Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Martijn Engelsman
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Sport en recreatie

Bij mensen die epilepsie hebben, kan er een aantal vragen opkomen over het deelnemen aan bepaalde sporten en recreatieve bezigheden.
Kunnen aanvallen bij sport en recreatieve bezigheden gevaar opleveren? Kan lichamelijke inspanning aanvallen uitlokken? Kan door herhaalde (lichte) schedelletsels de epilepsie verergeren? Wat is de invloed van de medicatie op de prestatie? Wat is de invloed van lichamelijke inspanning op de medicatie? Wat betekenen sport en recreatie in iemands leven?
Bergen beklimmen, deltavliegen, parachutespringen, maar ook zwemmen zijn gevaarlijke bezigheden voor iemand die aanvallen heeft. Veel andere sporten zijn echter ongevaarlijk, ook als er een aanval optreedt.
In het algemeen is lichamelijke inspanning niet aanvalsbevorderend. Tijdens inspanning hebben de meeste mensen met epilepsie juist minder aanvallen. De kans op aanvallen is meestal groter in de periode van ontspanning na de inspanning. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. Behalve de ernst van het gevaar dat door een aanval kan ontstaan, speelt natuurlijk ook de kans op het optreden van een aanval een belangrijke rol. Het maakt veel uit of zich slechts enkele aanvallen per jaar voordoen of meerdere per dag. Sommige typen aanvallen leveren minder gevaar op dan andere. Bijvoorbeeld wanneer er een aura is of het bewustzijn behouden blijft.
Sport en recreatie zijn echter erg belangrijk voor ieders welzijn. Enig risico is al gauw aanvaardbaar omdat de kwaliteit van leven toeneemt. Elke persoon zal voor zichzelf een afweging moeten maken tussen gevaar en plezier in het leven.

Zwemmen en in bad gaan
Voor zwemmen geldt dat iemand die langer dan een jaar aanvalsvrij is, geen bijzondere voorzorgsmaatregelen hoeft te treffen. Voor alle zekerheid is het wel beter om niet helemaal alleen te gaan zwemmen.
Bij frequent optredende aanvallen, waarbij het bewustzijn is verlaagd of opgeheven, is één op één begeleiding raadzaam. Het is verstandig niet in water te gaan zwemmen waarbij de bodem niet meer voelbaar is.
In de praktijk blijkt namelijk dat zelfs bij complexe partiële aanvallen en absences de reacties in water vaak verkeerd zijn. Iemand kan verdrinken terwijl hij erg goed kan zwemmen.
In bad gaan is misschien nog wel gevaarlijker dan zwemmen. Dit komt omdat iemand in bad niet actief is en de watertemperatuur loomheid bevordert. Dit zijn precies de twee factoren die aanvallen in de hand werken. Iemand die niet langdurig aanvalsvrij is, kan beter niet zonder toezicht in bad gaan. Een douche verdient de voorkeur.

Fietsen
Voor mensen met aanvallen kan fietsen gevaarlijk zijn. Toch komen hierbij in verhouding maar weinig ongelukken voor. Het meeste risico geeft fietsen langs het water, omdat iemand tijdens een relatief lichte aanval gemakkelijk kan verdrinken.
Toch wordt fietsen niet snel vermeden, omdat het erg veel bewegingsvrijheid biedt. Mensen die veel aanvallen hebben, kunnen beter geen lange fietstochten maken zonder begeleiding.

Andere sporten
Bij boksen krijgt iemand geregeld stevige klappen tegen het hoofd. Ook het koppen bij voetbal is niet zonder gevaar. Het is niet uitgesloten dat hierdoor soms de epilepsie verergert. Over andere sporten zijn geen specifieke gevaren bekend, buiten de gevaren die voor iedereen gelden.

Sportblessures
Bijwerkingen als sufheid, coördinatiestoornissen en evenwichtsstoornissen kunnen de kans op sportblessures vergroten. Het gebruik van anti-epileptica kan de prestaties in een aantal takken van sport soms nadelig beïnvloeden. Dit geldt eventueel voor sporten als turnen, gymnastiek en snelle bal- en racketsporten. In de meeste situaties is van een nadelige invloed niets of nauwelijks iets te merken.
Door de lichamelijke inspanning neemt de omzettingssnelheid van de anti-epileptica niet toe. De bloedspiegels veranderen niet. De medicatie hoeft dus niet te worden gewijzigd.



terug verder