|
|
Aanbevelingen We hebben in dit boek slechts heel kort kunnen stilstaan bij de belangrijkste aspecten van eetstoornissen. Tot slot belichten we nog enkele punten die vaak door patiënten of familieleden aan de orde worden gesteld. Ontkenning en verzet Zoals de naaste omgeving van de patiënte (familie, vrienden, kennissen of collega's) ondervindt, zal in het begin vaak ook de arts of de geraadpleegde hulpverlener worden misleid door de patiënten. Wanneer het vermoeden bestaat dat dit gebeurt, dan is het raadzaam dit bij voorkeur openlijk te bespreken, in een niet-beschuldigende sfeer. De neiging om de problemen te ontkennen, goed te praten of gewoon te verbergen - eventueel met behulp van allerlei leugentjes - moet begrepen worden als een teken van angst voor verandering. Vaak beseffen de patiënten ergens wel dat er iets misgaat. Toch kunnen ze dit (nog) niet voor zichzelf toegeven of aan de omgeving bekennen, omdat dan verwacht wordt dat ze er wat aan doen. Ze worden afgeremd door een innerlijke tweestrijd: 'Ik weet wel dat dit niet normaal meer is, maar toch voel ik me beter zo.' En: 'Ik zou het wel willen veranderen, maar ik durf of kan het niet.' Vooral anorexiapatiënten ontkennen in het begin elk probleem en weigeren behandeling. Dit 'verzet' is een vorm van verdediging, een angst de controle over het eigen lichaam uit handen te moeten geven. In werkelijkheid 'lijden' de patiënten onder hun toestand, maar hebben ze moeite om dit toe te geven. Het is belangrijk dat ze inzien dat de magerzucht een 'dwangbuis' of 'gevangenis' is geworden waar ze zelf niet meer uit kunnen komen. Een behandeling is niet alleen een gevecht rond eten en gewicht, maar kan hen ook bevrijden van de onaangename gevolgen, die zowel fysiek zijn (moeheid, koude, slapeloosheid) als psychisch (concentratiestoornis, prikkelbaarheid, obsessies rond eten). Zwijgen of praten Anorexiapatiënten verzetten zich in het begin zeer hevig tegen allerlei bemoeienissen. Dit in tegenstelling tot boulimiepatiënten, die juist heel sterk gemotiveerd zijn. Boulimiepatiënten willen echter vaak alleen in behandeling genomen worden als hun omgeving daar niet bij wordt betrokken. In veel gevallen zijn de gezinsleden of de partner namelijk ook niet echt op de hoogte van de hele problematiek. Vaak vermijden patiënten gesprekken over hun eetprobleem met direct betrokkenen (ouders, partner of vrienden). Bij de minste opmerking hierover stuiven ze op of lopen ze weg. Toch is het als eerste stap op weg naar een behandeling heel belangrijk dat patiënten iemand in vertrouwen kunnen nemen met wie ze hun problemen openlijk kunnen bespreken. Als vrienden, ouders of partner merken dat zo'n gesprek met henzelf moeizaam tot onmogelijk is, dan moeten ze dit toch niet uit de weg gaan. Evenmin moeten ze de patiënte tot bekentenissen dwingen. Het is in zo'n geval bijvoorbeeld mogelijk iets te zeggen in de trant van: 'Ik merk dat we moeilijk of helemaal niet over dit onderwerp kunnen praten. Ik wil je dit niet verwijten, maar ik ben bezorgd en kan ook niet doen alsof er niets aan de hand is. Daarom zou ik het op prijs stellen als je er met iemand anders over praat. Als ik je niet kan helpen of misschien zelfs een hindernis ben, dan hoop ik dat een ander je vertrouwen kan winnen en je kan helpen een uitweg te zoeken voor ons allemaal.' Zorg en controle Gezinsleden, en vooral ouders of partners, zijn vaak overbezorgd om het eetgedrag of het gewicht. In veel gevallen begrijpen ze niet hoe zo'n probleem kan ontstaan en schrijven ze het toe aan het 'karakter' van de patiënte. Ze snappen niet waarom de anorexiapatiënte het zo moeilijk heeft om een hapje meer te eten en ze zien dat als een uiting van koppigheid. In het geval van boulimie ergeren ze zich aan het gebrek aan wilskracht om de eetdrang in toom te houden. Ze willen 'helpen' door hun dochter of partner te controleren: hoeveel weegt ze, eet ze wel voldoende, gaat ze niet braken? Dit kan soms ontaarden in felle conflicten: bij anorexia nervosa willen ze de patiënte dwingen tot eten en bij boulimie wordt eten juist achter slot en grendel gezet. In beide gevallen dreigen ze vaak met allerlei straffen of sancties en ontstaat er een machtsstrijd. De patiënten reageren hierop met nog meer verzet of met allerlei trucs, zodat de strijd rond eten en gewicht nog verder escaleert. De eerste stap zal dan ook moeten zijn om met medewerking van ouders of partner deze negatieve kringloop zo snel mogelijk te doorbreken. Dit betekent echter niet dat ze de patiënte haar gang moeten laten gaan, wat maar al te vaak gebeurt, uit angst voor botsingen. Vooral anorexiapatiënten slagen erin maaltijden met het gezin te vermijden. Zij koken dan hun eigen dieetpotje, kopen allerlei merkwaardige spijzen en bepalen het eetpatroon van het hele gezin. Ook aan deze verstoringen van het normale gezinsleven moet paal en perk worden gesteld. Het is daarom een goede regel dat de patiënten moeten leren eten wat de rest van het gezin als maaltijd krijgt voorgeschoteld en dat zij niet langer zelf inkopen doen of koken, tot ze weer in staat zijn 'normaal' te eten. Gewicht en succes Al te vaak wordt van een therapie snel succes verwacht in termen van eetgedrag en/of gewicht: bij anorexiapatiënten een snelle gewichtsstijging en bij boulimiepatiënten het verdwijnen van eetbuien en braken of laxeren. Is er een werkelijk overgewicht, dan wil men ook spoedige vermagering. De verwachting van een snelle genezing komt echter voort uit de vermelde prestatiegerichtheid en het alles-of-nietsdenken. Het uitblijven van een (snel) resultaat wordt dan als een pijnlijke mislukking ervaren. Het al zwakke gevoel van eigenwaarde krijgt hierdoor opnieuw een deuk en de inzet voor de therapie zal afnemen. Het succes van een behandeling is echter niet af te lezen aan de 'buitenkant' (eten, gewicht), omdat deze vaak niet overeenkomt met de 'binnenkant' van de persoon (gedachten, gevoelens over eten en gewicht). Het gaat uiteindelijk niet om de 'verpakking' (de lichaamsvorm), maar om de 'inhoud' (het psychische en sociale leven) van de patiënte in kwestie. Toch moet de betekenis van een 'gezond' gewicht niet worden onderschat, vooral niet in geval van anorexia nervosa. Voor het normaal functioneren van de hormoonhuishouding (vooral vrouwelijke hormonen en groeihormoon) is een minimumgewicht vereist. Dit moet worden bepaald op basis van medische criteria. Veel patiënten zullen deze minimale grens immers zo laag mogelijk willen houden en verdedigen dat met allerlei argumenten ('ik ben nooit zo dik geweest', 'iedereen in mijn familie is tenger gebouwd'). Een lager dan vooropgesteld gewicht is slechts aanvaardbaar als de patiënte normaal menstrueert en/of als uit testen blijkt dat de hormonale functies genormaliseerd zijn. Zwaarlijvigheid en vermageren De meeste boulimiepatiënten proberen tegelijkertijd zowel hun eetgedrag als hun gewicht te beheersen. Wanneer ze een reëel overgewicht hebben, mondt dit bijna onvermijdelijk uit in een dubbel controleverlies. Aan de ene kant willen ze een streng dieet houden, maar gaan ze steeds meer eten en aan de andere kant willen ze snel vermageren, maar zien ze hun gewicht angstwekkend stijgen. Daarom zijn ze steeds meer geneigd hun toevlucht te zoeken tot braken en/of laxeren. Bij de eetbuistoornis is dit niet het geval en blijft het gewicht toenemen. In het geval van overgewicht is het essentieel om eerst het eetpatroon te herstellen en geen enkele poging tot vermagering te ondernemen. Slechts wanneer het gelukt is het bestaande overgewicht op hetzelfde peil te houden door normaal en evenwichtig te eten (zonder eetbuien), kan een voorzichtige en tijdelijke poging tot vermagering worden ondernomen met een dieet van niet minder dan 1500 calorieën en zonder gebruik van eetlustremmers. De gewichtsdaling moet geleidelijk gaan en bij een eerste stap beperkt blijven tot vijf kilogram. Daarna moet men met een normaal eetpatroon proberen dit nieuwe gewicht gedurende minstens een maand op hetzelfde peil te houden. Pas daarna kan een eventuele volgende vermageringspoging van vijf kilogram worden ingezet, volgens dezelfde regels. Bij vermageren geldt dus als gulden regel dat het gewicht niet snel mag dalen, maar slechts stap voor stap. Anders uitgedrukt: men moet de vermageringstrap nemen en niet de vermageringslift! Deze vergelijking herinnert er ook aan hoe belangrijk het voor zwaarlijvigen is om aan een goede fysieke conditie te werken door veel te bewegen en te sporten. Ten slotte Met het thema van het 'ideale' gewicht zijn we terug op het punt waar dit boekje van start ging. Hopelijk is nu duidelijk geworden dat het bij eetstoornissen om meer gaat dan een probleem met voeding en gewicht. Dat kilogrammen en calorieën vaak eerder van psychologische dan medische betekenis zijn. Dat achter een schijnbare 'modegril' een ernstige problematiek schuil kan gaan. Dat veel patiënten eronder lijden, ook al weten ze dat handig te verbergen. Dat de oorzaak niet te bepalen is en de behandeling dus evenmin. Dat een vroegtijdige herkenning belangrijk is en dat ook de direct betrokkenen hieraan bij kunnen dragen. En ten slotte, dat dit boek wellicht meer vragen heeft opgeroepen dan het antwoorden heeft kunnen geven. |
Door dik en dun Anorexia en boulimia zijn twee nauw verwante aandoeningen die meestal worden veroorzaakt door de angst om te dik te zijn of te worden. Deze angst neemt dan dusdanige proporties aan dat hij vergeleken kan worden met een fobie die in toenemende mate het leven van de patiënt beheerst. Dit boek is geschreven voor mensen die lijden aan een van deze aandoeningen en die zichzelf beter willen leren kennen en begrijpen.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |






