Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Pijn en depressie

 
Ieder gezond mens weet wat pijn is. Om het verband met depressie duidelijk te maken, moeten we eerst stilstaan bij een begrip dat velen minder bekend zal zijn: somatisatie. Dit woord is afgeleid van het Griekse woord ‘soma’, dat ‘lichaam’ betekent. Met somatisatie ( letterlijk: ‘verlichamelijking’) wordt het proces aangeduid, waarbij iets niet-lichamelijks, iets geestelijks dat niet objectief vastgesteld kan worden of beetgepakt, zich uit in de vorm van een lichamelijk kenmerk, een klacht, een symptoom.
Somatisatie is iets dat veel voorkomt in het dagelijkse leven van ieder mens. Een voorbeeld: Pieter is overmorgen uitgenodigd voor een belangrijk sollicitatiegesprek en hij heeft er nu al pijn van in zijn buik. Niemand die dat vreemd vindt. Bij verliefdheid heb je vlinders in je buik en bij spanning pijn. Het is vervelend, maar men accepteert dat zoiets bij het leven hoort. De dokter of psycholoog komt pas in zicht wanneer Pieter telkens weer zijn sollicitatiegesprekken verprutst door de buikpijn, op het laatste moment afbelt of bij het gesprek krimpend van de pijn niet uit zijn woorden kan komen. De meeste Pieters zetten zich over de buikpijn heen, nemen desnoods een tabletje, en na het gesprek is de pijn verdwenen.
Het zal duidelijk zijn dat somatiseren een normaal proces is dat veel voorkomt en meestal geen noemenswaardige schade aanricht. Op dezelfde manier waarop somberheid en angst bij het leven horen, in veel situaties normaal zijn en in de regel geen blijvende schade opleveren. In vaktaal wordt de term somatisatie gebruikt voor situaties, waarbij het wel is misgegaan. Naast de stemmingsstoornis bij depressie en de angststoornis, bestaat ook de psychiatrische diagnose somatisatiestoornis. En om de zaak nodeloos ingewikkelder te maken, kent men in de psychiatrische diagnostiek behalve de somatisatiestoornis ook nog de somatoforme stoornis. De laatstgenoemde is een soort overkoepelende term, een verzamelbak, waarvan naast somatisatiestoornis nog enige andere diagnosecategorieën deel uitmaken.

Somatoforme stoornis
Lichaam en geest zijn in werkelijkheid zo sterk met elkaar verbonden, dat er eigenlijk sprake is van een ondeelbaar organisme. Wij doen weliswaar voortdurend alsof we echt met twee verschillende terreinen te maken hebben, maar in feite berust dit onderscheid op een misverstand. Het helpt wel om allerlei dingen gemakkelijker uit te leggen, maar op een dieper niveau houdt het juist de vooruitgang van ons wetenschappelijke denken tegen.
Het menselijk organisme, aangestuurd door ons brein, verkeert in een voortdurende wisselwerking met de omgeving. Het reageert op iedere mogelijke bedreiging. Wanneer bijvoorbeeld de temperatuur hoog oploopt, zoeken we de schaduw op; we gaan transpireren, klagen over de hitte, raken letterlijk verhit en geïrriteerd, en nemen iets koels te drinken. Met andere woorden, allerlei reacties zijn mogelijk. Puur fysiek, maar ook psychisch en in ons gedrag. De hersenen reageren op alle soorten stress en het maakt voor hen geen verschil of wij die reacties beschouwen als lichamelijk of psychisch, of als een combinatie van beide. Voor de medische wetenschap ontstaat hiermee echter een probleem. De psychiatrie regeert van oudsher over het rijk van de geest, maar het wordt steeds duidelijker dat belangrijke ziektebeelden als depressie, angst, of psychose, zich met hun symptomen niets aantrekken van onze lichaam-geestbarrière. Psychiatrische stoornissen leiden steeds tot klachten op zowel lichamelijk als geestelijk gebied.
In de diagnostiek heeft de psychiatrie als oplossing de zogenaamde somatoforme stoornissen gevonden. Die kunnen we beschouwen als een grote vergaarbak, waarin allerlei ziektebeelden zijn ondergebracht die een ding met elkaar gemeen hebben: er zijn lichamelijke klachten die doen denken aan een lichamelijke aandoening, maar een dergelijke aandoening is ondanks uitvoerig onderzoek niet gevonden, of de afwijking is te klein om de hoeveelheid klachten te kunnen verklaren.
De somatoforme stoornis komt veel voor. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld, dat van alle mensen die op consult gaan bij hun huisarts, meer dan 16% lijdt aan een dergelijke somatoforme stoornis. De kans dat deze mensen ook zouden lijden aan een depressie of angststoornis is vervolgens ruim 3x zo groot vergeleken met normaal; omgekeerd lijdt meer dan de helft van alle mensen met de diagnose angststoornis of depressie ook aan een somatoforme stoornis. Bij deze groep, met een dubbele diagnose, is de lijdensdruk van de klachten groter en zijn er meer beperkingen in het dagelijks functioneren.
Weinigen realiseren zich het bizarre gegeven, dat ‘somatoforme stoornis’ de meest voorkomende is van alle dsm-iv diagnoses. Bizar, omdat deze diagnose in de praktijk betrekkelijk zelden wordt gesteld. Dokters zeggen tegen hun patiënten niet dat zij lijden aan een somatoforme stoornis. Zij stellen hen gerust: ‘Gelukkig mankeert u niets, in ieder geval niets ernstigs’. Onder elkaar noemen zij de klachten vervolgens ‘psychogeen’ (door iets psychisch veroorzaakt) of ‘functioneel’. Dit vanuit de gedachte dat het betreffende lichaamsdeel zelf gezond is, maar dat er klachten optreden in de functie ervan, in het gebruik. Functionele rugpijn betekent dat de eigenaar van de rug last heeft bij het gebruiken van zijn rug, ondanks het feit dat uit onderzoek niet blijkt dat er iets mankeert aan deze rug. Hieronder laten we de belangrijkste subgroepen van de somatoforme stoornissen de revue passeren, zonder in de ingewikkelde details van de correcte classificatietechniek te verdwalen:
Somatisatiestoornis
Meerdere lichamelijke klachten, gedurende langere tijd (minimaal twee jaar) aanwezig, waarvoor bij onderzoek geen afdoende medische verklaring wordt gevonden. Het somatiseren heeft bij deze stoornis ernstige en langdurende vormen aangenomen en staat een normaal functioneren als mens in de weg.
Conversiestoornis
Hierbij staan pseudo-neurologische uitvalsverschijnselen op de voorgrond.
Pijnstoornis
Er zijn belangrijke pijnklachten, met een veronderstelde psychische achtergrond en er is geen nadere – lichamelijke – verklaring voor te vinden.
Hypochondrie
Eigenlijk een angststoornis, waarbij de patiënt gebukt gaat onder de vrees aan een ernstige lichamelijke ziekte te lijden.

Hilda
Hilda van Dalen (42) is lerares Frans, met hart en ziel. Zij geeft les aan een middelbare school met een gedrevenheid die deels berust op enthousiasme en deels op een ongezonde portie perfectionisme. Bovendien is zij faalangstig en kijkt ze de proefwerken thuis keer op keer na, uit angst ergens een fout gemaakt te hebben. Dit kost haar meer tijd dan ze heeft en haar privéleven komt daardoor onder grote druk te staan. Ze weet hier geen oplossing voor te vinden en koerst langzaam maar zeker af op een burn-out. Totdat op meesterlijke wijze het onbewuste deel van haar brein ingrijpt: op een zondagmiddag merkt zij onder het corrigeren van het schoolwerk ineens dat haar rechterhand het niet meer doet. Er is een verlamming opgetreden van de hand, waarmee zij haar correctiewerk zou moeten doen. De neuroloog vindt geen medische verklaring, alle spieren en zenuwen zijn intact. Dit is nu een psychogene verlamming, dat wil zeggen door de geest veroorzaakt. De diagnose is: conversiestoornis.

Pijn
Pijn is een merkwaardig fenomeen. Als symptoom illustreert het bij uitstek de dubieuze scheiding tussen lichaam en geest. Of een klacht psychisch of somatisch van aard is, valt lang niet altijd eenduidig uit te maken en de pijnklachten nemen dan een speciale plaats in: zij worden geassocieerd met somatisch lijden, maar zodra de onderzoekende arts ervan overtuigd is dat er geen lichamelijke aandoening of afwijking in het spel is, verandert de pijn in een psychische klacht: van ischias naar psychogene (of functionele) rugpijn, van migraine naar spanningshoofdpijn. ‘U mankeert niets, mevrouw, uw rugpijn is zuiver psychisch.’ Het is natuurlijk geweldig fijn om te weten dat je geen tumor in je rug hebt, geen ontsteking en geen versleten wervel, maar dat je daarom ‘niets’ zou hebben, en dus last hebt van ‘niets’, klaagt over ‘niets’, nee dat is geen geweldig goed nieuws. Hoe leg je dat uit aan je familie, aan je werkgever of de bedrijfsarts? De dokter is opgelucht, maar voor de patiënt wordt het er niet beter op: de pijn wordt nog net zo sterk gevoeld.
Onze hersenen maken geen verschil tussen psychische of lichamelijke klachten. Pijn is pijn. Maar wat is pijn eigenlijk? Iedereen weet het, maar het valt nog niet mee om er een goede definitie van te geven. Volgens de International Association for the Study of Pain (iasp, de internationale wetenschappelijke organisatie die zich bezighoudt met bestudering van het fenomeen pijn), is dit de definitie: ‘Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging of wordt beschreven in termen van weefselbeschadiging.’ Pijn is een noodzakelijk waarschuwingssignaal, een natuurlijk beschermingsmechanisme. Het maakt ons ervan bewust dat er iets niet goed gaat en dat er maatregelen genomen moeten worden. Soms schiet het signaal op rood zonder aantoonbare aanleiding, vals alarm, maar – en dat volgt ook uit de officiële definitie – de pijn kan wel degelijk optreden en is er niet minder om. Meer over pijn en pijnbestrijding valt te lezen in een deel van de serie Spreekuur Thuis (‘Altijd pijn: wat is hier aan te doen?’, door prof. dr. Wouter W.A. Zuurmond).

Pijnklachten komen bij depressie vaker voor dan men zich lang bewust is geweest, waarover later meer. Belangrijk is dat pijn als klacht in veel gevallen tussen de wal en het schip dreigt te raken. De somaticus (de arts die zich richt op lichamelijke zaken; meestal wordt de huisarts bedoeld, de internist of een andere medische specialist) verwijst de patiënt naar de psychiater en terug.
Lichamelijke klachten, waaronder pijn een prominente plaats inneemt, blijken vaker voor te komen bij psychiatrische patiënten. Zie tabel 2, ontleend aan het werk van Kellner. Al wat langer geleden (1973) maar nog niet gedateerd.

 
Tabel 2. Lichamelijke klachten vaker bij psychiatrische patiënten.

Het gaat hierbij niet om de exacte getallen. Het onderzoek is heel vaak herhaald en steeds is de uitkomst in grote lijnen vergelijkbaar. Het onderstreept de bevinding dat lichamelijk lijden algemeen is bij psychiatrische patiënten (of deze nu in een kliniek zijn opgenomen of vanuit huis de polikliniek of riagg bezoeken). Verrassend is dat lichamelijk lijden kennelijk ook tamelijk gewoon is bij ‘gezonde’ mensen. Bestaat gezondheid wel in de zin van ‘geen klachten hebben c.q. geen lichamelijk of psychisch ongemak ervaren’? Of onderscheiden gezonde mensen zich slechts van patiënten doordat zij hun ‘onwelbevinden’ niet vertalen in een klacht, die een bezoek aan een dokter rechtvaardigt?

Onbegrepen lichamelijke klachten
De huisartsenpraktijk wordt druk bezocht door mensen die zich aandienen met klachten, waarvoor geen duidelijke oorzaak kan worden gevonden en die niet goed passen in een erkende diagnose. Uit onderzoek blijkt dat minimaal 65% van de patiënten kampt met zogenoemde ‘onbegrepen lichamelijke klachten’. Wat is er met al deze patiënten aan de hand? Wij kunnen hun klachten theoretisch als volgt indelen:
Gemiste somatische diagnose
De arts heeft de klachten niet begrepen, maar er is wel degelijk sprake van een echte lichamelijke (somatische) oorzaak.
Psychiatrie
Wanneer een medicus de klachten van zijn patiënt niet begrijpt, ondanks soms uitputtend aanvullend onderzoek, wordt al snel de conclusie getrokken ‘dat het dus wel psychiatrie zal zijn’. Psychiaters hebben zich steeds tegen een dergelijke gemakkelijke redenering gekeerd: ook voor ziekten uit hun vakgebied willen zij positieve symptomen, zij zijn geen dokters van de restgroep. Niettemin is al lang bekend dat menige ‘echte’ depressie of angststoornis op het spreekuur wordt gepresenteerd onder een andere noemer. Variërend van slaapproblemen, buikpijn, rugklachten, kalknagels, impotentie, angst voor een lichamelijke ziekte tot problemen op het werk of in de echtelijke relatie. In de regel kiest de patiënt traditiegetrouw voor een lichamelijke ingang. De psychiatrie heeft in het verleden de hoogmoedige houding aangenomen, dat zij alles wat mensen mogen mankeren, kan begrijpen en verklaren. Hoogmoed komt voor de val en andere dokters hebben dankbaar al hun onbegrijpelijke klanten bij de psychiatrie ondergebracht. De psychiatrie schiep, naast angst en depressie, diverse interessante diagnostische categorieën: de nagebootste stoornis (dat wil zeggen dat de patiënt niet echt ziek is, maar er belang bij heeft om te doen alsof), de somatoforme stoornis (zie hierboven), de persoonlijkheidsstoornis, aanpassingsstoornissen en diverse nao’s (Niet Anderszins Omschreven – een geweldige vondst om alles wat niet precies klopt toch te laten kloppen!). Maar iedereen in een passend hokje passen, is niet hetzelfde als iedereen geheel doorgronden en het betekent zeker niet iedereen kunnen genezen. Door schade en schande wijs geworden, bekleedt de psychiatrie tegenwoordig een meer bescheiden plaats en ze neemt de naweeën vanuit haar verleden noodgedwongen voor lief.
De klachten blijven onbegrepen
De geneeskunde is een wetenschap en zij geeft niet graag toe dat zij zaken niet begrijpt. Van oudsher huldigt men de gedachte dat het al een hele stap verder is, wanneer men aan groepen van onbegrepen klachten (clusters) tenminste een naam geeft. De volgende diagnoses vormen in dit verband een deel van de oogst:
chronisch vermoeidheidssyndroom
myalgische encephalomyelitis (ME)
fibromyalgie
postviraal syndroom
chronische pijn-syndroom
prikkelbare darm-syndroom


Ongetwijfeld zullen in de toekomst voor al dit soort aandoeningen verklaringen gevonden worden. Hoe zij ontstaan en wat eraan te doen is. Voorlopig moet de arts kiezen tussen twee kwaden: hij geeft ruiterlijk toe dat hij niets begrijpt van de gepresenteerde klachten, of hij verklaart met een stalen gezicht dat de patiënt lijdt aan het syndroom van Wisman (in de hoop dat hiervoor een belangenvereniging wordt opgericht en dat de minister de ziekte erkent).

Belangrijk onderzoek
Psychiatrische patiënten als groep hebben meer lichamelijke klachten dan gezonde mensen. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat zij zich allereerst met een lichamelijk symptoom melden. En dit blijft niet zonder gevolgen, getuige onderzoeken die men naar dit verschijnsel heeft gedaan.
• Kirmayer e.a. (1993) deden onderzoek naar het verband tussen de klachten waarmee patiënten zich primair aandienden bij hun huisarts, en de diagnose die deze vervolgens stelde. Het ging om patiënten van wie na afloop van het consult via aanvullend onafhankelijk onderzoek werd vastgesteld dat er sprake was van een stoornis op het gebied van depressie en/of angst. Resultaat: wanneer de patiënt met psychosociale klachten binnenkwam, stelde de arts in 77% van de gevallen de juiste psychiatrische diagnose (pathologische angst of depressie). Dit percentage daalde tot een dramatische 22%, wanneer de patiënt in de eerste plaats somatische klachten presenteerde.

Tabel 3. Lichamelijke klachten bij depressie verduisteren vaak de diagnose.

• Gerber e.a. (1992) onderzochten de klachten waarmee patiënten voor een eerste consult kwamen bij een internist. Uit het onderzoek bleek dat een aanzienlijk deel van hen leed aan een depressieve stoornis. Sommige lichamelijke klachten bleken een sterke voorspellende waarde te hebben in deze richting. ‘Niet specifieke spier- en gewrichtspijnklachten’ en ‘rugpijnklachten’ pasten in respectievelijk 43 en 39% van de gevallen bij de diagnose depressie.

Tabel 4. Pijnlijke lichamelijke klachten bij depressie. Een ‘trigger’ voor de arts om de diagnose depressie te overwegen.

• Simon e.a. (1999) vonden in een grote internationale studie, dat depressieve patiënten zich in 69% van de gevallen alleen met lichamelijke klachten bij de arts meldden. Dit percentage varieerde sterk, tussen 45 en 90%, en leek samen te hangen met de organisatie per land van de gezondheidszorg en met allerlei culturele verschillen. Niettemin, ook voor het meest ontwikkelde land, volgens westerse maatstaven, gold het percentage van bijna 50%. Bij doorvragen bleef 15% ontkennen dat er ook een psychische factor in het spel zou kunnen zijn.

Depressieve patiënten hebben naast hun depressie meer dan gemiddeld last van pijn en ander lichamelijk ongemak. De kans is groot dat zij zich, als zij al naar hun huisarts gaan voor een consult, primair zullen presenteren met een lichamelijke klacht. Een dergelijke entree verlaagt de kans dat de depressie als zodanig wordt onderkend. In feite geldt dat hoe meer lichamelijke klachten een patiënt meldt, hoe groter de kans dat hij (ook) aan een depressieve stoornis lijdt. Dit geldt het meest voor niet-specifieke pijn en gewrichtsklachten, en rugpijn. De huisarts wordt daarmee geconfronteerd met een onaanvaardbaar hoog percentage onbegrepen klachten. Mogelijk bevindt zich onder deze noemer een grote groep patiënten, bij wie de diagnose depressie gesteld zou zijn wanneer zij zich met een andere klacht hadden gepresenteerd, of wanneer de dsm een andere omschrijving kende van depressie. De huisarts zou dan ook minder een beroep hoeven te doen op de categorie van de somatoforme stoornissen.

Wij kunnen de werkelijkheid alleen begrijpelijk maken door haar te reduceren tot overzichtelijke en hanteerbare modellen. Daar is niets mis mee, dat heeft door de eeuwen heen veel wetenschappelijke winst opgeleverd. Wij moeten ons daarbij echter steeds realiseren dat een model niet heilig is en van tijd tot tijd dient te worden ingewisseld voor een geavanceerder exemplaar. Het evolueren van DSM I tot inmiddels DSM IV is – in een tijdspanne van ongeveer 50 jaar – relatief geruisloos gegaan. Er is waarschijnlijk meer nodig om het dsm-model geschikt te maken voor het begrijpen van een complexe psychiatrische stoornis, die vaste grond biedt aan nog deels onbegrepen lichamelijke klachten in samenhang met angst en depressie. Daarvoor moet mogelijk eerst een ander, veel ouder en hardnekkiger model op de helling: de onzalige lichaam/ geest dichotomie (tweedeling). En de hardnekkige gewoonte om onze waarnemingen te rubriceren in hokjes. Of misschien vinden we een eenvoudige en snelle oplossing door een aantal oude diagnoses nieuw leven in te blazen, zoals:
De gemaskeerde depressie
De depressie verschuilt zich achter prominente lichamelijke symptomen. Dat wij moeite hebben om daar doorheen te kijken, is niet onze tekortkoming; nee, het is juist de speciale eigenschap van deze categorie.
Depressie sine depressione
De patiënt is depressief, maar voelt zich niet somber. Zeker een bruikbare diagnose, in het licht van eerdergenoemd onderzoek.
Atypische depressie
Als laatste redmiddel.

De verwachting lijkt gerechtvaardigd dat uiteindelijk zal blijken dat er een ingewikkelde stoornis of ziekte bestaat, die we voor het gemak nog even X zullen noemen. X komt veel voor en kan zich op verschillende manieren uiten bij verschillende mensen. Soms staan depressieve klachten op de voorgrond, soms angstklachten en soms lichamelijke klachten zoals pijn. Bovendien kunnen zich bij dezelfde patiënt in de loop van de jaren deze verschillende soorten klachten voordoen, in wisselende combinaties en in wisselende ernst. X is deels een onvermijdelijke metgezel van het menselijk bestaan waarmee we moeten leren omgaan en deels vormt het een gigantische uitdaging voor de wetenschap om er steeds doeltreffender medicijnen en andere soorten behandeling voor te ontwikkelen.

Pijn op de borst
Op het spreekuur van de huisarts verschijnt Ingeborg Andersen, een vrouw van 35 jaar, die zich presenteert met als belangrijkste klacht ‘pijn op de borst’. Uitstralend naar de linkerhand met een tintelend gevoel. Ingeborg maakt zich daar zeer ongerust over; in haar familie komen veel hart- en vaatziekten voor. Zij voelt zich ziek; vermoeid en lusteloos met algemene malaise. De klachten zijn enige dagen geleden spontaan begonnen, zonder duidelijke aanleiding. Zij heeft een stevige baan als verpleegkundige op de afdeling voor longpatiënten. Zij woont alleen na haar scheiding, nu 2 jaar geleden, en woont tijdelijk in bij een bevriende collega. De collega wil de vriendschap intiemer maken dan haar lief is, maar voorlopig is ze van hem afhankelijk en dat is lastig. Uit het huwelijk heeft zij een dochter van 14, die noodgedwongen door haar ex-schoonouders wordt opgevoed. Deze wonen in een andere stad, 80 km verderop, en Ingeborg vreest het contact met haar dochter op deze manier te verliezen. Aan de andere kant is het werk belangrijk voor haar. Zij wil genoeg geld overhouden om een flat te kunnen betalen die groot genoeg is voor haar en haar dochter.
Haar huisarts, die zelf ook twee jaar eerder is gescheiden, begrijpt hoe belastend de situatie is voor haar patiënt. Bij goed doorvragen komen er steeds meer aanwijzingen bovendrijven die in de richting wijzen van een depressie. Een depressie als gevolg van emotionele en lichamelijke overbelasting. Een somatische stoornis dient te worden uitgesloten, maar vooral moet een goede behandeling van de depressie plaatsvinden. Daarbij moet haar patiënt ervan overtuigd worden dat zij depressief is, en dat ze geen hartpatiënte is. Zij moet gemotiveerd worden voor de juiste behandeling.
Ingeborg accepteert de wijze adviezen van
haar huisarts. Ze moet zichzelf de ruimte geven om te herstellen van de schok die haar scheiding haar bezorgd heeft. En begrijpen dat de scheiding met haar dochter maar tijdelijk is. De huisarts stuurt haar voor 2 dagen per week met ziekteverlof en start met antidepressieve medicatie. De pijn op de borst verdwijnt tot haar opluchting als eerste; in de weken daarna nemen ook de andere klachten af. En vanuit haar herwonnen evenwicht slaagt zij er beter in haar leven weer op orde te brengen.

Bespreking
Bij Ingeborg waren de pijnklachten op de borst een eerste signaal dat er iets met haar gezondheid mis was. Het ligt niet zo voor de hand om deze klachten in verband te brengen met een depressie. Daarvoor zijn we allemaal te beducht voor een ernstige hartkwaal. Toch blijken dergelijke klachten bij 20% van de gevallen te berusten op een depressieve aandoening. Soms blijven deze patiënten steken bij de cardioloog, die geen afwijkingen vindt en de patiënt retour huisarts stuurt. Of de cardioloog vindt wel iets, dat eigenlijk niet veel te betekenen heeft en dat niet verantwoordelijk is voor de klachten, maar dat hij voor alle zekerheid toch maar even verder gaat onderzoeken of behandelen. Het risico bij ieder lichamelijk onderzoek is nu eenmaal dat er een toevalsbevinding wordt gedaan, die onschuldig is, maar die kan leiden tot allerlei onnodig onderzoek, teleurstellende behandelingen en veel, heel veel onrust bij de patiënt.

Vijf jaar later
Het leven gaat door. Ingeborg lijkt haar leven redelijk op orde te hebben gekregen en er gaan vijf jaar overheen, voordat zij zich opnieuw meldt bij haar huisarts. Deze keer maakt zij zich ongerust over een aanhoudende zeurende pijn die vanuit haar nek
lijkt uit te stralen naar haar rechterschouder en verder tot in haar hand. Af en toe ervaart zij hevige pijnscheuten, een felle ‘zenuwpijn’, zoals bij kiespijn, in hetzelfde gebied. Bovendien heeft zij gemerkt dat de kracht in haar rechterhand is verminderd. Ze heeft een aantal keren zomaar een glas uit haar handen laten vallen. In het verleden heeft men in haar rechteroksel een aantal pijnlijke klieren verwijderd; de chirurg was toen heel vriendelijk en verzekerde haar dat het niet ernstig was, om precies te zijn, het was absoluut geen kanker. Maar nu, met die vreemde klachten? Haar huisarts voelde met haar mee. Ze verrichtte zelf allerlei onderzoek en stuurde Ingeborg ook nog langs de neuroloog: ‘op mijn gebied geen afwijkingen’. Zuchtend besloot de huisarts om dan maar weer opnieuw antidepressiva voor te schrijven. Die hadden deze keer echter geen resultaat en de klachten gingen voort, verergerden zelfs geleidelijk. Tot de dag dat de nu 19-jarige dochter tegen haar moeder klaagde, dat haar gezondheidskussen het begeven had. Enige jaren daarvoor hadden beiden een speciaal stevig kussen genomen, juist om nekklachten te voorkomen. De stevige structuur van het kussen dwingt de nek in een ‘ideale’ positie ten opzichte van het lichaam. Ingeborg is een vaste slaapster, die in haar slaap meer in dezelfde houding blijft liggen dan de meeste mensen. Bovendien bleef zij, bij de eerste tekenen van nekpijn, zich extra richten op het goede gebruik van het kussen, juist omdat ze dacht hiermee haar aanleg voor dit soort pijnklachten te smoren.
Om een lang verhaal kort te maken: Ingeborg wierp haar kussen uit het raam en haar klachten verdwenen in rap tempo. De pillen had zij deze keer niet nodig.

Bespreking
Bij onbegrepen lichamelijke klachten moet altijd aan een depressie worden gedacht. Maar niet alle onverklaarbare klachten zijn te verklaren als onderdeel van een depressieve stoornis. Soms wordt er puur toevallig toch een verklaring gevonden, zoals het kussen van Ingeborg dat bij haar beter een ‘ongezondheidskussen’ kan worden genoemd. En in veel gevallen is er mogelijk wel een dergelijke verklaring, maar wordt deze nooit ontdekt. Mogelijke gevolgen zouden voor onze Ingeborg kunnen zijn: series vruchteloze onderzoeken, behandelingen door de fysiotherapeut met of zonder series antidepressieve medicatie, evenmin zonder effect.
De nieuwe vriend van Ingeborg, een psycholoog met wie zij een LAT-relatie heeft, dacht er het zijne van: als zij bij hem sliep, bleef de pijn weg en als ze thuis sliep, alleen met haar dochter, kwam de pijn terug. Volgens hem gaf Ingeborg hiermee onbewust aan dat zij naar hem verlangde, elke nacht. Ingeborg zei wel dat ze met opnieuw samenwonen en trouwen wilde wachten, maar haar lichaam verraadde haar. Hij was minder blij met de vondst van het fatale kussen.




terug verder




Circus Depressie / ADF

In samenwerking met de ADF-stichting:

Depressie is een van de meest voorkomende psychiatrische ziekten. Eén op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgt er in zijn leven mee te maken. Bovendien heeft de ziekte niet alleen consequenties voor het leven van de patiënt zelf, maar kent ook ernstige gevolgen zijn of haar omgeving. Voor iedereen die deze ziekte beter wil begrijpen biedt het boek Circus depressie uitkomst.

Auteur(s) : Drs. Paul Wisman
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066116771