Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Medicijnen

Als de voedingsadviezen bij type 2 diabeten onvoldoende resultaat hebben en de bloedglucosewaarden te hoog blijven, worden tabletten voorgeschreven. Allereerst moet men dan proberen een te hoog lichaamsgewicht omlaag te brengen, maar dit zal lang niet altijd lukken. Bovendien is het zeker niet zo dat hoge bloedglucosewaarden gedurende langere tijd mogen blijven bestaan in de hoop dat het gewicht wellicht later nog verder zal verminderen.
Er zijn diverse soorten tabletten die het bloedglucosegehalte verlagen en ze werken op verschillende manieren:
- stoffen die afgeleid zijn van Sulfonylureum, dat de vorming van insuline in de alvleesklier stimuleert en de werking van insuline bevordert;
- biguanides, stoffen die de lichaamscellen gevoeliger maken voor insuline, maar met name de glucosevorming in de lever verminderen;
- alfa-glucosidase remmers, die de opname van glucose in de darm vertragen en daardoor zorgen voor minder stijging van de bloedglucose na een maaltijd.
- carbomoylbenzolzuurderivaten (CMBD). Stoffen die met name bij de maaltijd worden genomen en de insulinevorming verminderen.
- thiazolidinediones PPAR (peroxisom-proliferatie-activerend receptor) agonisten. Dit zijn stoffen die de insuline ongevoeligheid van lichaamscellen verminderen en zo de beta-cel in de alvleesklier sparen.
De voedingsadviezen blijven bij het gebruik van tabletten natuurlijk van kracht.

Overzicht van de plaats van werking van de verschillende bloedglucosegehalte verlagende tabletten.
De biguanides (big), zoals metformine (Glucophage) stimuleren vooral de opname van glucose in de weefsels (cellen). Daarnaast wordt de vorming van glucose in de lever tegengegaan.
De sulfonylureum-afgeleiden (su), zoals glimepiride (Amaryl), glicazide (Diamicron), glibenclamide en tolbutamide, stimuleren vooral de bètacellen in het pancreas tot de afgifte van meer insuline. Daarnaast verbeteren ze waarschijnlijk ook enigszins de werking van insuline in de weefsels (cellen) in het lichaam, waardoor glucose daar beter wordt opgenomen.
De alfa-glucosidaseremmers (a-glu), zoals acarbose (Glucobay), vertragen de opname van koolhydraten in het maagdarmkanaal.
CMBD (carbomoylmethylbenzoëzuur derivaten), Repaglinide (Novonorm) en Nateglinide (Starlix) stimuleren de insulinevorming in het pancreas.
Thiazolidinediones (PPAR-gamma agonisten, glitazones zoals pioglitazon (Actos) en Rosiglitazon (Avandia)) verminderen de insulineresistentie in de diverse organen.



Sulfonylureum-afgeleiden
Stoffen die van Sulfonylureum zijn afgeleid stimuleren de aanmaak van insuline in de alvleesklier. Daarnaast bevorderen ze de werking van insuline in de lever en de lichaamsweefsels (vet, spieren). Deze middelen werken dus vooral als de alvleesklier nog insuline maakt.
Vaak treedt er tijdens het gebruik van Sulfonylureum-afgeleiden een geringe stijging van het gewicht op. Dit is een reden te meer om de voedingsadviezen goed op te volgen. Bij gebruik van deze middelen bestaat er ook een risico op het ontstaan van een hypoglycemie (hypo = laag bloedglucosegehalte). Deze hypo’s kunnen soms lang aanhouden waardoor ziekenhuisopname noodzakelijk kan zijn. Regelmatige controle van het bloedglucosegehalte is daarom belangrijk.
De meest gebruikte tabletten van de Sulfonylureumgroep zijn: tolbutamide (Rastinon, Artosin), gliclazide (Diamicron), glibenclamide (Daonil, Euglucon), glipizide (Glibenese) en glimepiride (Amaryl). Meestal worden ze 1 tot 2 maal daags ingenomen, vóór de maaltijd.
Vooral glibenclamide kan langdurige hypo’s veroorzaken. Voordeel van glimepiride is dat het slechts eenmaal per dag hoeft te worden ingenomen. Ook zouden er minder hypo’s tijdens gebruik voorkomen.

Biguanides
Middelen uit deze groep maken de lichaamscellen gevoeliger voor insuline en zijn dus vooral geschikt als er sprake is van insulineresistentie (verminderde gevoeligheid voor insuline) door bijvoorbeeld een te hoog lichaamsgewicht. De biguanides werken echter voornamelijk door de glucoseproduktie in de lever te verminderen. Ze veroorzaken geen hypo’s, maar er zijn wel andere (vrij zeldzame) bijwerkingen, vooral maag-darmklachten. De enige tablet in deze soort is metformine (Glucophage) die tijdens de maaltijden wordt ingenomen.

Alfa-glucosidase remmers
Een ander soort tabletten zijn de zogenaamde alfa-glucosidase remmers (acarbose = Glucobay) die de opname van glucose in de darm vertragen en daardoor zorgen voor minder stijging van de bloedglucose na een maaltijd. Bij sommigen treedt een hinderlijke, maar onschadelijke winderigheid op. De middelen worden vooral gebruikt bij die patiënten die onvoldoende reageren op het voedingsadvies. Op deze manier kan het gebruik van de eerder genoemde geneesmiddelen worden uitgesteld. Maar ook in combinatie met de andere soorten tabletten kan acarbose zinvol gebruikt worden, ja zelfs met insuline als de glucosewaarden na de maaltijden hoog blijven.

Combinaties van twee typen tabletten
Recent is de vaste combinatie van metformine (500 mg) en snelopneembare glibenclamide (2.5 of 5 mg) in één tablet geregistreerd onder de naam Glucovance. Deze combinatie kan bij patiënten die de twee soorten tabletten al gebruiken deze vervangen en zo het gebruiksgemak bevorderen. Een andere combinatie is die van rosiglitazone met metformin (Avandamet), waarmee met name de insuline resistentie en de vorming van glucose in de lever worden tegengegaan.
Bij sommige patiënten worden combinaties uit de verschillende groepen tabletten, bijvoorbeeld glibenclamide en metformine, voorgeschreven. Wanneer de bloedglucosewaarden tijdens het gebruik van één of twee middelen niet voldoende dalen en men insulinetherapie nog probeert uit te stellen, worden zelfs middelen uit alle drie de groepen tegelijk gebruikt. Meestal is het effect van de combinatiebehandeling slechts tijdelijk.
Ook wordt tegenwoordig in toenemende mate een combinatie van insuline met tabletten geadviseerd. Op deze manier kan de hoogte van de bloedglucose soms jarenlang acceptabel blijven. In principe zijn alle combinaties mogelijk. Bij de combinatie van thiazolidinediones (= glitazones) en insuline kan echter vocht worden vastgehouden en kan hartfalen ontstaan.

Invloed andere medicijnen
Er zijn geneesmiddelen die invloed hebben op het bloedglucosegehalte, ongeacht of de patiënten met insuline, tabletten of een voedingsadvies worden behandeld.
Daarnaast bestaan er medicijnen die alleen invloed hebben op het bloedglucosegehalte bij diabeten die met tabletten worden behandeld. Deze kunnen de bloedglucoseverlagende werking van tabletten (in het bijzonder die uit de groep van de sulfonylureum-afgeleiden) versterken en een te lage bloedglucosespiegel veroorzaken.
Daarnaast kan het gebruik van de zogeheten bètablokkers problemen geven. Dit is een groep medicijnen die onder andere na een hartinfarct of bij de behandeling van hoge bloeddruk en bepaalde hartritmestoornissen wordt gebruikt. Bètablokkers bemoeilijken het herstel bij een hypo (vooral bij insulinegebruikers) en maken bovendien dat men de hypo minder voelt aankomen. Wellicht is het belang hiervan overschat en zijn de eerdergenoemde redenen om bètablokkers te gebruiken zo belangrijk, dat dit de doorslag moet geven.

Soms is behandeling met tabletten niet mogelijk
Een behandeling met tabletten is niet bij iedereen mogelijk met diabetes type 2 (niet-insuline afhankelijke diabetes). Bij mensen met een ernstige aandoening van de lever of de nieren of bij hartfalen moet een tablettherapie worden afgeraden.
Ook tijdens lichamelijke stresssituaties, zoals een operatie, is het gebruik van bloedglucosegehalteverlagende tabletten tegen diabetes af te raden. In deze gevallen moet – soms tijdelijk – insuline worden gebruikt.

Zwangerschap
Het gebruik van tabletten die het bloedglucosegehalte verlagen tijdens de zwangerschap wordt algemeen afgeraden. Dat geldt zowel voor vrouwen die al vóórdat ze zwanger werden tabletten gebruikten, als voor vrouwen bij wie tijdens de zwangerschap diabetes (‘zwangerschapsdiabetes’) wordt ontdekt. Deze tabletten kunnen namelijk schadelijk zijn voor de vrucht.
Tabletgebruikende diabeten die zwanger willen worden, moeten dus al vóórdat ze zwanger worden, overgaan op insulinetherapie. De bloedglucosewaarden moeten bovendien op dat moment, zowel als men in nuchtere toestand is, als na de maaltijd, al lager zijn dan 7 Mmol/l.

Carbomylmetylbenzoëzuur derivaten (CMBD)
Een ander middel dat kort geleden is geïntroduceerd is het repaglinide (Novonorm) wat bij de maaltijden moet worden geslikt en wat de insulinevorming in het pancreas stimuleert. Een soortgelijk middel is het nateglinide (Starlix).

Thiazolidinediones
Een nieuwe groep van medicamenten wordt gevormd door de thiazolidinediones, die ook PPAR (peroxisome proliferator-activated receptor)-gamma agonisten worden genoemd omdat ze via hormoonreceptoren in de celkern werken die PPAR-gamma heten. De eveneens gebruikte naam glitazones verwijst naar de namen van de nieuwe medicamenten en is de gemakkelijkst uitspreekbare benaming.
Het middel werkt als een soort 'insuline sensitizer' en vermindert de vetafbraak en de vorming van vrije vetzuren. Daardoor wordt de opname van glucose in de weefsels bevorderd en de glucosevorming in de lever verminderd. Door deze verbeterde gevoeligheid voor insuline (verminderde insulineresistentie) is er minder insuline nodig en kan de bèta-cel in de alvleesklier worden gespaard. Ook de vermindering van de vrije vetzuren werkt beschermend voor de alvleesklier.
De glitazones kunnen zowel in monotherapie als in combinatie met metformine of sulfonylureum-afgeleiden worden gebruikt. De combinatie met insuline wordt in Nederland vooralsnog afgeraden in verband met mogelijke vochtophoping. In de Verenigde Staten is pioglitazon echter wel toegestaan in combinatie met insuline. Er is een klein verschil tussen de thans bestaande twee preparaten in die zin dat rosiglitazon (Avandia) een zuivere PPAR-gamma agonist is en pioglitazon (Actos) ook geringe PPAR-alpha activiteit heeft. Hierdoor treedt een gunstig effect op en aanzien van de bloedvetten: rosiglitazon verhoogt het totaal cholesterol (HDL én LDL), terwijl pioglitazon triglyceriden verlaagt en het (beschermende) HDL-cholesterol verhoogt. Daardoor kan pioglitazon goed in combinatie met een statine worden gegeven voor verbetering van de bloedvetten.




terug verder




Diabetes en nu?



Auteur(s) : Dr. Jan Willem Elte, dr. Lioe-Ting Dijkhorst
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789491549779

Zin in lekker eten


Hoe eet u gezond met diabetes? Daarover bestaan uiteenlopende adviezen. Dit kookboek is gebaseerd op actuele kennis uit betrouwbaar onderzoek, speciaal voor mensen met diabetes die zo gezond mogelijk willen blijven. Met de recepten uit dit boek zet u heerlijke gerechten op tafel waar iedereen van geniet. Behalve vele recepten vindt u ook persoonlijke ervaringen en tips. Met een woord vooraf en twee recepten van chef-kok Christopher Naylor van sterrenrestaurant Vermeer in Amsterdam.

Auteur(s) : Diabetes Fonds
Prijs : € 22,50
ISBN : 978949154964