Hartelijke dank voor uw bijdrage


Auteur:
Drs. Martijn Engelsman
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Zwangerschap en kraambed

Tijdens de zwangerschap moet de aanstaande moeder meestal doorgaan met het innemen van anti-epileptica. De medicijnen die de moeder inneemt, komen via de moederkoek (placenta) bij het kind en kunnen dus de ontwikkeling van het kind beïnvloeden. Bij gebruik van anti-epileptica is er dan ook een extra kans op aangeboren afwijkingen, achterstand in ontwikkeling of gedragsproblemen van gemiddeld 3 tot 5%. Het risico neemt verder toe als er meerdere middelen worden gebruikt en de dosering hoger is. Van sommige combinaties van middelen, zoals de combinatie van fenobarbital plus primidon plus fenytoïne en die van fenobarbital plus carbamazepine plus valproaat, is bekend dat de risico's veel hoger zijn en dat deze combinaties, als het even kan, maar beter niet kunnen worden voorgeschreven.
Aangeboren afwijkingen kunnen niet altijd tijdens de zwangerschap worden opgespoord. Het is raadzaam om al in het stadium van gezinsplanning te spreken over risico's en in overleg met de arts na te gaan of de medicatie kan worden aangepast. De arts kan dan samen met het paar bekijken wat de voor- en nadelen van de verschillende medicijnen zijn, of het zin heeft en mogelijk is de dosis te verminderen, minder medicijnen te gebruiken of zelfs van medicijn te veranderen. Omdat vooral de eerste drie maanden van de zwangerschap wat dit betreft belangrijk zijn, is ook te overwegen de medicatie tijdelijk te verminderen. In hoge mate bepalend hiervoor zijn het soort aanvallen dat daardoor mogelijk op gaat treden en het risico dat daarna geen aanvalsvrijheid meer kan worden bereikt.
Tijdens de zwangerschap wordt preventief foliumzuur gegeven in een dosering van eenmaal 0,5 mg per dag. Deze dosering halveert bij de gemiddelde vrouw in Nederland de kans op een kind met een open rug (spina bifida) of open schedel (anencefalie), namelijk van 1 op 700 naar 1 op 1400. Foliumzuur moet voor een optimale werking worden ingenomen vanaf vier weken voor de conceptie tot en met acht weken na de bevruchting. Foliumzuur is een vitamine die tot de vitamine B-groep behoort. Andere vitaminen werken waarschijnlijk niet beschermend tegen het ontstaan van aangeboren afwijkingen.
Wie vóór de zwangerschap door de neuroloog wordt verwezen naar een klinisch geneticus, krijgt uitgebreide informatie over de afwijkingen die kunnen optreden en welke daarvan met echo-onderzoek of vruchtwateronderzoek kunnen worden opgespoord. Vrouwen die al in verwachting zijn, kunnen terecht bij een polikliniek voor prenatale diagnostiek
Gedurende de zwangerschap dalen vaak de bloedspiegels van de anti-epileptica. Wanneer dit niet leidt tot aanvallen of een toename van de aanvalsfrequentie, hoeft hiertegen geen actie te worden ondernomen. Het blijkt zelfs dat de kans op aanvallen tijdens de zwangerschap vaak juist afneemt. Zelden wordt een verslechtering van de epilepsie gezien.

Ziekenhuisbevalling
Epilepsie is een indicatie om in het ziekenhuis te bevallen. Dit houdt in dat de zorgverzekeraar de kosten van de opname betaalt. De bevalling in het ziekenhuis is in de eerste plaats nodig omdat er complicaties kunnen ontstaan door aanvallen tijdens of kort na de bevalling. In de tweede plaats kan het kind onder invloed van sommige anti-epileptica trager reageren en de hulp nodig hebben van een kinderarts.
Dit geldt vooral bij gebruik van fenobarbital en sommige benzodiazepinen (valium). Ook kunnen niet voorziene aangeboren afwijkingen beter in een ziekenhuis dan thuis worden behandeld. In veel gevallen is ook een poliklinische bevalling goed mogelijk.
Kort na de bevalling volgt meestal een periode van uitputting. Juist in deze periode bestaat er een verhoogde kans op aanvallen. De baby moet na de geboorte vitamine K-druppels krijgen in verband met een mogelijk gestoorde bloedstolling, veroorzaakt door de blootstelling aan anti-epileptica vóór de geboorte. Andere bijzondere zorg is niet nodig wanneer het kind gezond blijkt te zijn.

Borstvoeding
Anti-epileptica komen in de moedermelk ongeveer in dezelfde concentratie voor als in het bloed van de moeder. Tijdens de zwangerschap is de bloedspiegel bij moeder en kind praktisch gelijk. Via de borstvoeding krijgt de baby van vrijwel alle anti-epileptica echter veel minder binnen dan tijdens de zwangerschap. Misschien vormt lamotrigine hierop een uitzondering. Lamotrigine wordt door het pasgeboren kind waarschijnlijk minder snel afgebroken. In de moedermelk zit relatief veel lamotrigine. Daardoor kan het kind bij borstvoeding blootgesteld wordt aan relatief hoge concentraties lamotrigine. In principe is het natuurlijk beter om de baby niet onnodig bloot te stellen aan medicamenten, maar de schadelijke invloed ervan is na de geboorte veel kleiner dan in het begin van de zwangerschap. De voordelen van borstvoeding wegen in dit geval meestal ruimschoots op tegen de nadelen. Een voordeel van borstvoeding is ook dat er een geleidelijk einde wordt gemaakt aan de blootstelling aan anti-epileptica. Alleen wanneer het kind te veel slaapt of traag reageert, moet het bloed van de baby worden onderzocht op concentraties van de anti-epileptica die de moeder gebruikt. Er kan dan een reden zijn om over te stappen op flesvoeding.



terug verder