Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Dr. J.W.F. Elte
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Soorten diabetes en oorzaken

Diabetes mellitus is niet één bepaalde ziekte met één bepaalde oorzaak; er zijn verschillende soorten diabetes en van elk kan de oorzaak weer anders zijn. Omdat de oorzaken van diabetes, voorzover al bekend, sterk samenhangen met de soort diabetes, worden deze twee aspecten gezamenlijk besproken.

Type 1 diabetes
Bij de type 1 of insuline-afhankelijke diabetes mellitus (IADM), vroeger ook wel jeugddiabetes genoemd, maken de bètacellen van de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier (bijna) geen insuline meer. Er is hierbij dus sprake van een absoluut tekort aan insuline. De ziekte begint meestal vrij plotseling (binnen enkele dagen tot weken) en ontstaat meestal vóór het 40ste levensjaar, maar kan ook daarna pas optreden. Zonder behandeling met insuline zullen patiënten met een type 1 diabetes uiteindelijk aan de ziekte komen te overlijden.
Waarschijnlijk is er voor dit type diabetes niet één duidelijke oorzaak, maar is er sprake van een samenspel van meerdere factoren. Men neemt aan dat er om te beginnen een erfelijke aanleg is. De ziekte zou echter pas later tot uitdrukking komen nadat, bijvoorbeeld door een virusinfectie, een soort ontsteking is ontstaan van de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Daarbij worden antistoffen tegen de eigen alvleesklier gevormd waardoor ten slotte de meeste bètacellen vernietigd worden. De diabetes ontstaat dan doordat er nauwelijks meer insuline gemaakt kan worden.

Type 2 diabetes
Type 2 of niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus (NIADM) manifesteert zich meestal pas na het 40ste levensjaar en werd daarom ook wel ‘ouderdomsdiabetes’ genoemd. Vaak is het beloop veel sluipender dan bij het type 1. Op het moment dat de diagnose wordt gesteld is de ziekte waarschijnlijk al langer in lichte mate aanwezig, zonder specifieke klachten..
De oorzaak van type 2 diabetes is ingewikkelder dan bij de type 1 diabetes, omdat twee factoren tegelijk een rol spelen. Allereerst is er een (waarschijnlijk erfelijk bepaald) probleem in de weefsels, waar de insuline niet goed werkt, doordat er in de weefsels een zekere weerstand tegen de werking van insuline (insulineresistentie) bestaat. In de tweede plaats is de alvleesklier niet in staat om aan de grotere behoefte aan insuline te voldoen. Men spreekt van een relatief tekort aan insuline. Bovendien beïnvloeden beide factoren elkaar in negatieve zin. Hoewel de alvleesklier een redelijke hoeveelheid insuline aanmaakt, zal uiteindelijk toch vaak een behandeling met insuline nodig zijn.
Meestal is de type 2 diabeet te zwaar en wordt de genoemde insulineresistentie door het overgewicht veroorzaakt. Bij overgewicht komen vrije vetzuren uit de vetcel vrij, die zowel de functie van de bèta-cellen in de alvleesklier als ook de gevoeligheid voor insuline in de weefsels verminderen. Bij dit type diabetes zijn er, meer nog dan bij type 1, sterke erfelijke factoren. Daarnaast kunnen stress (lichamelijk of psychisch) of medicijnen het begin van de ziekte uitlokken, waardoor de diabetes ook klachten geeft.

Het ontstaan van type 2 diabetes. In de lever, het vetweefsel en het spierweefsel treedt ongevoeligheid voor insuline op: de alvleesklier maakt te weinig insuline.



Aparte groepen
Mensen met een type 2 diabetes die niet te zwaar zijn, vormen een aparte groep. Waarschijnlijk gaat het hier om mensen waarbij er sprake is van een type 1 diabetes die zich heel langzaam aan het ontwikkelen is.
De (zeer) jonge mensen (beneden de 20-25 jr) met diabetes type 2 (NIADM) vormen ook een aparte groep. Op deze leeftijd is er immers meestal sprake van type 1 diabetes (‘jeugddiabetes’), die met insuline behandeld moet worden. Er kan in deze leeftijdsfase echter ook type 2 diabetes voorkomen. Deze gedraagt zich dan net als de gewone type 2 diabetes.

Zwangerschapsdiabetes
Diabetes die zich tijdens een zwangerschap ontwikkelt, wordt ook als een apart type diabetes beschouwd. Onder dit type diabetes, dat zwangerschapsdiabetes wordt genoemd, verstaat men het pas tijdens de zwangerschap ontdekken van te hoge bloedglucosewaarden. Doordat bepaalde zwangerschapshormonen insulineresistentie (weerstand tegen de werking van insuline) veroorzaken, treedt er tijdens de zwangerschap een verminderde glucosetolerantie op. Dat wil zeggen dat het systeem dat het glucosegehalte van het bloed regelt (soms tijdelijk) niet goed meer werkt en niet alle in de darmen opgenomen glucose goed kan verwerken.
Het is van groot belang voor het verdere verloop van de zwangerschap en voor een normale groei van het kind, om het bloedglucosegehalte tot een normaal niveau terug te brengen. Als dit niet gebeurt, zal het kind veel te groot en te zwaar kunnen worden, waardoor de geboorte moeilijker kan verlopen. Vlak na de geboorte kan de baby last krijgen van een te laag bloedglucosegehalte. Soms is het bloedglucosegehalte van de zwangere maar licht verhoogd, maar ook dan is het van belang voor het ongeboren kind om het bloedglucosegehalte tot een normaal niveau te verlagen. Zelfs als het bloedglucosegehalte tijdens de zwangerschap normaal is, zijn de kinderen bij de geboorte al aan de zware kant!
Wanneer een vrouw tijdens de zwangerschap een te hoog bloedglucosegehalte krijgt, geeft dit aan dat het systeem dat het bloedglucosegehalte regelt, onder bepaalde – ‘zware’– omstandigheden niet helemaal goed werkt. Dat zal dus opnieuw kunnen gebeuren; bij ongeveer de helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes treedt later een blijvende diabetes op, meestal type 2. Bij eenderde is er weer zwangerschapsdiabetes in een volgende zwangerschap.

Secundaire vormen van diabetes
Onder secundaire vormen van diabetes verstaan we het ontstaan van diabetes als gevolg van andere ziekten of het gebruik van bepaalde medicijnen. Voorbeelden hiervan zijn een alvleesklierontsteking (meestal als gevolg van langdurig overmatig alcoholgebruik: alcoholisme of kleine (gal)steentjes) en hormoonstoornissen van bijnieren en hypofyse. Sommige medicijnen, zoals bijnierschorshormonen (o.a. prednison) en bepaalde plastabletten (die thiazide bevatten) kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van diabetes.

Verminderde glucosetolerantie
Als het glucosegehalte in het bloed binnen twee uur weer tot normale waarden is gedaald en het ‘nuchtere’ bloedglucosegehalte (’s morgens vóór het ontbijt) ook normaal is, is er géén sprake van diabetes. Bij sommige mensen stijgt het bloedglucosegehalte na een koolhydraatrijke maaltijd of na het gebruik van veel suiker, kortdurend tot veel te hoge waarden, maar daalt daarna weer snel. In dat geval spreekt men van een verminderde glucosetolerantie. Het mechanisme dat het bloedglucosegehalte regelt, werkt dan alleen iets te traag. Behandeling van deze glucosestoornis is dan ook niet nodig, alhoewel dit steeds vaker wel wordt overwogen. Het risico op hart- en vaatziekten is namelijk al verhoogd. Vaak worden bij deze groep overgewicht, verhoogde bloedvetten en een verhoogde bloeddruk gevonden. De combinatie van deze problemen wordt insulineresistentiesyndroom genoemd, omdat insulineresistentie de centrale factor is. Bij het ontstaan zijn vooral overgewicht (in het bijzonder overmatig buikvet) en/of erfelijke factoren belangrijk.

Prediabetes
Bij sommige bloedverwanten van mensen met een type 1 diabetes bevinden zich, net als bij de type 1 diabeten zelf, in het bloed antistoffen tegen de eigen alvleesklier. Wanneer deze bloedverwanten een normaal bloedglucosegehalte en een normale glucosetolerantie hebben, spreken we van prediabetes. Deze mensen hebben een verhoogd risico op het ontstaan van diabetes op latere leeftijd.

Erfelijkheid
Bij diabetes is er sprake van erfelijkheid. Kinderen van een ouder met diabetes lopen meer kans om tijdens hun leven diabetes te krijgen, dan kinderen van ouders die geen diabetes hebben. Dat betekent overigens niet dat iedereen die een vader of moeder met diabetes heeft, zelf later ook aan deze ziekte zal gaan lijden. Zelfs als beide ouders diabetes hebben, zal minder dan een kwart van de kinderen diabetes krijgen. Als één van de beide ouders diabetes heeft, is de kans dat hun kinderen de ziekte zullen ontwikkelen, nog veel kleiner. Erfelijke factoren zijn sterker bij type 2 dan bij type 1 diabetes.




terug verder




Diabetes en nu?



Auteur(s) : Dr. Jan Willem Elte, dr. Lioe-Ting Dijkhorst
Prijs : € 16,95
ISBN : 9789491549779

Zin in lekker eten


Hoe eet u gezond met diabetes? Daarover bestaan uiteenlopende adviezen. Dit kookboek is gebaseerd op actuele kennis uit betrouwbaar onderzoek, speciaal voor mensen met diabetes die zo gezond mogelijk willen blijven. Met de recepten uit dit boek zet u heerlijke gerechten op tafel waar iedereen van geniet. Behalve vele recepten vindt u ook persoonlijke ervaringen en tips. Met een woord vooraf en twee recepten van chef-kok Christopher Naylor van sterrenrestaurant Vermeer in Amsterdam.

Auteur(s) : Diabetes Fonds
Prijs : € 22,50
ISBN : 978949154964