Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Paul Wisman
 
In samenwerking met :  

Depressiecentrum


lettergrootte: A  A  A
Depressieve stoornis

De afspraak volgens de DSM-IV is dat een patiënt aan een depressieve stoornis lijdt wanneer hij gedurende ten minste twee weken, bijna elke dag en bovendien gedurende het grootste deel van de dag last heeft van minimaal vijf van de eerdergenoemde symptomen. Zo’n periode heet een depressieve episode. Niet alle symptomen hoeven aanwezig te zijn. Essentieel voor de diagnose zijn natuurlijk wel de depressieve stemming en het opvallende verlies van interesse of plezier in bijna alle activiteiten. Deze twee vormen de kernverschijnselen van de depressie. De verschijnselen hebben tot gevolg dat iemand duidelijk minder goed gaat functioneren, zowel op het werk als privé.
We kunnen een milde, matige en een ernstige vorm van depressie onderscheiden. We spreken van een milde depressie als er niet zoveel symptomen aanwezig zijn (tussen de 5 en de 8), of als de symptomen minder ernstig zijn. Een patiënt die hieraan lijdt, zal ook niet zoveel hinder en beperkingen ondervinden bijvoorbeeld in de werksituatie of in zijn relatie met andere mensen.
Milde depressies komen veel vaker voor dan men tot voor kort aannam. Ze worden vaak niet opgemerkt omdat ze soms moeilijk te herkennen zijn. Dat is jammer, want het gevolg is dat veel mensen met een lichte depressie niet op de juiste manier behandeld worden. Hierdoor kan zo’n milde depressie een chronisch beloop krijgen, met andere woorden: een langdurig en blijvend karakter gaan dragen. Op den duur ontstaan er dan wél problemen in het dagelijks functioneren.
We onderscheiden verder een matige en een ernstige vorm (de laatste met psychotische kenmerken). De mate van de ernst wordt, behalve door de diepte en de duur van de depressieve stemming bepaald door het aantal andere verschijnselen dat naast de sombere stemming aanwezig is.
Een depressie kan in iemands leven gedurende één bepaalde periode optreden en vervolgens weer overgaan om nooit meer terug te keren. We spreken dan van een éénmalige depressieve episode. Maar het kan ook gebeuren dat iemand in zijn leven verscheidene depressieve perioden doormaakt. De depressie heeft dan een terugkerend (recidiverend) karakter. Tussen de perioden door voelt de betrokkene zich gezond. De kans op terugkeer van een depressie is tussen de 40 en 60 procent. In 15 procent van de gevallen krijgt de depressie op den duur zelfs een chronisch beloop: we spreken dan van een chronische depressie. De specificatie chronisch wordt gebruikt als ten minste 2 jaar is voldaan aan de criteria van een depressieve stoornis.
Bij veel mensen met een depressieve stoornis komt een aantal kenmerkende lichamelijke verschijnselen voor. Zo kan er een duidelijk gebrek aan eetlust bestaan (met vermagering als gevolg), zijn er slaapstoornissen (vooral het minstens 2 uur vroeger dan gebruikelijk wakker worden) en vertoont de depressie een dagschommeling ('s morgens erger dan 's avonds).
We spreken dan van een depressie met vitale kenmerken omdat de regulatie van de eetlust, de slaapbehoefte en het dag-nachtritme voor het leven uiterst belangrijke (= vitale) functies zijn. Een depressie met deze verschijnselen wordt dan ook wel een vitale depressie genoemd. Volgens DSM-IV heet dit een depressieve stoornis met melancholische (vitale) kenmerken.
Een depressie met vitale kenmerken begint vaak zonder dat daar ogenschijnlijk een aanleiding voor bestaat. Niemand begrijpt dan waarom de patiënt zo ernstig depressief is geworden. Het lijkt wel alsof de depressie zomaar 'van binnenuit' is ontstaan. Dit is echter niet altijd zo. Vaak is er achteraf toch wel een aanleiding (hoe klein dan ook, bijvoorbeeld een ruzie) aan te wijzen.
De vitale kenmerken bij een depressie zijn
- geen plezier kunnen beleven
- interesseverlies
- depressie is 's morgens erger dan 's avonds
- ten minste 2 uur vroeger wakker worden dan gebruikelijk
- gebrek aan eetlust en gewichtsverlies
- traagheid en apathie of juist agitatie
- overmatig schuldgevoel
Een depressie met vitale kenmerken reageert meestal goed op antidepressiva. Dat betekent overigens niet dat de depressie meteen echt genezen is, maar wel dat de klachten verminderd of onderdrukt worden.
Er zijn patiënten die speciaal in de herfst en de winter aan een depressie lijden. Behalve over somberheid klagen deze mensen over vermoeidheid, verminderde energie en een toegenomen slaapbehoefte. Er is ook een grotere eetlust, waarbij er een sterk verlangen kan zijn naar zoetigheid. Het lichaamsgewicht neemt dan ook meestal toe. Deze verschijnselen verdwijnen weer in de lente en de zomer. Soms zijn ze in die tijd zelfs wat overmatig actief ('hypomaan'). De laatste jaren is de belangstelling voor en het onderzoek naar de zogenoemde seizoensgebondenheid van de stemmingsstoornissen toegenomen. Dit komt doordat de zogenoemde winterdepressie dikwijls met succes behandeld kan worden met een bepaald kunstlicht. In DSM-IV wordt dit type depressie onderscheiden met aparte criteria voor de specificatie van het seizoenspatroon.



terug verder




Doorgaan met depressie


Doorgaan met depressie maakt het onderwerp 'depressie' toegankelijk voor een breed publiek. Het boek behandelt de laatste stand van zaken. Feiten worden aangevuld met vragen en de antwoorden erop. Verder bevat het heel veel voorbeelden en ervaringsverhalen.

Auteur(s) : Paul Wisman
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549007