetera. Een andere manier om informatie op te diepen is voor jezelf een aantal mogelijkheden te opperen en via herkenning de juiste informatie te verkrijgen.
Figuur 4. Het opdiepen van informatie.




terug verder




Opa Toetoet raakt de kluts kwijt



Auteur(s) : Chris Veraart
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789021549033

Ook dementie doet pijn



Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg
Prijs : € 21,95
ISBN : 9789491549342