aanval, eenvoudige partiële Aanval waarbij het bewustzijn helder blijft. De uitingsvormen zijn heel verschillend en kunnen bestaan uit een misselijk gevoel, plotseling ongecontroleerde bewegingen van armen of benen, het ruiken van een vreemde geur of een nare smaak in de mond krijg | |
aanval, elementaire Aanval waarbij het bewustzijn helder blijft. De uitingsvormen zijn heel verschillend en kunnen bestaan uit een misselijk gevoel, plotseling ongecontroleerde bewegingen van armen of benen, het ruiken van een vreemde geur of een nare smaak in de mond krijg | |
Aanval, functionele Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | |
Aanval, gegeneraliseerde Epileptische aanval waarbij de stoornis (epileptische ontlading van hersencellen) zich voordoet in de hele hersenen. Er is altijd een stoornis van het bewustzijn. De meest voorkomende verschijningsvormen zijn absences, myoclonieënen (bij behouden bewustzi | |
Aanval, grand mal- Oude benaming voor tonisch-clonische aanval, de meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden.. | |
Aanval, grote Meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. Wordt ook wel grand mal-aanval of tonisch-clonische | |
aanval, Jacksonse Oude benaming voor een partiële epileptische aanval met motorische verschijnselen die zich uitbreidt volgens een vast patroon. | |
Aanval, myoclonische Type epileptische aanval waarbij enkelvoudige of in reeksen voorkomende spierschokken optreden in de armen en/of de benen, met een zeer kortdurende bewustzijnsstoornis. Het kan een voorbode zijn van een volledige epileptische aanval (zie Tonisch-clonische | |
Aanval, partieel beginnende Epileptische aanval die vanuit één bepaalde plek in de hersenen ontstaat. | |
Aanval, partiële Stoornis (ontlading van hersencellen) die zich voordoet in een bepaald gedeelte (of part) van de hersenen. De verschijnselen zijn erg afhankelijk van de plek waarin dit gebeurt. Bij sommige aanvallen blijft iemand bij bewustzijn, bij andere aanvallen niet | |
Aanval, psychogene Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | |
aanval, psychogene pseudo-epileptische Aanval waarbij de verschijnselen lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één persoon. Vroeger ook wel psychogene, functionale, spannings- of pseu | |
Aanval, psychomotorische Verouderde naam voor complexe partiële aanval, epileptische aanval waarbij het bewustzijn geheel of gedeeltelijk is gestoord. De betrokkene kan vreemde onbewuste en doelloze handelingen uitvoeren, zoals smakken, slikken, wrijven, wriemelen of rondlopen. H | |
aanval, secundair gegeneraliseerd Situatie waarbij een eenvoudige partiële aanval kan overgaan in een complexe partiële aanval en/of gegeneraliseerde aanval (tonisch-clonische (grote) aanval). De plaatselijke ontlading breidt zich dan uit tot de gehele hersenen (beide hersenhelften, links | |
Aanval, temporale Een veelvoorkomend type epileptische aanval (temporaal epilepsie), waarbij de patiënt doelloze bewegingen uitvoert, een starende blik heeft en gedeeltelijk (of geheel ) het bewustzijn verliest. Vaak gaan aan de aanval bepaalde gevoelens vooraf (zie ook Au | |
Aanval, tonisch-clonische Meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. | |
Aanval, volledige Tonisch-clonische aanval, meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. | |
Absence Lichte, kortdurende aanval die gepaard gaat met bewustzijnsverlies, staren en soms schokjes in het gelaat, optredend bij mensen met epilepsie. | |
Absence status Het zeer snel op elkaar volgen van absences, waardoor er een soort schemertoestand ontstaat die uren of een enkele keer wel dagen kan duren. | |
Anti-epilepticum Geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van epilepsie. | |
Atonische aanval Type epileptische aanval waarbij er geen verstijving van de spieren optreedt, maar juist een verslapping, waardoor de betrokkene plotseling bewusteloos neervalt. | |
Atypische absence Type epileptische aanval waarbij naast de korte afwezigheid van de absence ook kenmerken van de complexe partiële aanval optreden, zoals spiertrekkingen en automatische handelingen. Het lijkt daarom op een complexe partiële aanval. | |
Aura Letterlijk ‘bries’; plaatselijk begin van een aanval, die gepaard gaat met een subjectieve ervaring. De betrokkene krijgt bijvoorbeeld een onbestemd gevoel in de maag of buik, hij hoort, ziet of ruikt vreemde dingen. | |
Automatische handelingen Doelloze handelingen, zoals wriemelen, plukken, kauw- of smakbewegingen en soms rondlopen. Deze handelingen worden verricht zonder bewust overleg of nadenken. | |
Boodschaphormoon Een in de hypothalamus (een gebied aan de onderkant van de hersenen) gemaakt hormoon dat de hypofyse (hersenaanhangsel) stimuleert tot het maken van bepaalde hormonen (stimuleringshormonen) die elders in het lichaam de werking van hormoonvormende klieren | |
Clonische fase Fase van een epileptische aanval waarin de kramptoestand van de spieren afgewisseld wordt met ontspanning, waardoor schokkende bewegingen van ondermeer de ledematen ontstaan. | |
Complex partiële aanval Epileptische aanval waarbij het bewustzijn geheel of gedeeltelijk is gestoord. De betrokkene kan vreemde onbewuste en doelloze handelingen uitvoeren, zoals smakken, slikken, wrijven, wriemelen of rondlopen. Het gezicht kan bleek zijn of rood. De aanval du | |
Convulsieve status epilepticus Een status epilepticus met trekkingen (convulsieve status), een levensbedreigende situatie omdat iemand ernstige ademhalingsproblemen krijgt. | |
Cryptogene epilepsie Situatie wanneer er bij iemand met epilepsie een afwijking of beschadiging van de hersenen wordt vermoed die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de aanvallen, maar (nog) niet kan worden aangetoond. | |
Déjà-vu-gevoel Frans voor 'al eerder gezien'. Een sterk gevoel hebben dat men hetgeen men op dat moment meemaakt (zien, horen, denken), reeds eerder heeft meegemaakt. Kan onschuldig zijn, maar ook het gevolg zijn van een hersenafwijking of voorkomen bij bepaalde vormen | |
Derealisatie Verandering in het waarnemen van de omgeving, waardoor deze als vervormd en onwerkelijk wordt gezien. Daardoor verliest men het contact met de werkelijkheid. | |
Diabetes Stoornis in de suikerstofwisseling waarbij er door de alvleesklier onvoldoende insuline wordt afgegeven en waardoor de hoeveelheid bloedsuiker (glucose) in het bloed te hoog is. Dit leidt tot het verlies van suiker en veel water via de nieren, waardoor do | |
dieet, ketogeen Een zeer streng en vetrijk dieet dat bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie effect kan hebben en waarnaar soms wordt uitgeweken als anti-epileptica en operatie geen opties meer zijn. | |
Eenvoudige partiële aanval Aanval waarbij het bewustzijn helder blijft. De uitingsvormen zijn heel verschillend en kunnen bestaan uit een misselijk gevoel, plotseling ongecontroleerde bewegingen van armen of benen, het ruiken van een vreemde geur of een nare smaak in de mond krijg | |
Elektro-encefalogram Een onderzoek waarmee de elektrische stroompjes die door de hersenen lopen via op de schedel geplakte elektroden opgevangen kunnen worden en op een strook papier kunnen worden vastgelegd. Tegenwoordig wordt het EEG ook in digitale vorm in een computer opg | |
Elementaire aanval Aanval waarbij het bewustzijn helder blijft. De uitingsvormen zijn heel verschillend en kunnen bestaan uit een misselijk gevoel, plotseling ongecontroleerde bewegingen van armen of benen, het ruiken van een vreemde geur of een nare smaak in de mond krijg | |
Epilepsie Staat bekend als 'vallende ziekte'. Hersenziekte die zich kenmerkt door aanvallen van ongecontroleerde overmatige activiteit van bepaalde delen van de hersenen, waardoor toevallen kunnen ontstaan. Deze kunnen zich voordoen in diverse vormen, zoals spiertr | |
Epilepsie, cryptogene Wanneer er bij iemand met epilepsie een afwijking of beschadiging van de hersenen wordt vermoed die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de aanvallen, maar (nog) niet kan worden aangetoond. | |
Epilepsie, idiopathische Een vorm van epilepsie waarbij geen afwijking of beschadiging van de hersenen is te vinden die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de epileptische aanvallen. | |
epilepsie, Rolandische Oude benaming van plaatsgebonden (idiopathische) epilepsie die uitgaat van de winding van Roland (gyrus Rolandicus), de motorische hersenschors. | |
Epilepsie, symptomatische De vorm van epilepsie waarbij een afwijking of beschadiging van de hersenen is te vinden die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de epileptische aanvallen. | |
Epilepsie, temporaal Een veelvoorkomend type epileptische aanval (temporaal epilepsie), waarbij de patiënt doelloze bewegingen uitvoert, een starende blik heeft en gedeeltelijk (of geheel ) het bewustzijn verliest. Vaak gaan aan de aanval bepaalde gevoelens vooraf (zie ook Au | |
Epilepsiecentrum Gespecialiseerd ziekenhuis met bijbehorende poliklinieken voor mensen met epilepsie. Deze centra hebben specifieke kennis en ervaring op het gebied van observatie, diagnostiek en medicijninstelling. (Kinder)neuroloog, (neuro)psycholoog, pedagoog en maatsc | |
EVN Afkorting van Epilepsie Vereniging Nederland. | |
Flitsgevoeligheid Verschijnsel bij daarvoor gevoelige personen waarbij het zien van lichtflitsen in een bepaalde frequentie epileptische ontladingen in de hersenen veroorzaken hetgeen kan leiden tot het optreden van epileptische aanvallen. | |
Functionele aanval Een op epilepsie lijkende aanval, waarbij na uitgebreid onderzoek geen epilepsie is vast te stellen en ook andere oorzaken, zoals hartafwijkingen, niet aanwezig blijken te zijn. Wordt ook wel psychogene aanval genoemd. | |
Gegeneraliseerde aanval Epileptische aanval waarbij de stoornis (epileptische ontlading van hersencellen) zich voordoet in de hele hersenen. Er is altijd een stoornis van het bewustzijn. De meest voorkomende verschijningsvormen zijn absences, myoclonieënen (bij behouden bewustzi | |
Gelegenheidsaanval Epileptische aanval die alleen onder extreme omstandigheden optreedt, bijvoorbeeld als gevolg van een ernstig slaapgebrek of bij het zien van flikkerend licht (als in een disco of in een auto tijdens rijden bij laagstaande zon langs een lange bomenrij). | |
Generieke naam De wetenschappelijke naam van de werkzame stof in een geneesmiddel. | |
Generische naam De wetenschappelijke naam van de werkzame stof in een geneesmiddel. | |
Grand mal-aanval Oude benaming voor tonisch-clonische aanval, de meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden.. | |
Grote aanval Meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. Wordt ook wel grand mal-aanval of tonisch-clonische | |
Hypersynchronisatie Verschijnsel in de hersenen dat alleen bij epilepsie optreedt en waarbij grote groepen hersencellen zich tegelijkertijd opladen en ontladen ('elektrische storm in de hersenen') waardoor de epileptische aanval ontstaat. | |
Idiopathische epilepsie Een vorm van epilepsie waarbij geen afwijking of beschadiging van de hersenen is te vinden die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de epileptische aanvallen. | |
Impulsiv Petit Mal Een gegeneraliseerde vorm van epilepsie waarbij aanleg of erfelijke factoren een rol spelen (idiopathisch) (ook wel Juveniele Myoclonische Epilepsie, JME of syndroom van Janz genoemd). De myoclonieën beginnen rond de puberteit en treden op in de vroege o | |
Insult Epileptische aanval, meestal wordt een tonisch-clonische aanval bedoeld, de meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische s | |
Interactie Een (meestal ongewenste) wisselwerking tussen verschillende gelijktijdig gebruikte medicijnen, waardoor bijvoorbeeld de kans op bijwerkingen wordt vergroot. | |
Intramusculair Toediening van een geneesmiddel door middel van een injectie in een spier. | |
Intraveneus Toediening van een geneesmiddel via injectie in een ader, of via een reeds aanwezig infuus. | |
Jacksonse aanval Oude benaming voor een partiële epileptische aanval met motorische verschijnselen die zich uitbreidt volgens een vast patroon. | |
Janz, syndroom van Een gegeneraliseerde vorm van epilepsie waarbij aanleg of erfelijke factoren een rol spelen (idiopathisch) (ook wel Juveniele Myoclonische Epilepsie, JME of Impulsiv Petit Mal genoemd). De myoclonieën beginnen rond de puberteit en treden op in de vroege | |
JME Juveniele Myoclonische Epilepsie, een gegeneraliseerde vorm van epilepsie waarbij aanleg of erfelijke factoren een rol spelen (idiopathisch) (ook wel syndroom van Janz of Impulsiv Petit Mal genoemd). De myoclonieën beginnen rond de puberteit en treden op | |
Juveniele Myoclonische Epilepsie Een gegeneraliseerde vorm van epilepsie waarbij aanleg of erfelijke factoren een rol spelen (idiopathisch) (ook wel JME, syndroom van Janz of Impulsiv Petit Mal genoemd). De myoclonieën beginnen rond de puberteit en treden op in de vroege ochtend en gaan | |
Ketogeen dieet Een zeer streng en vetrijk dieet dat bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie effect kan hebben en waarnaar soms wordt uitgeweken als anti-epileptica en operatie geen opties meer zijn. | |
Monotherapie Een behandeling met één medicament in plaats van een combinatie van twee of meer medicijnen. | |
Myoclonische aanval Type epileptische aanval waarbij enkelvoudige of in reeksen voorkomende spierschokken optreden in de armen en/of de benen, met een zeer kortdurende bewustzijnsstoornis. Het kan een voorbode zijn van een volledige epileptische aanval (zie Tonisch-clonische | |
Narcolepsie Extreme overdag optredende aanvallen van slaperigheid, waardoor de patiënt overdag plotseling in slaap kan vallen zonder dat hij of zij dat voelt aankomen. Vaak treden ook aanvallen van controleverlies van de spieren op, waarbij de patiënt zomaar slap in | |
NEF Afkorting van Nationaal Epilepsie Fonds. | |
Nervus vagus stimulatie Behandelingsmethode van epilepsie die werkt via elektrische prikkeling van de nervus vagus in de hals. | |
Neurologisch onderzoek Onderzoek naar het functioneren van het zenuwstelsel. | |
Neuron Zenuwcel met al zijn uitlopers. | |
Neurotransmitter Stof die voorkomt in de uiteinden van een zenuw (synaps) en die impulsen (prikkels) overbrengt van de ene naar de andere zenuw (of spiervezel). | |
Neurotransmitterstof Stof die voorkomt in de uiteinden van een zenuw (synaps) en die impulsen (prikkels) overbrengt van de ene naar de andere zenuw (of spiervezel). | |
Nitrobaat Bloedvatverwijdend geneesmiddel dat gebruikt wordt om pijnklachten in de hartstreek en benauwdheidsklachten, als gevolg van vernauwingen van de hartkransslagaders, snel te verlichten. | |
Partieel beginnende aanval Epileptische aanval die vanuit één bepaalde plek in de hersenen ontstaat. | |
Partiële aanval Stoornis (ontlading van hersencellen) die zich voordoet in een bepaald gedeelte (of part) van de hersenen. De verschijnselen zijn erg afhankelijk van de plek waarin dit gebeurt. Bij sommige aanvallen blijft iemand bij bewustzijn, bij andere aanvallen niet | |
Polyfarmacie Een behandeling met een combinatie van verschillende medicijnen tegelijk. | |
Post-ictale verschijnselen Uitvalsverschijnselen die na een epileptische aanval kortere of langere tijd blijven bestaan door uitputting van (een deel van) de hersenen. Deze verschijnselen lopen zeer uiteen, afhankelijk van het deel van de hersenen dat tijdens de aanval overactief i | |
PPEA Psychogene pseudo-epileptische aanval, aanval waarbij de verschijnselen lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één persoon. Vroeger ook wel psyc | |
Pseudoaanval Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | |
Psychogene aanval Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | |
Psychogene pseudo-epileptische aanval Aanval waarbij de verschijnselen lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één persoon. Vroeger ook wel psychogene, functionale, spannings- of pseu | |
Psychomotorische aanval Verouderde naam voor complexe partiële aanval, epileptische aanval waarbij het bewustzijn geheel of gedeeltelijk is gestoord. De betrokkene kan vreemde onbewuste en doelloze handelingen uitvoeren, zoals smakken, slikken, wrijven, wriemelen of rondlopen. H | |
Rectiole Kleine tube waarmee een geneesmiddel via de anus kan worden toegediend. Dit kan een laxeermiddel zijn, maar ook bijvoorbeeld een kalmerend middel of een middel om een epileptische aanval te beëindigen. | |
Rolandische epilepsie Oude benaming van plaatsgebonden (idiopathische) epilepsie die uitgaat van de winding van Roland (gyrus Rolandicus), de motorische hersenschors. | |
Schemertoestand Toestand van bewustzijnsvernauwing waarin handelingen worden uitgevoerd die men zich later niet meer kan herinneren. | |
Secundair gegeneraliseerde aanval Situatie waarbij een eenvoudige partiële aanval kan overgaan in een complexe partiële aanval en/of gegeneraliseerde aanval (tonisch-clonische (grote) aanval). De plaatselijke ontlading breidt zich dan uit tot de gehele hersenen (beide hersenhelften, links | |
Spanningsaanval Verouderde term voor PPEA (psychogene pseudo-epileptische aanval). De verschijnselen van deze aanval lijken op epileptische aanvallen, maar berusten op psychologische of emotionele oorzaken. Epileptische aanvallen en PPEA´s kunnen samen voorkomen bij één | |
Status epilepticus Een epileptische aanvalstoestand die lang duurt of een serie aanvallen waarbij de ene aanval overgaat in de volgende zonder dat mensen zijn hersteld van de vorige. Van een status epilepticus spreekt men als de aanval of serie aanvallen langer duurt dan 20 | |
Status epilepticus, convulsieve Een status epilepticus met trekkingen (convulsieve status), een levensbedreigende situatie omdat iemand ernstige ademhalingsproblemen krijgt. | |
Symptomatische epilepsie De vorm van epilepsie waarbij een afwijking of beschadiging van de hersenen is te vinden die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de epileptische aanvallen. | |
Syndroom van Cushing Ziektebeeld veroorzaakt door een gezwel in de bijnieren. Hierbij wordt een overmaat aan bijnierschorshormonen gemaakt waardoor onder andere hoge bloeddruk ontstaat. | |
Syndroom van Janz Een gegeneraliseerde vorm van epilepsie waarbij aanleg of erfelijke factoren een rol spelen (idiopathisch) (ook wel Juveniele Myoclonische Epilepsie, JME of Impulsiv Petit Mal genoemd). De myoclonieën beginnen rond de puberteit en treden op in de vroege | |
Temporale aanval Een veelvoorkomend type epileptische aanval (temporaal epilepsie), waarbij de patiënt doelloze bewegingen uitvoert, een starende blik heeft en gedeeltelijk (of geheel ) het bewustzijn verliest. Vaak gaan aan de aanval bepaalde gevoelens vooraf (zie ook Au | |
Therapeutische grenzen De gewenste boven- en ondergrens waartussen de hoeveelheid van een bepaald medicijn in het bloed (bloedspiegel) zich moet bevinden. | |
Therapieresistentie Het blijven optreden van klachten of ziekteverschijnselen ondanks de behandeling met medicijnen. | |
Toddse parese Verlamming die enige tijd blijft bestaan na een epileptische aanval, veroorzaakt door uitputting van de hersencellen die bij de aanval betrokken waren. | |
Toeval Een plotsteling optredende functiestoornis van de hersenen bij mensen met epilepsie, waarbij afhankelijk van het soort epilepsie verschillende verschijnselen kunnen optreden. Deze kunnen variëren van een kortdurende afwezigheid, knipperen met de ogen of b | |
Tonisch-clonische aanval Meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. | |
Tonische fase Fase van een epileptische aanval waarin een kramptoestand ontstaat doordat alle spieren van het lichaam tegelijk aanspannen. | |
Volledige aanval Tonisch-clonische aanval, meest bekende epileptische aanval, die gepaard gaat met het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de tonische fase van spierverkramping en de clonische fase waarbij ritmische schokbewegingen optreden. | |