|
|
Kiezen van een medicijn Binnen de zeven hierboven genoemde medicijngroepen bestaat een keuze uit meer dan honderd verschillende merken medicijnen voor de behandeling van hoge bloeddruk. Dit grote aantal medicijnen, waarvan in het hoofdstuk 'Met naam en toenaam' alle merken vermeld staan, begint een redelijk oerwoud te worden. De meeste artsen zullen uit iedere groep bloeddrukverlagende middelen enkele merken kiezen waarmee ze aan het werk gaan en waarvan ze de mogelijke doseringen, het te verwachten effect en de bijwerkingen goed kennen. Soms kan door de arts van de aanbevolen dosering worden afgeweken. Door de wetgever is het verplicht gesteld dat alle medicijnen voorzien zijn van een bijsluiter. Hierop staan naast de stof- en merknaam van het voorgeschreven medicament ook alle mogelijke bijwerkingen vermeld alsook de omstandigheden waarbij het medicijn in een aangepaste dosering gebruikt moet worden of wanneer het middel niet geslikt mag worden. Factoren Veel artsen kiezen als medicijnen nodig zijn in eerste instantie voor een diureticum of een bètablokker, wanneer er tenminste geen bijzondere redenen zijn om een andere keuze te maken. Vaak zijn er echter wel degelijk bijzondere omstandigheden, die tot een andere keuze voor het eerste hypertensiemiddel leiden. De beslissing voor welk medicament bij een bepaalde patiënt gekozen zal worden, hangt van een aantal factoren af. Naast de ervaring van de dokter met de medicijnen die er voorgeschreven kunnen worden, speelt een aantal kenmerken van de patiënt een rol: * leeftijd: voor oudere mensen weegt het vaak minder zwaar als ze door bloeddrukverlagende medicijnen minder kunnen sporten. Bètablokkers geven een duidelijke vermindering van de maximale inspanning. Voor jongere mensen die graag willen sporten, is dat uiteraard heel vervelend. Daarnaast zijn oudere mensen vaak extra gevoelig voor de bloedvatvernauwende eigenschappen van bètablokkers waardoor ze meer last van koude handen en voeten hebben. * geslacht: vrouwen die op korte termijn zwanger willen worden vormen een bijzondere groep. De meeste bloeddrukverlagende middelen zijn namelijk tijdens de zwangerschap niet toegestaan. De arts zal daar rekening mee houden en erop wijzen dat wanneer er geen voorbehoedmiddelen (meer) gebruikt worden, bepaalde bloeddrukverlagende middelen minder gewenst zijn. * beroep: mensen met een beroep dat zware eisen stelt aan hun lichamelijk prestatievermogen kunnen beter geen bètablokkers gebruiken omdat ze beduidend minder zullen presteren. In sommige gevallen kan dat heel gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld bij patiënten die diep onder water hun werk moeten doen. * ras: bij personen van het negroïde ras werken ACE-remmers minder goed. Calciumantagonisten werken bij hen beter. * suikerziekte: bij suikerziekte is het beter geen bètablokkers te gebruiken, omdat de bloedsuikers hoger kunnen worden en omdat je te lage bloedsuikers soms niet voelt aankomen. Ook diuretica verhogen de bloedsuikers. * te hoog lichaamsgewicht: bij te zware patiënten zijn diuretica en bètablokkers geen eerste keus, door de effecten op de bloedsuikers en op de insulinegevoeligheid. * astma: de meeste bètablokkers kunnen een vernauwing van de luchtwegen geven waardoor ze door astmapatiënten beter niet gebruikt kunnen worden. Ook ACE-remmers kunnen, zeker als ze bij de patiënt een hinderlijke kriebelhoest geven, soms beter niet bij astma gebruikt worden. * stoornissen in de vetstofwisseling: bètablokkers moeten niet worden voorgeschreven bij patiënten met een sterk verhoogd triglyceridengehalte van het bloed, omdat ze bijdragen tot een verdere verhoging daarvan. * angina pectoris: als er vernauwingen in de kransslagaders bestaan, zijn de bètablokkers en calciumantagonisten de eerstekeusmiddelen omdat ze de kans op het optreden van pijn op de borst verkleinen. * eiwitverlies door de nieren: eiwitverlies door de nieren kan voorkomen als complicatie van suikerziekte, maar ook in combinatie met andere nierziekten. In zulke gevallen is het aangewezen eerstekeusmiddel bij hypertensie een ACE-remmer. Bij zwangerschap In geval van zwangerschap zijn de meeste bloeddrukverlagende medicijnen verboden, hetzij omdat bekend is dat ze mogelijk gevaarlijk zijn voor de moeder of het ongeboren kind, hetzij omdat er nog onvoldoende ervaring is met het middel tijdens de zwangerschap om met zekerheid gevaren voor moeder en kind uit te sluiten. Dit geldt overigens voor bijna alle medicijnen. Tijdens de zwangerschap kan echter wel hypertensie optreden en deze kan bijzonder gevaarlijk zijn voor het ongeboren kind. Naast een absoluut gezonde levenswijze met veel rust en een zoutarm dieet is soms het gebruik van medicijnen nodig. Er zijn dan slechts enkele middelen toegestaan, namelijk labetalol en methyldopa. Labetalol (Trandate) is een bètablokker waarvan geen schadelijke effecten op het ongeboren kind bekend zijn. Methyldopa (Aldomet, Sembrina) is een centraal aangrijpend middel waar eveneens al lang ervaring mee bestaat, zonder dat daarbij schadelijke effecten tijdens de zwangerschap zijn geconstateerd. Voor de overige bloeddrukverlagende medicijnen geldt: tijdens de zwangerschap liever niet gebruiken. Als een vrouw tijdens het gebruik van een bloeddrukverlagend middel toch zwanger is geworden, is op korte termijn overleg met de arts nodig en wordt er meestal overgegaan op het gebruik van een van beide bovenstaande preparaten. Tot slot Als u dit boek heeft doorgelezen, zult u hopelijk een hoop meer weten over hypertensie en wat de dokters er tegenwoordig aan kunnen doen. Ook heeft u kunnen lezen wat de bijkomende risicofactoren zijn en vooral wat u zelf kunt doen om uw bloeddruk te verlagen door waar mogelijk de bijkomende risicofactoren aan te pakken. De behandeling met medicijnen staat nooit op zichzelf en is niet gemakkelijk. De patiënt is er zelf voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor of hij/zij zich houdt aan alle adviezen om te komen tot een gezonde levenswijze en de voorgeschreven medicijnen op de juiste wijze in te nemen. Hopelijk heeft u ook begrepen dat het zinvol is er moeite voor te doen: de behandeling van hypertensie en bijkomende risicofactoren geeft absoluut resultaat! |
Hoge bloeddruk: wat kan ik eraan doen? Hoge bloeddruk is een ware volksziekte. Zo’n 10 procent van de Nederlanders heeft een verhoogde bloeddruk. Een te hoge bloeddruk geeft weinig tot geen klachten. Heel bedrieglijk, want het is wel degelijk gevaarlijk! Een hoge bloeddruk vergroot namelijk – zeker in combinatie met andere risicofactoren, zoals roken en overgewicht – de kans op hart- en vaatziekten. En hart- en vaatziekten zijn in Nederland nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.Gezond eten voor je hart Gezond eten voor je hart: Een boek met recepten die zijn ontwikkeld door een bekende chef-kok en gebaseerd op de deskundige adviezen van een diëtiste. Dit boek bevat meer dan 100 recepten die zijn ontworpen om je smaakpapillen te prikkelen en je hart gezond te houden. |







