Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Martijn Engelsman
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Eerste hulp bij epilepsie

Bij de meeste soorten aanvallen is eerste hulp niet nodig. De aanval houdt immers vanzelf weer op binnen enkele minuten. Het is wel belangrijk om gevaarlijke situaties die tijdens een aanval kunnen ontstaan, te vermijden.

Complexe partiële aanval
Iemand die een complexe partiële aanval krijgt en gaat lopen zonder goed uit te kijken, moet met zachte hand worden behoed voor ongelukken. Geadviseerd wordt om:
- de persoon niet beet te pakken, omdat dat verkeerd kan worden uitgelegd;
- zaken waaraan iemand zich kan bezeren buiten bereik te houden;
- met zachte hand iemand van gevaar af te wenden (bijvoorbeeld weg van een drukke straat of water);
- er bij te blijven tot de aanval over is en de persoon gerust te stellen;
- uit te leggen aan de omgeving dat iemand na de aanval nog wat verward is of vreemd kan reageren, maar daar zelf niets aan kan doen.

Tonisch-clonische (grote) aanval
Een grote aanval bestaat uit heftige bewegingen van het hele lichaam. Dit duurt meestal niet langer dan een paar minuten en gaat vanzelf over. Ingrijpen is daarom meestal niet nodig. Bovendien is het vaak zinloos. Tijdens de aanval reageert iemand namelijk niet, omdat het bewustzijn is verminderd. Het voorkomen van een tongbeet is alleen mogelijk als de aanval duidelijk wordt aangekondigd. Is dit niet het geval, dan is het beter niet in te grijpen.
Het is raadzaam om:
- de aanval op zijn beloop te laten;
- ervoor te zorgen dat iemand tijdens de aanval niet in een gevaarlijke situatie terechtkomt: trek iemand weg bij een drukke straat of bij de waterkant;
- te proberen het hoofd te beschermen door er iets onder te leggen of het vast te houden;
- knellende kleding los te maken en bril af te zetten;
- niet te proberen de aanval tegen te houden door het heftige bewegen van armen en benen te stoppen, omdat dit zelfs botbreuken of spierscheuren kan veroorzaken;
- geen water in het gezicht van de persoon te sprenkelen om hem zo bij bewustzijn te brengen, dat heeft geen zin. Ook mond-op-mondbeademing heeft geen zin, omdat de luchtwegen zijn geblokkeerd;
- niets tussen de tanden te stoppen als de aanval is begonnen. Het lukt niet meer om er iets tussen te krijgen, omdat de kaken al op elkaar zijn geklemd. Wie dit toch probeert, beschadigt de eigen vingers, de tanden van de persoon die de aanval heeft of blokkeert de luchtwegen met alle gevolgen van dien;
- informatie te zoeken, zoals een medische informatiekaart of een SOS-bandje of -kettinkje;
- de tijd in de gaten te houden.

Na een tonisch-clonische (grote) aanval
Als de aanval is afgelopen, komt de ademhaling weer snel op gang. Die is dan meestal diep en rochelend door het in overmaat aanwezige speeksel. Om te voorkomen dat er speeksel in de luchtpijp komt, is het goed de persoon op de zij te leggen met het hoofd iets naar achteren. Omdat de spieren verslappen, wordt zo ook voorkomen dat de tong in de keelholte zakt en deze afsluit. Het is ook goed te controleren of er geen losse voorwerpen (bijvoorbeeld een kunstgebit) in de mond zitten. Water geven is gevaarlijk, omdat de persoon zich vanwege de sufheid kan verslikken. Knellende kleding kan worden losgemaakt.
Sowieso moet iemand de tijd krijgen om weer bij te komen. Het is beter omstanders op een afstand te houden.

Als de aanval langer duurt
Duurt een aanval langer dan vijf minuten of leert de ervaring dat na de eerste aanval er meerdere volgen, dan is het nuttig om geneesmiddelen toe te dienen. Het wordt aangeraden voor dit soort situaties met een arts te overleggen. Meestal geeft deze het advies om medicijnen toe te dienen en er kunnen ook afspraken met familie of bekenden worden gemaakt. Zij kunnen bijvoorbeeld een rectiole toedienen. Dit is een tubetje gevuld met een vloeibaar medicijn dat via de anus wordt toegediend en de aanval na ongeveer twee tot vier minuten afbreekt.
Het is raadzaam een arts in te schakelen als:
- de aanval langer duurt dan vijftien minuten of als er gedurende vijftien minuten meerdere aanvallen kort na elkaar volgen (serie aanvallen);
- iemand vijftien minuten na de aanval nog buiten bewustzijn is - niet te verwarren met een diepe slaap;
- iemand gewond is geraakt door bijvoorbeeld een val;
- iemand water heeft binnengekregen in een bad of zwembad.
Alleen een arts of een verpleegkundige mogen een injectie in een spier (intramusculair) toedienen. Een injectie direct in een ader (intraveneus) mag alleen door een arts worden gegeven. Tijdens een aanval met heftige motorische verschijnselen is het geven van een intraveneuze injectie trouwens geen eenvoudige opgave. Toediening in een spier of via de anus is dan relatief gemakkelijk.




Beschadiging door aanvallen
Het is zeker niet zo dat door iedere aanval hersencellen verloren gaan of worden beschadigd. Zelfs wanneer iemand jarenlang regelmatig tonisch-clonische (grote) aanvallen heeft gehad, hoeft hij daar geen verlies van hersenfuncties van te krijgen. Pas wanneer een (grote) aanval langer duurt dan vijf minuten en er tijdens de aanval hevige krampen zijn, kan zuurstofgebrek optreden. Dit blijkt uit een blauwe verkleuring van het gezicht of de nagels. Door dit gebrek aan zuurstof ontstaat het gevaar van hersenbeschadiging. Bij een convulsieve status epilepticus kunnen zich bovendien schadelijke afvalstoffen in de hersenen ophopen (zogenaamde verzuring), waardoor ook schade kan ontstaan.
Speelde een aanval zich voornamelijk af in één lichaamshelft of in één arm of been, dan kan dit lichaamsdeel soms tot wel enkele uren na de aanval verlamd zijn. Dit is de zogenaamde Toddse parese. Het is een uitputtingsverschijnsel en het verdwijnt zonder sporen achter te laten. Van een blijvende hersenbeschadiging is dan geen sprake. De kans om dement te worden door herhaalde epileptische aanvallen is niet of nauwelijks verhoogd. Het geheugenverlies waarover veel mensen met epilepsie klagen, is zeker geen voorbode van dementie. Daarbij gaan immers ook andere hersenfuncties achteruit. Bovendien blijkt het geheugenverlies uit psychologisch onderzoek vaak wel mee te vallen.

Valbeschermers
Iemand die door de aanvallen regelmatig valt en zich verwondt, kan dit tegengaan door een valhelm te dragen. Dit is echter erg bezwaarlijk voor de betrokkene. Om die reden wordt al jaren geprobeerd een hulpmiddel te ontwikkelen dat uitklapt tijdens een aanval en in opgevouwen toestand weinig opvallend is. Tot nu toe zonder succes.

Identificatiemiddelen
Er zijn allerlei medische identificatiemiddelen in omloop die informatie bevatten over zaken die belangrijk zijn bij een ongeval, een aanval of in situaties dat de persoon zelf de informatie niet kan geven. Sommige mensen hebben een kaart in hun jaszak of handtas. Dit blijkt weinig effectief te zijn. Het zoeken van informatie in iemands zakken of tas, terwijl die persoon bewusteloos op straat ligt, maakt al snel een verdachte indruk. Het is beter een opvallend voorwerp met informatie te dragen.

SOS-talisman
De talisman is een klein plat metalen doosje (soort medaillon), dat opengedraaid kan worden. In het doosje past een opvouwbaar strookje papier waarop belangrijke medische informatie kan worden vermeld. Te denken valt aan wat er gedaan moet worden tijdens een aanval, welke medicijnen er moeten worden gebruikt, wie kan worden ingeschakeld, enzovoorts. Zo'n talisman kan aan een kettinkje of om de pols worden gedragen.

Medic Alert
Medic Alert staat voor een systeem waarbij de persoon zelf een plaatje met een telefoonnummer en een code bij zich draagt. Wie het telefoonnummer draait en het codenummer opgeeft, krijgt informatie over de drager van het plaatje en advies over de hulp die moet worden gegeven.

Medisch paspoort
Een medisch paspoort is bedoeld voor professionele hulpverleners in Nederland, maar ook in het buitenland. De behandelend arts noteert hierop de diagnose en liefst ook de stofnaam van de voorgeschreven medicijnen. In het buitenland hebben geneesmiddelen namelijk vaak een andere merknaam, maar de stofnaam of generieke naam is altijd gelijk. Een arts kan aan de hand van de stofnaam altijd een bijbehorende merknaam opzoeken.
De arts zal om die reden de diagnose vaak opschrijven in het Engels of het Latijn, met daarbij de stofnaam én de dosering. Als de arts dit niet doet, is het verstandig hierom te vragen. Een medisch paspoort is verkrijgbaar bij de afdeling voorlichting van het NEF of bij de apotheek.




terug verder