Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. Paul Dautzenberg en drs. Wiebe Braam
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Wat is vergeetachtigheid?

 
Zoals we al eerder zagen, bestaat het proces van onthouden
– het geheugen – uit drie verschillende stappen:
• opnemen
• bewaren
• opdiepen van informatie.
Vergeetachtigheid ontstaat wanneer er iets misgaat in minimaal één van deze drie stappen. Het kan op iedere leeftijd voorkomen en is vaak het gevolg van een fout in de eerste stap. Maar vergeetachtigheid kan ook een gebruikelijke, veelvoorkomende uiting zijn van normaal verouderende hersenen (geheugenachteruitgang die bij de leeftijd past) of wijzen op een groter risico voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer (milde geheugenstoornissen). Ten slotte kan het een symptoom zijn van een ziekte, zowel in de hersenen (dementie), als buiten de hersenen (bijvoorbeeld schildklieraandoening).

Als het misgaat in het geheugen
Informatie wordt niet opgenomen
Stoornissen in het opnemen van informatie betekenen lang niet altijd dat er een ziekte in het spel is. De stoornissen kunnen onder bepaalde omstandigheden ook bij gezonde mensen voorkomen.
Zonder doelbewust aansturen van zintuiglijke prikkels en zonder selectie, komt er te veel informatie op je af. Alle zintuigen krijgen immers continu prikkels (informatie) binnen. Wanneer er te veel prikkels binnenkomen, kun je die niet altijd allemaal tegelijk verwerken. Het gevolg is dat je je opgejaagd en gespannen gaat voelen en daardoor minder informatie kunt opnemen.
Het kan ook zijn dat bepaalde handelingen die voorheen vrijwel automatisch verliepen, nu veel bewuste aandacht vereisen. Hierdoor heb je geen of minder aandacht voor de omgeving om je heen en mis je informatie. Het kan zijn dat je te snel bent afgeleid door een stoornis in de gerichte aandacht of een stoornis in de verdeelde aandacht, waardoor je minder goed twee of meer dingen tegelijkertijd kunt doen.
Ten slotte kunnen concentratieproblemen ook het gevolg zijn van een depressie of een lichamelijke aandoening (zoals een slecht werkende schildklier), waardoor je niet in staat bent voldoende aandacht op te brengen om informatie op te nemen.
Concentratieproblemen treden ook op als informatie saai of oninteressant is. Te veel spanning is dus niet goed, maar ook te weinig spanning is funest voor de concentratie. Voor een goede geheugenfunctie is een optimale hoeveelheid spanning noodzakelijk.

Informatie wordt niet opgeslagen
Stoornissen in het opslaan van informatie zijn bijna altijd een uiting van ziekte. Het resultaat van die ziekte is dat de informatie wordt opgeslagen in een enorme bibliotheek, zonder dat er in een catalogus wordt bijgehouden waar welke informatie ligt opgeslagen. Chaos is dan het gevolg, terwijl herhaling van informatie geen zin heeft omdat die telkens nieuw is en telkens nergens mee in verband kan worden gebracht.

Informatie wordt niet opgediept
Stoornissen in het opdiepen van informatie kunnen onder bepaalde omstandigheden ook bij gezonde mensen voorkomen. Als je door vermoeidheid niet in staat bent naar de catalogus van de bibliotheek te gaan, mis je de verwijzing naar de juiste kast waar je de informatie kunt vinden. Gemis aan juiste aanwijzingen, een sombere stemming of concentratiestoornissen maken het opdiepen moeilijker.

Geheugenachteruitgang passend bij de leeftijd
Vanaf middelbare leeftijd nemen geheugenklachten duidelijk toe, maar de prestaties van het geheugen variëren enorm op oudere leeftijd. Vooral klachten over het vinden van namen staan op de voorgrond. Ook stellen ouderen vaak dat zij moeite hebben met de informatie van het heden, terwijl zij van vroeger nog alles weten. Overigens blijkt die informatie over vroeger bij nauwkeurig onderzoek zeer gekleurd en blijken alleen speciale aspecten inderdaad tot in detail aanwezig. Vooral het visueel geheugen blijft lang intact, terwijl men andere zaken niet heeft onthouden.
Op oudere leeftijd gaan veel hersenprocessen iets trager verlopen. Het kost iets meer moeite en tijd om informatie in het geheugen op te slaan en eruit op te diepen.
Behalve dat ouderen wat trager zijn, hebben zij doorgaans meer moeite met het vasthouden en richten van hun aandacht. Hierdoor wordt het moeilijker om met verschillende dingen tegelijkertijd bezig te zijn, zoals een gesprek voeren én televisiekijken.
Vooral in een drukke omgeving met veel mensen en veel lawaai hebben oudere mensen vaak meer moeite met hun concentratie. Dat kan nog eens extra nadelig worden beïnvloed door slechthorendheid.
Onderzoekt men het geheugen van ouderen, dan blijkt dat zij meer moeite hebben met het zonder aanwijzingen opdiepen van informatie, het opnoemen van willekeurige woordenlijsten of het herhalen van een voorgelezen passage. Dat duidt erop dat de capaciteit van het werkgeheugen is afgenomen.
Daarnaast hebben ouderen meer moeite om gebeurtenissen ten opzichte van elkaar te plaatsen, wat onder meer de verklaring is voor de goedaardige eigenschap van het herhalen van anekdotes. Zij weten niet meer dat dit verhaal al in dit gezelschap is verteld.
Indien nieuwe informatie aan ouderen wordt aangeboden met voldoende aanwijzingen en deze aanwijzingen ten tijde van het opdiepen weer aanwezig zijn, dan is de geheugenachteruitgang minimaal. Opnieuw vormen daarbij visuele aanwijzingen de beste stimulans tot het goed opdiepen van informatie. Je blijkt meer te kunnen vertellen over een bepaalde gebeurtenis van vroeger wanneer je een foto ziet die tijdens die gebeurtenis gemaakt is.
Uit het voorgaande blijkt dat er veranderingen optreden in de werking van het geheugen naarmate we ouder worden, maar deze zijn vaak normaal en vormen geen uiting van ziekte. Toch kan de geheugenachteruitgang dermate hinderlijk zijn dat men wel enige adviezen nodig kan hebben.

Milde geheugenstoornissen (Mild Cognitive Impairment = mci)
Tegenwoordig onderscheiden we binnen de groep van geheugenklachten drie verschillende oorzaken die naar de ernst van de geheugenstoornissen een continu spectrum vormen.
Figuur 5. Continu spectrum geheugenstoornissen.

Mensen boven de 65-70 jaar met een normale geheugenachteruitgang die past bij de leeftijd, hebben jaarlijks ongeveer 3-5% kans op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Die kans is bij patiënten met milde geheugenstoornissen jaarlijks ongeveer 12-15%.
Terwijl voor dementie en voor geheugenachteruitgang passend bij leeftijd criteria voorhanden zijn, geldt dit in mindere mate voor milde geheugenstoornissen. Afhankelijk van de gebruikte definitie, hebben patiënten met milde geheugenstoornissen een duidelijke stoornis in één gebied van het geheugen of meerdere milde stoornissen op meerdere gebieden en treden deze stoornissen vooral op tijdens spanningen en stress. Patiënten met geheugenachteruitgang passend bij de leeftijd hebben geen aantoonbare stoornissen, terwijl patiënten met dementie minimaal op twee geheugengebieden duidelijke stoornissen vertonen, die ook buiten perioden van stress het functioneren negatief beïnvloeden.
Het verschil tussen de vergeetachtigheid bij de ziekte van Alzheimer en die van de overige twee vormen is het eenvoudigst uit te leggen door middel van een voorbeeld. Stel dat je naar het postkantoor moet om postzegels te kopen en je vrouw vraagt je om tegelijk voor haar ook een paar briefkaarten mee te nemen. Bij thuiskomst blijkt dat je vergeten bent die briefkaarten te kopen. Dat kan iedereen overkomen.
Het is mogelijk dat je thuis bij het zien van je vrouw meteen al zelf tot de ontdekking komt dat je de briefkaarten bent vergeten (visuele aanwijzing). Zo niet, dan zul je, zodra je vrouw erom vraagt, zeggen: ‘O jee, die ben ik vergeten.’ In dit geval is er sprake van geheugenachteruitgang passend bij leeftijd of van milde geheugenstoornissen, want zodra je vrouw je aan die briefkaarten herinnerde, wist je dat ze je daarom had gevraagd. Daaruit blijkt dat die informatie wel in je geheugen was opgenomen. Het geheugen is dus wel degelijk in staat om nieuwe informatie op te nemen. Alleen had je op het juiste moment net even niet aan die briefkaarten gedacht.
In het geval van vergeetachtigheid bij dementie is het echter niet alleen zo dat je de briefkaarten vergeet. Bij thuiskomst herinner je het je ook niet meer dat je vrouw je gevraagd had briefkaarten te kopen (stoornis in opslaan van informatie). Zelfs wanneer zij je daaraan herinnert, kun je je van het hele gebeuren niets meer herinneren. Bij een ‘gewone’ vergeetachtigheid of bij milde geheugenstoornissen weet men achteraf dat men iets is vergeten. Bij een dementie is de vergeetachtigheid uitgebreider.




terug verder




Opa Toetoet raakt de kluts kwijt



Auteur(s) : Chris Veraart
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789021549033

Ook dementie doet pijn



Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg
Prijs : € 21,95
ISBN : 9789491549342