|
|
Bloedspiegelbepaling Als na vier tot zes weken het gewenste resultaat van een antidepressivum uitblijft, heeft het geen zin om nog langer op resultaat te wachten. Er zijn dan drie mogelijkheden: de dosering is te laag, het middel helpt niet of de patiënt neemt het middel onregelmatig of wellicht helemaal niet meer in. De laatste tijd wordt er vaker gebruikgemaakt van de mogelijkheid de concentratie van het antidepressivum in het bloed te meten. Dit heet een ‘bloedspiegelbepaling’. Vooral als het te verwachten effect uitblijft, heeft het meten van de bloedspiegel zin. Is de bloedspiegel laag, dan kan geprobeerd worden of een hogere dosering misschien wél helpt. Als de bloedspiegel binnen therapeutische grenzen ligt, heeft verder gebruik van het middel geen zin en kan er beter voor een ander middel gekozen worden. Een goede bloedspiegel hoeft nog niet te betekenen dat de patiënt ook zal verbeteren. Er is op dit gebied nog veel onduidelijk, zodat in de toekomst meer wetenschappelijk onderzoek nodig zal zijn. Van een aantal antidepressiva zijn zogenaamde therapeutische bloedspiegels bekend. Deze middelen hebben wat betreft de concentratie een inmiddels bekende onder- en bovengrens waarbinnen effect kan worden verwacht. Alleen bij deze middelen is bloedspiegelbepaling zinvol. |
Circus Depressie / ADF In samenwerking met de ADF-stichting: Depressie is een van de meest voorkomende psychiatrische ziekten. Eén op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgt er in zijn leven mee te maken. Bovendien heeft de ziekte niet alleen consequenties voor het leven van de patiënt zelf, maar kent ook ernstige gevolgen zijn of haar omgeving. Voor iedereen die deze ziekte beter wil begrijpen biedt het boek Circus depressie uitkomst. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |







