Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Acute ontregelingen

Vroeger was het niet ongewoon dat bij een patiënt pas diabetes werd vastgesteld als er een complete ontsporing van de ziekte had plaatsgevonden, vaak tot coma toe. Omdat het meten van het bloedglucosegehalte tegenwoordig zo veel gemakkelijker is geworden, zien we dat nu gelukkig minder vaak. Toch kunnen dergelijke ontsporingen of ontregelingen nog optreden, zowel in het begin als eerste uiting van de diabetes, als tijdens het latere beloop. Het gaat hierbij om de hyperglycemische ontregeling of hyper, waarbij de bloedglucosewaarden (sterk) zijn verhoogd. Bij type 1 diabetes kan hierbij een verzuring van het lichaam optreden. Het bewustzijn kan zover dalen dat er sprake is van een coma.
Ook kan er een coma optreden doordat het bloedglucosegehalte juist heel laag is. In dat geval spreken we over hypoglycemie of kort gezegd een ‘hypo’. Een hypo treedt eigenlijk alleen op bij diabeten die al worden behandeld met tabletten of insuline.

Hyperglycemie bij type 1 diabetes
Voor het ontstaan van veel te hoge bloedglucosewaarden kunnen we verschillende oorzaken aanwijzen. Voor de hand liggende oorzaken zijn het niet gebruikt hebben van de voorgeschreven hoeveelheid insuline en het geruime tijd meer gegeten hebben dan men gewend was. Ook minder bewegen dan normaal kan leiden tot het stijgen van de bloedglucosewaarden.
Minder bekend is dat een infectieziekte als griep tot hogere bloedglucosewaarden aanleiding kan geven. Tijdens ziekte heeft het lichaam meer insuline nodig, onder meer voor de werking van de afweerfuncties. Zelfs wanneer men tijdens de ziekteperiode minder gaat eten, is de behoefte aan insuline toch nog verhoogd. Een stijging van de bloedglucosewaarden kan daarvan het gevolg zijn.
Daarnaast zijn er medicijnen die een bestaande diabetes kunnen verergeren. Dat zijn vooral hormoonpreparaten als prednison. Ook bepaalde plastabletten (die thiazide bevatten) kunnen het bloedglucosegehalte laten stijgen. In perioden van psychische stress (examens) en lichamelijke spanning (een operatie of een ongeluk) is de behoefte aan insuline verhoogd. En ten slotte kan een verkeerde manier van insuline spuiten ertoe leiden dat maar een beperkt deel van de hoeveelheid ingespoten insuline het bloed bereikt.



De verschijnselen van hyperglycemie zijn dezelfde als tijdens het begin van de diabetes en omvatten vooral klachten als dorst, veel drinken en plassen, gewichtsverlies en jeuk. Als niet op tijd wordt ingegrepen treedt verzuring van het lichaam op, mede omdat er vetafbraak ontstaat. Dit uit zich in een versnelde, diepe ademhaling, rode blosjes op de wangen, toenemende sufheid, buikpijn en een acetongeur.
De aceton is ook in de urine te meten. In dit stadium is ziekenhuisopname meestal niet meer te vermijden. Daar wordt een infuus gegeven met vocht en wordt er langzaam insuline via een pompje of door het infuus in het bloedvat gespoten. Bij minder ernstige ontregeling kan geprobeerd worden om in overleg met huisarts, diabetesverpleegkundige of internist, de bloedglucosewaarde bij te stellen door het geven van extra insuline.
Braken, veel aceton in de urine, (pre-)coma en (dreigende) uitdroging zijn vrijwel altijd een reden tot opname in het ziekenhuis. Daar zal ook gekeken worden of er een oorzaak te vinden is voor de ontregeling, als dit niet direct duidelijk is.

Verschijnselen van ketoacidose (verzuring) bij type 1 diabetes.



Hyperglycemie bij type 2 diabetes
De verschijnselen van een te hoog bloedglucosegehalte (hyperglycemie) bij type 2 diabetes zijn ongeveer dezelfde als die bij type 1 diabetes. Het verschil is echter dat ze vaak veel sluipender optreden. Bij een ernstige ontregeling treedt er bij type 2 diabetes geen verzuring op omdat er nog altijd enige insuline wordt gemaakt in de alvleesklier. Wel is er sprake van een zeer ernstige mate van uitdroging van de weefsels. Er kan soms een vochttekort optreden van 10 - 15 liter!

Verschijnselen van hyperosmolaire, niet-ketotische ontregeling bij type 2 diabetes.


Bij een ernstige ontregeling van de type 2 diabetes is ziekenhuisopname altijd noodzakelijk, omdat het vochttekort per infuus moet worden aangevuld. Dit moet voorzichtig gebeuren omdat het vaak oudere mensen betreft met hartproblemen. Een te snel aanvullen van het vochttekort zou het hart te zeer belasten.
Doorgaans is het bij een ontregeling van type 2 diabetes nodig om met insuline te behandelen. Die behandeling kan overigens soms slechts tijdelijk nodig zijn. Tijdens de ziekenhuisopname zal uitgebreid gezocht worden naar een eventueel aanwezige ziekte die aanleiding heeft gegeven tot de ontregeling van de diabetes. Dat onderzoek is vaak niet eenvoudig, aangezien lang niet altijd direct duidelijk is wat de oorzaak was.




Hypoglycemie
Een hypoglycemie is een zodanige daling van het bloedglucosegehalte, dat klachten ontstaan. Het komt praktisch alleen voor bij diabeten die insuline gebruiken of bepaalde bloedglucoseverlagende tabletten slikken.
De meest voorkomende oorzaak van een hypo is dat de patiënt te laat is gaan eten of een maaltijd heeft overgeslagen. De ingespoten hoeveelheid insuline of het ingenomen bloedglucoseverlagende middel is dan al werkzaam om de te verwachten aanvoer van glucose vanuit de darmen (voedsel) te verwerken, terwijl er vanuit de darmen (nog) geen aanvoer van glucose is. Dit kan tot een te sterke daling van het bloedglucosegehalte leiden. Ook een situatie waarin het verbruik van glucose duidelijk hoger is dan normaal, kan tot een te sterke daling van het bloedglucosegehalte leiden.




Verschijnselen van een ‘hypo’
Als het bloedglucosegehalte te ver daalt, zullen er op een bepaald moment verschijnselen optreden. De verschijnselen van een ‘hypo’ kunnen per diabeet een beetje verschillen. De meeste diabeten voelen echter een ernstige hypo aankomen, meestal door een telkens terugkerend herkenbaar vast klachtenpatroon. Dat kan bijvoorbeeld een vreemd gevoel zijn, een vaag gevoel dat er iets in het lichaam niet in orde is. Meestal begint men te transpireren, voelt men zich wat beverig en hongerig en is het moeilijk om recht vooruit te kijken. Bij anderen begint het met een prikkelend gevoel in de lippen.
Ook een verandering in het gedrag, zoals een ongebruikelijk gevoel van onrust of agressie, kan door een hypo worden veroorzaakt.

Hypoglycemie verschijnselen.



Voorbereid zijn op eventuele hypo’s
Geen enkele diabeet die insuline gebruikt of bloedglucoseverlagende tabletten slikt, kan er absoluut zeker van zijn dat hij of zij nooit een hypo zal krijgen. Er is altijd een zeker risico, hierop voorbereid zijn is dus belangrijk.
Bij diabeten met een ‘scherpe regeling’ treden gemakkelijker hypo’s op, die niet altijd even goed worden gevoeld. Het herkennen van een hypo is ook moeilijker als de hypo zich langzaam ontwikkelt. Het gebruik van bètablokkers (medicijn dat bijvoorbeeld bij hoge bloeddruk en hartritmestoornissen wordt gebruikt) en een al lang bestaande diabetes met complicaties (zenuwbeschadiging) kunnen het ‘hypo-gevoel’ eveneens verminderen (hypoglycemia unawareness). De veronderstelling dat het niet aan voelen komen van hypo’s het gevolg is van het gebruik van menselijke insuline blijkt niet juist te zijn. Tegenwoordig zijn er hulpprogramma’s ontwikkeld, waarin men probeert de diabeet zijn hypo’s eerder te laten herkennen voordat deze doorzetten. Daardoor kan de scherpe regulatie worden gehandhaafd met minder hypo’s.

Zelfhulp bij dreigende hypo
Bij een matig ernstige hypo kan de diabeet zelf maatregelen nemen. Het beste is om zodra de eerste tekenen van een hypo zich aandienen, meteen snelopneembare koolhydraten of suikers in te nemen in de vorm van druivensuiker (dextrose) of suikerklontjes. Daarna moet men, om later niet nog eens problemen te krijgen door een opnieuw dalend bloedglucosegehalte, langzaam opneembare koolhydraten gebruiken, bijvoorbeeld in de vorm van een boterham.
Wacht bij een dreigende hypo niet te lang met het innemen van wat suiker. Het is veel minder erg om eens onnodig te veel suiker in te nemen, dan je onnodig bloot te stellen aan de risico’s van een hypo.
Ook de partner moet op de hoogte zijn van de kenmerken van een hypo. Als de partner een hypo ziet aankomen, dan kan hij/zij zo nodig behulpzaam zijn bij het aandragen van suiker. Sommige diabeten worden in de beginfase van een hypo juist wat drukker en zijn dan geneigd om hulp af te wijzen. Wellicht kan de partner er dan met enige tact voor zorgen dat de benodigde hoeveelheid suiker wordt ingenomen.
Het is voor iedere diabeet goed om een keer tijdens en vlak na een hypo frequent het bloedglucosegehalte te meten, zodat men leert hoeveel suiker hij of zij bij een hypo extra nodig heeft. Niet zelden schiet de bloedglucosewaarde na een hypo namelijk door naar te hoge waarden. Dit kan komen doordat te veel suiker is ingenomen, maar ook omdat het lichaam zelf probeert met behulp van hormonen zoals glucagon, groeihormoon en bijnierhormonen het bloedglucosegehalte te laten stijgen.

Hulp door anderen
Als de diabeet niet meer in staat is om zelf iets in te nemen, bijvoorbeeld doordat hij in coma is geraakt, dan moet zo spoedig mogelijk door een arts geconcentreerde glucose in het bloedvat worden toegediend. Een te langdurig bestaand tekort aan glucose in het bloed kan leiden tot hersenbeschadiging. Probeer in dit geval niet om de bewusteloze suikerwater te laten drinken! De kans op verslikken is dan groot, met alle risico’s van dien (zoals een longontsteking). Wel kan men, nadat de dokter is gebeld, in afwachting van zijn of haar komst, een beetje honing aan de binnenkant van de wangen smeren. Het mondslijmvlies is namelijk in staat om kleine hoeveelheden glucose op te nemen.
Een alternatief voor het inspuiten van glucose is het toedienen van glucagon (1 ampul à 1 mg.) dat zowel onderhuids als in de spier kan worden toegediend. Dit kan eventueel door een huisgenoot gebeuren en heeft vooral zin als er in de voorafgaande uren nog is gegeten. Glucagon maakt namelijk glucose vrij uit de opslag (glycogeen) in de lever. Na behandeling met glucose of glucagon komt de patiënt gewoonlijk snel bij. Is dit niet het geval, dan is er mogelijk een andere oorzaak van de coma of zijn er complicaties opgetreden; ziekenhuisopname is dan noodzakelijk. De type 1 diabeet die zichzelf goed kent en zelf controleert kan in het algemeen thuis worden behandeld.




terug verder




Diabetes en nu?



Auteur(s) : Dr. Jan Willem Elte, dr. Lioe-Ting Dijkhorst
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789491549779

Zin in lekker eten


Hoe eet u gezond met diabetes? Daarover bestaan uiteenlopende adviezen. Dit kookboek is gebaseerd op actuele kennis uit betrouwbaar onderzoek, speciaal voor mensen met diabetes die zo gezond mogelijk willen blijven. Met de recepten uit dit boek zet u heerlijke gerechten op tafel waar iedereen van geniet. Behalve vele recepten vindt u ook persoonlijke ervaringen en tips. Met een woord vooraf en twee recepten van chef-kok Christopher Naylor van sterrenrestaurant Vermeer in Amsterdam.

Auteur(s) : Diabetes Fonds
Prijs : € 22,50
ISBN : 978949154964