Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Langetermijncomplicaties

Een langdurig bestaande diabetes kan aanleiding geven tot complicaties als gevolg van beschadiging van diverse organen. Deze complicaties treden zeker niet bij alle diabeten in dezelfde mate op.
Waarom deze verschillen bestaan, is niet geheel duidelijk. Wel lijken er in bepaalde families meer complicaties voor te komen dan in andere. Ook blijkt het zo te zijn dat, hoe beter het bloedglucosegehalte onder controle (d.w.z. normaal) wordt gehouden, des te meer kans er is om de complicaties uit te stellen of te voorkomen. Als men de diabetes slecht onder controle houdt, dan leidt dat daarentegen juist tot een groter risico op het later ontstaan van complicaties. Een groot Amerikaans onderzoek (de Diabetes Control and Complications Trial) heeft overduidelijk laten zien dat het langdurig verlagen van de bloedglucosewaarden tot bijna normaal gepaard gaat met minder langetermijncomplicaties. Het is niet zo dat alleen insuline spuitende diabeten of type 1 diabeten complicaties kunnen krijgen; diabetes type 2 is wat dit betreft zeker niet ‘een beetje diabetes’. Wel verschillen de complicaties qua frequentie van voorkomen per type.

Organen betrokken bij diabetes.



Bloedvatbeschadiging
Veel complicaties bij langer bestaande diabetes zijn het gevolg van de beschadiging van de bloedvatwanden. Bij type 1 diabetes worden de grootste problemen veroorzaakt door stoornissen van de kleine bloedvaten en dit levert vooral afwijkingen op aan ogen (retinopathie) en nieren (nefropathie). Bij type 2 diabeten zijn vooral de grote bloedvaten aangedaan (vasculopathie), wat resulteert in problemen van het hart, de hersenen en de voeten (benen). Slagaderverkalking en hoge bloeddruk komen bij beide typen diabetes in verhoogde mate voor.

Complicaties als gevolg van beschadiging van de wanden van de grote en kleine bloedvaten (macro- en microvasculaire complicaties).



Beschadiging van de zenuwen
Afwijkingen aan de zenuwbanen (neuropathie) kunnen voorkomen bij alle diabeten. Meestal gaat het hierbij om beschadigingen van de gevoelszenuwen. Dit kan leiden tot spontaan optredende pijn, tintelingen of een doof gevoel, meestal in de benen. Minder vaak gaat het om beschadigingen van de motorische zenuwen. In dat geval is krachtverlies in de beenspieren het eerste verschijnsel.

Complicaties van de ogen
Afwijkingen aan de ogen treden vooral op in het netvlies (retinopathie) en komen speciaal bij type 1 diabeten vaak voor. De problemen ontstaan door het nauwer worden van de kleine bloedvaatjes in het netvlies en later ook door lekkage van bloed door de wand van het bloedvat heen. Uiteindelijk kunnen daardoor stukjes netvlies afsterven en bloedingen optreden met in het uiterste geval blindheid als gevolg. Er is verband tussen het ontstaan van retinopathie, duur van de diabetes en hoogte van de bloedglucosewaarden over langere tijd. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat de bloedglucosewaarden zo goed mogelijk op normaal niveau blijven.

Oogafwijkingen veroorzaken pas laat klachten
Klachten geven de oogcomplicaties eigenlijk niet of nauwelijks. Bij de retinopathie moet er vaak een groot deel van het netvlies van beide ogen zijn uitgevallen, voordat de patiënt daar zelf iets van merkt. Uiteraard is het echter belangrijk dat oogafwijkingen in een veel vroeger stadium worden ontdekt. Een diabeet moet daarom regelmatig door een oogarts worden gecontroleerd.

Regelmatig naar de oogarts
De afwijkingen in het netvlies zijn gemakkelijk op te sporen en te vervolgen door ‘de ogen te spiegelen’. Dat is een onderzoek waarbij door de ooglens in het oog wordt gekeken. Meestal gebeurt dit door de oogarts, die ook bepaalt of behandeling nodig is. Vooral als er in het netvlies lekkage van bloed is, nieuwe bloedvaatkluwentjes ontstaan of belangrijke delen van het netvlies worden bedreigd, is behandeling noodzakelijk. De behandeling bestaat uit het gericht toedienen van laserstralen op het netvlies om uitbreiding van de afwijkingen te voorkomen en zo het gezichtsvermogen te behouden.

Tijdelijke oogklachten
Als het bloedglucosegehalte te hoog is kunnen er klachten over het gezichtsvermogen optreden. De bekendste hiervan zijn: wazig zien met kringen om een lichtpunt, dubbel zien en rode oogleden.
Ook bij een te laag bloedglucosegehalte kunnen er zichtproblemen ontstaan. Hierbij gaat het meestal om onduidelijk zien of het zwart voor de ogen worden. Deze klachten verdwijnen na een tijdje, als het bloedglucosegehalte weer goed is.

Andere oogafwijkingen
Er zijn nog enkele andere oogafwijkingen die bij type 1 en 2 diabeten vaker en ook op jongere leeftijd voorkomen dan bij niet-diabeten. Dit zijn grijze staar (cataract), te hoge oogboldruk of groene staar (glaucoom) en een ontsteking van het regenboogvlies (iridocyclitis). Bestaande oogafwijkingen kunnen (vaak tijdelijk) in korte tijd toenemen als na een slechte periode de bloedglucosewaarden sterk verbeteren. Ook tijdens de zwangerschap kunnen reeds bestaande oogafwijkingen veranderen. Controle van de ogen vóór correctie van de te hoge bloedglucosewaarden en vóór de zwangerschap is dan wenselijk.

Complicaties van de nieren
Behalve voor de ogen vormt (vooral type 1) diabetes ook een bedreiging voor de nieren. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van nierafwijkingen (nefropathie) zijn de stoornissen in de kleine bloedvaatjes. Ze verlopen vaak parallel aan die van de ogen. Daarnaast kunnen echter een langer bestaande hoge bloeddruk (komt bij diabeten vaker voor) en terugkerende blaasontstekingen de functie van de nieren nadelig beïnvloeden.

Nierafwijkingen aanvankelijk zonder klachten
De patiënt merkt meestal weinig van het ontstaan van de nierafwijkingen en het beloop is langzaam. Door onderzoek van de urine en het bloed zijn de nierafwijkingen echter in een vroeg stadium op te sporen. In het begin is er alleen maar een verhoogde uitscheiding van eiwit in de urine, terwijl de nierfunctie op zich nog normaal is. De nier is dan nog in voldoende mate in staat afvalstoffen uit het bloed uit te scheiden. De uitscheiding van eiwit is onder meer te meten met strips die in de urine worden gedoopt en die bij de aanwezigheid van eiwit van kleur veranderen. Tegenwoordig is er ook een zeer gevoelige bepaling, die kleine hoeveelheden eiwit in de urine meet (microalbuminurie). De aanwezigheid van microalbumine in de urine kan duiden op nierbeschadiging, maar in het bijzonder bij type 2 diabeten is het veel vaker nog een uiting van beschadiging van de grote bloedvaten. Later neemt de eiwituitscheiding in de urine toe en vermindert de functie van de nieren. Vooral afbraakproducten van de eiwitstofwisseling (ureum en kreatinine) kunnen dan niet goed meer uitgescheiden worden, waardoor deze zich in het bloed gaan ophopen. De patiënt merkt ook hiervan weinig, maar het is wel meetbaar in bloed en urine.
Uiteindelijk zal men bij nog verder verslechterende nierfunctie adviseren de hoeveelheid eiwit in de voeding te verminderen en ten slotte kan nierdialyse (spoeling) en transplantatie in het laatste stadium worden overwogen. Sinds kort is bekend dat bepaalde medicamenten (vooral de zogenoemde ACE-remmers en bij type 2 diabetes de angiotensine II antagonisten die een extra effect hebben naast bloeddrukverlaging) en eiwitbeperking in de voeding verslechtering van de nierfunctie vooral in een vroeg stadium kunnen vertragen. Ook bij diabeten zonder hypertensie (verhoogde bloeddruk), maar met verhoogde eiwituitscheiding in de urine wordt het steeds vaker toegepast.

Complicaties van hart en grote bloedvaten
Doordat slagaderverkalking eerder en vaker optreedt bij diabeten, is er bij hen een verhoogde kans op afwijkingen aan hart en bloedvaten (vasculopathie). Vetophopingen aan de binnenkant van de slagaderwanden zorgen ervoor dat bloedvaten nauwer worden. Verschillende organen in het lichaam krijgen daardoor steeds minder bloed, wat tot klachten kan leiden.
Het ontstaan van vetophopingen in de bloedvatwanden is zeker niet alleen het gevolg van verkeerde eetgewoonten. Belangrijker is dat bij slechte regeling van de diabetes (vooral bij type 1 diabetes) de controle in de lever over de aanmaak van de verschillende vetstoffen in het bloed verstoord raakt. Hierdoor zal de hoeveelheid slechte bloedvetten (LDL-cholesterol en triglyceriden) in het bloed stijgen, wat het ontstaan van slagaderverkalking bevordert. Tegelijk daalt de hoeveelheid goede bloedvetten (HDL-cholesterol). Dat is ongunstig, aangezien het HDL-cholesterol juist bescherming biedt tegen slagaderverkalking.

Kransslagadervernauwing
Door vernauwing van de kransslagaderen van het hart is de doorbloeding van de hartspier op sommige plaatsen verminderd. Hierdoor kan angina pectoris (‘pijn op de borst’) ontstaan en uiteindelijk ook een hartinfarct. Dit infarct kan zelfs optreden zonder dat de patiënt het merkt (‘stil infarct’), zodat latere complicaties als gevolg van het infarct een vrije kans hebben. Een daarvan is een beschadiging van de in het hart lopende zenuwen. Deze zenuwbeschadiging kan de oorzaak zijn van een (te) snelle hartslag en van een te sterke bloeddrukdaling bij overeind komen (duizeligheid). Ten slotte kan de hartspier door de slechte doorbloeding zelf ook aangedaan zijn.

Vaatvernauwing in benen en hersenen
Slagaderverkalking treedt bij diabeten vooral ook op in de grote bloedvaten naar de benen en in de bloedvaten naar de hersenen. Gevolgen hiervan kunnen zijn: een beroerte (CVA) met een langdurige of permanente halfzijdige verlamming of voorbijgaande neurologische uitvalsverschijnselen (TIA). Afwijkingen van de beenvaten kunnen leiden tot claudicatio (‘etalagebenen’). Hierbij is de bloedtoevoer naar de spieren in de kuiten dermate afgenomen, dat er al na een kleine afstand lopen door zuurstofgebrek pijn in de kuitspieren ontstaat. Omdat mensen met bloedvatvernauwing in de benen hierdoor telkens een poosje stil moeten staan (voor een etalage), spreekt men van ‘etalagebenen’. Als de vaatvernauwingen toenemen, kan dit in het uiterste geval leiden tot afsterven van tenen. Ook bij de ‘diabetische voet’ is het al of niet bestaan van slagaderverkalking belangrijk. Vaatoperaties kunnen worden uitgevoerd als alleen de grotere bloedvaten afwijkingen vertonen.

Bloeddrukstijging
Bij diabetes is er vaak sprake van een stijging van de bloeddruk. Voor een deel ligt de oorzaak hiervan in de slagaderverkalking. Maar ook een verslechterende nierfunctie zorgt voor een stijging van de bloeddruk. Omdat een hoge bloeddruk op zich weer slecht is voor hart en bloedvaten, is het van belang dat de bloeddruk, indien te hoog, wordt genormaliseerd.
Alhoewel in het verleden ontwateringstabletten en bèta-blokkerende middelen werden vermeden, blijkt uit een recent onderzoek dat het vooral de bloeddrukdaling is die telt en dat het minder belangrijk is welke medicamenten hiervoor worden gebruikt. De keuze kan soms ook afhangen van het bestaan van andere problemen, zoals een snelle polsslag of angina pectoris. Verder dient geadviseerd te worden om te stoppen met roken, het gewicht zo nodig te verminderen, minder zout en meer voedingsvezels (zoals zemelen) te gebruiken en meer lichaamsbeweging te nemen. Belangrijk in het hele beloop is dat de bloedglucosewaarden zo normaal mogelijk blijven.

Complicaties van het zenuwstelsel
Het ontstaan van afwijkingen van het zenuwstelsel hangt samen met de bestaansduur van de diabetes, de leeftijd en waarschijnlijk ook de hoogte van de bloedglucosewaarden over langere tijd. Men noemt het neuropathie en het is onder te verdelen in:
- afwijkingen van de zenuwen in vooral handen en voeten, maar soms ook dichter bij de romp (perifere zenuwen);
- afwijkingen van de zenuwen die de inwendige organen besturen (autonome zenuwen).
Combinaties zijn uiteraard mogelijk en komen vaak voor.

Perifere neuropathie
Bij de perifere neuropathie zijn de perifere zenuwen, de zenuwen die vanuit het ruggenmerg naar de romp en de ledematen lopen aangetast. Hierbij kan het gaan om meerdere zenuwen tegelijk, die dan meestal symmetrisch (links en rechts) zijn aangedaan of het kan gaan om aantasting van één enkele zenuw. Bij zenuwbeschadiging kan het zowel gaan om zenuwen die te maken hebben met het gevoel als om zenuwen die bepaalde spierfuncties besturen.
Klachten bij de perifere neuropathie kunnen onder meer zijn: tintelingen, gevoelsstoornissen, kuitkrampen, spierzwakte en spierweefselverlies. De pijnklachten kunnen op den duur spontaan verdwijnen, doordat gevoelsensaties minder worden en de zenuwen dus niet meer in staat zijn om pijnsensaties door te geven. Ook bij de diabetische voet is er sprake van neuropathie. De pijnklachten laten zich vaak moeilijk door medicijnen beïnvloeden.

Autonome neuropathie
Uitval van autonome zenuwvezels veroorzaakt problemen bij het functioneren van de inwendige organen, zoals het maag-darmkanaal, het hart, de bloedvaten, de blaas en de geslachtsorganen, en de huid. In het maag-darmkanaal treedt vertraging op van de passage van voedingsstoffen vanuit de maag naar de darmen, waardoor er onder meer indigestie (maagklachten als misselijkheid en een vol gevoel) kan ontstaan. Door de trage darmpassage kan soms ook overmatige gasvorming en obstipatie of (nachtelijke) diarree optreden.
De belangrijkste klacht die bij effecten op het hart- en bloedvaatstelsel ontstaat is duizeligheid bij (te snel) opstaan. De blaaslediging en de urinelozing kunnen gestoord raken zodat de urine zich in de blaas ophoopt. Dit kan, naast de verminderde weerstand, aanleiding geven tot herhaaldelijk terugkerende blaasontstekingen.
Uiteindelijk kan door overrekking van de blaaswand incontinentie ontstaan, dat wil zeggen dat de patiënt de urine niet meer goed kan ophouden.
Seksuele stoornissen kunnen optreden in de zin van gestoorde zaadlozing en impotentie (erectiele disfunctie). De impotentie moet altijd nader worden onderzocht, omdat hier ook andere oorzaken, zowel lichamelijke als psychische, aan ten grondslag kunnen liggen.
Ook de vochtregulatie van de huid raakt verstoord, waardoor de vorming van zweet afneemt. De verminderde zweetafscheiding veroorzaakt een droge huid, waardoor bijvoorbeeld in een toch al kwetsbare voet kloven kunnen ontstaan en eventueel zelfs grotere problemen.

Verschijnselen van autonome neuropathie.



De diabetische voet
De voet is een lichaamsdeel dat bij diabeten erg kwetsbaar is en daardoor bij de lichaamsverzorging nauwkeurige aandacht verdient. Dat de voeten zo kwetsbaar zijn komt door vier belangrijke factoren:
- vernauwing van grote en kleine bloedvaten (vasculopathie);
- afwijkingen aan de zenuwbanen (neuropathie), zowel aan perifere zenuwen naar spieren en huid (gevoel) als autonome (zweetafscheiding);
- vormveranderingen en limited joint mobility (beperkte gewrichtsbeweeglijkheid), waardoor drukplekken ontstaan;
- verminderde weerstand tegen infecties.
Het aandeel van elk der factoren moet nauwkeurig worden nagegaan. Er kan bijvoorbeeld alleen sprake zijn van een oorzaak in de zenuwbanen of alleen in de bloedvaten. Maar meestal is er sprake van een combinatie van factoren.

Wondjes aan de voeten
Soms beginnen de problemen doordat knellend schoeisel een beschadiging heeft veroorzaakt. Zo’n beschadiging kan ongemerkt ontstaan, omdat door zenuwbeschadiging het gevoel in de voeten is afgenomen. Er kunnen zelfs ongemerkt botbreuken in de voetbeentjes ontstaan, waardoor de vorm van de voeten gaat afwijken. Uiteindelijk kunnen aan de voeten zweren optreden die geïnfecteerd kunnen raken en moeilijk genezen. Soms is amputatie van een teen uiteindelijk niet meer te vermijden.
Een zweer wordt gewoonlijk droog behandeld door mercurochroom of jodium eromheen aan te brengen. Soms is bedrust of een behandeling met gips noodzakelijk om de voet rust te geven. Bij infecties zijn antibiotica nodig en bij voetafwijkingen moet men nagaan of een vaatoperatie haalbaar is. Altijd moet worden gestreefd naar normale bloedglucosewaarden.

Regelmatige controle voeten
Om het ongemerkt ontstaan van afwijkingen aan de voeten in een vroeg stadium te ontdekken, moeten de voeten regelmatig bekeken worden. Dat dient niet alleen door de arts of de diabetesverpleegkundige te gebeuren, maar vooral door de patiënt zelf! Bij voetproblemen kan ook de podotherapeut hulp bieden. Dit is een paramedisch geschoold persoon, die gespecialiseerd is in voetafwijkingen. Zo iemand behandelt niet alleen, maar geeft ook adviezen om voetproblemen te voorkomen. Gelukkig wordt de podotherapeut steeds beter vergoed door de meeste zorgverzekeraars. Wel is meestal een aanvullende verzekering noodzakelijk.

Zelfzorgadviezen voor de voet
• Inspecteer dagelijks de voet – ook tussen de tenen – op blaren, wondjes, huidverkleuringen en kloven. Gebruik zo nodig een handspiegel om de voetzool te bekijken (of schakel een huisgenoot in).
• Knip de nagels recht of hol af en vooral niet te kort.
• Was de voeten dagelijks, droog ze goed af (deppen, niet wrijven) en smeer ze in met een druppeltje olie (bijvoorbeeld baby-olie).
• Vermijd te warm of te koud water bij het wassen van de voeten (test met hand of elleboog).
• Gebruik nooit een hete kruik bij de voeten.
• Draag goed zittende sokken zonder stoppen en verschoon deze dagelijks.
• Loop nooit op blote voeten en neem kleine stappen.
• Gebruik geen elastische kousenbanden of sokophouders, omdat die de bloeddoorstroming kunnen belemmeren. Elastische kousen zijn daarentegen wel toegestaan.
• Neem op vakantie uit voorzorg steriel gaas en papieren pleisters mee.
• Inspecteer de schoenen regelmatig aan de binnenkant op oneffenheden, spijkers, steentjes etc.
• Loop niet op (middelhoge) hakken, loop nieuwe schoenen voorzichtig in en koop ze ’s middags (i.v.m. eventueel optredende zwelling van de voeten).
• Verwijder eelt of likdoorns niet zelf, maar bezoek hiervoor een ervaren en in de behandeling van diabetespatiënten gespecialiseerde pedicure of podotherapeut. Vertel dat u diabetes hebt.
• Neem regelmatig lichaamsbeweging, maar geef de voeten wel voldoende rust.
• Neem bij problemen contact op met een deskundige, uw arts, diabetesverpleegkundige of een gekwalificeerde voetverzorger (pedicure of podotherapeut).

Beperkte gewrichtsbeweeglijkeid
Een complicatie van diabetes, die niet altijd wordt (h)erkend, is de beperkte gewrichtsbeweeglijkheid. Deze langetermijncomplicatie komt vaker voor bij een langere diabetesduur en een hogere leeftijd. Het komt ook voor bij niet-diabeten, maar minder vaak, en wordt veroorzaakt door toegenomen vorming van bindweefsel om gewrichten. Vooral handen, schouders en heupen zijn vaak aangedaan.
Er is een relatie met de typische andere complicaties van diabetes, vooral die van de kleine bloedvaten (ogen en nieren). Mogelijk is er ook verband met de scherpte van de instelling van de bloedglucosewaarden, maar dat is niet geheel zeker. Voor diabeten is het bovendien belangrijk dat klachten die vaak lang als onduidelijk gezien werden, toch kunnen worden (h)erkend, wat op zich al verlichting kan geven. Een specifieke behandeling is er niet.




terug verder




Diabetes en nu?



Auteur(s) : Dr. Jan Willem Elte, dr. Lioe-Ting Dijkhorst
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789491549779

Zin in lekker eten


Hoe eet u gezond met diabetes? Daarover bestaan uiteenlopende adviezen. Dit kookboek is gebaseerd op actuele kennis uit betrouwbaar onderzoek, speciaal voor mensen met diabetes die zo gezond mogelijk willen blijven. Met de recepten uit dit boek zet u heerlijke gerechten op tafel waar iedereen van geniet. Behalve vele recepten vindt u ook persoonlijke ervaringen en tips. Met een woord vooraf en twee recepten van chef-kok Christopher Naylor van sterrenrestaurant Vermeer in Amsterdam.

Auteur(s) : Diabetes Fonds
Prijs : € 22,50
ISBN : 978949154964