Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Paul Wisman
 
In samenwerking met :  

Depressiecentrum


lettergrootte: A  A  A
Wat is een depressie?

‘Ik zie het de laatste dagen helemaal niet meer zitten’, of ‘ik voel me zo depressief’. Zoiets wordt tegenwoordig heel gemakkelijk gezegd, maar het is de vraag of er werkelijk sprake is van een depressie, of dat het hier gewoon om een wat sombere stemming gaat? Een depressie is immers officieel een psychiatrische ziekte, zelfs een van de meest voorkomende. Een sombere stemming daarentegen is géén ziekte, maar een ‘gewone’ tijdelijke verandering van stemming.

Verdriet of depressie?
Bijna iedereen voelt zich wel eens een aantal dagen (of korter) neerslachtig en ongelukkig. Je hebt dan nergens zin in en ziet overal tegenop. Er komt niets uit je handen; een kop koffie zetten is al te veel moeite. De fut is er uit. Je wilt het liefst in bed blijven liggen, omdat je je ontzettend moe voelt. Daarbij vind je jezelf misschien ook nog een waardeloos persoon. En dan opeens, na een paar dagen, klaart de lucht op en ‘zie je het weer helemaal zitten’. De sombere bui blijkt overgedreven te zijn.
Zoiets als we hierboven beschreven hebben, mag je nog geen depressie noemen. Het is ‘slechts’ een tijdelijke stemmingsverandering, eigenlijk zelfs een normale gemoedstoestand. De stemming van een mens schommelt nu eenmaal. Het leven zou er anders zelfs wat saai en kleurloos uitzien.
Als iemand een aantal dagen in de put gezeten heeft of verdrietig is geweest, kan daarvoor meestal een oorzaak gevonden worden. Iemand is bijvoorbeeld gezakt voor een belangrijk examen of niet aangenomen voor een baan die hij graag had willen hebben. Dan is de neerslachtige of verdrietige stemming eigenlijk goed te begrijpen.
Natuurlijk zijn er wel individuele verschillen. De één herstelt nu eenmaal vrij snel na een zware tegenslag, terwijl de ander al dagen van slag is als bijvoorbeeld zijn fiets is gestolen. Er wordt dan gezegd of gefluisterd: ‘Hij blijft wel erg lang verdrietig’ of ‘Hij is wel heel erg gevoelig’.

Wanneer is er sprake van een echte depressie?
Bij een echte depressie is de stemming abnormaal verlaagd. Er is dan sprake van een pathologische (= ziekelijke) daling van de stemming.
Nu is de grens tussen normaal en abnormaal moeilijk te trekken, de overgang verloopt namelijk geleidelijk. Daarom heeft men in de loop der jaren een aantal normen of maatstaven ontwikkeld, aan de hand waarvan de arts kan bepalen of er nu wel of niet sprake is van een echte depressie. Die maatstaven zijn algemeen aanvaard.
Bij een echte depressie zien we dat de stemming in de loop der tijd verder en verder daalt, tot aan een eventueel ernstig depressieve stemming. Hoe dieper de stemming gedaald is, des te ernstiger de depressie is. Die stemmingsdaling moet minimaal twee weken bestaan hebben voordat van een depressie gesproken mag worden. Het langer duren van de depressieve stemming is dus een belangrijke voorwaarde.
Een tweede belangrijk kenmerk voor het mogen stellen van de diagnose depressie is dat de depressieve stemming het functioneren op allerlei gebied negatief beïnvloedt.
Wanneer we hier spreken over een depressie bedoelen we dus de psychiatrische ziekte of stoornis en niet een sombere of depressieve bui. Overigens is behandeling van deze ziekte meestal goed mogelijk.

Geen zeldzame ziekte
Depressies komen vaker voor dan de meeste mensen denken. Eén op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgt in haar of zijn leven met een depressie te maken. Volgens andere onderzoeksgegevens maakt jaarlijks gemiddeld één op de dertien Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar een depressieve periode door. Ook 3 tot 8 procent van de 12- tot 18-jarigen heeft er last van. Dit betekent dat op een willekeurig moment in Nederland meer dan 700.000 mensen depressief zijn. Bij deze cijfers zijn alleen de 'echte' depressies meegeteld, anders zouden ze natuurlijk nog een stuk hoger uitvallen. Vrijwel overal ter wereld komen depressies ruim tweemaal zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen.
Mensen uit de lage inkomensgroepen hebben een relatief grotere kans op een depressie. Hetzelfde geldt voor alleenstaanden, zoals gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars.
Veel mensen hebben slechts gedurende één periode in hun leven last van een depressie. Maar bij 40 tot 50 procent van de patiënten is er sprake van recidiverende depressieve episoden, de depressie komt iedere keer weer terug.
Ruwweg geschat vertoont bij ongeveer 15 procent van de patiënten de depressie een chronisch beloop. Bij hen wil de depressie maar niet overgaan. Uit onderzoek blijkt dat 15 tot 20 procent van hen na kortere of langere tijd uiteindelijk (door middel van een geslaagde suïcidepoging) voortijdig een einde aan zijn of haar leven maakt.

Depressies worden vaak niet herkend
Niet iedereen die aan een depressie lijdt, komt in aanraking met de psychiater of met iemand uit de geestelijke gezondheidszorg. De meesten blijven bij de huisarts onder behandeling.
Ongeveer de helft van de gevallen wordt door de huisarts niet als een depressie herkend. Dat komt niet doordat de huisarts niet deskundig genoeg is, maar doordat vooral de lichte vormen van depressie schuil kunnen gaan achter andere klachten.
Bij veel mensen openbaart de depressie zich door voornamelijk lichamelijke klachten: pijnklachten, slapeloosheid, vermoeidheid en vermagering. Dit wordt (met een eigenlijk verouderde term) een gemaskeerde depressie genoemd. Niet de somberheid, maar de lichamelijke klachten staan op de voorgrond. Dit kan de huisarts op een verkeerd spoor zetten, en ook de patiënt zelf zal in eerste instantie niet aan een depressie denken. Gelukkig ontstaat er bij de huisarts de laatste tijd steeds meer belangstelling en aandacht om zo’n ‘verborgen’ depressie in een vroeg stadium te herkennen. Dat is erg belangrijk, aangezien de klachten dan eerder en beter te behandelen zijn.

Gevolgen voor de omgeving
Een depressie betekent niet alleen veel leed voor de betrokkene zelf, maar ook voor de naaste omgeving. Partner, gezin en familie voelen zich vaak erg machteloos omdat ze de patiënt niet kunnen bereiken.
Ook maatschappelijk gezien heeft een depressie grote gevolgen. Het ziekteverzuim ligt bij depressieve patiënten vrij hoog, omdat zij niet naar behoren kunnen functioneren. Bovendien voelen zij zich lichamelijk niet fit, zodat zij veel medische zorg ‘consumeren’: vergeleken met mensen die niet depressief zijn, worden zij vaker door doktoren onderzocht. Vaak komen er zelfs verschillende specialisten aan te pas, die dan ook nog eens allerlei duur hulponderzoek aanvragen. Dit alles heeft tot gevolg dat depressieve patiënten veel medicijnen (vaak pijnstillers en/of slaappillen) voorgeschreven krijgen en veel – vaak onnodig – onderzocht worden. Ook onder mensen die in de WAO terechtkomen bevinden zich veel depressieve patiënten. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de lichtere vormen van depressie de gemeenschap evenveel geld kosten als de ernstige vormen.




verder




Doorgaan met depressie


Doorgaan met depressie maakt het onderwerp 'depressie' toegankelijk voor een breed publiek. Het boek behandelt de laatste stand van zaken. Feiten worden aangevuld met vragen en de antwoorden erop. Verder bevat het heel veel voorbeelden en ervaringsverhalen.

Auteur(s) : Paul Wisman
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789491549007