|
|
Medisch onderzoek We bespreken hier de belangrijkste lichamelijke verschijnselen, de mogelijke risico's voor de fysieke gezondheid, en de noodzakelijke technische onderzoeken. Lichamelijke verschijnselen Door ondervoeding en vermagering kunnen er bij anorexia nervosa tal van lichamelijke afwijkingen optreden. Vaak blijft al in een vroeg stadium de menstruatie uit. Niet zelden is dit het eerste teken dat tot bezorgdheid leidt bij de ouders, terwijl de patiënten zelf het meestal niet als een probleem ervaren. Anorexia nervosa in de puberteit kan ook de reden zijn van het uitblijven van de eerste menstruatie. Veel patiënten klagen ook over een moeilijke stoelgang of verstopping. Dit kan een begrijpelijk gevolg zijn van de slechte voeding. In veel gevallen worden de klachten echter 'gekleurd' door het gevoel van een 'volle buik' en de angst voor gewichtstoename. De slechte voedingstoestand leidt ook tot uitdroging van de huid en verstoring van de haargroei: het hoofdhaar valt gemakkelijk uit, terwijl elders sprake is van meer haargroei (opvallend zijn soms de bosjes donsachtig haar in het gelaat of op armen en benen). Door de geleidelijk verslechterende bloedsomloop gaan handen en voeten gemakkelijk blauw kleuren en koud aanvoelen. Dit is een teken dat het lichaam bij dalend gewicht zoveel mogelijk overschakelt op besparing in de gehele stofwisseling: vertraging van ademhaling en hartritme (een polsslag van minder dan zestig per minuut), daling van lichaamstemperatuur en bloeddruk. Bij extreme vermagering is er vaak vochtophoping in de onderste ledematen (oedeem). Patiënten zullen echter niet snel klagen over kou, vermoeidheid of duizeligheid, omwille van het genoemde streven 'gezondheid' voor te wenden. Dit geldt ook voor de slaapstoornissen, die bijna steeds bij voortgaande vermagering voorkomen: moeilijk inslapen en vaak wakker worden. Omdat dit allemaal bijverschijnselen zijn van de ondervoeding, heeft het geen zin aan deze klachten afzonderlijk iets te doen, al gebeurt dit helaas nog maar al te vaak: bijvoorbeeld het voorschrijven van laxeerpillen voor de verstopping en hormonen ('de pil') voor de menstruatiestoornis. Afwijkingen bij laboratoriumonderzoek Bij anorexia nervosa kunnen er bij een laboratoriumonderzoek van het bloed allerlei eigenaardige afwijkingen aan het licht komen. Een onervaren arts kan zich hierdoor laten misleiden. Voorbeelden zijn: bloedarmoede, een tekort aan witte bloedcellen, een lage bloedsuikerspiegel, afwijkende levertests en diverse stoornissen in hormonale functies. Het opvallendst is de onderdrukking van de vrouwelijke geslachtshormonen. Dit heeft belangrijke gevolgen, zoals vertraging van de puberteit, het uitblijven van de menstruatie, onvruchtbaarheid, verminderde borstontwikkeling en mogelijk versnelde botontkalking (osteoporose). Risico's van braken en laxeren Bij anorexia nervosa van het 'gemengde' type bestaan er, los van de voedingstoestand of de vermagering, nog speciale risico's in verband met het braken en laxeren. Deze zijn er ook bij boulimia nervosa. Een van de belangrijkste schadelijke gevolgen van veelvuldig braken en misbruik van laxeermiddelen is het verstoorde elektrolytenevenwicht, met name een kaliumtekort. Dit kan levensbedreigende stoornissen in de hart- en nierfunctie veroorzaken. De vochtbalans in het lichaam kan zodanig verstoord worden, dat er zowel uitdroging als oedeemvorming optreedt. De toestand loopt nog meer uit de hand wanneer de patiënte bovendien vochtafdrijvende pillen (diuretica of plaspillen) gebruikt. De lading maagzuur die telkens bij het braken meekomt, leidt tot ontsteking van slokdarm en keel (pijn en heesheid) en aantasting van het tandglazuur, zodat het gebit een ruïne wordt. De combinatie van eetbuien en braken veroorzaakt soms een pijnloze zwelling van de speekselklieren. Een gevaarlijker gevolg is een plotseling uitzetten van de maag, met het risico van een scheur in de maagwand of het optreden van een maagbloeding. Uiteraard wordt de kans op het ontwikkelen van maagontstekingen vergroot. Weinig zorgen over de lichamelijke toestand Bovenstaande lijst van afwijkingen zou normaal erg verontrustend moeten zijn, maar anorexiapatiënten maken zich juist opvallend weinig zorgen over hun lichamelijke toestand. Het lijkt wel alsof ze op een magische wijze beschermd menen te zijn tegen deze complicaties; 'hen overkomt niets, want ze voelen zich toch goed.' Een soortgelijke reactie hebben de meeste boulimiepatiënten, al schrikken sommigen wel wanneer ze ingelicht worden over de risico's voor hun gezondheid die het gevolg zijn van hun gedrag. Technische onderzoeken Technische onderzoeken dienen niet direct om de diagnose te stellen, tenzij bij twijfelgevallen. Ze zijn in eerste instantie van belang om de fysiologische toestand van ondervoeding te beoordelen en te zien in hoeverre behandeling en eventueel opname in een kliniek urgent zijn. Ongeacht ernst of duur van de problematiek, kan als stelregel worden aangenomen dat een medisch onderzoek vooraf moet gaan aan welke vorm van behandeling dan ook (ook al kan deze laatste in handen zijn van een niet-medicus). De mate van vermagering is een relatief gegeven, zoals eerder vermeld. Toch kun je als richtlijn nemen dat wanneer het gewicht tot meer dan twintig procent beneden het normale peil is gedaald (of wanneer de BMI lager is dan vijftien), je zeer voorzichtig moet zijn. Een behandeling moet dan bij voorkeur gedaan worden door een ervaren deskundige. Dit geldt ook bij ernstige boulimia nervosa, gezien het gevaar van aanhoudend braken en/of laxeren. Er moet in zo'n geval altijd een bloedonderzoek worden gedaan, om een eventueel kaliumtekort op te sporen. Ook een hartonderzoek in de vorm van een elektrocardiogram is aan te bevelen. Als de arts aan de diagnose twijfelt, kunnen aanvullende onderzoeken nodig zijn, bijvoorbeeld ter opsporing van een mogelijke hersentumor. Bij frequente eetbuien kan er ook sprake zijn van een vorm van suikerziekte (diabetes). Gedragsonderzoek Het stellen van de diagnose anorexia nervosa of boulimia nervosa vergt in de meeste gevallen geen speciale technische onderzoeken, maar een soort gedragsonderzoek. Hiermee bedoelen we een systematisch nagaan van de verschillende gedragingen, reacties, gedachten, opvattingen en gevoelens die we in het vorige hoofdstuk onder 'kenmerken' hebben beschreven. Het verhaal van patiënten Een gedragsonderzoek vindt bij voorkeur plaats in een openhartig gesprek met een hulpverlener of op zijn minst een vertrouwenspersoon. Dit betekent natuurlijk dat de patiënte bereid moet zijn eerlijk en open over deze dingen te praten. Vragenlijsten zoals op deze pagina's zijn weergegeven, kunnen hierbij nuttig zijn. Gaat het echt goed met eten en gewicht? Naarmate je op de volgende vragen vaker 'ja' moet antwoorden - aangenomen dat je eerlijk bent - neemt de kans toe dat je inderdaad een eet- of gewichtsprobleem hebt. Dit hoeft daarom nog geen volledig ontwikkelde eetstoornis zoals anorexia nervosa of boulimia nervosa te zijn. Maar bij enige twijfel of vermoeden, is het toch aan te bevelen tijdig een deskundige te raadplegen. Gewicht en uiterlijk o Ben je ontevreden met je huidige gewicht? o Weeg je jezelf dikwijls? o Maak je binnen één week grote gewichtsschommelingen mee? o Reageer je ongelukkig als je 1 kilo bent aangekomen? o Heb je vroeger problemen met je gewicht gehad? o Hecht je veel belang aan je uiterlijk? o Zijn er gewichtsproblemen bij naaste familieleden? o Let je er in de spiegel speciaal op of je er 'dik' uitziet? o Is de omvang van je buik of heupen erg belangrijk? o Doe je lichaamsoefeningen om er beter uit te zien? o Wil je met je kleding verbergen hoe je eruitziet? o Zou je heel slank willen zijn of blijven? o Benijd je anderen omdat ze er slanker uitzien? Eten en voedsel o Sla je regelmatig maaltijden over? o Probeer je vetten en sauzen te mijden? o Kijk je op de verpakking hoeveel calorieën iets bevat? o Probeer je een vermageringsdieet te houden? o Leg je een voorraad van bepaald voedsel aan? o Vind je het vervelend samen met anderen te moeten eten? o Denk je veel na over wat je eet of gegeten hebt? o Ga je soms braken na het eten? o Gebruik je regelmatig laxeermiddelen? o Gebeurt het dat je niet meer kunt stoppen met eten? o Lijkt het erop dat je verslaafd bent aan eten? o Neem je eetlustremmers of andere afslankmiddelen? o Schaam je je over je eetgewoonten? Anderen zien het probleem meestal eerder Vooral bij (beginnende) anorexia nervosa merken ouders of partner vrij snel dat er met het eetgedrag iets niet in orde is, terwijl de patiënten zelf dit nog ontkennen, goedpraten of proberen te verbergen. Je moet niet voor detective spelen of te snel dramatiseren, maar het is niet goed om te doen alsof er niets aan de hand is als je vreemde dingen opmerkt. De hierna volgende lijst met vragen kan voor huisgenoten of andere betrokkenen als leidraad dienen om na te gaan of er genoeg redenen aanwezig zijn om hun bezorgdheid te staven. Zou ze een eetstoornis hebben? Ga na of elk van de volgende 30 uitspraken van toepassing is en geef dan als volgt punten: ja = 2 en nee = 0; in geval van twijfel (min of meer van toepassing, enkel een vermoeden), wordt 1 punt toegekend. Na optelling van de punten, kan de eindsom als volgt worden geïnterpreteerd: 0 - 10 punten: er is hoogstwaarschijnlijk (nog) niet echt iets abnormaals aan de hand; 11 - 20 punten: waarschijnlijk is het gedrag nu nog geen reden tot bezorgdheid, maar herhaal de test binnen twee maanden; 21 - 30 punten: hier mag men zeker vermoeden dat het om een eetstoornis gaat; raadpleeg in ieder geval een arts of een deskundige hulpverlener; 31 - 60 punten: zonder twijfel is hier sprake van een ernstige eetstoornis, waarvoor zo snel mogelijk deskundige hulp gezocht moet worden. (Bedenk wel dat geen enkele vragenlijst voldoende is om een diagnose te kunnen stellen. Dat moet worden overgelaten aan een deskundige.) 1. Stelt het aan tafel komen of het samen eten zo lang mogelijk uit of tracht het te mijden 2. Is duidelijk gespannen tijdens maaltijden 3. Is boos of agressief tijdens de maaltijden 4. Begint meestal met het voedsel in kleine stukjes te snijden 5. Klaagt over 'te veel' of 'te vet' voedsel 6. Is zeer kieskeurig wat voedsel betreft (wil altijd iets aparts of bijzonders) 7. Probeert te onderhandelen over voedsel (bijvoorbeeld: 'ik zal dit eten als ik dat niet hoef te eten') 8. Eet traag, met kleine hapjes 9. Wil alleen magere spijzen of dieetprodukten eten (zo min mogelijk calorieën) 10. Beweert zelden honger of eetlust te hebben 11. Wil graag helpen in de keuken of kookt graag 12. Gaat braken (overgeven) na het eten 13. Verstopt tijdens het eten voedsel in servet, kleding of hand -tas 14. Gooit in 't geniep voedsel weg (buiten, in vuilnisbak, toilet of gootsteen) 15. Verstopt of verzamelt ('hamstert') voedsel of snoep (in eigen kamer, kast) 16. Eet op ongewone tijdstippen (bijvoorbeeld heel vroeg 's ochtends of 's nachts) 17. Heeft een hekel aan bezoek of feestjes (omwille van het 'moeten' mee eten) 18. Eet soms overdreven veel ('eetbuien') 19. Klaagt veel over verstopping (obstipatie) 20. Neemt (of vraagt) vaak laxeermiddelen 21. Voelt zich te dik (ook na vermagering) 22. Praat veel over slanke lijn of diëten 23. Staat dikwijls tijdens de maaltijd op (bijvoorbeeld om iets te halen in de keuken) 24. Zit weinig stil, loopt veel 25. Moet altijd actief bezig zijn (zoals poetsen,opruimen) 26. Doet veel aan sport of lichamelijke inspanningen 27. Is zeer ijverig in studie of werk 28. Is zelden moe, neemt weinig rust 29. Vindt zichzelf 'gezond' of 'normaal' 30. Staat weigerachtig tegenover behandeling (vindt dit overbodig) |
Door dik en dun Anorexia en boulimia zijn twee nauw verwante aandoeningen die meestal worden veroorzaakt door de angst om te dik te zijn of te worden. Deze angst neemt dan dusdanige proporties aan dat hij vergeleken kan worden met een fobie die in toenemende mate het leven van de patiënt beheerst. Dit boek is geschreven voor mensen die lijden aan een van deze aandoeningen en die zichzelf beter willen leren kennen en begrijpen.
Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule. |






