|
|
Antidepressiva Een neerslachtige stemming bij anorexia nervosa is in de meeste gevallen 'secundair'. Dat wil zeggen dat deze stemming een gevólg is van de ondervoeding en de vermagering. Naarmate daarin duidelijk verbetering optreedt, zal de stemming meestal spontaan opklaren, al kan het stijgende lichaamsgewicht natuurlijk wel aanleiding zijn tot spanning en angst bij de patiënte. Ook bij de meeste boulimiepatiënten lijkt de stemming afhankelijk van het eetgedrag. Zij voelen zich goed zolang ze in staat zijn de eetdrang te 'bedwingen' en/of een dieet te houden. Maar de stemming zakt meteen wanneer een eetbui deze 'anorectische levenswijze' verstoort. Bij boulimia nervosa komt een grotere affectieve labiliteit voor, wat betekent dat er sneller stemmingsschommelingen optreden. Deze gevoeligheid voor depressiviteit is mogelijk biologisch bepaald, en is deels erfelijk. Zowel een strikt dieet als een eetbui kan op complexe wijze aan een dergelijke labiele stemming gekoppeld zijn: nu eens als uitlokker, dan weer als symptoom van een depressie. Uiteraard wordt het dan moeilijk onderscheid te maken tussen primaire en secundaire verschijnselen, tussen oorzaken en gevolgen. Bestaat de boulimia nervosa al enige maanden tot jaren, dan zien we meestal een kringloop of vicieuze cirkel, waarvan begin en einde niet meer te ontwarren zijn. Therapeutisch bestaan er meerdere invalshoeken om deze cirkel te doorbreken: de therapie kan zich richten op de stemming, op het eetgedrag of op beide. Bij anorexia nervosa Het gebruik van antidepressiva bij anorexia nervosa heeft slechts zin wanneer er na een aanzienlijke verbetering van het gewicht en de voedingstoestand toch nog sprake is van een depressie. Omdat die echter meestal secundair is, komt slechts een kleine groep anorexiapatiënten in aanmerking voor deze medicijnen. Bij boulimia nervosa Bij boulimia nervosa blijkt een grotere groep gunstig op antidepressiva te reageren. We weten nog niet waarom, in welke gevallen en met welk type antidepressivum een verbetering te verwachten valt. Een aantal middelen uit de groep van klassieke of tricyclische antidepressiva werd getest bij boulimia nervosa, met wisselend resultaat. Hierbij moet je ook bedenken dat deze medicijnen vervelende bijwerkingen kunnen hebben, zoals een droge mond (waardoor de neiging om te drinken groter wordt) en vertraagde ontlasting (obstipatie of verstopping). Opvallend genoeg blijken antidepressiva bij sommige boulimiepatiënten de frequentie van de eetbuien te doen afnemen, zonder dat dit afhangt van de stemming van de patiënte of van een beïnvloeding van die stemming door het antidepressivum. Dit werd ook vastgesteld bij proeven met de tweede generatie antidepressiva, die een selectief gunstige invloed hebben op het serotonine (een stof in de hersenen die een rol speelt bij de regulering van de stemming). Deze nieuwere medicijnen hebben ook minder bijwerkingen dan de 'klassieke' antidepressiva. Ze kunnen echter wel misselijkheid veroorzaken, hoewel dat maar bij een klein deel van de gebruikers voorkomt. Van deze 'nieuwe' antidepressiva is fluoxetine het best onderzocht bij boulimia nervosa. Het is ook als enige geregistreerd voor het gebruik hierbij. Fluoxetine blijkt bij een niet onaanzienlijke groep patiënten de eetdrang te onderdrukken: de frequentie van de eetbuien neemt opvallend af of de eetbuien verdwijnen zelfs volledig. Een moeilijkheid is echter dat we niet precies weten welk type patiënte gunstig reageert. Een belangrijker probleem is echter de beperkte duur van een eenmaal opgetreden verbetering. Veel patiënten vallen snel terug zodra ze, zonder combinatie met andere therapeutische maatregelen, stoppen met het gebruik van het antidepressivum. Neemt men het middel meerdere maanden achtereen, dan kan het gunstige effect geleidelijk aan afnemen. Ook daarom is het van belang dat de behandeling met een antidepressivum wordt gecombineerd met andere therapeutische maatregelen. Waarschuwingen Een gunstig effect van het antidepressivum op de eetbuien en de stemming betekent nog niet dat alle andere met boulimia nervosa samenhangende problemen ook automatisch afnemen. Daarom moeten deze medicijnen worden voorgeschreven in combinatie met andere therapeutische maatregelen (zoals die in het vorige hoofdstuk zijn besproken). Dit neemt niet weg dat een gunstig effect op korte termijn - het doorbreken van de vicieuze cirkel - voor de boulimiepatiënte een hoopvol teken is en de motivatie voor verdere psychotherapie kan versterken. Bij het voorschrijven van medicijnen aan deze patiënten moet men rekening houden met vier belangrijke zaken: therapietrouw, impulsiviteit, braken en laxeren. |
Door dik en dun Anorexia en boulimia zijn twee nauw verwante aandoeningen die meestal worden veroorzaakt door de angst om te dik te zijn of te worden. Deze angst neemt dan dusdanige proporties aan dat hij vergeleken kan worden met een fobie die in toenemende mate het leven van de patiënt beheerst. Dit boek is geschreven voor mensen die lijden aan een van deze aandoeningen en die zichzelf beter willen leren kennen en begrijpen.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |







