Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Paul Wisman
 
In samenwerking met :  

Depressiecentrum


lettergrootte: A  A  A
De symptomen

Een depressie kan zich op erg veel verschillende manieren uiten. Deze uitingsvormen noemen we verschijnselen of symptomen. Het aantal en de aard van deze symptomen kan van persoon tot persoon verschillen. Het is dan ook niet zo vreemd dat een depressie vaak kortere of langere tijd niet als zodanig wordt herkend.
Ondanks alle mogelijke verschillen onderscheiden we twee min of meer kenmerkende symptomen:
- de depressieve stemming; en
- het feit dat iemand nergens meer plezier aan kan beleven.
Die twee kenmerken moeten beide aanwezig zijn, voordat er van een depressie gesproken mag worden. Hoe meer andere verschijnselen verder nog aanwezig zijn, hoe ernstiger de depressie. Aan de hand van de bijkomende klachten kan er ook een onderscheid gemaakt worden tussen de diverse typen depressies.

Depressieve stemming
Tijdens een depressie is er altijd sprake van een continu verlaagde stemming, waarbij matige tot ernstige bedroefdheid, pessimisme en gebrek aan zelfvertrouwen overheersen. Niet iedereen met een depressie geeft spontaan aan waar hij last van heeft. Bij navragen komen eerder vergelijkende omschrijvingen naar voren, zoals: ik voel me de laatste tijd zo bedrukt, mat, down, neerslachtig, rot of in de put zitten. De stemming kan bij een depressie dalen tot peilloze diepte. Alles wordt negatief ervaren. De patiënt ziet er geen gat meer in. Soms zijn er huilbuien, maar meestal heeft men alleen maar het gevoel dat men moet huilen. En als de patiënt dan wel huilt, wordt dat niet als een opluchting ervaren.

Geen plezier
Kenmerkend voor een depressie is, zoals gezegd, dat je nergens meer plezier aan kunt beleven. Je kunt niet meer genieten van een fikse strandwandeling of bijvoorbeeld van de natuur, als in de lente alles zo mooi uitloopt. Je ziet het wel, maar het gevoel dat erbij hoort is als het ware weg, of dood.
De patiënt is bang dat hij geen gevoel meer heeft en ervaart dit als afschuwelijk. Bovendien is dit voor de omgeving heel moeilijk te begrijpen. En wat het nog erger maakt, is dat hij niet meer gelooft dat het gevoel ooit weer terug zal komen.

Interesseverlies
Mensen met een depressie hebben minder of zelfs helemaal geen belangstelling meer voor alledaagse dingen zoals werk en hobby’s, dingen die ze vroeger graag deden. Contact met vrienden en familie hoeft ook niet meer zo nodig. Ze hebben er gewoon geen zin meer in.

Slaapstoornissen
De meeste mensen met een depressie klagen over een ‘slechte’ slaap. Allereerst levert het inslapen problemen op: het kan uren duren, voordat ze in slaap vallen. En als ze dan uiteindelijk slapen, worden ze vaak al na een of twee uren weer wakker.
Vervolgens slapen ze weer in om na een uur opnieuw wakker te worden. De slaap wordt op deze manier dus regelmatig onderbroken, wat als zeer onrustig ervaren wordt. Het kan zelfs de indruk geven dat ze de hele nacht geen oog hebben dichtgedaan.
Uiteindelijk worden ze meestal ‘s morgens vroeg, om een uur of vier, vijf wakker, zonder opnieuw in te kunnen slapen. Ze zijn dan meestal klaarwakker, zonder zich overigens goed uitgerust te voelen. Het weer in slaap vallen wordt belemmerd, doordat ze alweer piekeren over de dag die komt, waar ze als een berg tegenop zien. Het hoeft geen verbazing te wekken dat depressieve mensen uiteindelijk vaak de huisarts bezoeken met de vraag om een slaapmiddel.
Niet iedereen met een depressie heeft overigens last van slapeloosheid. Bij 10 tot 20 procent van de patiënten is er juist sprake van een overmatige slaapbehoefte.

Eetstoornissen
In de meeste gevallen is er bij een depressie sprake van een verminderde eetlust. Dat kan soms zo erg zijn dat je van het eten walgt. ‘Ik krijg geen hap door mijn keel’ en ‘Ik eet omdat ik moet eten, maar het smaakt mij helemaal niet’, zijn veel gehoorde opmerkingen. Soms speelt de droge mond, waar veel depressieve mensen last van hebben, hierbij een rol.
Doordat er zo weinig gegeten wordt, kunnen de kilo’s er vanaf vliegen, zodat er een schrikbarende gewichtsdaling kan ontstaan. Door deze vermagering kunnen depressieve patiënten er nog minder gezond uit gaan zien.
Het omgekeerde is echter ook mogelijk. Soms hebben depressieve patiënten juist een onbedwingbare behoefte om veel te eten. Dit gaat dan meestal in de vorm van vreetbuien. Alles wat maar binnen handbereik is wordt opgegeten. Koektrommels en ijskasten worden leeggegeten. Vanzelfsprekend is een gewichtstoename het gevolg.

Dagschommeling
Depressieve patiënten kunnen ‘s morgens meestal niet op gang komen, omdat ze zo verschrikkelijk opzien tegen elke nieuwe dag. Als ze toch eenmaal op gang gekomen zijn, kan het voorkomen dat ze zich in de loop van de dag wat beter gaan voelen. In de avond voelen ze zich dan het beste, zelfs zo goed dat ze zich niet kunnen voorstellen hoe depressief ze die ochtend waren. Ze kunnen zelfs het moment van het naar bed gaan uitstellen omdat ze zo lang mogelijk hiervan willen ‘genieten’.
Maar het komt ook wel eens voor dat ze zich ‘s avonds slechter voelen dan ‘s morgens. Dit heet een omgekeerde dagschommeling. Dit is meestal het geval bij mensen die overdag een bepaalde vorm van afleiding hebben en ‘s avonds alleen thuis zitten.
Tot slot zijn er echter ook patiënten die in de loop van de dag geen verschil in stemming ervaren. Voor hen is de hele dag dan één grijze, grauwe massa

Traagheid of juist onrust
Bij veel depressieve patiënten gaat het spreken, het denken en het bewegen traag en langzaam. In dat geval spreek je daarom ook wel van een geremde depressie. Alle bewegingen verlopen in een traag tempo. Ze zitten vaak in één houding, bewegingloos, iets wat ze een tijdlang kunnen volhouden. Als er sprake is van een totale bewegingloosheid, wordt er gesproken van een stupor. Dit lijkt op een toestand van algehele verdoving.
Mensen met een ernstige depressie hebben meestal geen behoefte om uit zichzelf te spreken. Ze kunnen uren zwijgen en op vragen reageren ze traag, vaak met éénlettergrepige woorden: ja of nee. De omgeving vindt vaak dat je de woorden er haast uit moet trekken. En als de patiënt eens iets zegt, doet hij dat met zachte, monotone stem. Soms praten ze echter helemaal niet meer. Dit wordt mutisme genoemd.
Alles verloopt traag, het denken van de patiënt, maar ook zijn tijdsbeleving. Een minuut duurt voor een depressief persoon wel een uur, een uur duurt een dag en een dag duurt bijna een jaar. De patiënt ervaart dat weer als zeer afschuwelijk. Hoe erg dit is, valt voor anderen moeilijk voor te stellen.
Daartegenover staat de zogenoemde geagiteerde depressie, waarbij de depressieve patiënt juist heel onrustig en ongedurig in zijn bewegingen is. Deze bewegingen zijn meestal doelloos: de patiënt loopt heen en weer (ijsbeert) of trommelt op de stoelleuning, terwijl hij onrustig op zijn stoel heen en weer schuift. Hij is snel geïrriteerd en kan bovendien angstig zijn. Het gedrag is aanklampend, wat wil zeggen dat de patiënt zijn omgeving steeds maar weer probeert duidelijk te maken dat hij het zo moeilijk heeft. Dit kan tot irritatie leiden, wat het isolement van de patiënt groter maakt.

Gespannenheid
Depressieve patiënten voelen zich vaak zeer gespannen. Dit gevoel kan zelfs zo overheersend zijn, dat de omgeving en eventueel ook de hulpverleners niet aan een depressie denken. De patiënt klaagt over hoofdpijn, in de vorm van een bandgevoel om het hoofd, of over hoofdpijn die vanuit de nek omhoog trekt.
De patiënt kan ook last hebben van buikpijn of van een drukkend gevoel op de maag. De gespannenheid kan zichtbaar zijn, doordat de patiënt over zijn hele lichaam beeft. Hij uit die gespannenheid door uitspraken als: ‘Ik kan het nergens vinden’ of ‘Ik kan me niet meer ontspannen’. Soms kan de spanning zelfs aanleiding zijn tot een paniekaanval. Tot voor kort werd dit ook wel een hyperventilatie-aanval genoemd.

Angstklachten
Bij angstklachten is het soms onduidelijk waarvoor je nu precies bang bent. We noemen dit daarom een algemene of diffuse angst, dit in tegenstelling tot een duidelijk omschreven angst voor bijvoorbeeld spinnen of hoogtevrees.
Een duidelijk omschreven angst kun je tegengaan door datgene waar je bang voor bent te vermijden. Dit is overigens een schijnoplossing. Bij behandeling wordt de patiënt juist opgedragen de angstwekkende situatie op te zoeken. Dit doet de angst op den duur verbleken. Uiteraard dient dit onder goede therapeutische begeleiding te gebeuren.
Een algemene of diffuse angst kan variëren in sterkte. Als ze langere tijd aanhoudt, kan ze ondraaglijke vormen aannemen, wat je dan duidelijk af kunnen lezen aan de gelaatsuitdrukking: die is verbijsterd en radeloos.

Energieverlies
‘De fut is eruit.’ ‘Het lijkt wel of ik geen energie meer heb om ook maar iets te doen.’ Dit zijn veel gehoorde opmerkingen van mensen met een depressie. ‘s Morgens bij het opstaan voelen ze zich al zo moe alsof ze er een hele dagtaak op hebben zitten. De neiging om te blijven zitten of maar weer naar bed te gaan is dan erg groot. Voor de omgeving is dit moeilijk te begrijpen en het veroorzaakt dan ook snel spanningen binnen de relatie of het gezin. Er wordt dan gezegd: ‘Zet nou toch door, waar is je wilskracht van vroeger gebleven?’

Verminderd zelfgevoel
Patiënten die depressief zijn, hebben vaak een lage dunk van zichzelf. Ze hebben voortdurend het gevoel dat ze tekortschieten en falen, zowel in hun gezin als op hun werk. Ze denken erg min over zichzelf en gaan daar diep onder gebukt. Dit geldt ook voor hun uiterlijk. Ze vinden zichzelf onaantrekkelijk of zelfs afzichtelijk, en ze kunnen zich niet voorstellen dat een ander daar niet net zo over denkt. Het is voor de omgeving meestal niet mogelijk om hen dit soort gedachten uit het hoofd te praten.

Schuldgevoelens
In het verlengde van een gering gevoel van eigenwaarde liggen schuldgevoelens. Deze kunnen ook zeer kwellend zijn. De patiënt maakt zichzelf voortdurend verwijten over dingen die hij in het verleden gedaan heeft of juist nagelaten heeft. Zo kan hij bijvoorbeeld het idee hebben dat hij slecht geleefd heeft en bepaalde dingen heeft gedaan waarvoor hij gestraft moet worden. Dit idee kan zelfs dusdanige vormen aannemen dat hij er tegen beter weten in vast van overtuigd is dat het ook echt waar is. In dat geval wordt er van schuld- en zondewanen gesproken. Verder vindt hij het ontzettend bezwaarlijk dat er zoveel mensen zijn, familieleden bijvoorbeeld, die proberen te helpen en hem proberen op te vrolijken. Dit kan het schuldgevoel alleen nog maar versterken, want hij vindt dat hij het niet waard is om geholpen te worden. Bijna altijd gaan hier aan schaamtegevoelens mee gepaard.

Concentratieproblemen
Patiënten met een depressie hebben heel veel moeite hun aandacht ergens bij te houden. Een boek lezen lukt haast niet meer, terwijl tv-uitzendingen eigenlijk ook langs hen heen gaan.
In gezelschap lijken ze ook wat afwezig. Wat ze horen gaat het ene oor in en het andere oor weer uit. Soms lijkt het daardoor wel alsof ze ook wat vergeetachtig zijn. Met nadruk wordt hier het woord 'lijkt' gebruikt, want het geheugen als zodanig is niet gestoord. Maar als er iets tegen je gezegd wordt als je je gedachten er niet bij kunt houden, dan ben je het ook zo weer vergeten. Al snel wordt in zo'n geval, vooral als de patiënt al wat ouder is, gedacht aan een beginnende dementie, wat ook wel pseudo-dementie wordt genoemd. Dit is evenwel een wat ongelukkige, inmiddels verouderde benaming, omdat er helemaal geen sprake is van dementie. Een proefbehandeling met een antidepressivum kan in zo'n geval duidelijkheid verschaffen. Want als het om een depressie gaat, verminderen de geheugenstoornissen en concentratiestoornissen meestal.
Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat een demente patiënt ook depressief kan worden en dat een chronisch depressieve patiënt ook een dementie kan ontwikkelen. Het is dan ook vaak moeilijk om een depressie van een dementie te onderscheiden.

Stoornis in het denken
Het denken van depressieve patiënten wordt vaak volledig in beslag genomen door hun problemen. Ze piekeren aan één stuk door, vaak over steeds maar hetzelfde. Hun gedachten, die meestal betrekking hebben op het niet kunnen begrijpen waarom zij zich zo ellendig voelen, blijven als het ware in cirkels ronddraaien.
Het denken wordt verder gekenmerkt door een vertraagd tempo. De gedachtengang kan soms zelfs stagneren en helemaal stil komen te liggen. Op de vraag: ‘Waar denk je aan?’ volgt dan na lang aarzelen het antwoord: ‘Nergens aan.’ En dat is ook werkelijk zo. Dit maakt dat de omgeving zich nog machtelozer voelt.

Besluiteloosheid
Het lukt de depressieve patiënt niet meer zo gemakkelijk om beslissingen te nemen. Hij gaat twijfelen aan de meest eenvoudige en elementaire dingen, die voorheen geen problemen opleverden. Het gaat om gewone en alledaagse dingen, zoals: ‘Welke kleren trek ik vandaag aan?’ en ‘Wat zal ik vanavond eten?’ We noemen dit twijfelzucht.

Dwanggedachten
Een depressieve patiënt kan last hebben van gedachten die iedere keer als het ware aan hem opgedrongen worden. Zich hiertegen verzetten helpt onvoldoende, hij kan ze niet uit zijn hoofd bannen. We noemen dit dwanggedachten. De inhoud van deze gedachten heeft meestal te maken met de dood, ondergang of met seksualiteit. De patiënt schrikt bijvoorbeeld van allerlei obsceen gekleurde dwanggedachten die hij uit schaamte zeker niet gauw spontaan aan een ander zal vertellen.

Denken aan de dood
Voor veel depressieve patiënten hoeft het leven niet meer. Bij de één komt deze gedachte slechts zo nu en dan op, maar bij de ander is deze gedachte voortdurend aanwezig. Soms kan hij aan niets anders meer denken. De dood is namelijk de enige manier, zo denkt hij, om uit zijn lijden verlost te worden. Het leven ervaart hij als een kwelling. Men kan zelfs van het leven walgen. Vaak denkt de patiënt ook het niet langer meer te verdienen om te leven (straf). Een depressief iemand denkt dat hij de omgeving alleen maar tot last is: ‘Ik kan maar beter dood zijn, dan zijn jullie van mij af’.
Familieleden, maar ook hulpverleners, ervaren het nog steeds als een taboe om over suïcidale gedachten te praten en om direct te vragen naar eventuele vastomlijnde plannen in die richting. Veel patiënten zwijgen hierover, uit angst dat hun plannen vroegtijdig ontdekt worden. Andere patiënten voelen zich daarentegen juist wat opgelucht, wanneer er over gesproken wordt. Daarna voelen zij zich ook wat meer beschermd.
Vaak wordt gedacht dat mensen die zeggen zelfmoord te zullen plegen, het toch niet zullen doen. Dit is nog steeds een onuitroeibaar fabeltje. Uitlatingen over de dood dienen altijd serieus genomen te worden, ook al zouden ze wat aanstellerig of aandachttrekkend overkomen. Het zijn en blijven noodsignalen, vanuit pure wanhoop en machteloosheid. Uitspraken als ‘Ik wou dat ik niet meer wakker werd’ en ‘Als ik zou verongelukken, dan zou het me niets kunnen schelen’ mag men dus niet als loze opmerkingen beschouwen. Ernstige suïcidale gedachten en/of pogingen tot zelfdoding kunnen leiden tot een (onvrijwillige) opname in een ziekenhuis.
Gelukkig leiden de meeste pogingen tot zelfdoding niet tot de dood. Door tijdig in te grijpen, bijvoorbeeld door bij een patiënt die te veel tabletten geslikt heeft de maag leeg te pompen, kan het leven nog gered worden. Het komt wel voor dat de betrokkene, als hij weer bijkomt, teleurgesteld en kwaad is omdat het niet gelukt is. Een ander daarentegen is achteraf blij, vooral wanneer de depressie later door een goede behandeling langzaam verdwijnt.

Zelfdoding
In ons land overlijden er jaarlijks ongeveer 14 op de 100.000 mensen als gevolg van zelfdoding of suïcide. Men gaat ervan uit dat het aantal pogingen tot zelfdoding (suïcidepogingen) ongeveer tien keer zo hoog is. Officieel is dit cijfer 120 op de 100.000. Waarschijnlijk is dit getal in werkelijkheid nog wat hoger, gezien het aantal niet geregistreerde pogingen.
Tot voor kort gebruikte men de term zelfmoord, en veel mensen doen dat nog steeds. Toch is de term zelfdoding beter. Bij het woord ‘moord’ ligt immers de nadruk vooral op het strafbaar zijn of het criminele van de daad. Het woord ‘doding’ heeft die betekenis niet. Een nog neutraler woord is de medische term suïcide, waarvan de letterlijke vertaling overigens ook ‘zelfdoding’ (sui = van hemzelf, caedere = doden) is. In het algemeen plegen mannen vaker suïcide dan vrouwen, ook al begint het aantal vrouwen dat suïcide pleegt toe te nemen. Hetzelfde is helaas ook het geval bij jongeren, bijvoorbeeld in de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar.
Er wordt voortdurend onderzoek verricht naar het fenomeen suïcide, naar de signalen die iemand uitzendt in de periode die aan de suïcidepoging voorafgaat en naar de achterliggende oorzaken ervan.

Lichamelijke klachten
Mensen met een depressie hebben vaak tegelijk ook lichamelijke klachten. Daarbij zullen moeheidsklachten en hoofdpijnklachten veelal op de voorgrond staan, maar ook pijnklachten komen heel veel voor. De pijn kan letterlijk overal zitten, zonder dat er een verklaring voor gevonden wordt. We spreken hier dan ook van onbegrepen pijnklachten. Verder kunnen depressieve patiënten last hebben van een droge mond, maagpijn, trage stoelgang, problemen met urineren en menstruatiestoornissen; een heel scala van uiteenlopende klachten.
Vanzelfsprekend dient de arts bij aanhoudende lichamelijke klachten na te gaan wat daar de oorzaak van is. Meestal kan hierbij worden volstaan met een lichamelijk onderzoek, eventueel aangevuld met zogenoemd hulponderzoek (bijvoorbeeld laboratorium- en röntgenonderzoek).
Bij mensen met onverklaarbare lichamelijke klachten blijkt in ongeveer 30 procent van de gevallen sprake te zijn van een depressie. Als deze depressie dan adequaat behandeld wordt, verdwijnen ook de lichamelijke klachten naar de achtergrond. Achteraf is dan pas duidelijk dat de depressie schuilging achter allerlei lichamelijke klachten (gemaskeerde depressie).
Pijn bij depressieve mensen hoeft natuurlijk niet altijd een gevolg van de depressie zelf te zijn. Bekend is echter wel, dat de depressie pijnklachten met een bekende lichamelijke oorzaak kan verergeren, doordat de pijn heftiger gevoeld wordt.

Libidoverlies
Onder libidoverlies verstaan we de omstandigheid dat geen aandrang voelt of zin heeft om te vrijen. Bijna alle depressieve patiënten hebben hier last van. Het lukt ook niet meer zo goed en men raakt al snel in een vicieuze cirkel. Bij de man geeft dat onder meer potentie-, ejaculatie- en orgasmeproblemen.
Net als bij de eerder genoemde lichamelijke klachten, heeft men bij seksuele problemen niet altijd meteen in de gaten dat het om een depressie gaat. Ook bepaalde antidepressiva kunnen overigens als bijwerking seksuele problemen veroorzaken. Wanneer de depressie verdwijnt of het medicijngebruik wordt beëindigd, verdwijnen meestal ook de seksuele klachten weer. Is dit niet het geval, dan is er toch meestal sprake van een andere oorzaak: relatieproblemen, of toch een lichamelijke oorzaak.

Hypochondrie
Patiënten die aan een depressie lijden, kunnen overmatig bezorgd zijn over het functioneren van hun lichaam. Ze zijn voortdurend bezig met bijvoorbeeld de ontlasting. Als deze niet regelmatig komt, zijn ze bijvoorbeeld bang dat ze een darmziekte hebben. Bij elke steek rond het hart denken ze bijna direct binnenkort door een hartinfarct geveld te worden.
We noemen dit verschijnsel hypochondrie. De patiënt heeft de vaste overtuiging dat hij een lichamelijke ziekte heeft of die binnenkort krijgt. Geruststelling, na uitgebreid onderzoek, helpt soms wel even, maar snel daarna komt de angst weer terug. In het ergste geval kan de hypochondrie de vorm aannemen van een zogenoemde hypochondere waan. Dan is de patiënt helemaal niet meer gerust te stellen.

Psychotische verschijnselen
De depressie is soms zo ernstig, dat naast een diep depressieve stemming ook zogenoemde psychotische verschijnselen aanwezig zijn. Dat zijn verschijnselen die aangeven dat de betrokkene het contact met de realiteit verloren heeft. Een patiënt kan bijvoorbeeld bepaalde waangedachten of wanen hebben (schuldwaan, zondewaan, armoedewaan enz.). De inhoud van deze gedachten is meestal negatief gekleurd en berust niet op feiten, maar de patiënt is niet in staat om dat in te zien. Evenmin is hij van dat bepaalde idee af te brengen. Wij zeggen ook wel: zijn gedachten zijn niet voor correctie vatbaar. Er voortdurend tegenin gaan heeft dus ook totaal geen zin, het wekt alleen maar irritatie en boosheid op. Verder komen, zij het zeer zelden, ook akoestische (stemmen horen) en visuele hallucinaties voor.
Het spreekt voor zich, dat een depressie waar psychotische verschijnselen bij voorkomen, een zeer ernstige vorm van depressie is. De wanen en hallucinaties kunnen door een patiënt als zeer angstaanjagend worden ervaren. De omgeving staat er vaak machteloos tegenover. Niet altijd wordt onderkend hoe gevaarlijk deze ernstige vorm van depressie is. Het gevaar voor zelfdoding is vrij groot. Vaak is het de familie die al eerste de ernst van de situatie onderkent en op zoek gaat naar hulp. Een opname, waarbij een adequate behandeling zo spoedig mogelijk gestart moet worden, is meestal dringend noodzakelijk. Naast medicijnen tegen de depressie (antidepressiva) kunnen ook medicijnen gegeven worden gericht tegen de psychose (antipsychotica).




terug verder




Doorgaan met depressie


Doorgaan met depressie maakt het onderwerp 'depressie' toegankelijk voor een breed publiek. Het boek behandelt de laatste stand van zaken. Feiten worden aangevuld met vragen en de antwoorden erop. Verder bevat het heel veel voorbeelden en ervaringsverhalen.

Auteur(s) : Paul Wisman
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549007