|
|
Bètablokkers Bètablokkers zijn medicijnen die de activiteit van de bètareceptoren van het sympathische zenuwstelsel afremmen. Daardoor verlagen zij de bloeddruk. Dit gebeurt op drie manieren, namelijk door het verminderen van de pompkracht van het hart en hoeveelheid bloed die het hart uitpompt, het verlagen van de weerstand in de bloedvaten en het gunstig beïnvloeden van het renine-angiotensinesysteem. Bovendien vertragen ze het hartritme enigszins. Het sympathische zenuwstelsel werkt niet alleen op de bètareceptoren in het hart en de bloedvaten, maar onder meer ook op de bètareceptoren in de spiertjes in de wanden van de luchtwegen, de huid en de darmen. Dit laatste is bij de behandeling van hypertensie minder gewenst en kan aanleiding geven tot ongewenste bijwerkingen. De werking van bètablokkers kan verschillen. Dat komt doordat de bètareceptoren in de verschillende organen niet op dezelfde manier reageren. Grofweg kunnen er twee verschillende typen bètareceptoren worden onderscheiden: de bèta-1-receptoren en de bèta-2-receptoren. In het hart bevinden zich voornamelijk bèta-1-receptoren. De bèta-2-receptoren bevinden zich vooral in de wanden van de bloedvaten en de luchtwegen. Een aantal bètablokkers werkt vrijwel alleen (= selectief) op de sympathische receptoren van het hart (de bèta-1 receptoren). Dit worden de selectieve bètablokkers genoemd. De andere werken op beide typen bètareceptoren en worden de niet-selectieve bètablokkers genoemd. Voor wat hun bloeddrukverlagende werking betreft, zijn alle bètablokkers even effectief. Gebruik Bètablokkers geven een goede bloeddrukdaling die langzaam ontstaat. Daarom heeft het pas zes weken na het begin van de behandeling zin om het resultaat te controleren. Bètablokkers worden meestal eenmaal en soms tweemaal per dag ingenomen. Bij onvoldoende resultaat kan de dosering langzaam verhoogd worden. Bètablokkers kunnen heel goed gecombineerd worden met andere bloeddrukverlagende medicijnen. Omdat bètablokkers de hoeveelheid bloed die het hart uitpompt, verlagen, mogen ze niet gebruikt worden door mensen met een onvoldoende hartwerking (hartfalen). De afname van de pompkracht van het hart is bij hartfalen ongewenst. Naast controle van de bloeddruk zijn geen specifieke controles, van bijvoorbeeld het bloed, nodig. Bijwerkingen Bètablokkers veroorzaken soms bijwerkingen, zoals vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn, maar deze klachten zijn in de regel mild. Andere mogelijke bijwerkingen zijn: * koude voeten en handen: doordat de doorbloeding in de kleine bloedvaten bij sommige bètablokkers wat afneemt, kunnen mensen die daarvoor gevoelig zijn last krijgen van koude voeten en handen. * benauwdheid: de niet-selectieve bètablokkers kunnen de spiertjes in de wanden van de luchtwegen activeren, waardoor de luchtwegen zich vernauwen. Deze bètablokkers mogen daarom niet gebruikt worden door mensen met astma. Bij hoge doseringen kunnen overigens ook de selectieve bètablokkers deze bijwerkingen veroorzaken. * bloedsuikerverlaging: bij mensen met suikerziekte kan het gebruik van bètablokkers problemen geven, doordat een te laag suikergehalte door de patiënt niet of te laat herkend wordt. Bij een te laag bloedsuikergetal treden normaalgesproken in het lichaam bepaalde stressreacties op - zoals hartkloppingen en transpireren. Deze reacties worden door bètablokkers onderdrukt. * potentiestoornissen: bij sommige mannen blijken bètablokkers aanleiding te geven tot impotentie. Indien dit onverhoopt mocht gebeuren, zal uiteraard op een ander type bloeddrukmiddel worden overgegaan. * slaapproblemen: een klein aantal gebruikers klaagt tijdens het gebruik van bètablokkers over slaapstoornissen door het optreden van onrustige dromen. * risico's op diabetes: het gebruik van bètablokkers bij mensen met hypertensie verhoogt het risico op het manifest worden van diabetes type 2 met 28 procent. Dit komt doordat mensen met hypertensie sowieso een verhoogd risico hebben op diabetes. Bètablokkers verlagen de gevoeligheid voor insuline waardoor er een relatief tekort aan insuline kan ontstaan. |
Hoge bloeddruk: wat kan ik eraan doen? Hoge bloeddruk is een ware volksziekte. Zo’n 10 procent van de Nederlanders heeft een verhoogde bloeddruk. Een te hoge bloeddruk geeft weinig tot geen klachten. Heel bedrieglijk, want het is wel degelijk gevaarlijk! Een hoge bloeddruk vergroot namelijk – zeker in combinatie met andere risicofactoren, zoals roken en overgewicht – de kans op hart- en vaatziekten. En hart- en vaatziekten zijn in Nederland nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.Gezond eten voor je hart Gezond eten voor je hart: Een boek met recepten die zijn ontwikkeld door een bekende chef-kok en gebaseerd op de deskundige adviezen van een diëtiste. Dit boek bevat meer dan 100 recepten die zijn ontworpen om je smaakpapillen te prikkelen en je hart gezond te houden. |








