Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Paul Wisman
 
In samenwerking met :  

Depressiecentrum


lettergrootte: A  A  A
Behandeling met medicijnen

Wanneer er sprake is van een depressie is vaak ook een behandeling met medicijnen op zijn plaats, vooral als er bovendien zogeheten vitale kenmerken bij voorkomen. Medicijnen die tegen depressies worden voorgeschreven, worden antidepressiva genoemd. Deze hebben bij ongeveer 80 procent van de patiënten succes. Soms helpt het eerst voorgeschreven middel niet en moet een tweede of zelfs een derde worden geprobeerd.
Bij 20 procent van de mensen klaart de depressie na het proberen van verschillende merken antidepressiva niet op. Dan kan gekozen worden voor behandeling met lithium. Dit heeft in de helft van de gevallen succes. Bij de overige 10 procent van de patiënten met een depressie, kan een behandeling met een MAO-remmer worden voorgeschreven. In de helft van deze gevallen zal de depressie verdwijnen.
Uiteindelijk blijft er een kleine groep over (5 procent) bij wie geen van de medicijnen helpt. Bij deze mensen spreekt men van een ‘therapie-resistente’ depressie. Als de depressie ernstig is, kan een elektroconvulsieve behandeling worden overwogen. Andere medicijnen die bij ernstige depressies zo nodig worden voorgeschreven zijn de neuroleptica. Het gebruik van kalmerende middelen en slaapmiddelen moet bij depressies zoveel mogelijk beperkt blijven.

Antidepressiva
Antidepressiva vormen het meest voorgeschreven type medicijnen tegen depressies.
Bij depressies zou er een tekort zijn aan bepaalde neurotransmitters. Antidepressiva zouden dit tekort opheffen door de heropname van de neurotransmitter in de zenuwcel te blokkeren. Daarom worden antidepressiva ook wel ‘heropnameremmers’ of ‘re-uptake remmers’ genoemd. Er zijn er die alleen de heropname van serotonine remmen, of alleen de heropname van noradrenaline. Maar de meeste antidepressiva remmen de heropname van beide neurotransmitters.
We onderscheiden klassieke antidepressiva (tricyclische antidepressiva) en moderne middelen. Uitgebreid onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat de oude en nieuwe antidepressiva in de praktijk even effectief werkzaam zijn. Wel is er onderling verschil in de mate van sufheid (sedatie) die vooral de klassieke antidepressiva in het begin kunnen geven. Sedatie is een bijwerking die, tijdelijk, gewenst kan zijn bij geagiteerde, onrustige patiënten. Bovendien hebben de moderne antidepressiva 'mildere' bijwerkingen.





Werking van antidepressiva komt langzaam op gang
Het is belangrijk om te weten dat het gunstige effect van een antidepressivum niet meteen begint. Er kunnen twee tot vier weken verstrijken, voordat de stemming verbetert. Het kan zelfs vier tot zes weken duren voor de depressie verdwijnt en de patiënt weer als voorheen kan functioneren. Het is belangrijk dat dit verteld wordt, om te voorkomen dat de patiënt al na een paar dagen teleurgesteld de medicijnen niet meer inneemt. Als het eerste middel niet aanslaat kunnen zoals gezegd andere antidepressiva soms wel helpen. Uiteindelijk wordt in 80 procent van de gevallen een passend antidepressivum gevonden. Naast het gebruik van medicijnen blijft de begeleiding door de psychiater (in de vorm van informatieve en steunende gesprekken) van essentieel belang.

Bloedspiegelbepaling
Als na vier tot zes weken het gewenste resultaat van een antidepressivum uitblijft, heeft het geen zin om nog langer op resultaat te wachten. Er zijn dan drie mogelijkheden: de dosering is te laag, het middel helpt niet of de patiënt neemt het middel onregelmatig of wellicht helemaal niet meer in.
De laatste tijd wordt er vaker gebruikgemaakt van de mogelijkheid de concentratie van het antidepressivum in het bloed te meten. Dit heet een ‘bloedspiegelbepaling’. Vooral als het te verwachten effect uitblijft, heeft het meten van de bloedspiegel zin. Is de bloedspiegel laag, dan kan geprobeerd worden of een hogere dosering misschien wél helpt. Als de bloedspiegel binnen therapeutische grenzen ligt, heeft verder gebruik van het middel geen zin en kan er beter voor een ander middel gekozen worden. Een goede bloedspiegel hoeft nog niet te betekenen dat de patiënt ook zal verbeteren. Er is op dit gebied nog veel onduidelijk, zodat in de toekomst meer wetenschappelijk onderzoek nodig zal zijn. Van een aantal antidepressiva zijn zogenaamde therapeutische bloedspiegels bekend. Deze middelen hebben wat betreft de concentratie een inmiddels bekende onder- en bovengrens waarbinnen effect kan worden verwacht. Alleen bij deze middelen is bloedspiegelbepaling zinvol.

Begin van de werking
De eerste dagen zal de patiënt, behalve eventuele bijwerkingen, nog maar weinig van het antidepressivum merken. De omgeving ziet vaak eerder dan de patiënt zelf dat er een verbetering op til is. Het gelaat staat dan bijvoorbeeld anders, minder angstig en gespannen. De patiënt wordt ook wat actiever. De stemmingsverbetering blijft nog even achterwege. Dit kan een risico zijn wanneer de patiënt bijvoorbeeld suïcidaal is. De ‘rem’ gaat er wat vanaf, terwijl de stemming nog somber kan zijn. Het gevaar voor zelfdoding kan dan aanwezig zijn.
De stemmingsverbetering komt geleidelijk op gang, zodat de patiënt na een paar weken ook zelf voelt dat de depressie aan het wijken is. De depressie is hiermee nog niet echt ‘genezen’. Hij blijft, althans voorlopig, onder de oppervlakte aanwezig. Dit wordt duidelijk als er eventueel te vroeg met de medicijnen gestopt wordt.

Hoelang met antidepressivum doorgaan?
Het is moeilijk te zeggen, hoelang een patiënt antidepressiva moet slikken. Dat hangt van een aantal factoren af, bijvoorbeeld van het aantal depressies in het verleden, de duur en ernst ervan, de familiaire belasting en het blijven voortbestaan van belastende psychosociale factoren. Er zijn veel patiënten die jarenlang antidepressiva moeten slikken, om een volgende depressie te voorkomen. Antidepressiva hebben dan een preventieve werking.
Antidepressiva leiden voor zover bekend zelfs bij langdurig gebruik niet tot blijvende schadelijke gevolgen. Ook de angst verslaafd te raken is ongegrond.

Bijwerkingen
Naast de gewenste effecten zijn er helaas ook minder gewenste effecten, de bijwerkingen. In het begin van de behandeling met tricyclische antidepressiva kan de patiënt sufheid en slaperigheid ervaren. Bij 's avonds innemen kan hij de slaap eventueel beter vatten. Soms kan ook agitatie als bijwerking voorkomen. Verder kunnen patiënten last krijgen van een droge mond door een verminderde speekselproduktie (kauwgom kan wat verlichting geven), wazig zien (naar de oogarts gaan hoeft niet meteen), obstipatie (laxeermiddelen zijn soms nodig), moeite met plassen, hartkloppingen, overmatig transpireren, libidovermindering (minder zin in vrijen) en potentiestoornissen. Een aantal bijwerkingen kunnen overigens ook verschijnselen zijn die bij de depressie horen. Na verloop van weken verdwijnen de bijwerkingen meestal naar de achtergrond. Overigens verdraagt een patiënt het ene middel beter dan het andere. Het is dus voor de psychiater een kwestie van proberen.
Bij sommige gebruikers kan duizeligheid optreden, vooral als men te snel opstaat. Dit komt doordat er dan een te sterke daling van de bloeddruk ontstaat (orthostatische hypotensie).
Het advies is hierbij om langzaam op te staan en niet meteen te gaan lopen. Vooral oudere mensen lopen hier een risico omdat zij, als ze door de duizeligheid vallen, gemakkelijker een botbreuk op kunnen lopen.
De moderne antidepressiva veroorzaken over het algemeen minder bijwerkingen. De bloeddrukdaling is bijvoorbeeld minder uitgesproken, iets wat zeker voor ouderen van belang is.
Moderne antidepressiva zijn duidelijk minder gevaarlijk, en dus veiliger, bij overdosering. Bij de selectieve serotonine heropname remmers zijn de bijwerkingen van andere aard. In het begin kunnen patiënten last krijgen van onder andere: hoofdpijn, misselijkheid, braken en slapeloosheid. Ook kunnen angst en spanningsklachten zelfs wat toenemen. Een benzodiazepine moet in dat geval tijdelijk toegevoegd worden. Normaal gesproken verdwijnen deze bijwerkingen na een aantal dagen. Wat niet zo makkelijk verdwijnt zijn de bijwerkingen van seksuele aard, zoals libidovermindering, anorgasmie (het niet of vertraagd bereiken van een orgasme) en impotentie. Overigens heeft niet iedereen in dezelfde mate last van deze bijwerkingen.
Mirtazapine heeft deze seksuele bijwerkingen niet. Mirtazapine kan in een aantal gevallen in het begin van de behandeling wat sufheid en slaperigheid geven. Dit kan, in combinatie met het antidepressieve effect, bijdragen aan de algemene verbetering van het slaappatroon.
Bij veel antidepressiva is er een kans op gewichtstoename; dit is o.a. bij mirtazapine het geval. Bij het staken van de behandeling met mirtazapine treden er over het algemeen geen onttrekkingsverschijnselen op.
Een ander antidepressivum is venlafaxine. Bij lage dosering werkt het als een SSRI (inclusief de bijwerkingen). Bij hogere dosering wordt tevens de heropname van noradrenaline geremd. Er is dan wel kans op enige bloeddrukstijging.
Mensen met bepaalde hartafwijkingen kunnen alleen antidepressiva gebruiken als er regelmatige controle van het ECG ('hartfilmpje') plaatsvindt. Dit probleem doet zich bij moderne antidepressiva eigenlijk niet voor.

Aanwijzingen voor het gebruik
In de meeste gevallen kan een antidepressivum het beste in één dosis ‘s avonds voor het slapengaan worden ingenomen. De meeste antidepressiva kunnen het reactievermogen nadelig beïnvloeden. Vooral in het begin van de behandeling, wanneer de antidepressiva een sederend (sufmakend) effect hebben, moet het besturen van een auto of het bedienen van een machine ten sterkste ontraden worden. Ook het gebruik van alcohol gecombineerd met de medicijnen houdt grote risico’s in, omdat de werking van alcohol versterkt wordt. Een paar borrels kunnen al tot dronkenschap leiden.

Lithium
Lithium is een natuurlijke minerale stof die in velerlei opzicht lijkt op andere natuurlijke elementen zoals natrium, kalium en magnesium. Lithium wordt gegeven in de vorm van zouten, lithiumcitraat (Litarex) of lithiumcarbonaat (Priadel, Camcolit).
Lithium is van grote waarde gebleken bij de behandeling van mensen met een manisch-depressieve stoornis. De toevoeging van lithium aan een antidepressivum geeft vaak een stemmingsverbetering bij patiënten die in het verleden manische episoden doorgemaakt hebben. Maar ook voor iemand met een depressie die nooit eerder een manische periode heeft doorgemaakt, kan de combinatie succesvol zijn.
Aan het gebruik van lithium zijn enkele bezwaren verbonden. Zo is het erg belangrijk dat de hoeveelheid lithium in het bloed niet te laag is (want dan helpt het niet) maar ook niet te hoog (want dan ontstaan er bijwerkingen). De grens tussen te laag en te hoog ligt vrij dicht bij elkaar. Dat betekent dat er regelmatig bloedonderzoek nodig is om te zien of de dosering nog steeds goed is.
Bij te veel bijwerkingen en/of gewichtstoename als gevolg van het gebruik van lithium kunnen ook middelen gegeven worden als carbamazepine (Tegretol), valproïnezuur (Depakine) en lamotrigine (Lamictal). Deze middelen hebben naast een anti-epileptische werking ook een stemmingstabiliserend effect.

MAO-remmers
Onder MAO-remmers verstaat men een groep medicijnen waarvan de antidepressieve werking al tientallen jaren geleden bekend was. Vanwege de kans op ernstige bijwerkingen zijn de MAO-remmers sinds de introductie van de antidepressiva uit de handel genomen.
MAO staat voor Mono Amine Oxydase. Dit is een enzym dat monoaminen, een bepaalde groep stoffen uit het lichaam waaronder ook de neurotransmitters serotonine en noradrenaline, afbreekt. Door de werking van MAO-remmers blijven deze neurotransmitters langduriger beschikbaar in de synaptische spleet. Hierop zou de antidepressieve werking berusten. De laatste jaren beleven de MAO-remmers een herwaardering, omdat uit diverse onderzoekingen gebleken is dat ze goed kunnen helpen als bij patiënten de gebruikelijke klassieke en moderne antidepressiva niet werken.
MAO-remmers kunnen een aantal nogal vervelende bijwerkingen veroorzaken, zoals rusteloosheid, slaapstoornissen en agitatie. Ze werken namelijk activerend. Daarnaast kan de bloeddruk bij sommige gebruikers zodanig dalen, dat er klachten over duizeligheid ontstaan, vooral bij het te snel opstaan.
Een gevaarlijke complicatie die zich bij MAO-remmers kan voordoen is de stijging van de bloeddruk bij het gebruik van voedingsmiddelen die tyramine bevatten. Te veel tyramine in het bloed kan tot een levensgevaarlijke bloeddrukstijging leiden. Normaal breekt het enzym MAO tyramine snel af. Maar een MAO-remmer blokkeert deze afbraak.
Dit betekent dat voedingsmiddelen die veel tyramine bevatten gevaar opleveren voor mensen die een MAO-remmer gebruiken. Tyraminerijke voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld oude en scherpe kaassoorten, sommige rode wijnen, lever, tuinbonen en bepaalde vissoorten. Mensen die MAO-remmers gebruiken moeten een speciaal tyramine-arm dieet volgen.
Moclobemide (Aurorix) is een zogenaamde 'selectieve MAO-remmer' waarbij geen dieet gehouden hoeft te worden. Dit middel remt alleen de afbraak van neurotransmitters en niet van tyramine.

Middelen tegen psychose
Als een patiënt lijdt aan een depressie met psychotische kenmerken (melancholie), kunnen er naast antidepressiva zogeheten antipsychotica gegeven worden. Het gaat immers om een ernstige depressie, waarbij de wanen erg kwellend kunnen zijn. Bij adequate dosering verdwijnt de waan en/of hallucinatie naar de achtergrond. Wanneer ook de depressie opgeklaard is, kan de dosering van het antipsychoticum langzaam afgebouwd worden.

Kalmerende middelen en slaapmiddelen
Bij de medicamenteuze behandeling van depressies kan ook gebruik gemaakt worden van slaapmiddelen (hypnotica) en middelen die de angst doen verminderen (anxiolytica). Het zijn stoffen die wat betreft de chemische structuur op elkaar lijken: de benzodiazepinen.
Angst kan een onderdeel vormen van de depressie. Deze angst verdwijnt dan ook weer als de depressie opklaart. Aangezien het antidepressieve effect pas na twee à vier weken optreedt, kan als overbrugging tijdelijk een benzodiazepine gegeven worden. Ditzelfde geldt als de patiënt veel last heeft van slaapstoornissen. Het gebruik dient, voor zover dat mogelijk is, beperkt te blijven tot drie à vier weken. Na deze tijd ontstaat er gewenning. De patiënt heeft dan steeds meer nodig om nog hetzelfde effect te bereiken. Bovendien kan iemand er afhankelijk van worden, zowel in psychisch als in lichamelijk opzicht. Als het middel abrupt gestaakt wordt, ontstaan zogeheten onttrekkingsverschijnselen. Daarom is er een afbouwschema nodig om van deze middelen af te komen.

Elektroconvulsieve therapie (ECT)
De elektroconvulsieve therapie, ten onrechte ook wel elektroshock behandeling genoemd, is een behandeling van ernstig depressieve patiënten, die zeer effectief kan zijn. Hierbij wordt de patiënt onder een kortdurende narcose gebracht, terwijl tegelijkertijd spierverslappende middelen worden toegediend. De patiënt merkt niets van de behandeling die volgt. Hij krijgt via elektroden op de schedel, die aan één zijde (unilateraal) of aan twee zijden (bilateraal) zijn geplaatst, een aantal kortdurende elektrische stroomstoten toegediend, gedurende ongeveer een minuut. Hierdoor wordt kunstmatig een ‘convulsie’ opgewekt, die bestaat uit spiertrekkingen en spierschokken. Door de toegediende spierverslappende middelen vallen ze nauwelijks op. Enkele minuten na de convulsie ontwaakt de patiënt weer uit de narcose. Sommige mensen hebben wat last van hoofdpijn, of voelen zich beroerd, zijn wat verward en hebben geheugenstoornissen. Anderen daarentegen hebben helemaal nergens last van. Geheugen- en inprentingsstoornissen die wat langer duren, herstellen zich bijna altijd weer na verloop van een aantal maanden. Van blijvende stoornissen is nooit iets gebleken.
Alleen als geen enkele medicamenteuze behandeling tot resultaat heeft geleid, wordt ECT overwogen. Ongeveer de helft van de zogeheten therapieresistente depressies kan hier goed op reageren. Vanwege het acute levensgevaar bij deze depressies is het daarom zinvol om de mogelijkheid van een ECT-behandeling te overwegen.
Vroeger, toen er nog geen medicijnen waren, werd de ECT bij erg veel psychiatrische patiënten toegepast. Bovendien werden er geen spierverslappende middelen en geen narcose gegeven. De angst die de patiënten toen tijdens de behandeling door moesten maken heeft gezorgd voor de slechte naam van de ECT. Toen er voor vele psychiatrische ziekten medicijnen beschikbaar kwamen, stopte men met de toepassing.
Omdat een klein deel van de mensen met een ernstige depressie niet op medicijnen reageert en de helft van hen baat zou kunnen hebben bij de ECT is er de laatste tijd weer een discussie opgelaaid om deze behandelmethode weer toe te passen. Inmiddels heeft de Gezondheidsraad duidelijke richtlijnen opgesteld voor de wijze van toepassing (altijd onder narcose). Verder is er een lijst samengesteld met voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voordat iemand in aanmerking komt voor een ECT-behandeling. Als aan al de voorwaarden is voldaan, moeten de voor- en nadelen met de patiënt en zijn familie besproken worden. De patiënt moet hierna zijn toestemming voor de behandeling geven. Als hij niet bij machte is dat zelf te beslissen, kan dit ook door partner of familie gedaan worden.
Het gebruik van electroconvulsieve therapie is nu zelfs populair aan het worden. Sterker nog: er bestaat inmiddels een wachtlijst. Wie een ECT-behandeling wil ondergaan moet tegenwoordig wachten. Sinds eind jaren tachtig is het aantal behandelingen verviervoudigd. In 1999 werden in Nederland 327 behandelingen geregistreerd. In meer dan 60% van de gevallen is ECT succesvol. Vrijwel altijd stemt iedereen in met de behandeling. Er werden driemaal zoveel vrouwen als mannen behandeld. De gemiddelde leeftijd was 61 jaar. Vanzelfsprekend wordt geprobeerd de behandelingscapaciteit te vergroten.

Transcranial Magnetic Stimulation
Een andere techniek waarbij elektrische energie wordt gebruikt om psychiatrische stoornissen te behandelen is Transcranial Magnetic Stimulation (TMS). Een magneetspoel, die zich buiten de schedel bevindt, stimuleert hierbij de hersenen met een wisselend magneetveld. De patiënt is tijdens de stimulatie volledig bij bewustzijn, voelt geen pijn en heeft na afloop geen last van geheugenverlies of verwarring. De enige bijwerking is lichte hoofdpijn. De behandelwijze bevindt zich nog in een experimenteel stadium en het is nog niet duidelijk welke patiënten er baat bij kunnen hebben. Uit de Verenigde Staten en Australië worden goede resultaten gemeld bij de behandeling van depressies. In Nederland lopen de bevindingen vooralsnog uiteen. Het onderzoek, waarbij de frequentie en de duur van de stimulering variëren, duurt voort.

Lichttherapie
Lichttherapie is een behandeling die wordt toegepast bij patiënten met zogeheten seizoensgebonden stemmingsstoornissen of winterdepressies. In 1984 merkte een patiënte, die elke winter leed aan depressieve klachten, dat de depressie ‘als sneeuw voor de zon verdween’ toen zij gedurende de winter een zuidelijk gelegen zonnig eiland bezocht. Toen zij de volgende winter weer een depressie kreeg, behandelde haar arts haar met sterk kunstlicht. Net als op het zonnige eiland verdwenen ook nu haar klachten. Deze ontdekking was de start van verder onderzoek naar depressies die kennelijk opkomen en verdwijnen met de seizoenen. Op grond daarvan is de lichttherapie ontwikkeld.
Patiënten worden blootgesteld aan zogenoemd breedspectrum kunstlicht van 2500 lux, om te beginnen vijf dagen gedurende één uur. Uit onderzoek is gebleken dat ‘s morgens vroeg de beste tijd is om kunstlicht toe te dienen. Zo wordt namelijk de zomerdag kunstmatig nagebootst. Het is de bedoeling dat men regelmatig, maar wel kort, in de lampen kijkt, zodat het netvlies ‘geprikkeld’ wordt. Het grote voordeel van deze behandeling is dat hij al binnen een paar dagen effect kan hebben, en bij sommigen een blijvend resultaat kan geven gedurende de hele verdere winterperiode. Daar komt bij dat er nauwelijks onaangename bijverschijnselen zijn.

Slaaponthouding (slaapdeprivatie)
Er zijn verschillende aanwijzingen dat slaap en stemming met elkaar te maken hebben. Een verandering in de slaap is vaak een voorbode van een op handen zijnde stemmingsverandering. Het onderzoek naar slaaponthouding is op gang gekomen, nadat een aantal depressieve patiënten ontdekt had dat zij zich plotseling, soms van het ene op het andere moment, veel beter gingen voelen, als zij een nacht opgebleven waren. Zo’n stemmingsverbetering duurde de daaropvolgende dag voort. Het effect van deze slaaponthouding (slaapdeprivatie) duurde helaas maar kort. Als ze weer gingen slapen, kwam de depressie terug. In combinatie met antidepressiva is in sommige gevallen wél een blijvend resultaat geboekt.

Runningtherapy
Door hardlopen (running) wordt de geest helder en creatief. Althans, dat zeggen sommige onderzoekers, die verder beweren dat hardlopen niet zaligmakend is, maar wel het zelfvertrouwen verbetert bij depressieve patiënten. Op grond hiervan is in 1984 de runningtherapy ontwikkeld.
In hoeverre is een verhoogde lichamelijke conditie van invloed op de stemming? Wetenschappelijk is de relatie tussen lopen en een verbetering van de stemming niet bewezen. Hangende hoofden en schouders zijn kenmerkend voor depressieve patiënten. Tijdens het lopen worden zij gedwongen deze houding te verlaten. De heilzame werking op de ademhaling speelt ook een belangrijke rol. Ademhalingsoefeningen en ontspanningsoefeningen worden vaak voorgeschreven bij depressieve patiënten; bij lopen gaat het vanzelf. Hardlopen is bovendien een zeer goede vorm van afleiding. De mensen merken dat ze hun problemen even kwijt waren. Dat gevoel geeft hoop voor de toekomst en bevordert de zelfwaardering.

Sintjanskruid
In Europa behoren Duitsland en Frankrijk tot de landen, waar traditioneel veel gebruik gemaakt wordt van kruiden ook wel fytotherapeutica genoemd. Zo is in Duitsland Hypericum perforatum, beter bekend als sint-janskruid het meest voorgeschreven antidepressivum. Uit diverse betrouwbare onderzoekingen is gebleken, dat sint-janskruid beter werkt dan een placebo oftewel een neppil. Tenminste twee van de drie patiënten met een milde of matige depressie knapten op. Behalve overgevoeligheid voor zonlicht (rode huid en jeuk) bij hoge doseringen komen er geen bijwerkingen voor. Dat is een groot voordeel. Een ander voordeel: het middel is zonder recept bij apotheker, drogist of reformzaak te krijgen. De namen waaronder het verkocht wordt zijn: Hyperiforce of Kira. Net als bij de gewone antidepressiva kan het effect pas na 10 dagen merkbaar zijn. Alvorens het te gebruiken, is het raadzaam dit eerst met de arts te bespreken. Het kan een goed alternatief zijn vooral voor wie erg gevoelig is voor bijwerkingen en sceptisch staat tegenover de gebruikelijke antidepressiva.
Het gebruik van sintjanskruid samen met andere middelen wordt afgeraden. Uit recent onderzoek is gebleken dat anders vervelende bijwerkingen zouden kunnen ontstaan.

Therapietrouw
De behandeling van een depressie verloopt in een aantal fasen. In de acute fase wordt de diagnose gesteld en een begin gemaakt met de behandeling. Wanneer die behandeling met antidepressiva na twee tot zes weken effect heeft, spreken we van herstel (remissie) van de depressie. De patiënt kan, met behulp van ondersteunende gesprekstherapie, langzaam de draad van zijn leven weer oppakken. De behandeling is dan echter nog maar pas begonnen. Nu volgt de tweede fase, de zgn. voortgezette behandelingsfase. Volgens de huidige opvattingen duurt deze fase minimaal een half jaar, soms ook wel een jaar. Daarna wordt, in het kader van het behandelplan, het verdere beleid afgesproken.
Bij een eerste depressie zouden bijvoorbeeld de antidepressiva kunnen worden afgebouwd. Is de depressie echter heel hevig geweest, heeft de patiënt al eerder depressies doorgemaakt of wordt, bijvoorbeeld op grond van erfelijke factoren, het risico van een nieuwe depressie hoog ingeschat, dan kan besloten worden de medicatie voort te zetten. We spreken dan van onderhoudsfase. De laatste tijd wordt veelal gekozen voor een langer durende onderhoudsbehandeling met ondersteunende gesprekken of psychotherapie.
Een van zwakkere punten van een behandeling met medicijnen is de therapietrouw, de mate waarin de patiënt de medische adviezen en andere aanwijzingen van de arts opvolgt. Vroeger was het vaak vanzelfsprekend, dat de patiënt deed wat de arts hem 'opdroeg'. In de loop der jaren is de patiënt mondiger geworden. Dat is een goede ontwikkeling. De keerzijde ervan is dat de patiënt soms zonder overleg zijn pillen 'gewoon niet meer neemt'. In de literatuur is sprake van 20 tot 60 % van de patiënten die na drie tot zes maanden zijn medicijnen niet meer slikt. De meeste patiënten stoppen op eigen initiatief, vooral omdat ze twijfelen over het effect van de medicatie of omdat ze last hebben van de bijwerkingen. Vaak leveren ze de medicijnen niet eens in bij de apotheek.
Een goede arts-patiënt relatie is de hoeksteen van een geslaagde behandeling! Voorlichting over depressie en over de behandelmogelijkheden (psycho-educatie), een gezamenlijke probleemformulering en het opstellen van een behandelplan zijn hierbij essentiële onderdelen. Ook is het aan te bevelen, dat arts en patiënt met elkaar praten over de voor- en nadelen van een bepaald antidepressivum. De keuze van het antidepressivum is immers belangrijk voor de latere therapietrouw.
Ook komt het voor dat de patiënt zijn medicijnen (voor kortere of langere tijd) onregelmatig inneemt. De achtergronden van dit verschijnsel zijn verschillend. Soms gaat het om patiënten die een onregelmatig leven leiden. De regelmatige inname van medicijnen schiet er dan bij in.
Bij andere patiënten is het een bewuste keuze: zij hebben geen vertrouwen in het medicijn of willen ontsnappen aan de bijwerkingen. Seksuele bijwerkingen zijn nogal eens aanleiding tot drug holidays. Het regelmatig houden van een drug holiday ondermijnt het effect van de behandeling.

Onttrekkingsverschijnselen
Abrupt stoppen met medicatie verhoogt de kans op zogeheten onttrekkingverschijnselen. Het kan daarbij zowel om psychische als om lichamelijke klachten gaan: patiënten die plotseling met hun medicijnen stoppen, klagen over prikkelbaarheid, huilbuien, levendige dromen, angsten en zelfs hallucinaties, maar ook over duizeligheid, misselijkheid en slapeloosheid. Het meest opvallende verschijnsel is het optreden van spiertrekkingen en schokken, die vergeleken worden met elektrische schokken.
De onttrekkingsverschijnselen kunnen per antidepressivum verschillen. Sommige antidepressiva geven nauwelijks of geen klachten geven, terwijl de onttrekkingsverschijnselen bij antidepressiva met een zogenaamde korte halfwaardetijd, waarbij het medicijn snel wordt afgebroken, zodat de concentratie in het bloed snel daalt, juist heel hevig zijn. Overigens verdwijnen de onttrekkingsverschijnselen altijd weer, zodra het medicijn weer geslikt wordt.

Relaps en recurrence
Wanneer binnen een half jaar tot een jaar gestopt wordt met het antidepressivum, loopt de patiënt het risico, dat de depressie, die nog niet helemaal verdwenen was, in alle hevigheid weer losbarst. Dit wordt een relaps of terugval genoemd.
Ook na een jaar is de kans op terugkeer van de depressie aanwezig. We spreken dan van recurrence.
Meestal is het niet moeilijk achteraf een oorzaak aan te wijzen voor het opnieuw optreden van een depressie. Voor depressiepatiënten is na verloop van een aantal jaren een steeds kleinere aanleiding nodig genoeg om een volgende periode te doen ontstaan. We spreken in dit verband over het 'kindling verschijnsel'.
Bij een aantal patiënten lijkt de depressie iedere keer weer terug te komen. Zo'n relaps of recurrence treedt vooral op als het antidepressivum afgebouwd is. De depressie is dan te beschouwen als een blijvende of chronische aandoening, vergelijkbaar met suikerziekte en hoge bloeddruk. De kans op terugkeer van de depressie wordt bij deze groep patiënten aanzienlijk verkleind, wanneer zij jaren achtereen het antidepressivum, meestal in dezelfde dosering, blijven slikken. Er gaat dan een preventieve werking van het medicijn uit. Hiermee kan onnodig leed voorkomen worden, omdat terugkerende depressies de kwaliteit van leven in menig opzicht ernstig kan belemmeren.




terug verder




Doorgaan met depressie


Doorgaan met depressie maakt het onderwerp 'depressie' toegankelijk voor een breed publiek. Het boek behandelt de laatste stand van zaken. Feiten worden aangevuld met vragen en de antwoorden erop. Verder bevat het heel veel voorbeelden en ervaringsverhalen.

Auteur(s) : Paul Wisman
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549007