Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Het 'ideale' gewicht


Wanneer je toevallig een gesprek hoort tussen tienermeisjes of een groepje vrouwen, dan is de kans groot dat je hen hoort praten over de 'slanke lijn' of over het normale of ideale lichaamsgewicht. Maar in feite kun je niet van een ideaal of normaal gewicht spreken, maar wel van gezonde gewichtsgrenzen. Rekening houdend met leeftijd en lengte, is het alleen mogelijk minimum- en maximumgrenzen aan te geven. Voor kinderen en jongeren onder de achttien jaar bestaan er zogenaamde groeicurven. Dat zijn grafieken waarop je kunt aflezen binnen welke grenzen het gewicht bij een bepaalde lengte hoort te liggen. Op die manier kun je nagaan in hoeverre het gewicht past bij een bepaalde lichaamslengte, of afwijkend is.

Quetelet-index (Body Mass Index)
Voor volwassenen wordt de Quetelet-index of Body Mass Index (BMI) gebruikt: het gewicht (kg) gedeeld door de lengte (m) in het kwadraat. Bijvoorbeeld: iemand die 1,64 m lang is en 62,8 kg weegt, heeft een index van 23,3 (62,8 gedeeld door 1,642). Er bestaat nog wel discussie over de 'normale' grenzen van deze index, omdat deze geen rekening houdt met individuele verschillen in lichaamsbouw: met een index van onder de 20 zou men 'te mager' zijn, en met een van boven de 25
'te dik'. Of in ons voorbeeld: dezelfde persoon zou bij 70 kg (index = 26) te dik en bij 52 kg (index = 19,3) te mager zijn. Dit is echter puur theoretisch, want in beide gevallen kan deze persoon toch 'gezond' zijn.

Gewichtsnormen volgens BMI (vanaf 18 jaar)


Het is niet het gewicht op zich dat bepaalt of iemand al dan niet gezond is. De Quetelet-index of BMI is maar een richtlijn. Bovendien is het in de medische praktijk realistischer om een index van 18 als ondergrens en een van 30 als bovengrens te nemen. De persoon in ons voorbeeld zou dan onder de 48 kg te mager en boven de 80 kg echt zwaarlijvig (obees) genoemd mogen worden. In beide gevallen moeten het eetpatroon en de levensstijl kritisch worden onderzocht en is het aan te raden een arts te raadplegen. Voor jongeren onder de zestien jaar is de BMI op zich niet zo geschikt, omdat als gevolg van grote verschillen in groeisnelheid de verhouding tussen lengte en gewicht snel kan veranderen. Daarom moet je de berekende BMI steeds vergelijken met die van leeftijdgenoten (zogenaamde 'percentielen') of met vroegere metingen (zogenaamde 'groeicurven'): zie de website www.overgewicht.org (Nederland) en www.vub.ac.be/groeicurven (Vlaanderen).

Dik zijn of zich dik voelen
In de praktijk blijkt dat de meerderheid van de vrouwen die een dieet volgen, in werkelijkheid niet als zwaarlijvig mag worden beschouwd in medische zin. Het gaat er bij de meesten om dat ze zich dik voelen, maar het in strikte zin niet zijn. Het is dan geen kwestie van gezondheid, maar van schoonheid. De redenen zijn in dat geval niet van medische maar van esthetische aard. Hoewel dit natuurlijk niet de enige verklaring is voor het ontstaan van eetstoornissen, kunnen we er toch niet omheen dat slankheid als schoonheidsnorm voor vrouwen een belangrijke invloed heeft. In dit opzicht staan we voor het opvallende gegeven dat de overgrote meerderheid van de gevallen van eetstoornissen meisjes en vrouwen betreft. Vooral magerzucht is bij jongens en mannen zeldzaam, al zijn kenmerken en behandeling in grote trekken identiek. Alleen de eetbuistoornis - een combinatie van eetbuien met overgewicht - komt ook regelmatig voor bij mannen.
Anorexia nervosa komt het meest frequent voor tussen de veertien en twintig jaar (bij 0,5 tot 1 procent van de meisjes in deze leeftijdsgroep) en boulimia nervosa vooral tussen de achttien en vijfentwintig jaar (bij 1 tot 5 procent van deze groep). Dit betekent echter geenszins dat deze eetstoornissen niet vóór de leeftijd van veertien of na die van vijfentwintig jaar kunnen voorkomen. Maar vanwege het feit dat zij het grootste deel van de patiënten uitmaken, zullen we het hier over adolescenten en jongvolwassenen hebben en uitsluitend over meisjes en vrouwen, omdat mannelijke patiënten slechts een kleine minderheid vormen.




verder




Door dik en dun

Anorexia en boulimia zijn twee nauw verwante aandoeningen die meestal worden veroorzaakt door de angst om te dik te zijn of te worden. Deze angst neemt dan dusdanige proporties aan dat hij vergeleken kan worden met een
fobie die in toenemende mate het leven van de patiënt beheerst. Dit boek is geschreven voor mensen die lijden aan een van deze aandoeningen en die zichzelf beter willen leren kennen en begrijpen.

Auteur(s) : Prof. dr. Walter Vandereycken
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066119444

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.