|
|
Gedragstherapie Gedragstherapie gaat uit van de eerder beschreven leertheorie en van het principe: elk gedrag is op een of andere manier 'aangeleerd' en kan dus ook weer worden 'afgeleerd'. Als alternatief voor de medische aanpak van anorexia nervosa heeft een bepaalde vorm van gedragstherapie een tijdlang veel opgang gemaakt. Bij deze vorm wordt het principe van straffen en belonen vrij simpel toegepast, meestal in een kliniek. De patiënten krijgen bedrust opgelegd en kunnen door te eten een bepaalde beloning verwerven: als ze een vooraf bepaald gewicht hebben bereikt, mogen ze bijvoorbeeld tv-kijken, bezoek ontvangen of rondlopen. Ook het ontslag uit de kliniek wordt gekoppeld aan een minimumgewicht. De toepassing van deze eenvoudige methode ontaardde echter vaak in een afschriksysteem, waarbij de kliniek een 'strafkamp' werd waaruit de patiënten alleen konden ontsnappen door te eten. Aan een dergelijke aanpak kleeft het gevaar van machtsmisbruik en manipulatie. Bij patiënten kan het de herinnering oproepen aan het machtsmisbruik en de manipulatie uit hun jeugd. Net als bij de medische aanpak, worden ook bij de gedragstherapie de patiënten 'gedwongen' tot eten. Wanneer ze weer thuis zijn zullen ze het aangekomen gewicht vaak weer snel verliezen. Het is echter niet juist de gedragstherapie volledig te vereenzelvigen met de zojuist beschreven werkwijze. Dezelfde principes kunnen ook op een aanvaardbare manier en buiten de kliniek worden toegepast. De bedoeling is dat de verantwoordelijkheid voor eetgedrag en gewicht bij de patiënten zelf komt te liggen, op voorwaarde dat zij deze verantwoordelijkheid op zich kunnen en willen nemen. Er wordt dan een soort contract afgesloten over minimale stappen in de richting van gewichtsherstel. Dit gebeurt bij voorkeur in samenspraak met de ouders, zeker in het geval van jonge patiënten. Overwinnen van de angst Net als bij andere fobieën gaat de gedragstherapeut ervan uit dat angst slechts te overwinnen is door zich in de angstverwekkende situaties te begeven. Uiteindelijk moet de patiënt met deze situaties vertrouwd raken. Voor anorexia nervosa als 'gewichtsfobie' betekent dit dat de patiënten stapsgewijs met een stijgend gewicht moeten leren omgaan. Een soortgelijke redenering wordt gevolgd bij de behandeling van boulimia nervosa. Net als bij de behandeling van smetvrees en dwangmatig handen wassen, zal de gedragstherapeut de eetbuien en het braken willen behandelen door middel van blootstelling zonder mogelijkheid tot ontsnappen (exposure met responspreventie). In de therapiesessie wordt de patiënte heel concreet geconfronteerd met de voor haar beangstigende prikkels (blootstelling), bijvoorbeeld het eten van calorierijk voedsel tot ze 'vol' zit. Ze moet dit de eerstvolgende uren 'binnenhouden' en mag dus niet braken of laxeermiddelen gebruiken (verbod op ontsnapping). Deze methode is slechts geschikt voor een beperkte groep boulimiepatiënten, vooral zij die een sterke drang hebben om te braken, en alleen op voorwaarde dat ze bereid en in staat zijn een dergelijke 'harde' methode te ondergaan. Een voor meer patiënten haalbare variant is het geleidelijk ontkoppelen van eetbuien en braken: de therapeut probeert de tijdsspanne tussen het einde van de eetbui en het opwekken van de braakreflex steeds langer te maken. Het aanleren van zelfcontrole De laatstgenoemde variant zou je ook een geleidelijke ontwenning kunnen noemen. Ze verwijst naar het eerder beschreven verslavingsmodel, dat gedragstherapeuten ertoe heeft aangezet boulimia nervosa te behandelen met zelfcontroletechnieken. Patiënten wordt geleerd hoe ze weer controle kunnen krijgen over hun eigen gedrag. Vooral de volgende vier stappen zijn daarbij belangrijk. 1. Dagelijks noteren de patiënten nauwkeurig hun eetgedrag (wat, waar en wanneer) in een dagboek. 2. Ze volgen een regelmatig en evenwichtig eetpatroon, zonder rekening te houden met het optreden van een eetaanval. 3. Ze vermijden plaatsen, omstandigheden of soorten voedsel die een eetbui kunnen uitlokken. 4. Zodra de eetbuien verminderen, stellen ze zichzelf op de proef door opnieuw, maar geleidelijk de 'gevaarlijke' situaties op te zoeken en/of het gevreesde voedsel te eten. |
Door dik en dun Anorexia en boulimia zijn twee nauw verwante aandoeningen die meestal worden veroorzaakt door de angst om te dik te zijn of te worden. Deze angst neemt dan dusdanige proporties aan dat hij vergeleken kan worden met een fobie die in toenemende mate het leven van de patiënt beheerst. Dit boek is geschreven voor mensen die lijden aan een van deze aandoeningen en die zichzelf beter willen leren kennen en begrijpen.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |







