Auteur:
Paul Wisman
 
In samenwerking met :  

Depressiecentrum


lettergrootte: A  A  A
Depressies in de overgang

Veel vrouwen hebben tijdens de overgangsjaren (tussen 45 en 60 jaar) last van bijvoorbeeld slaapstoornissen, prikkelbaarheid, onlustgevoelens, een somber gevoel, angsten, een gevoel van teleurstelling, emotioneel labiel zijn, afname van de seksuele gevoelens en moeheidsklachten. Volgens de criteria van DSM-IV is er sprake van een depressieve stoornis, die niet verschilt van de depressie in andere levensfasen. De depressie kan ook gepaard gaan met vitale kenmerken, overdreven schuldgedachten of wanen. De vrouw denkt bijvoorbeeld dat ze aan een kwaadaardige ziekte lijdt (hypochondere waan) of dat ze niets waard is (nihilistische waan). Het beeld wordt dan verder gekenmerkt door een verhoogd wantrouwen, soms zelfs door paranoÔde wanen. De depressie heeft dan meestal een angstig en geagiteerd karakter.
Depressies komen bij vrouwen in deze levensfase zo vaak voor, dat er in die periode kennelijk verhoogde gevoeligheid voor bestaat. Hierbij spelen vooral psychosociale factoren een rol.

Oorzaken van depressies tijdens de overgang
Een vrouw kan in de overgangsjaren heel wat te verstouwen krijgen. Het definitieve verlies van de mogelijkheid om kinderen te krijgen is een ingrijpende verandering. Vrouwen met kinderen hebben in de overgang meer kans op een depressie, omdat zij in deze periode vaak ook afstand van de moederrol moeten doen door het uit huis gaan van de kinderen. Dit wordt wel het 'lege nest syndroom' genoemd.
Andere psychosociale factoren zijn de ouder wordende echtgenoot en zijn pensionering. Doordat hij nu hele dagen thuis is, ontstaat er thuis meestal een nieuwe rolverdeling. Ook de eigen pensionering van de werkende vrouw of de dood van de eigen ouders tellen mee. In tegenstelling tot wat aangenomen wordt, zijn vrouwen zonder kinderen minder vatbaar voor een depressie, wanneer ze tenminste hun leven goed ingericht hebben. Persoonlijkheidsfactoren kunnen bij het ontstaan van een depressie ook een rol spelen, net als erfelijkheidsfactoren.
Tijdens de overgangsjaren komen klachten als opvliegers, transpiratie-aanvallen, hoofdpijn, gewrichtspijnen en aanvallen van duizeligheid duidelijk vaker voor. Deze klachten kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Het prestatieniveau neemt af. Vrouwen beseffen door deze klachten dat ze nu 'echt' in de overgang geraakt zijn, iets waar ze over het algemeen niet aan willen. Er kan zoals gezegd tevens een angst ontstaan voor het ontwikkelen van bijvoorbeeld borst- of baarmoederkanker of van hart- en vaatziekten. De meeste lichamelijke klachten tijdens de overgang hebben te maken met de verminderde productie van oestrogene hormonen in de eierstokken. De patiŽnten kunnen eventueel dan ook goed reageren op een behandeling met oestrogene hormonen. Of het hierdoor verdwijnen van de lichamelijke klachten leidt tot de afname van de depressieve klachten, of dat oestrogene hormonen zelf een directe werking op de hersenen hebben, is niet bekend.

Behandeling van een depressie tijdens de overgang
Bij de lichtere vormen van depressie kunnen ondersteunende gesprekken door de huisarts, een gesprekstherapie of psychotherapie verlichting geven.
De behandeling van depressies tijdens de overgang is in principe gelijk aan die van een depressie in andere levensfasen. Ook hier is het gebruik van antidepressiva aan te raden, zeker voor vrouwen met een depressie met vitale kenmerken.
Als de depressie niet verbetert door een behandeling met antidepressiva, kunnen oestrogene hormonen vaak wel tot herstel leiden. Dat is vooral het geval, wanneer lichamelijke klachten als opvliegers en transpiratie-aanvallen op de voorgrond staan.




terug verder




Circus depressie


e-book

Auteur(s) : Paul Wisman
Prijs : € 14,99
ISBN : 9789491549281