|
|
Onvrede, verdriet en rouw Mensen denken soms ten onrechte dat zij depressief zijn. Ze voelen zich somber, slapen onrustig, maken met iedereen ruzie, voelen zich slecht in hun vel zitten en bestoken hun huisarts met alle mogelijke lichamelijke klachten. Waarop die huisarts dan weer zegt, dat het ‘niets’ is, dat het tussen hun oren zit of iets anders van soortgelijke strekking. Als de patiënt lang genoeg aanhoudt, geeft de dokter misschien een kuurtje met zo’n modern antidepressief middel; maar helaas, het zijn geen wondermedicijnen en wie niet echt depressief is, heeft er niets aan. Bij nadere beschouwing blijkt dat er bij deze mensen geen sprake is van depressie in de zin van iets ziekelijks, maar meer van ontevredenheid, onvrede. Er zit hen iets dwars. En dat kan van alles zijn, zoals een relatie-die-niet-naar-wens-verloopt, een baas-die-allerlei-flauwe-opmerkingen-maakt, buren-die-het-bloed-onder-je-nagels-vandaan-halen en vul maar aan. Onze cultuur is sterk doordrongen van het beginsel dat je niet mag mopperen: ‘niet klagen, maar dragen’. Je moet de wijste zijn, niets laten merken en je zegeningen tellen. Die partner heeft wel wat onuitstaanbare eigenschappen, maar hij bedoelt het niet zo kwaad; die baas is een ongemanierde lomperik, maar je mag tegenwoordig toch allang blij zijn dat je werk hebt en die buren zijn fors asociaal, maar je laat je door zulke lieden toch zeker niet je eigen huis uitpesten? De moraal van dit verhaal is dat er veel bronnen van ergernis en verdriet voorkomen in een mensenleven en dat deze aanleiding kunnen geven tot klachten die verdacht veel doen denken aan een depressie. Soms is er een psychiater of psycholoog voor nodig om na grondig onderzoek de patiënt te vertellen wat er aan de hand is. De conclusie kan ongeveer als volgt luiden. ‘Het goede nieuws is dat u psychisch gezien volkomen gezond bent, maar het slechte nieuws is dat u veel last heeft van bepaalde omstandigheden in uw leven.’ Een goed advies kan dan zijn: ‘U moet zich sterker bewust worden van het ontevreden gevoel dat in uw binnenste leeft als gevolg van die omstandigheden. En vervolgens moet u er iets aan gaan doen. Wees zuinig op die innerlijke onvrede, want die vormt een waardevolle krachtbron van waaruit u de noodzakelijke veranderingen in uw leven tot stand kunt gaan brengen. Als u dat niet doet, blijft u ontevreden en op den duur kunt u er wel echt ziek van worden.’ Verdriet en rouw zijn geen depressie Wie een ernstig verlies lijdt in zijn leven reageert in de eerste plaats met verdriet. Later krijgt dat verdriet geleidelijk een plaats in iemands leven. Als het goed is op een manier dat het verdriet niet weggestopt wordt, maar dat je toch weer de draad van het bestaan kunt oppakken. Wij spreken van ‘verwerken van het verdriet’ en het karwei dat daarvoor nodig is noemen wij het rouwproces. Verdriet en rouw zijn geen ziekten, maar zaken die nu eenmaal bij het leven horen. Niemand blijft ervoor gespaard, al is het zo dat de een veel zwaarder getroffen kan worden dan de ander. Het verlies dat geleden wordt, kan het overlijden betreffen van een dierbaar persoon. Vader/moeder, partner, kind of een ander familielid, of een goede vriend of vriendin. Maar ook ander verlies kan dramatisch zijn: het verlies van je gezondheid als je aan een slopende ziekte komt te lijden; het verlies van je land als je vluchteling bent; het verlies van je zelfvertrouwen en het respect van anderen als je oneervol uit je beroep wordt gezet. Het gaat steeds om hevig en langdurig verdriet om iets dat je bent kwijtgeraakt en dat heel belangrijk voor je was. Mensen zijn daarin verschillend. Wat voor de een heel verdrietig is om kwijt te raken, kan de ander misschien veel minder schelen. Maar altijd geldt dat een belangrijk verlies verwerkt moet worden via een rouwproces om op een gezonde manier verder te kunnen leven. En nu komen we op het belangrijke punt van verschil tussen rouw en depressie. Rouw maakt deel uit van het normale, gezonde leven, terwijl er bij depressie sprake is van een ziekte. Dit verschil is belangrijk omdat het gevolgen heeft voor de behandeling. Wie in de rouw is, kan wel dezelfde klachten hebben als iemand die depressief is. Wanneer het verlies nog maar kort geleden is en wanneer het een verlies betreft waarvan iedereen zich goed voor kan stellen dat je er last van hebt, is het verschil niet zo’n probleem. Het slachtoffer krijgt als het goed is voldoende hulp en begrip van zijn omgeving. Meestal slijt het verdriet geleidelijk en verdwijnen daarmee de lichamelijke en psychische klachten. Maar het rouwproces kan ook blijven steken of niet goed herkend worden. Soms ligt de rouw gecompliceerd. Een dochter kan bijvoorbeeld aan de ene kant van haar vader houden omdat hij haar vader is, maar aan de andere kant woedend op hem zijn omdat hij haar slecht behandeld heeft, in woord of daad. Zij zal op zijn overlijden reageren met gemengde gevoelens. Naast het normale verdriet mogelijk ook met een gevoel van opluchting, waarover zij zich dan weer schuldig voelt. Het gevolg is een gecompliceerd rouwproces. Net zoals een chirurg spreekt van een gecompliceerde botbreuk als een been na een ongeluk op meer dan een plaats is gebroken. In de psychiatrie zijn gecompliceerde rouwprocessen berucht, evenals vastlopende (stagnerende) en niet-herkende rouwprocessen. Depressieve klachten kunnen het gevolg zijn, waarbij het voor een juiste behandeling nodig is om achter de ware aard van de oorzaak te komen. Het rouwproces moet boven water worden gehaald en in goede banen geleid. Soms zijn antidepressieve medicijnen hierbij van ondersteunende betekenis, maar op een andere manier dan bij een ‘gewone’ depressie. Rouwarbeid Het rouwproces, het verwerken van of een plaats geven aan het verdriet of het verlies, wordt soms rouwarbeid genoemd. Het woord geeft aan dat er gewerkt moet worden; het verklaart dat de mensen die er mee bezig zijn zo moe kunnen zijn. Emotionele arbeid kost veel energie. Het werk dat gedaan moet worden, bestaat uit de volgende vier onderdelen, rouwtaken. Bij ieder belangrijk verlies moeten deze taken verricht worden, al zal de volgorde waarin en de duur en intensiteit van elk onderdeel sterk variëren met het soort verlies, de persoon van de rouwende en de relatie die tussen beiden heeft bestaan. Als voorbeeld stellen wij u voor aan Irma, een vrouw van 52 jaar wier zoon Jan niet teruggekeerd is van zijn vredesmissie met het Nederlandse leger in Afghanistan. 1. Aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies. Dit is voor Irma extra moeilijk, omdat het lichaam van Jan niet gevonden is. Nog jaren later wordt ze opgeschrikt, als ze ineens denkt zijn stem te horen of hem onverwacht in de verte meent te zien aankomen. De werkelijkheid dringt slechts mondjesmaat tot haar door, wat iedereen ook tegen haar zegt. 2. Ervaren van de pijn van het verlies. Irma is kapot van de pijn, elke dag huilt ze om het gemis van haar zoon. Terwijl haar man Henk zich groot houdt. Hij volgt nauwgezet al het nieuws uit Afghanistan en is van plan een vereniging op te richten van ouders die soortgelijke ervaringen hebben opgedaan. 3. Aanpassen aan de omgeving zonder de overledene. Jan was haar lievelingszoon. Haar tweede, Henk junior, heeft dat altijd gevoeld. Hij is getrouwd en krijgt zijn eerste kind. Irma had zich nooit een leven zonder Jan kunnen voorstellen, maar het lukt haar om een deel van haar liefde over te hevelen naar haar eerste kleinkind. 4. Een nieuwe plaats geven aan de overledene en opnieuw leren houden van het leven. Het kost Irma vele jaren voor ze kan begrijpen dat Jan niet meer terugkomt. Slechts heel geleidelijk verandert zijn status van ‘missing in action’ naar ‘mijn dierbare overleden zoon’. Haar tweede kleinkind krijgt de naam van zijn vermiste oom. En hoewel Irma dat eerst geen goed idee vond, houdt ze heimelijk extra veel van deze nieuwe Jan. Voltooiing van het rouwproces Mensen die een verschrikkelijk verlies hebben geleden, zoals Irma, worden vaak heel goed geholpen door hun omgeving. Voor een beperkte tijd. Want velen komen al snel met aansporingen om de draad weer op te pakken; het leven gaat door en Jan zou toch ook niet gewild hebben dat je zo lang verdrietig bleef? Mensen als Irma kunnen gaan denken dat er iets mis is met ze. Dat ze veel te lang somber blijven, dat ze depressief zijn en hulp nodig hebben. In werkelijkheid staat er geen termijn voor rouw. Het eindpunt is ook niet helder te herkennen. Op zeker moment gaat het beter lukken om aan de overledene te denken zonder direct lamgeslagen te worden door verdriet. En om naast het verdriet weer plezier te kunnen voelen om de vele mooie herinneringen. Jan is niet meer, maar in de gedachten van Irma leeft hij voort als de fijne zoon waar ze zielsveel van houdt. |
Circus Depressie / ADF In samenwerking met de ADF-stichting: Depressie is een van de meest voorkomende psychiatrische ziekten. Eén op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgt er in zijn leven mee te maken. Bovendien heeft de ziekte niet alleen consequenties voor het leven van de patiënt zelf, maar kent ook ernstige gevolgen zijn of haar omgeving. Voor iedereen die deze ziekte beter wil begrijpen biedt het boek Circus depressie uitkomst. |







