Alprostadil Een prostaglandine, een werkzame stof om erectiestoornissen te behandelen. | |
Anatomie Letterlijk: ontleedkunde. De kennis van de bouw en de samenstelling van het lichaam en de organen. | |
Caverneuze corpora Zwellichamen van de penis, die zich kunnen vullen met bloed, waardoor een erectie ontstaat. | |
Coïtus Samenleving, geslachtsdaad; wanneer de penis in de vagina verblijft tijdens de seksuele activiteit. | |
Diagnostiek Onderzoek om de oorzaaken en de aard van bepaalde (ziekte)verschijnselen vast te stellen. | |
Dwarslaesie Een beschadiging van het ruggenmerg met doorsnijding van de ruggenmergzenuwen. | |
Dyspareunie Pijnlijke coitus. | |
Ejaculaat Het vocht en sperma dat vrijkomt met de zaadlozing. | |
Erectiele disfunctie Het niet voldoende of niet lang genoeg stijf worden van de erectie tot het voltooien van de seksuele activiteit. | |
Focale vulvitis Een ontsteking van de ingang van de vagina, die aanleiding kan geven tot een pijnlijke coïtus. | |
Fosfodiësterase type 5 Een enzym dat cGMP afbreekt. | |
Fosfodiësteraseremmers 5 Middelen die de erectie bevorderen door de werking van het enzym fosfodiësterase te remmen. | |
Fysiologie van de seksualiteit Het seksuele gebeuren en de lichamelijk en geestelijke reacties die daarbij optreden. | |
Guaninemonofosfaat (cGMP) Een stof die zich bevindt in de spiercellen rondom bloedvaten en zorgt voor ontspanning van de spiercellen, waardoor de bloedvaten open gaan staan. | |
Guaninetrifosfaat (GTP) Een stof die door NO wordt omgezet in guaninemonophosfaat (cGMP). | |
Hypogonadisme Onvoldoende werking van de geslachtsorganen (eierstokken of teelballen). | |
Impotentie De ouderwetse term voor erectiele disfunctie of erectiestoornis, maar ook orgasmeproblemen en libidoproblemen behelst. | |
Libido De seksuele lust (zin in seks). | |
Libidostoornis Een hinderlijke stoornis in de lust in seks. | |
Masturberen Het opwekken van de zaadlozing door manipuleren van de eigen geslachtsorganen. | |
NO Stikstofmonoxide, een stof die in de spiercellen rondom de bloedvaten helpt om guaninetrifosfaat om te zetten in guaninemonofosfaat. | |
Orgasme Het klaarkomen, de zaadlozing. | |
Orgasmestoornis Het uitblijven of het versneld voorkomen van de zaadlozing. | |
Papaverine / fentolamine Een stof die voor de behandeling van erectiestoornissen wordt gebruikt. | |
Penetratie Het binnendringen van de stijve penis in de vagina. | |
Prevalentie Aantal gevallen van een bepaalde ziekte per 100.000 inwoners gedurende een bepaalde periode, waarbij zowel de reeds bestaande als de nieuwe gevallen worden meegeteld (zie ook Incidentie). | |
Proefbehandeling Het tijdelijk instellen van een behandeling met het doel na te gaan of de behandeling helpt. | |
Reflexen De onmiddellijke onwillekeurige reactie van het lichaam (spieren) door prikkeling van zenuwen (reflexboog). | |
Risicogroepen Mensen bij wie bepaalde kenmerken vaker voorkomen. | |
Seksuele minianamnese voor erectiele disfunctie Een vragenlijst, die de dokter ter beschikking heef en die vragen bevat over het seksuele functioneren. | |
Seksuele responscurve De vaste lijn die de mate van seksuele opwinding aangeeft gedurende de seksuele activiteit. | |
Sildenafil Viagra®, een fosfodiësteraseremmer, die wordt gebruikt om een erectiestoornis te behandelen. | |
Vaso-actieve stoffen Stoffen (meestal medicijnen) die een actieve rol hebben op de bloedvaten (bij erectiestoornissen gaat het om stoffen die de bloedvaten naar en in de penis openzetten). | |
Ziekte van Peyronie Door eenzijdige verharding (induratie) van de wand van één van de zwellichamen ontstaat er een scheve erectie, die ook pijnlijk kan zijn en erectieproblemen kan geven. | |