Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Behandeling

De hoogte van het bloedglucosegehalte is afhankelijk van de voeding en de mate van stress aan de ene kant (verhoogt het bloedglucosegehalte) en de lichamelijke activiteit en diabetesmedicijnen (insuline of tabletten) aan de andere kant (verlagen het bloedglucosegehalte). Bij de behandeling van diabetes hebben we dus met deze vier factoren te maken.
De behandeling van diabetes richt zich op:
- het laten verdwijnen van de verschijnselen;
- het normaliseren van de bloedglucosewaarden;
- het zoveel mogelijk voorkomen, uitstellen of verminderen van het ontstaan van complicaties op langere termijn.



De behandeling van diabetes, of beter gezegd de begeleiding, wordt tegenwoordig gewoonlijk door een diabetesteam verzorgd. In zo’n team hebben behalve de medicus (huisarts, kinderarts of internist) altijd een diabetesverpleegkundige, een diëtist en vaak ook een podotherapeut ziting. Indien nodig zijn een medisch psycholoog, een oogarts, een chirurg (vaatchirurg, orthopedisch chirurg), een revalidatiearts en een orthopedisch schoenmaker beschikbaar. Soms is de hulp van een neuroloog of cardioloog nodig. Tijdens de zwangerschap is er uiteraard overleg met de gynaecoloog.
Bij de behandeling van diabetes is het van groot belang om te streven naar een normaal (of liever: ideaal) lichaamsgewicht. Daarnaast wordt een normale bloeddruk en vermijding van nicotine nagestreefd, omdat een te hoge bloeddruk en het roken van sigaretten (net als de diabetes) het risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten bevorderen.

Berekening van het ideale lichaamsgewicht
Het ideale lichaamsgewicht kan men berekenen door het lichaamsgewicht (kg) te delen door de lengte (m) in het kwadraat (kg/m2). Men noemt dit de Quetelet-index (QI), ook wel de body mass index (BMI) genoemd.
Voor mannen spreekt men van een ideaal gewicht wanneer de QI kleiner is dan 25. Bij vrouwen moet de QI kleiner dan 24 zijn.
Tegenwoordig wordt vaak een nog simpeler maat gebruikt om te beoordelen of iemand overgewicht heeft, te weten de middelomvang c.q. buikomtrek. Bij mannen is de kans op ziekte matig verhoogd bij een buikomtrek groter dan 93 cm en ernstig verhoogd bij een omtrek van meer dan 101 cm. Bij vrouwen zijn deze getallen respectievelijk 79 en 87 cm.




Hoofddoelen van de behandeling
We zullen de verschillende vormen van behandeling achtereenvolgens bespreken, waarbij we altijd de behandelingsdoelen in het oog moeten houden.
De behandelingsdoelen zijn:
- voorkómen van verschijnselen;
- goede instelling, d.w.z.: normale bloedglucose;
- een zo normaal mogelijk dagelijks bestaan;
- handhaven van een normaal lichaamsgewicht (men maakt steeds vaker gebruik van de taille-heupratio of de buikomtrek in plaats van de BMI omdat deze een betere maat is voor het gevaarlijke vet in de buik);
- voorkómen van acute ontregelingen (lage of hoge bloedglucose);
- voorkómen of uitstellen van langetermijncomplicaties.




Voedingsadvies
Vroeger moest een diabeet een streng dieet volgen, waarbij hij volgens een dieetlijst alle voedingsmiddelen moest wegen om vast te stellen hoeveel er die dag van gebruikt mocht worden.
Inmiddels zijn de inzichten veranderd en is het strenge dieet achterhaald. Omdat de voor diabeten voorgeschreven voeding eigenlijk niet zo veel anders meer is dan een advies voor gezonde voeding, spreekt men niet meer over een diabetesdieet, maar over een voedingsadvies. Dit advies is gebaseerd op algemene richtlijnen, maar zal wel aangepast zijn aan de persoonlijke behoeften van de diabeet. Het advies wordt bij voorkeur gegeven door een diëtist en is altijd ‘maatwerk’.

Algemene richtlijnen voor de voeding
De algemene richtlijnen voor de voeding zijn als volgt:
- Eet regelmatig. Sla geen maaltijden over en verdeel het eten goed over de dag. Neem eventueel tussenmaaltijden (mede afhankelijk van de voorgeschreven therapie, in het bijzonder bij het tweemaal daags toedienen van een insulinemengsel).
- Bij een viermaal daags insulineregime zijn tussenmaaltijden niet altijd nodig. Bij andere regimes en bij het gebruik van bloedglucoseverlagende tabletten vaak wel.
- Neem voldoende (25-30 gram) oplosbare voedingsvezels (groente, fruit, peulvruchten); deze hebben een gunstige invloed op het bloedglucose- en insulinegehalte na de maaltijd. Onoplosbare voedingsvezels (bruin brood, volkoren producten, rauwkost) hebben vooral een gunstige werking op de stoelgang en in mindere mate op de koolhydraatopname.
- Wees matig met vet, suiker, zout en alcohol.
- Eet gevarieerd.
- Enkelvoudige koolhydraten, zoals kristalsuiker, geven een snellere bloedglucosestijging dan diverse andere koolhydraten. Het levert extra calorieën zonder verdere nuttige voedingsstoffen. Geadviseerd wordt om zo weinig mogelijk toe te voegen en in koffie en thee geen suiker, maar zoetstof of niets te doen.
- De voeding moet, in procenten van geleverde energie (calorieën) uitgerekend, opgebouwd zijn uit meer (ca. 50-55%) koolhydraten, minder (30-35%) vetten en minder (10-15%) eiwitten dan gewoonlijk in Nederland wordt gebruikt. In het bijzonder moet minder verzadigd vet (maximaal 10%) worden geconsumeerd. Cholesterol is tot een maximum van 300 mg per dag toegestaan. Eiwit wordt vooral in de plantaardige vorm aanbevolen.
- Houd er bij de keuze van suikervrije en suikervervangende producten rekening mee, dat de meeste zoetstoffen veel calorieën bevatten (aspartaam, cyclamaat en saccharine zijn calorievrij) en dat overmatig gebruik van zoetstoffen (isomalt, lactitol, maltitol, sorbitol en xylitol) diarree kan veroorzaken.
- Het aantal calorieën wordt afgestemd op het lichaamsgewicht en de behoefte (afhankelijk van de lichamelijke activiteit).

In principe zijn de voedingsadviezen voor type 1 en 2 diabeten gelijk. Het zich houden aan de voedingsadviezen is de basis van de behandeling. Bij type 2 diabetes mellitus kan het zelfs de enige vorm van behandeling zijn.
Als er sprake is van overgewicht (wat vooral bij type 2 vaak het geval is) dient het aantal calorieën in de voeding beperkt te worden met als doel een normaal lichaamsgewicht te bereiken. Na instructie door de diëtist kan de diabeet vaak zelf ‘spelen’ met zijn voeding.

Lichamelijke activiteit
Behalve dat het plezierig is om in beweging te zijn, bevordert lichamelijke activiteit een eventueel noodzakelijke gewichtsvermindering, vermindert het de insulinebehoefte en verhoogt het in het bloed de hoeveelheid HDL-cholesterol (het ‘goede’ cholesterol). Bovendien neemt het uithoudingsvermogen er door toe, verlaagt het de bloeddruk en verbetert het de werking van hart en spieren. Wel moet er, vooral bij insuline gebruikende diabeten, op gelet worden dat het bloedglucosegehalte vóór de lichaamsbeweging niet te hoog, maar ook niet te laag is (het kan dan namelijk, afhankelijk van de uitgangswaarde, verder stijgen of dalen).
De behandeling moet vaak worden aangepast, soms ook op de lange termijn en eventueel moet men vlak voor het sporten extra koolhydraten innemen om verzuring van het lichaam (acidose) door vetafbraak en hypo’s te vermijden.

Controle bloed blijft nodig
Tijdens een behandeling met tabletten moet het bloedglucosegehalte regelmatig gecontroleerd worden. Dit is vooral nodig aan het begin van de behandeling. Als door de ingestelde behandeling de bloedglucosewaarden bij type 2 diabetespatiënten dalen, kan de functie van de alvleesklier, en ook de werking van insuline in de weefsels, verbeteren.
Dit betekent dat de behoefte van het lichaam aan insuline lager wordt met als mogelijk gevolg dat het bloedglucosegehalte te laag wordt. Controle kort na het begin van de behandeling én controle na een therapieverandering is nodig, om eventueel het aantal tabletten te verlagen en zo hypo’s te voorkomen.

Behandeling van andere risicofactoren
In toenemende mate is duidelijk geworden dat risicofactoren, die vaak in combinatie met verhoogde glucose voorkomen, van groot belang zijn met betrekking tot hart- en vaatproblemen. Behandeling van deze risicofactoren (kortweg het insulineresistentiesyndroom of metabool syndroom) is derhalve van groot belang. Er zijn uitgebreide studies geweest waaronder de eerste genoemde UKPDS, waaruit o.a. duidelijk is geworden dat de behandeling van een hoge bloeddruk voor een belangrijke vermindering zorgt van toekomstige problemen. Waarmee de bloeddruk wordt behandeld lijkt iets minder van belang te zijn, zolang deze maar omlaag gaat. Er is echter onderzoek gedaan waaruit blijkt dat de ACE-remmers wellicht extra effect hebben met name bij type 1 diabetes en bij type 2 diabetes de angiotensine II antagonisten. Bij deze categorie patiënten wordt het eiwit in de urine stabiel gehouden of verminderd. De best onderzochte ACE-remmers zijn captopril (Capoten), enalapril (Renitec), lisinopril (Zestril of Novatec) en ramipril (Tritace). Naar effecten van fosinapril (NewAce) en perindopril (Coversyl) en quinapril (Acupril) is minder onderzoek verricht, maar deze zijn waarschijnlijk evenals de andere ACE-remmers te gebruiken. Van ramipril is bekend dat bij type 2 diabeten het risico aanzienlijk kan worden verminderd als er slechts één risicofactor op hart- en vaatziekten aanwezig is. Bij type 2 diabetes zijn met name de angiotensine II antagonisten losartan (Cozaar) en ibesartan (Aprovel) uitgebreid onderzocht. Het omlaag brengen van het cholesterol, ook van groot belang, gebeurt in het algemeen met behulp van voedingsadviezen en een satine. Hiervan zijn er diversen beschikbaar zoals bijvoorbeeld simvastatine (Zocor), pravastatine (Selektine) en atorvastine (Lipitor) waarmee het meeste onderzoek is verricht. Recent onderzoek, bij diabetespatiënten zonder overige risicofactoren, heeft laten zien dat behandeling met een dosis simvastatine het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk kan verminderen. Ten slotte kan overgewicht worden aangepakt met adviezen over voeding, beweging en kan medicamentkeuze ondersteuning met behulp van Orlistat (Xenical) of sibutramine (Reductil) worden overwogen. De verhoogde stollingsneiging wordt in het algemeen met acetylsaliczuur bestreden.





terug verder




Diabetes en nu?



Auteur(s) : Dr. Jan Willem Elte, dr. Lioe-Ting Dijkhorst
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789491549779

Zin in lekker eten


Hoe eet u gezond met diabetes? Daarover bestaan uiteenlopende adviezen. Dit kookboek is gebaseerd op actuele kennis uit betrouwbaar onderzoek, speciaal voor mensen met diabetes die zo gezond mogelijk willen blijven. Met de recepten uit dit boek zet u heerlijke gerechten op tafel waar iedereen van geniet. Behalve vele recepten vindt u ook persoonlijke ervaringen en tips. Met een woord vooraf en twee recepten van chef-kok Christopher Naylor van sterrenrestaurant Vermeer in Amsterdam.

Auteur(s) : Diabetes Fonds
Prijs : € 22,50
ISBN : 978949154964