Auteur:
Dr. Paul Dautzenberg
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Behandeling van probleemgedrag bij dementie

Mensen die aan dementie lijden kunnen geheugenstoornissen hebben, maar ook probleemgedrag vertonen. Probleemgedrag is een mooi woord. Probleemgedrag beschrijft een interactie zonder dat de patiënt of mantelzorger alleen ‘schuld’ heeft aan probleemgedrag. Probleemgedrag bij patiënten met geheugenstoornissen of dementie kan deels een gevolg zijn van het gedrag van de patiënt; het wordt pas een probleem als de mantelzorger dit zo voelt. Natuurlijk kan probleemgedrag ook het gevolg zijn van ‘verkeerd’ gedrag van de mantelzorger. Verkeerd staat hierbij tussen aanhalingstekens, want het kan adequaat gedrag zijn, dat door de patiënt met dementie verkeerd wordt begrepen, maar ook een niet gepaste reactie van de mantelzorger, gelet op de (ernst van de) dementie. Kortom, bij probleemgedrag moet er altijd naar twee kanten worden gekeken. Hieronder wordt probleemgedrag verder besproken, waarbij de volgende vier thema’s aan de orde komen:

  • communicatie
  • veiligheid
  • sfeer
  • verschillende types probleemgedrag.
Communicatie
Een patiënt met dementie verandert als persoon. Vaak gebeurt dit al een à twee jaar vóór het stellen van de diagnose. Mensen met dementie worden vooral meer apathisch. Hobby’s versloffen en bestuursbaantjes worden opgegeven. Ook al valt dit afwijkende gedrag bij naasten meer op dan de geheugenklachten, toch wordt er niet meteen aan dementie gedacht. Als het begin van het afwijkende gedrag samenvalt met een nieuwe levensfase en dus een nieuwe rol in het leven, zoals pensionering of verhuizing, wordt dat vaak als reden geaccepteerd. De mantelzorger blijft diegene vóór de diagnose als volledig wilsbekwaam beschouwen en blijft op dezelfde manier communiceren. Het moment waarop de diagnose wordt gesteld, kan de aanleiding zijn dat er wel anders met de dementiepatiënt wordt gesproken. Want hoe reageer je op herhalingen, op stiltes of op problemen bij het vinden van woorden? Is dit te voorkomen door op een kinderlijke wijze te gaan communiceren? En wat vertel je aan anderen als de partner met dementie aanwezig is?

Kun je iemand na de diagnose dementie beter toespreken als een kind?
De overeenkomst tussen een mens met dementie en een kind geldt mogelijk voor sommige zaken en voor sommige stadia van de dementie. Of dit ook geldt voor de situatie na de diagnose hangt onder meer af van de ernst van de dementie op dat moment. Bij een beginnende dementie is dit in de regel niet aan de orde. In het begin van dementie kan iemand nog op een vrij zelfstandig, volwassen niveau functioneren, mits structuur in het leven wordt aangebracht. Als je in zo’n situatie een patiënt met dementie toespreekt als een kind is dat onnodig kwetsend en niet respectvol.
Bij sommige mensen met dementie staan gedragsstoornissen meer op de voorgrond. In zo’n situatie kan een benadering zoals die bij kinderen wordt gebruikt soms noodzakelijk zijn.

De heer Dijk
De heer Dijk is een strenggelovige 74-jarige man die samen met zijn twee jaar jongere en vitale vrouw een teruggetrokken leven leidt aan de rand van een dorp. De buren worden gegroet en eenmaal per week knikken beiden naar het winkelpersoneel als de grote boodschappen worden gedaan in het dorp verderop. De heer Dijk blijft dan buiten terwijl zijn vrouw de boodschappen doet. Hun twee kinderen zijn dit milieu ontvlucht en bezoeken het echtpaar zo’n viermaal per jaar. Bij de heer Dijk blijken sinds een jaar geheugenklachten te bestaan en sinds zeker twee jaar is hij ‘anders’.
‘Gisteren dacht ik: wat hoor ik nu? Staat mijn man, die in de voortuin het gras aan het maaien is, met twee jongetjes van een jaar of tien, twaalf te praten. Ik ken ze niet echt. Ze wonen een paar huizen verderop. Nodigt hij ze uit om een glas limonade te komen drinken. Binnen! Gelukkig kon ik ze opvangen en was ik hen voor. Natuurlijk kregen ze te drinken, maar dan op ons terras. En twee dagen ervoor was hij bij het boodschappen doen niet op zijn vaste plek blijven wachten. Ik moest hem zoeken en hij begreep echt niet waar ik me druk over maakte. Nu u de gevolgen van dementie hebt uitgelegd, kan ik het wel begrijpen. Ik snap dat ik er een kind bij heb gekregen. Ik zal beter op hem moeten passen!’

Als de dementie al verder is gevorderd bij het stellen van de diagnose, kan een benadering zoals die bij kinderen wordt gebruikt, zelfs de beste manier zijn.

Mevrouw Stap
Mevrouw Stap, 68 jaar, is een oud-tekenlerares aan de middelbare school. Haar twee jaar jongere echtgenoot is tien jaar geleden in verband met gezondheidsproblemen gestopt met betaald werk en is toen huisman geworden. Mevrouw Stap heeft daardoor tot haar 65ste doorgewerkt. Haar man heeft haar verwend in de laatste tien jaar: behalve het huishouden regelde hij ook de financiën en onderhield hij de tuin. Daarnaast heeft hij ook haar boterhammen gesmeerd en dagelijks een ontbijt op bed gebracht.
‘Wat me de laatste paar maanden opvalt, is dat ze niet meer weet wat de volgorde is van de kleding die ze moet aandoen. Net zoals in uw onderzoekkamer leg ik ze nu uitgespreid op bed en dan lukt het nog net.’
Op dat moment komt mevrouw Stap de spreekkamer binnen op haar blote voeten.
‘Kijk eens naar je voeten,’ zegt meneer Stap vriendelijk. ‘Wat ontbreekt daar?’
Mevrouw Stap kijkt, fronst en glimlacht.
‘Mijn schoenen!’
Rustig loopt ze terug naar de onderzoekkamer om enkele minuten later geschoeid terug te keren.

Voor sommige patiënten is een benadering zoals die bij kinderen wordt gebruikt, beslist niet de beste manier.

Mevrouw Aker
Mevrouw Aker is een 77-jarige ongehuwde oud-verpleegkundige die voor een longontsteking zonder acute verwardheid wordt opgenomen op de afdeling Geriatrie. Zij is nog nooit eerder in een ziekenhuis opgenomen en heeft tot deze opname altijd alles zelf geregeld. Het laatste jaar ging dit minder efficiënt door geheugenklachten. Gedurende het herstel van de longontsteking wordt de diagnose dementie gesteld. Sommige verpleegkundigen gaan daarop mevrouw Aker anders benaderen waardoor zij vooral haar autonomie verliest.
‘Zijn ze nu helemaal gek geworden! Ik weet zelf wel welke pillen ik moet nemen en deze had ik thuis niet. Ik hoef ze niet!’
Als mevrouw Aker de pillen door de kamer gooit, wordt de geriater geroepen. Deze overziet de situatie en na wat vragen geeft hij opdracht alles van tevoren met mevrouw Aker te bespreken en op schrift vast te leggen. Door het teruggeven van haar autonomie wordt mevrouw Aker een modelpatiënte.

In de Nederlandse taal zitten veel verwijzingen naar kinderen die voor mensen met dementie van toepassing kunnen zijn: kinderlijk gedrag, praten als een kind, hij verkindst enzovoort. Het gaat mij echter te ver om elke aanpak die bij kinderen gebruikt wordt zomaar bij mensen met dementie toe te passen. Iedere patiënt heeft recht op een benadering die bij hem past, vol respect.

Hoe moet ik reageren op die steeds weer voorkomende herhalingen?
Er zijn weinig mensen die bij het horen van feiten en gegevens alles in één keer kunnen onthouden. Het dagelijks leven is gewoon te complex, zelfs de dagelijkse routine. De datum, boodschappen, het dagelijks eten, afspraken enzovoort. Iedereen heeft methoden ontwikkeld om deze feiten en gegevens te onthouden: de krant voor de datum, een agenda voor afspraken en een boodschappenbriefje voor de dagelijkse voorraad.
Vrijwel ieder mens schrikt ervan als er, ondanks de gebruikte methode, toch wat wordt vergeten. De mate van schrikken hangt af van het belang van wat is vergeten: bijvoorbeeld het vergeten van een sollicitatiegesprek of het vergeten je kinderen op te halen of vlak voor de vakantie het niet kunnen vinden van het paspoort, levert meer emoties op dan het vergeten van het pakje boter bij de dagelijkse boodschappen.
Het probleem wordt nog groter als de methode wordt vergeten of als je dénkt dat je de methode hebt vergeten. Dan kan er complete paniek ontstaan en is steun van iedereen welkom. Zo’n steun biedt geruststelling.
Iemand met dementie is de methode om feiten en gegevens op te slaan gedeeltelijk of geheel kwijt. Hij overziet vaak ook niet meer of iets belangrijk is of niet. Het pakje boter is net zo belangrijk als het rijbewijs. Hierdoor ontstaat paniek, vaak dagelijks, en er wordt steun gezocht. Meestal bij herhaling, omdat het geruststellen ook weer wordt vergeten, zodat de vraag weer wordt herhaald.

De heer Van Zon
De heer Van Zon, een oud-huisschilder, lijdt al zeker drie jaar aan de ziekte van Alzheimer. Hij is gehuwd en is 79 jaar. Hij woont nog samen met zijn gezonde twee jaar jongere, wat ongeduldige echtgenote, in een redelijk aangepaste woning. Hij weigert naar de dagbehandeling in het verpleeghuis te gaan, omdat hij zich thuis prima kan vermaken met de tuin en zijn postzegel- en muntenverzameling. Zijn echtgenote kan de zorg de laatste weken niet meer aan en samen worden ze eerder teruggezien op de poli geriatrie.
‘Ik word helemaal gek van hem. Hij is constant alles kwijt. Als hij in de tuin werkt, is hij zo zijn schop kwijt. Zijn postzegels liggen onder de tafel en sommige munten zijn onvindbaar. Ik moet alles voor hem zoeken. Hij blijft maar vragen om hulp, ook al ligt alles voor zijn neus of zelfs op zijn vaste plaats.’

Soms is het kwijtraken van dingen niet het probleem, maar meer het herhalen van vragen of verhalen.

Mevrouw Nouens
Mevrouw Nouens, een oud-winkelbediende van 82 jaar herhaalt al vijf tot zes maanden iedere paar minuten dezelfde verhalen en stelt steeds opnieuw dezelfde vragen aan haar inwonende dochter.
‘Ik heb geleerd dat gelijk hebben niet hetzelfde is als gelijk krijgen. Ik heb afgeleerd te zeggen dat iets al gevraagd is of al gezegd is. Geduld en afleiden werken vaak beter. Zaken die met meer aandacht moeten gebeuren, doe ik zonder dat mijn moeder daarbij is. Ik kan het alleen maar volhouden, omdat mijn moeder vijf dagen per week naar de dagbehandeling in het verpleeghuis gaat.’

Iedereen kan zich voorstellen dat zo’n fors beroep op de mantelzorger – 24 uur per dag, zeven dagen per week – nauwelijks op te brengen is. Het almaar herhalen van vragen of verhalen, haalt je uit je eigen ritme en houdt je af van je eigen werk. Als je daar geen ruimte voor hebt, zullen er irritaties ontstaan. Ruimte kun je krijgen doordat de patiënt met dementie een aantal malen per week naar een dagbehandeling gaat. Toch kan ik me voorstellen dat het helpt als men zich realiseert waarom het herhalen voor de dementiepatiënt zo belangrijk is. Hij doet het niet met opzet, maar uit bittere noodzaak. Ook al wordt de vraag voor de vijfde keer gesteld, iedere gestelde vraag is voor de patiënt nieuw en noodzakelijk. Een noodzaak om in het dagelijks leven te kunnen overleven.



terug verder




Ook dementie doet pijn

Auteur(s)
Dr. Paul Dautzenberg

Prijs: € 21,95
ISBN: 9789491549342

Ook dementie doet pijn



Auteur(s) : Dr. Paul Dautzenberg
Prijs : € 21,95
ISBN : 9789491549342

Opa Toetoet raakt de kluts kwijt



Auteur(s) : Chris Veraart
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789021549033

Ik ben het steeds meer kwijt


e-book

Prijs : € 14,99
ISBN : 9789491549113