Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Diagnostiek en epidemiologie

 
Een patiënt is per definitie een persoon die zich met klachten meldt bij een dokter. Diagnostiek is binnen de medische wetenschap de kunst (de vaardigheid, het vermogen) om erachter te komen wat er bij een zekere patiënt aan de hand is. Goede diagnostiek betekent dat de goede diagnose wordt gesteld, dat er een goede medische verklaring wordt gevonden voor de klachten (symptomen) van de patiënt. De diagnose heeft de vorm van een algemeen erkend ziektebeeld, zoals een depressieve stoornis.
Een belangrijke vraag bij depressie is die naar de grens tussen een langdurig sombere stemming en een ziekte. De gewone, gezonde somberheid lijkt op het eerste gezicht naadloos over te gaan in de ziekte depressie. Na lang en grondig internationaal beraad heeft men een lijst met kenmerken (criteria) van depressie vastgesteld. In die lijst heeft men afspraken opgenomen over de voorwaarden waaraan een patiënt minimaal moet voldoen om de diagnose depressie te krijgen. Op deze manier is de medische wetenschap in staat om een onderscheid te maken tussen gezonde en ongezonde depressie, een onderscheid dat overal ter wereld hetzelfde is. Dat is belangrijk omdat we dan resultaten van onderzoek kunnen vergelijken uit verschillende landen. We spreken dan niet alleen over onderzoek naar de mate waarin depressie per land en per bevolkingsgroep voorkomt, maar ook over onderzoek naar de effectieve manieren van behandeling.
Er worden momenteel twee internationale diagnostische systemen gebruikt, de dsm (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) en de icd (International Classification of Diseases). In ons land werken professionals voornamelijk met de dsm, daarom zullen we deze wat nader bespreken. Ter illustratie plaatsen we hierna de lijst met criteria voor depressie, zoals deze voorkomt in de meest recente versie van de dsm. Overigens gebruikt deze dsm nadrukkelijk de term stoornis. Velen nemen te vanzelfsprekend aan dat een ‘stoornis volgens dsm’ hetzelfde is als een ‘ziekte op psychisch gebied’. Systemen zoals de dsm en de icd streven echter naar objectieve beschrijvingen van kenmerken van de patiënt, klachten en symptomen, die samen vaak genoeg voorkomen om een statistisch te onderscheiden diagnose te vormen. Eigenlijk is het woord diagnose te veel eer; sommigen spreken liever over een classificatie. Hiermee is dus nog niets gezegd over mogelijke oorzaken van de betreffende stoornis.
De letterlijke dsm-tekst is natuurlijk te omslachtig voor dagelijks huis-tuin-en-keukengebruik. Een snel overzicht van de belangrijkste klachten vindt u op bladzijde 105, in het hoofdstuk ‘Vragen en antwoorden’, bij de vierde vraag van de telefonische hulplijn van het Fonds Psychische Gezondheid: ‘Heb ik wel een depressie?’
Belangrijk is verder ook dat u zich realiseert dat het diagnostische systeem feitelijk een classificatiesysteem is, het classificeert zieke mensen in hokjes. Dat betekent dat iemand met zijn klachtenpatroon dus wel of niet in het hokje depressie thuishoort. Soms immers hebben mensen bijvoorbeeld wel depressieve klachten, maar zijn het er niet voldoende voor de volledige diagnose. In dat geval spreken we dan soms van een ‘subthreshold’-depressie, Engels voor ‘net onder de drempel’, ‘subdepressief’. Daarnaast komt het ook voor dat mensen in het hokje dysthyme stoornis (voldoet aan minder criteria, maar gedurende een langere tijd) passen. En dan is er ook nog een diagnose ‘aanpassingsstoornis’. Deze rubriek is bestemd voor alle mensen die psychische klachten hebben, kennelijk als reactie op een ingrijpende gebeurtenis, maar die niet voldoen aan de criteria voor een ‘echte’ depressie of andere psychiatrische stoornis. Er is een ‘aanpassingsstoornis met depressieve klachten’, een met angstige klachten en zelfs een met gemengd angstig/depressieve klachten.
Ten slotte beschikt het systeem nog over een tweetal noodoplossingen: de atypische depressie (voldoet net niet goed aan de criteria, maar is wel duidelijk echt depressief) en de nao, waarbij de afkorting staat voor Niet Anderszins Omschreven. De patiënt is wel depressief, maar om te bedenken hoe het precies zit en hoe dit zich verhoudt tot de vaste criteria is op dit moment te veel gevraagd voor degene die de diagnose stelt.

Diagnose volgens dsm-iv

Nederlandse versie van dsm-iv criteria
Depressieve episode
(Major Depressive Episode)

A. Vijf (of meer) van de volgende symptomen zijn binnen dezelfde periode van twee weken aanwezig geweest en wijzen op een verandering ten opzichte van het eerdere functioneren; ten minste een van de symptomen is ofwel (1) depressieve stemming, ofwel (2) verlies van interesse of plezier.

N.B.: Sluit symptomen uit die duidelijk het gevolg zijn van een somatische aandoening, of stemmingsincongruente wanen of hallucinaties.

(1) depressieve stemming gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag, zoals blijkt uit ofwel subjectieve mededelingen (bijvoorbeeld: voelt zich verdrietig of leeg) ofwel observatie door anderen (bijvoorbeeld: lijkt betraand);
N.B.: Kan bij kinderen of adolescenten ook prikkelbare stemming zijn.
(2) duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag (zoals blijkt uit subjectieve mededelingen of uit observatie door anderen);
(3) duidelijke gewichtsvermindering zonder dat dieet gehouden wordt of gewichtstoeneming (bijvoorbeeld meer dan 5 procent van het lichaamsgewicht in één maand), of bijna elke dag afgenomen of toegenomen eetlust;
N.B.: Bij kinderen moet gedacht worden aan het niet bereiken van de te verwachten gewichtstoeneming.
(4) insomnia of hypersomnia, bijna elke dag;
(5) psychomotorische agitatie of remming (waarneembaar door anderen, en niet
alleen maar een subjectief gevoel van rusteloosheid of vertraagdheid), bijna elke dag;
(6) moeheid of verlies van energie, bijna elke dag;
(7) gevoelens (die waanachtig kunnen zijn) van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens (niet alleen maar zelfverwijten of schuldgevoel over het ziek zijn), bijna elke dag;
(8) verminderd vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid (ofwel subjectief vermeld ofwel geobserveerd door anderen), bijna elke dag;
(9) terugkerende gedachten aan de dood (niet alleen de vrees dood te gaan), terugkerende suïcidegedachten zonder dat er specifieke plannen gemaakt zijn, of een suïcidepoging of een specifiek plan om suïcide te plegen.

B. De symptomen voldoen niet aan de criteria voor een ‘gemengde episode’.

C. De symptomen veroorzaken in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. De symptomen zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hypothyreoïdie).

E. De symptomen zijn niet eerder toe te schrijven aan een rouwproces, dat wil zeggen na het verlies van een dierbaar persoon zijn de symptomen langer dan twee maanden aanwezig of zijn zij gekarakteriseerd door duidelijke functionele beperkingen, ziekelijke preoccupatie met gevoelens van waardeloosheid, suïcide-gedachten, psychotische symptomen of psychomotorische remming.

Een enkele diagnose maakt nog geen zomer
Bij het onderzoek door een arts is het stellen van de goede diagnose niet het belangrijkste doel, maar slechts het middel, want om een behandeling in te stellen, willen we nu eenmaal weten wat er aan de hand is. In de praktijk zijn onderzoek en behandeling nauw met elkaar verweven in een stapsgewijs proces.
Stel, u komt op maandagochtend op het spreekuur van uw huisarts. U bent misschien de afgelopen maanden al veel vaker geweest, met steeds weer andere, eigenlijk niet zo belangrijke klachten. Uw huisarts heeft zich ongewild een mening over u gevormd en als u deze keer vertelt dat u slecht slaapt, overal pijn heeft en nergens meer van kunt genieten, zal zijn reactie mogelijk tamelijk negatief zijn. Hij zal zeggen dat u zich geen zorgen hoeft te maken, dat het niets ernstigs is, dat u gewoon aan het werk kunt gaan. Hij zegt het niet hardop, maar vanuit uw bekommerde geest vreest u mogelijk dat zijn privédiagnose is: ‘aanstellerij, aandacht zoeken, kennelijk geen zin om te gaan werken’. Een week later komt u opnieuw bij hem; de klachten zijn onveranderd. Dat is hinderlijk voor uw huisarts, hoe welwillend en oprecht geïnteresseerd in uw lot hij ook is en hij besluit zuchtend om u maar wat meer tijd te geven. Hij vraagt wat na over uw algemene gezondheidstoestand; over mogelijke problemen thuis of op het werk. Zijn diagnose is nu: ‘een beetje overwerkt en een ongezonde manier van leven’. Hij adviseert om een weekje thuis te blijven en eens goed uit te rusten, en verder om wat meer te gaan bewegen, elke dag een half uurtje wandelen of zoiets. Komt u over een week of twee nog maar eens terug. Dat doet u en de adviezen worden herhaald, terwijl u bovendien een recept meekrijgt voor een kalmerend middel. Als u vaak genoeg terugkomt, omdat uw klachten hetzelfde blijven of zelfs verergeren, zal uw huisarts op zeker moment aan een depressie denken. Hij schrijft u een middel hiertegen voor en als u hier gunstig op reageert, dan pas zal hij met enige zekerheid concluderen dat depressie de goede diagnose was. Maar het kan ook anders gaan, want soms komt het niet tot een goede diagnose en behandeling, hoe iedereen ook zijn best doet. Soms stuurt uw huisarts u door naar een psycholoog, een maatschappelijk werker of naar de psychiater.
En met de diagnose ‘depressie’ bent u er nog niet. Een goede behandeling is een behandeling op maat. En daarvoor moet uw diagnose worden uitgebreid. Niet alleen met betrekking tot de soort depressie die u precies heeft, maar ook met betrekking tot de persoon die u voor de ziekte bent geweest. Wat uw sterke en zwakke punten zijn. Uw omstandigheden, hoe u woont en leeft en werkt; hoe uw lichamelijke toestand is; welke mogelijk belastende dingen u in het verre of nabije verleden heeft meegemaakt, et cetera. Dit geheel aan feiten over u en uw achtergrond is meer dan een simpele diagnose en wordt wel taxatie genoemd (alsof u een huis bent dat verkocht moet worden).
Naast de diagnose volgens het dsm-systeem, uitgebreid tot een taxatie, is het in veel gevallen nodig dat de onderzoeker zich ook een beeld vormt over de manier waarop u in het leven staat. In existentiële zin. Hoe gaat u om met de grote menselijke thema’s van de zin van het leven en de onvermijdelijkheid van de dood? Dit levert een soort existentiële diagnose op (zie hiervoor blz. 39). En, als derde vorm van diagnose, zij verwezen naar de schematheorie: hoe zit u psychologisch in elkaar, hoe gaat u om met tegenslag, met kritiek, hoe zijn uw denkschema’s en welke emoties en gedragingen passen daarbij? Dit psychologische kader zal nader uitgelegd worden vanaf bladzijde 74. En zo zijn er meer diagnostische kaders of invalshoeken denkbaar.
Samenvattend: het diagnostische systeem volgens de dsm-methode heeft veel voordelen, maar voor een individuele behandeling is meer nodig. Een uitgebreide taxatie en een diagnostische visie vanuit meerdere gezichtshoeken.

Vragen en antwoorden
‘Het lijkt alsof mijn depressie samenhangt met de overgang. Waarom overkomt mij dit?’
U stelt een korte vraag die evenwel vraagt om een uitgebreid antwoord. Het eerste deel van uw vraag, en dus van het antwoord, betreft de samenhang tussen depressie en overgang. Het tweede deel gaat erover waarom juist u slachtoffer bent geworden.
Depressie is een complexe psychiatrische stoornis. Met complex wordt bedoeld dat de depressie veel gezichten kan hebben; dat wil zeggen dat de ziekte er bij iedere patiënt net weer wat anders uit kan zien dan bij alle andere. En naast de verschijningsvorm is ook de oorzaak complex. De ziekte wordt niet door één ding veroorzaakt, maar het gaat om een optelsom van factoren die ieder op zich een duwtje geven in de richting van depressie en die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de depressieve stoornis zoals die er in een bepaald geval uitziet.
Het is bekend dat hormonale veranderingen tot de oorzaken van een depressie kunnen behoren. Bij vrouwen hebben we het dan over de menstruatiecyclus, de hormonale veranderingen rond een zwangerschap en ten slotte het proces van de menopauze of overgang.
Soms is het opspelen van de hormonen op zichzelf al voldoende om een depressie uit te lokken, maar meestal spelen er nog andere zaken een rol. In het geval van de overgang hebben we het vaak over ‘faseproblematiek’. Een vrouw met kinderen verlaat rond die tijd als het ware de fase in haar leven waarin zij kinderen kreeg en deze vervolgens verzorgde en opvoedde. Doordat de kinderen geleidelijk het huis uit gaan, verandert het werk van moeder en huisvrouw van karakter en datzelfde geldt voor het werk buitenshuis. Zowel voor de vrouw, als voor haar partner. Denk aan de vele mensen die rond deze periode in de vut komen, vervroegd met pensioen gaan of werkloos raken met, gezien hun leeftijd, extra weinig kans op werkhervatting. De klap van dit soort levensfaseproblematiek komt nog harder aan, wanneer er dingen niet goed gegaan zijn. Denk aan ongewenste kinderloosheid, aan slepende conflicten met kinderen, aan mislukte relaties, aan frustrerende werksituaties.
Hoe een individueel persoon de veranderingen op hormonaal gebied, die gepaard gaan met veranderende omstandigheden rond het ingaan van de volgende levensfase, verwerkt, hangt vervolgens van nog meer factoren af. Hoe is in het algemeen uw instelling tegenover het leven? Bent u een zwartkijker of een binnenvetter, iemand die niet goed voor zichzelf kan opkomen? Of bent u iemand die problemen ziet als uitdagingen die u in goed vertrouwen en met een open vizier tegemoettreedt? Heeft u genoeg hobby’s, sociale contacten en tijd voor uzelf om af en toe op adem te komen of juist niet? Al dit soort vragen kunt u zelf het beste beantwoorden om daarmee tot een antwoord te komen op uw eigen vraag: ‘Waarom overkomt mij dit?’
Als u er niet uitkomt, als gewone bezigheden en normale contacten met familie en vrienden u niet uit uw depressieve stemming kunnen halen, dan is het raadzaam om professionele hulp te gaan zoeken.

‘Mijn dokter zegt dat ik depressief ben maar ik ben helemaal niet huilerig of iets dergelijks. Hoe komt hij bij deze diagnose?
Ik voel me alleen maar een beetje doorgedraaid.’
Niet iedereen die depressief is, heeft last van huilbuien of voelt zich triest. Om dat uit te leggen, is het zinvol een veelvoorkomende spraakverwarring te verduidelijken, namelijk het verschil tussen depressie als gevoel en depressie als ziekte. Depressie in het eerste geval is alleen maar een mooi woord voor somberheid of neerslachtigheid. Depressie als ziekte is een complexe psychiatrische stoornis. Meestal maakt somberheid hier deel van uit, maar bij sommige vormen van depressie niet. Ook gebrek aan gevoelens kan namelijk een teken van depressie zijn. De somberheid is er wel, maar komt niet naar buiten. Als een soort zelfbescherming heeft onze geest een soort scherm geplaatst tussen onszelf en ons gevoel. Als gevolg hiervan kunnen er gevoelens optreden van onwerkelijkheid, alsof de dingen niet echt gebeuren, maar in een film. Dat noemen we depersonalisatie. Ook kan de depressieve ziekte zich vooral uiten in lichamelijke klachten, zoals vermoeidheid of pijn. Kort samengevat komt het erop neer dat iemand somber kan zijn, zonder aan een depressie te lijden en omgekeerd, dat iemand aan een depressieve stoornis lijdt zonder dat hij zich uitgesproken somber voelt. En dat laatste is mogelijk, volgens uw dokter, bij u het geval.

‘Waarom zijn vrouwen vatbaarder voor depressie dan mannen? Heeft het met hormonen te maken en betekent dit dat we echt “het zwakke geslacht” zijn?’
Om met dat laatste te beginnen: ‘het zwakke geslacht’ is een onzinnige uitdrukking die gebruikt wordt door mannen met een minderwaardigheidscomplex of die domweg jaloers zijn op de sterke vrouwelijke eigenschappen. Tenslotte worden vrouwen gemiddeld ouder en tonen ze zich onder barre omstandigheden betere overlevers dan mannen. Een wereld zonder mannen heeft nadelen, maar een wereld zonder vrouwen is ondenkbaar.
Ondertussen tonen de statistieken wel aan dat ongeveer tweemaal zoveel vrouwen aan een depressie lijden zijn dan mannen. Daarvoor zijn verschillende verklaringen aangedragen. Zo praten vrouwen gemakkelijker over hoe ze zich voelen. Vrouwen zijn meer geneigd hun dokter op te zoeken voor allerlei klachten en daardoor kan depressie mogelijk eerder en vaker bij vrouwen worden geconstateerd. Daarnaast is de rol van de vrouw in het gezin en de maatschappij mogelijk van belang.
De invloed van vrouwelijke hormonen op depressie is nog onduidelijk, maar er is zeker een verband. Sommige vrouwen hebben last van somberheid vóór of vlak na hun ongesteldheid. Andere vrouwen lijden voor het eerst tijdens of na de overgang aan depressie. Ten slotte zijn de stemmingswisselingen rond zwangerschappen alom bekend.
De behandeling van vrouwen bij wie de depressie verband houdt met hormonale veranderingen dient niet alleen antidepressiva te omvatten, maar tevens andere behandelingen die gericht zijn op herstel van de hormonale balans.

‘Mijn huisarts zegt dat ik aan depressie en angst lijd.
Wat betekent dit?’
In de grote familie van alle mogelijke ziektes zijn depressie en angst als het ware broer en zus van elkaar. Over depressie hebben we het eerder al uitvoerig gehad. Nu een paar woorden over angst.
Iedereen kent het gevoel van angst in stressvolle situaties zoals tijdens examens. Van tijd tot tijd hebben we allemaal wel eens last van gevoelens van angst en de bijbehorende lichamelijke gewaarwordingen zoals hartkloppingen, zweten en trillen. Maar bij sommige mensen verschijnen deze reacties zonder dat hier een directe aanleiding voor is of als respons op normale dagelijkse activiteiten. Hevige angst noemen we paniek. Soms gaan paniekgevoelens over in een paniekaanval waarvan men flink overstuur kan raken. Zulke hevige angstaanvallen kunnen op hun beurt weer leiden tot fobieën zoals agorafobie (angst om de straat op te gaan). Het komt vaak voor dat mensen die aan een depressie lijden ook symptomen van angst hebben. Er zijn op biochemisch niveau grote overeenkomsten tussen angst en depressie. Dit verklaart waarom antidepressiva zowel bij angst als bij depressie werkzaam zijn. Tegenwoordig behandelen artsen patiënten met angst of een mengeling van angst en depressie meestal met antidepressiva in plaats van met de vroeger gebruikelijke kalmeringsmiddelen.

‘Wat is een zenuwinzinking, en heb ik dit?’
Zenuwinzinking is een angstaanjagende term die mensen soms gebruiken om een situatie te beschrijven, waarin de psychische spanning zo hoog is opgelopen dat normaal functioneren onmogelijk geworden is. Iedereen begrijpt dat het wel heel erg met u moet zijn als u aan een zenuwinzinking lijdt. Maar niemand kan eruit opmaken wat er nu eigenlijk precies aan de hand is. Meestal wordt ermee bedoeld dat iemand geestelijk in te weinig tijd te veel heeft moeten verduren. Met als gevolg een overbelasting die zich psychisch kan uiten in paniek en andere hevige emoties, en lichamelijk in allerlei klachten zoals extreme vermoeidheid, hartkloppingen en benauwdheid. Deze laatste klachten versterken natuurlijk weer de psychische klachten. Zenuwinzinking is een woord dat door een deskundige niet gebruikt zal worden. Letterlijk slaat het nergens op, want zenuwen kunnen niet inzinken of iets dat daarop lijkt. Reserveert u het woord voor gelegenheden waarbij u graag een spannend en aangrijpend verhaal wilt vertellen en waarbij een beschrijving van wat er echt aan de hand is er niet zo toe doet. Bovenstaande geldt eigenlijk ook voor de term ‘burnout’. Eveneens angstaanjagend: alsof u letterlijk afgebrand bent. Maar het is een mooi modewoord, dat velen kennelijk plezierig in de mond ligt. Laat u zich er niet door van de wijs brengen.

‘Ik heb me heel slecht gevoeld de afgelopen tijd en serieus gedacht aan zelfmoord. Ik ben bang voor mijn eigen gedachten en ik schaam me om ze aan iemand te vertellen.’
Veel mensen die aan depressie lijden, hebben af en toe zelfmoordgedachten. Dat is een natuurlijke, menselijke reactie op moeilijke, schijnbaar uitzichtloze situaties en ondraagbare gevoelens van pijn en verdriet. Mensen met zelfmoordgedachten vinden het vaak, net als u, heel moeilijk om hierover met anderen te praten. Het is heel belangrijk dat u dit toch wél doet want u kunt geholpen worden. Hoe openhartiger u tegen uw behandelaar praat over uw gevoelens en gedachten, hoe beter hij u kan begrijpen en helpen. Door behandeling met antidepressiva zal meestal zowel de depressie zelf als de gedachte aan zelfmoord minder worden. Probeer in de tussentijd iemand te vinden die u in vertrouwen kunt nemen en die u op kan vangen tijdens moeilijke momenten.

‘Kan depressie erfelijk zijn? Nu ik erop terugkijk, besef ik dat mijn moeder perioden van depressie heeft gehad, hoewel ze er nooit een dokter voor heeft bezocht. Kan ik dit geërfd hebben en kan ik het ook weer doorgeven aan mijn kinderen?’
Het antwoord bestaat uit een ja en een nee. Een depressie is een complex ziektebeeld, dat veroorzaakt wordt door een optelsom van verschillende oorzaken. Het onderzoek naar de erfelijkheid van alle mogelijke eigenschappen, waaronder de kans om een ziekte te krijgen, is in volle gang. U heeft vast al eens gehoord over de chemische structuren die DNA-ketens genoemd worden en die de genen vormen waaruit ons erfelijk materiaal bestaat. De verwachting is dat men in de toekomst ontdekt dat de aanleg om een depressie te ontwikkelen, vastligt op bijvoorbeeld achttien plaatsen op zeven verschillende genen. Met andere woorden, een deel van de oorzaak van het feit dat de ene persoon sneller een depressie ontwikkelt dan de ander, wordt bepaald door erfelijke factoren. We zien dan ook niet zelden dat een depressieve patiënt een of meer personen in zijn familie heeft, die eveneens depressief (geweest) zijn. Om uw vraag te beantwoorden: inderdaad, depressie is een ziekte die via de genen van ouder op kind kan worden doorgegeven.
Maar nu de andere kant van het verhaal. Wat iemand meemaakt in zijn jeugd is minstens zo belangrijk als het erfelijke materiaal waarmee hij is uitgerust. Wie als kind opgroeit met een moeder die altijd maar ziek is, die regelmatig aan depressies lijdt met alle narigheid daaromheen, kan onbewust het idee ontwikkelen, dat het ‘normaal’ is om depressief te zijn. Het leren tijdens onze jeugd bestaat voor een groot deel uit het afkijken van het gedrag van onze ouders en andere belangrijke volwassenen. Op deze manier kan iemand als het ware depressief gedrag aangeleerd krijgen. Als hij zich later als volwassene ook depressief gaat gedragen, is het nog maar de vraag of dit een gevolg is van ‘depressieve genen’ of van het onbewust imiteren van een slecht voorbeeld.
In de praktijk is het verschil tussen aangeboren en aangeleerd niet zo absoluut. Beide processen spelen een rol. Welke adviezen kunnen we u het beste geven met het oog op de opvoeding van uw eigen kinderen?
• Bedenk dat de erfelijke factor nooit zo zwaar meeweegt dat een deskundige een stel ouders zal afraden om kinderen te krijgen.
• Kinderen kunnen tegen een stootje. Als u vanwege een depressie een tijdlang minder goed voor ze heeft kunnen zorgen dan u zou willen, kunnen de gevolgen achteraf toch meevallen. Kinderen voelen als het ware door uw depressie heen wat u echt voor ze voelt. En wanneer u zich weer beter voelt, halen ze hun schade dubbel en dwars in.
• Het is belangrijk welk voorbeeld u hun geeft. Iedereen gunt u en uw gezin natuurlijk een leven van louter rozengeur en maneschijn, maar zo werkt dat in de praktijk niet. Het als gezin samen meemaken, bevechten en overwinnen van tegenslagen, zoals een depressie van een der ouders, vormt een wezenlijke ervaring voor kinderen. Het zal hun leren om sterker te staan als hen later onverhoopt ook een dergelijke ramp overkomt.
• Ten slotte dit. Depressie is een zeer veelvoorkomende ziekte en uw kinderen kunnen er in de toekomst ook last van krijgen. Of ze de aanleg daartoe nu van u geërfd hebben of niet. Er zijn zoveel mogelijke oorzaken dat niemand ze allemaal kan voorkomen. Maar een belangrijk verschil is dat de behandelmogelijkheden voor u al veel gunstiger zijn dan die in de tijd van uw moeder. En verwacht wordt dat deze lijn zich in de komende jaren zal doorzetten. Depressie wordt als ziekte steeds beter in een vroeg stadium herkend en is ook met een steeds beter resultaat te behandelen.

‘Wat is het chronische-vermoeidheidssyndroom en heb ik dat?
Ik voel me voortdurend heel moe.’
Het chronische-vermoeidheidssyndroom is ook bekend onder een andere naam, namelijk: myalgische encefalitis of kortweg ‘me’. me kan optreden na een virusinfectie. De betrokkene wordt heel moe en lusteloos en kan al bij het minste of geringste uitgeput raken. Dit kan maanden en soms jaren duren. Het syndroom kent voor een groot deel dezelfde symptomen als depressie. Dat heeft doktoren tot de veronderstelling gebracht dat sommige (niet alle) patiënten met als diagnose me of chronische-vermoeidheidssyndroom feitelijk aan depressie lijden. Als dat het geval is, kan een behandeling met antidepressiva heel goed helpen. Het probleem is echter dat vandaag de dag niemand nog twijfelt aan het frequente voorkomen van depressie, maar dat de geleerden het nog lang niet eens zijn over me. Bestaat de ziekte echt en hoe komen we daar achter? Noch depressie, noch me kunnen door objectief onderzoek ‘bewezen’ worden. Het beste advies voor iedereen met chronische-vermoeidheidsklachten, dus ook voor u, is om in ieder geval een kuur met antidepressiva te proberen. Wanneer de vermoeidheidsklachten daarmee verbeteren, zal met terugwerkende kracht de diagnose veranderd worden van me in depressie. Want voor wie klachten heeft, is niet de naam van zijn ziekte het belangrijkste. Wel of hij er vanaf komt en of zijn omgeving hem serieus neemt.

‘Sinds een auto-ongeluk van een jaar geleden, waarbij ik een been brak, ben ik depressief. Mijn dokter zegt dat ik mogelijk last heb van een posttraumatische stressstoornis. Maar dat is toch iets wat mensen na een grote ramp krijgen?’
Een posttraumatische stressstoornis (ptss) is zoals de term aangeeft een stoornis die optreedt als gevolg van de spanning (stress) na (‘post’ in het Latijn) een ramp (trauma). Bij deze stoornis kunnen allerlei klachten optreden, in het bijzonder angstige gevoelens die gepaard gaan met herbelevingen of flashbacks, een soort nachtmerries die iemand overdag, in de gewone werkelijkheid van dat moment, overvallen. De patiënt doet alle moeite om te vermijden dat hij weer aan het gebeuren wordt herinnerd en staat onder grote spanning. Het slapen gaat slecht. Bij deze algehele achteruitgang van de psychische conditie wekt het geen verwondering dat veel patiënten ook last van verschijnselen van depressie zullen krijgen.
Tijdens de grote wereldoorlogen van de vorige eeuw werd ontdekt dat ptss heel vaak voorkomt en dat mensen er zonder behandeling jaren last van kunnen blijven houden. Daarna werd ptss steeds vaker vastgesteld bij de slachtoffers van aardbevingen, vliegtuigkapingen en andere dramatische gebeurtenissen. Langzamerhand is duidelijk geworden dat bij ptss de ramp (het trauma) niet zo groot hoeft te zijn dat het de voorpagina van de krant haalt. Mensen zijn verschillend en omstandigheden ook. Dat verklaart dat de een na een auto-ongeluk zijn oude leven vrij makkelijk kan hervatten, terwijl de ander zo’n grote psychische belasting ondervindt dat er sprake is van een ptss. Ook na een relatief ‘klein’ ongeluk is ptss dus wel degelijk mogelijk en volgens uw dokter is dat kennelijk bij u ook het geval.
De behandeling van ptss vereist speciale deskundigheid. In veel gevallen bewijzen antidepressiva hierbij goede diensten, maar meestal kan hiermee niet volstaan worden en is bijvoorbeeld ook een vorm van psychotherapie noodzakelijk.

Epidemiologie en de depressieve stoornis
Een epidemie is een besmettelijke ziekte die in snel tempo veel slachtoffers maakt. Variërend van een bescheiden zomergriep tot dramatische explosies van tbc en cholera; of dreigende aanvallen van de gekke koeienziekte of het Aziatische vogelvirus. Epidemiologie is dan ook de wetenschap die zich bezighoudt met statistisch onderzoek onder de bevolking op het gebied van ziekte (niet alleen besmettelijke) en gezondheid. Deze tak van wetenschap levert ons een deel van de noodzakelijke kennis om goede maatregelen te nemen om te voorkomen dat er een epidemie ontstaat of dat deze zich verder uitbreidt. Dat wil zeggen, als alles meezit. Ziekteverwekkers kunnen zoals bekend zeer hardnekkig zijn; vaak is het een wedloop in tijd tussen een nieuw kwaadaardig virus en de wetenschap die hiertegen een doeltreffend geneesmiddel of vaccin probeert te ontwikkelen. En helaas, in onze wereld spelen er nog diverse andere factoren een beslissende rol op het gebied van gezondheid. Bijvoorbeeld op politiek of financieel-economisch gebied. aids in Zuid-Afrika verloopt anders dan in Noorwegen. En dat geldt ook voor depressie dat veel onder de bevolking voorkomt.
De laatste decennia is de epidemiologie zich ook steeds sterker gaan richten op de psychiatrische ziektebeelden (deze zijn overigens voorzover bekend niet besmettelijk, al kan het soms wel zo lijken), met verrassende en zelfs schokkende resultaten. Samengevat is de conclusie die steeds weer uit allerlei onderzoeken naar voren komt, dat psychiatrische stoornissen veel vaker voorkomen dan altijd werd aangenomen. Door de komst van grote, wereldwijd geaccepteerde diagnostische systemen (vooral de dsm en de icd) kunnen verschillende delen van de bevolking en van verschillende landen met elkaar worden vergeleken. Bij dit soort onderzoek worden er grote steekproeven genomen, waarbij duizenden mensen betrokken zijn, ongeacht of zij zelf klachten hebben of niet, of zij ooit een dokter hebben bezocht of niet. Deze mensen worden psychiatrisch ‘gescreend’, dat wil zeggen dat zij systematisch worden ondervraagd over allerlei klachten en verschijnselen die in verband staan met bepaalde ziektecategorieën. Soms vullen zij zelf een of meer vragenlijsten in en soms doet de onderzoeker dat. Vanuit de psychologie is er baanbrekend werk verricht om zulke vragenlijsten wetenschappelijk betrouwbaar te maken. De goede samenwerking van wetenschappers (medici, epidemiologen en psychologen, maar ook sociologen, statistici, computertechneuten en anderen) heeft onze kennis op psychiatrisch gebied onvoorstelbaar vergroot. Dit geldt misschien wel het meest voor het onderwerp van dit boek, depressie.

Onderstaande tabel toont een voorbeeld van wetenschappelijke kennis die door epidemiologisch onderzoek is verworven. Die kennis heeft gevolgen voor ons medisch handelen.


Tabel 5. Depressieve stoornis, epidemiologie.

Onderzoek heeft het verband aangetoond tussen de kans op overlijden (mortaliteit) na een hartinfarct met of zonder een gelijktijdige depressieve stoornis. Vergelijkbare resultaten werden gevonden voor andere aandoeningen. Bij lichamelijk zieke mensen loont het extra om hen te onderzoeken op depressiviteit en deze te behandelen.

Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat in onze westerse samenleving ongeveer 15% van de bevolking in het leven een of meer keren een depressieve periode doormaakt (en bijna 20% wanneer de dysthymie wordt meegeteld, wat eigenlijk ook zou moeten). De kans daarop is voor vrouwen tweemaal zo groot als voor mannen. Let wel, het gaat dan om een periode in iemands leven die gepaard gaat met klachten die voldoen aan de dsm-criteria voor depressie. De cijfers worden alleen maar schokkender, wanneer men het totaal van psychiatrische aandoeningen gaat tellen: volgens deze onderzoeksmethode komt men op getallen die inhouden dat per jaar maar liefst 20 tot 30% van de bevolking te kampen heeft met een psychiatrische stoornis die ernstig genoeg is om professionele hulp te rechtvaardigen. Verreweg het meest komen hierbij depressie en andere stemmingsstoornissen, angststoornissen en verslavingen voor. Al met al gaat het om buitengewoon veel mensen, terwijl de voorzieningen in Nederland voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) slechts berekend zijn op ongeveer 5% patiënten/hulpvragers op dit gebied. Hoe meer van deze potentiële patiënten zich melden bij de loketten van de ggz, hoe meer de drukte daar toeneemt. Met als dreigend gevolg steeds langere wachttijden en een verlies aan kwaliteit van de geboden zorg. Men schat dat slechts de helft van alle depressieve mensen zich meldt bij de huisarts; en deze zou vervolgens in een groot deel van de gevallen geen diagnose stellen of een verkeerde.
Na de eerste schokgolf over deze onverwacht hoge getallen neigt de maatschappij ertoe zich te gaan opstellen in twee kampen. Een groep is geneigd om te roepen dat het zo’n vaart niet loopt: zo ziek kan onze samenleving domweg niet zijn en depressie volgens een epidemiologisch dsm-onderzoek is niet hetzelfde als ‘gewoon’ aan een depressieve ziekte lijden. Anderen tonen zich meer bezorgd: geen wonder dat onze moderne stressmaatschappij zoveel slachtoffers maakt; naast de velen die aan de strenge dsm-criteria voldoen voor depressie moeten nog tientallen procenten opgeteld worden van anderen die niet genoeg punten halen voor de complete diagnose, maar die er wel dicht tegenaan zitten. Misschien móet je in onze wereld wel geestelijk gestoord zijn om nog een beetje gezond te blijven functioneren.
In de eerste groep bevinden zich natuurlijk ook de politici en financiers die de bui al zien hangen: nog meer geld naar de gezondheidszorg, en nog wel naar de geestelijke gezondheidszorg. Men vreest de bodemloze put. In de tweede groep bevinden zich ook belanghebbenden: de geneesmiddelenindustrie draait op volle toeren, evenals – bij gebrek aan professionele capaciteit – het leger van al dan niet integere kruidendokters, magnetiseurs, handopleggers en andere alternatieve ‘genezers’. En in beide groepen zien wij ook veel oprecht betrokken wetenschappers, beleidsmakers, medici en andere professionals. En niet te vergeten: heel veel depressieve mensen. Want hoe men de uitslagen van het moderne onderzoek ook interpreteert, één ding wordt door niemand betwist: depressie is een ernstige ziekte, waaraan buitengewoon veel mensen lijden.




terug verder




Circus Depressie / ADF

In samenwerking met de ADF-stichting:

Depressie is een van de meest voorkomende psychiatrische ziekten. Eén op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgt er in zijn leven mee te maken. Bovendien heeft de ziekte niet alleen consequenties voor het leven van de patiënt zelf, maar kent ook ernstige gevolgen zijn of haar omgeving. Voor iedereen die deze ziekte beter wil begrijpen biedt het boek Circus depressie uitkomst.

Auteur(s) : Drs. Paul Wisman
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066116771