|
|
De verschijnselen Hypertensie is een 'sluipmoordenaar'. Dat komt doordat de meeste mensen met een verhoogde bloeddruk nergens last van hebben. Zeker de eerste jaren hoeft hypertensie absoluut geen klachten te geven. Dat is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat hypertensie zeer langzaam ontstaat. Bij mensen bij wie de bloeddruk snel stijgt (en dat is zelden het geval) kunnen wel klachten ontstaan van hoofdpijn, vermoeidheid, moeite met concentreren en spontaan een bloedneus krijgen. Deze klachten zijn dus altijd een reden de bloeddruk te laten controleren. Hieronder worden de belangrijkste gevolgen van hypertensie besproken voor het hart, de hersenen, de nieren, de ogen en de bloedvaten zelf. Als laatste komt de combinatie van hypertensie en zwangerschap aan de orde. Aderverkalking Ook als er weinig klachten zijn heeft een hoge bloeddruk vaak al veel schade in het lichaam, en vooral in de bloedvaten, aangericht. Door de hoge druk wordt de binnenbekleding van de bloedvaten (het endotheel) aangetast. Op de beschadigde plekken kunnen zich vetten afzetten die ook kunnen verkalken waardoor het endotheel naar binnen wordt gedrukt. Hierdoor vernauwen de bloedvaten en kunnen ze zelfs helemaal verstopt raken. Dit proces noemen we aderverkalking - eigenlijk kunnen we beter spreken van slagaderverkalking - of atherosclerose. Door atherosclerose veranderen alle bloedvaten in het lichaam en kunnen er ernstige problemen in verschillende organen ontstaan omdat de doorbloeding verstoord is. ![]() Aderverkalking is eigenlijk een zwelling in de bloedvatwand ten gevolge van ophoping van vetten en dode witte bloedcellen. 1. binnenbekleding bloedvat (endotheel); 2. ophoping van vetten; 3. verkalkte kern; 4. bindweefsellaag; 5. spierlaag. Gevolgen voor het hart De kransslagaders zijn de belangrijkste bloedvaten van het lichaam. Zij voorzien de hartspier van bloed met onder meer zuurstof en glucose (brandstof), zodat het hart een mensenleven lang, dag in dag uit, zonder onderbreking, zo'n 70 maal per minuut bloed door het hele lichaam kan blijven pompen. ![]() Angina pectoris ('pijn op de borst') Door aderverkalking worden de kransslagaders steeds nauwer. Dat kan tot problemen leiden als er op een gegeven moment tijdens inspanning onvoldoende bloed door de aders kan stromen. De hartspier, die op dat moment - gelukkig - gewoon door blijft kloppen, krijgt dan te weinig zuurstof voor de verbranding van bloedsuiker (glucose). Daardoor treedt er een onvolledige verbranding op waarbij melkzuur vrijkomt en dat veroorzaakt pijn (te vergelijken met spierpijn bij langdurige inspanning). Dit wordt angina pectoris, of ook wel 'pijn op de borst', genoemd. De patiënt krijgt pijn op de borst en wordt heel erg kortademig en zal dan moeten rusten en/of een 'tabletje onder de tong' moeten nemen dat door de arts is voorgeschreven. Meestal wordt hiervoor een nitroglycerinepreparaat (zoals Nitrobaat) gebruikt. Dit geeft een onmiddellijke verwijding van de kransslagaders waardoor de pijn verdwijnt omdat de bloeddoorstroming weer beter wordt. ![]() Bij een hartinfarct sterft door afsluiting van een van de kransslagaders een stuk hartspier af. Hartinfarct Als een deel van de hartspier geen bloed meer ontvangt doordat een kransslagader of een zijtak daarvan helemaal verstopt raakt, spreken we van een hartinfarct. Meestal ontstaat een hartinfarct doordat er op een reeds vernauwd gedeelte van een kransslagader een samenklontering van bloedplaatjes en rode bloedcellen ontstaat (dit noemen we een trombose) waardoor het vat helemaal dicht gaat zitten. Het deel van de hartspier dat voor zijn bloedvoorziening van dat bloedvat afhankelijk was, zal daardoor afsterven. De patiënt voelt dan een vreselijke pijn op de borst die eventueel ook kan uitstralen naar de hals, de kaken en/of beide armen. De pijn is meestal hetzelfde als bij angina pectoris, maar gaat niet over met een tabletje onder de tong. Als een stuk hartspier afsterft kan dat grote gevolgen hebben: de patiënt kan direct overlijden doordat het hart niet meer goed kan pompen omdat er onvoldoende functionerend spierweefsel overblijft of doordat er een ritmestoornis ontstaat. Hartritmestoornis Het hart klopt normaal in rusttoestand met een regelmatig ritme van 60 tot 100 slagen per minuut. Wanneer het ritme onregelmatig is of wanneer het hart in rust sneller klopt dan 100 of langzamer dan 60 slagen per minuut, is er sprake van een hartritmestoornis. Er zijn dus verschillende soorten hartritmestoornissen. Het hartritme wordt in het hart zelf geregeld in de sinusknoop. De sinusknoop ligt bovenin het hart en bestaat uit een groep spoelvormige cellen die met een zekere regelmaat (60 tot 100 slagen per minuut) kleine stroompjes afgeven. Deze worden door een prikkelgeleidingssysteem naar de boezems en de kamers getransporteerd. Tussen de sinusknoop en de kamers wordt de prikkel enkele tienden van seconden tegengehouden, zodat eerst de boezems samentrekken en het bloed in de kamers pompen. Pas iets later pompen de kamers het bloed uit. Overslaan van het hart Een veelvoorkomende hartritmestoornis is 'overslaan van het hart' (extrasystolie). Dit komt bij iedereen wel eens voor en is bijna altijd onschuldig. Bij extrasystolie is er sprake van een plotseling te vroege hartslag in een verder normaal, regelmatig ritme. Die kortdurende onregelmatigheid in het hartritme kun je voelen omdat het hart na deze hartslag plotseling een grotere hoeveelheid bloed uitpompt. 'Overslaan van het hart' kan soms het gevolg zijn van kransslagaderverkalking, prikkeling van de hartspier door overmatig gebruik van koffie, thee of cola, maar kan ook in een 'gezond' hart spontaan ontstaan. Fibrilleren van de hartboezem Fibrilleren van de hartboezem is het onregelmatig en zeer snel samentrekken van de spiervezels van de boezems, zonder dat er sprake is van een gecoördineerde samentrekking van de boezems als geheel. Er bestaat dan ook geen normale pompfunctie van de boezem meer. Gelukkig blijven de hartkamers hierbij wel normaal functioneren, zodat de bloedcirculatie in stand blijft. Boezemfibrilleren komt zeer vaak voor. Het kan plotseling ontstaan na een borrel of sterke koffie, maar ook zomaar. Je voelt je dan erg gejaagd en soms ook angstig. Deze klachten zijn niet gevaarlijk en zo'n aanval gaat vaak na een paar uur weer vanzelf over. Soms blijft het fibrilleren bestaan en moet het worden behandeld met medicijnen of in uiterste gevallen met een elektroshock. In enkele gevallen is dit niet mogelijk en blijft het boezemfibrilleren bestaan. Dit komt vooral bij ouderen voor. De verschijnselen zijn heel draaglijk, omdat door medicijnen het hartritme een stuk kan worden verbeterd. Een gevaarlijke complicatie van blijvend boezemfibrilleren is dat er zich bloedstolseltjes aan de binnenkant van de hartboezem kunnen vormen. Het risico van deze bloedstolseltjes is dat ze van de wand van de boezem los kunnen laten en vervolgens via de bloedstroom worden meegevoerd. Uiteindelijk zal het stolsel ergens verderop in een kleiner bloedvat klem komen te zitten, waardoor een deel van een orgaan geen vers bloed meer krijgt en er ter plekke een infarct (bijvoorbeeld een herseninfarct) ontstaat. Uit voorzorg krijgen mensen met boezemfibrilleren dan ook meestal bloedverdunners om te voorkomen dat er binnen in de boezem stolseltjes ontstaan. Fibrilleren van de hartkamers Fibrilleren van de hartkamers is het onregelmatig en zeer snel samentrekken van de spiervezels van de hartkamers, waardoor er geen gecoördineerde samentrekking van de kamers als geheel meer bestaat. De hartspier beweegt nog wel, maar pompt geen bloed meer uit en staat als het ware stil. Vandaar de naam 'hartstilstand'. Zonder deskundige hulp treedt de dood binnen drie tot vier minuten in. Reanimatie is dus direct nodig. Hierbij wordt getracht met hartmassage en mond-op-mondbeademing het slachtoffer in leven te houden totdat deskundige hulp arriveert (112 bellen!). Met een elektroshock kan soms het hartritme worden hersteld. Zo'n apparaat is in de ambulance aanwezig. Tegenwoordig zijn er ook automatische shockapparaten beschikbaar, de AED's. AED's zijn automatische uitwendige defibrillatoren, die het hartritme weer kunnen herstellen in geval van een ritmestoornis. In handen van getrainde leken, bv politie-agenten, kunnen deze apparaten van grote waarde zijn. Kamerfibrilleren is een gevreesde complicatie van een hartinfarct en is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de sterfte binnen een uur na het ontstaan van een hartinfarct. Het treedt op als gevolg van het litteken dat ontstaat op de plaats van het hartinfarct. Het litteken geeft elektrische prikkels af en verstoort de normale elektrische prikkelgeleiding in het hart waardoor de kamers op hol slaan. Na een hartinfarct kan de patiënt herstellen, in sommige gevallen zonder nadelige gevolgen of klachten. Maar in veel gevallen zal hij de rest van zijn leven de beperkingen ondervinden van een slecht werkende motor met een afgenomen lichamelijk prestatievermogen. Andere gevolgen voor het hart Als de bloeddruk gedurende langere tijd verhoogd blijft, wordt er van het hart een grote extra prestatie verlangd. Het hart moet immers bloed uitpompen in slagaders waar een hogere bloeddruk aanwezig is. Dat blijft niet zonder gevolgen en er treedt een compensatiemechanisme in werking: de hartspier wordt geleidelijk steeds dikker, om meer kracht te kunnen leveren. Helaas wordt de hartspier ook stugger. Door dit stugge aspect onderscheidt de verdikte hartspier door hypertensie zich van het sporthart. Daarbij is de hartspier ook dikker geworden om te kunnen voldoen aan de verhoogde vraag aan zuurstofrijk bloed, maar hierbij blijft de hartspier mooi soepel. Het verdikken van de hartspier noemen we hypertrofie. Men kan zich voorstellen dat zo'n verdikt en stug hart een slechte pomp is. Doordat de verdikte en stugge wand zich niet goed kan verslappen, kunnen de hartkamers niet goed gevuld worden. Dit kan leiden tot het falen van de pomp (pompfalen, hartfalen). Ook na een hartinfarct kan dit gebeuren, omdat het litteken in de hartspier stug is. Het gevolg van hartfalen is dat het hart niet goed in staat is om al het bloed dat uit het lichaam in de richting van het hart terugkeert, direct te verwerken. Daardoor loopt de druk in de aders op en kan er zich vocht gaan ophopen in de benen (oedeem) of in de longen (benauwdheid). Soms kan het hart de verhoogde vraag naar zuurstofrijk bloed niet meer beantwoorden door de hartspier dikker te laten worden. De hartspier zal uitrekken en het hart wordt wijd en slap. De pompfunctie is dan helemaal slecht geworden. Veel kwaad had voorkomen kunnen worden wanneer de heer V. uit de hiervoor beschreven casus zich had gerealiseerd hoe gevaarlijk hypertensie is. Dan had hij zijn bloeddruk laten controleren en was hij behandeld. Hypertensie is (zeker in combinatie met andere risicofactoren) een belangrijke oorzaak van hartinfarcten en hartfalen met een grote kans op een leven van mindere kwaliteit of voortijdig overlijden. Na het vaststellen van pompfalen is 50% van de patiënten na vijf jaar overleden ook bij maximale behandeling. Voorkomen werkt dus veel beter dan genezen. Operatieve behandeling van hart en bloedvaten Bij een groot deel van de mensen met vernauwingen in de kransslagaders kan een bypassoperatie of een dotterprocedure uitkomst bieden. Bij een bypassoperatie worden er in het vaatstelsel omleidingen aangebracht. Daarbij wordt bijvoorbeeld een stuk van een ader uit het been of een stuk van een slagader uit de borstkas gehaald en als een soort om-leiding aangebracht over het vernauwde deel van de kransslagader. Meestal zijn er meerdere omleidingen nodig (drie tot vijf). Een bypassoperatie is een grote ingreep waarvoor de borstkas geopend moet worden. Een opname voor zo'n hartoperatie duurt gemiddeld twee weken. In Nederland vinden per jaar 14.500 bypassoperaties plaats. ![]() Bij een bypass-operatie wordt in het bloedvatstelsel een omleiding aangebracht, bijvoorbeeld met behulp van een kunststof prothese. Een Amerikaanse hartspecialist (dokter Dotter) heeft de zogenoemde dotterprocedure uitgevonden. Daarbij wordt een slangetje in de liesslagader gebracht en via de grote lichaamsslagader naar het vernauwde stuk van de kransslagader gebracht. Op het uiteinde van dit slangetje zit een ballonnetje dat tot een zeer hoge druk opgepompt kan worden waardoor de verdikking in het bloedvat platgedrukt wordt.Voor een dotterprocedure hoeft men vaak maar een dag opgenomen te worden. Een dotterprocedure kan voor heel veel mensen een hartoperatie overbodig maken. Per jaar worden er in Nederland 15.000 dotterprocedures verricht. Indien een dotterprocedure mislukt of niet mogelijk is, kan er besloten worden tot een bypassoperatie over te gaan. In een aantal gevallen komt na een dotterprocedure de vernauwing na korte of langere tijd weer terug. De ingreep kan dan herhaald worden. Bij jongere mensen (onder het zestigste jaar) is dit wat vaker nodig omdat de vernauwingen dan vaak veel elastischer zijn doordat er nog maar weinig kalk in zit. Dan kan een zogenaamde stent worden geplaatst. Een stent is een soort balpenveertje of buisje dat de vernauwing open houdt. Ook kan de vernauwing met laserstralen verdampt worden. Wanneer na de derde dotterprocedure de vernauwing terugkeert, zal meestal besloten worden tot een bypassoperatie. ![]() Bij een dotterprocedure wordt een ballonnetje in een bloedvat gebracht. Dit wordt dan opgepompt waardoor de verdikking in het bloedvat wordt platgedrukt. Gevolgen voor de hersenen Onder invloed van hypertensie gebeurt met de bloedvaten in de hersenen hetzelfde als in de rest van het lichaam. Als ten gevolge van het aangroeien van een bloedstolsel een bloedvat in de hersenen geheel wordt afgesloten, zal het deel van de hersenen dat afhankelijk is van bloedaanvoer via het afgesloten bloedvat, afsterven. Dit heet een herseninfarct. Door een langdurige verhoging van de bloeddruk, of door een plotselinge flinke stijging van de bloeddruk, kan ook eenzwakke plek in een bloedvat in de hersenen ontstaan. Als deze zwakke plek dan scheurt spreken we van een hersenbloeding. De verschijnselen daarvan zijn hetzelfde als van een afsluiting van een bloedvat. De gevolgen van een hersenbloeding zijn nog veel dramatischer wanneer de patiënt bloedverdunners gebruikt, omdat de bloeding dan langer door kan gaan. Voorbeelden van bloedverdunners zijn acetylsalicylzuurpreparaten (Aspirine, Ascal en Aspro) of coumarinepreparaten (Acenocoumarol, Marcoumar en Sintrommitis). Zeker wanneer u een behandeling nodig heeft met bloedverdunnende middelen is het dus zaak de bloeddruk geregeld te laten controleren en zo nodig te behandelen. Beroerte Het herseninfarct is de belangrijkste veroorzaker van een beroerte of cerebrovasculair accident (CVA), de verzamelnaam van stoornissen in de hersenfunctie als gevolg van een gestoorde doorbloeding van de hersenen. De meeste beroertes (80%) worden veroorzaakt door een infarct als gevolg van een bloedvatafsluiting. De resterende 20% wordt veroorzaakt door hersenbloedingen. Ook dan krijgt het deel van de hersenen dat afhankelijk was van het beschadigde bloedvat, geen vers bloed meer. Een beroerte treedt meestal volkomen onverwacht op. Dat is ook het gevaarlijke van hypertensie: de patiënt heeft geen klachten, maar intussen gebeurt er wel van alles in allerlei organen. Soms gaat aan een beroerte een periode vooraf met tijdelijke uitval van de functie van een deel van de hersenen. Dit wordt een TIA (Transient Ischaemic Attack) genoemd. Er is dan nog geen duurzame afsluiting van een slagader. Het gevolg is dat het achterliggende deel van de hersenen te weinig zuurstof ontvangt en tijdelijk uitvalt. Voorbeelden van TIA-verschijnselen zijn moeite met spreken, blindheid aan een oog of een verlamming van een been of arm, dezelfde verschijnselen dus als bij een beroerte. De verschijnselen verdwijnen vaak binnen enkele uren. ![]() Links: Bij een herseninfarct sterft door afsluiting van een bloedvat in de hersenen een stuk hersenweefsel af. Rechts: Bij een hersenbloeding is een scheur ontstaan in een bloedvat in de hersenen. De bloeding verdringt het gezonde hersenweefsel. Verschijnselen en gevolgen van een beroerte Bij een beroerte zal een kleiner of groter deel van de hersenen dat geen bloed meer krijgt, afsterven. De gevolgen hangen af van de plaats in de hersenen waar het infarct of de bloeding plaatsvindt, omdat elk deel van de hersenen een verschillende functie heeft. Maar omdat bepaalde bloedvaten in de hersenen vatbaarder voor afsluiting blijken te zijn, komen bepaalde uitvalsverschijnselen van de hersenen relatief vaker voor. Bekende gevolgen zijn een halfzijdige verlamming, of soms moeite met spreken, of zelfs de onmogelijkheid tot spreken. Dit laatste heet afasie. De linkerhersenhelft stuurt de rechterkant van ons lichaam aan, en de rechterhersenhelft de linkerkant. Bij een beroerte in de linkerhersenhelft uiten de verschijnselen zich daarom in de rechterkant van het lichaam en bij een beroerte in de rechterhersenhelft in de linkerkant van het lichaam. Bij een beroerte wordt men vaak in het ziekenhuis opgenomen. Een deel van de patiënten kan thuis behandeld worden. Sommige patiënten moeten worden opgenomen in een verpleeghuis of een revalidatiecentrum. Voor veel mensen gaat een beroerte gepaard met verlies van zelfstandigheid. Je kunt geen auto meer rijden, niet meer werken, bepaalde hobby's niet meer uitoefenen, moeilijk communiceren, kortom vaak niet meer het leven leiden van voor de beroerte. Dat dit veel woede, frustratie en neerslachtigheid kan opwekken bij de patiënt is duidelijk. Maar ook de naaste omgeving (partners, eventuele kinderen) heeft vaak veel te lijden onder de nieuwe situatie. ![]() Gevolgen voor de nieren De nieren spelen een enorm belangrijke rol bij hypertensie. Aan de ene kant zijn de nieren actief betrokken bij het veroorzaken van hoge bloeddruk en aan de andere kant zijn de nieren ook het slachtoffer van een langdurig verhoogde bloeddruk. Een slechte nierfunctie kan dus tot hypertensie leiden en omgekeerd kan hypertensie een slechte nierwerking veroorzaken. Verstoorde nierfunctie Als gevolg van de door de hypertensie veroorzaakte slagaderverkalking kunnen talloze bloedvaten in de nieren beschadigd en afgesloten raken waardoor de nierfunctie geleidelijk slechter wordt. Als gevolg hiervan zijn de nieren niet meer in staat alle afvalstoffen uit het bloed via de urine af te voeren, waardoor de hoeveelheid afvalstoffen in het bloed toeneemt. Aanvankelijk merk je hier niets van. De urineproductie blijft gewoon doorgaan, maar op den duur leidt dit tot vage klachten als moeheid. In het verdere verloop van de ziekte neemt de moeheid ernstigere vormen aan en kunnen ook misselijkheid, hoofdpijn en jeuk ontstaan. Een slechte nierfunctie kan op zich ook weer betekenen dat het lichaam extra water en zout vasthoudt waardoor het hart het zwaar krijgt te verduren. Door het vasthouden van extra water neemt namelijk de hoeveelheid bloedvloeistof toe, waardoor het systeem van bloedvaten onder een hogere druk komt te staan. De reeds verhoogde bloeddruk kan nog verder stijgen of het hart kan onvoldoende pompen. Daarom is het belangrijk om bij het behandelen van een hoge bloeddruk niet alleen de bloeddruk te controleren, maar ook af en toe de nierwerking. Dit kan op eenvoudige wijze via een bloedonderzoek, waarbij de hoeveelheid van de afvalstof kreatinine in het bloed gemeten wordt. Als het kreatininegehalte van het bloed te hoog wordt, zal de arts u vragen om gedurende 24 uur de urine te verzamelen. Door hierin de totale hoeveelheid uitgescheiden kreatinine te meten, kan de functie van de nieren worden bepaald. Nierdialyse en -transplantatie Als de nierfunctie beneden een aanvaardbaar peil is gezakt, kan besloten worden tot een nierfunctievervangende behandeling. Daar zijn een aantal mogelijkheden voor: - peritoneale dialyse: bij een peritoneale dialyse wordt operatief een dun buisje door de buikwand heengebracht. Hierdoor kan de patiënt zelf een of meer malen per dag een aantal liters speciale steriele vloeistof in de buikholte laten lopen en er weer uit laten lopen. Door het buikvlies worden dan afvalstoffen afgegeven aan de ingebrachte vloeistof. Deze methode kan als regel thuis plaatsvinden. - hemodialyse ('nierdialyse'): bij een hemodialyse wordt het bloed 'schoongespoeld'. De patiënt moet dan driemaal per week meerdere uren in het ziekenhuis worden behandeld. Hier wordt via een dun slangetje in een ader van de arm van de patiënt het bloed naar een speciaal apparaat geleid waar de afvalstoffen, die door de zieke nieren niet meer verwijderd kunnen worden, worden uitgespoeld. Het gereinigde bloed wordt daarna via een ander slangetje weer naar het lichaam van de patiënt geleid. - niertransplantatie: sommige patiënten komen in aanmerking voor een niertransplantatie. Dat is een grote ingreep waarbij een gezonde nier, afkomstig van een donor, onderin de buik wordt ingebracht. Deze nier neemt de functie van de onvoldoende functionerende nieren over. Om te voorkomen dat de nier wordt afgestoten, is meestal een levenslange behandeling met medicijnen nodig. Als regel blijven de eigen nieren achter in het lichaam. Gevolgen voor de ogen Door hypertensie en slagaderverkalking worden ook de bloedvaten die het netvlies van bloed voorzien aangetast. Deze aantasting noemen we retinopathie. Het netvlies is een dunne laag heel gespecialiseerde cellen in ons oog. Daar liggen de zintuigcellen (de staafjes en de kegeltjes) die de op het netvlies vallende lichtbeelden omzetten, doorgeven aan de hersenen, zodat we kunnen zien. Over het netvlies lopen hele dunne bloedvaatjes die de zintuigcellen van voeding voorzien. Afsluiting van zo'n bloedvat leidt tot afsterven van een deel van het netvlies waardoor (gedeeltelijke) blindheid kan optreden. Eenmaal afgestorven zintuigcellen kunnen niet meer worden behandeld. Door langdurige hypertensie kunnen in het oog ook, net zoals in de hersenen, bloedingen ontstaan, met ook weer blindheid tot gevolg. Gelukkig kan deze vorm van blindheid soms door middel van een operatie worden verholpen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een chronische hypertensieve retinopathie en een acute vorm. De chronische retinopathie ontstaat door een jarenlang bestaande milde tot matige bloeddrukverhoging en is een maat voor de stugheid van de bloedvaten in het hele lichaam. Bij de acute vorm worden bloedingen en eiwitlekken in het netvlies gezien. Oogonderzoek De arts kan met behulp van een zogenoemde oogspiegel door de pupil naar het netvlies kijken en zo een goed idee van het verloop van de bloedvaten krijgen. Zo kan de eventueel aanwezige schade aan de bloedvaten worden onderzocht en daarmee vaak de ernst van de hypertensie vastgesteld worden. Want aan de hand van de al dan niet aanwezige beschadigingen aan de bloedvaten in het oog kan ook beoordeeld worden hoe het met de kwaliteit van de bloedvaten elders in het lichaam gesteld is. Soms wordt wel aan de oogarts gevraagd of hij de bloedvaten in het netvlies wil beoordelen bij een patiënt waarvan men niet zeker is of deze een verhoogde bloeddruk heeft. De oogarts kan dan vaak uitsluitsel geven: zijn er wel afwijkingen dan is er sprake van hypertensie; zijn er geen afwijkingen dan is er hoogstwaarschijnlijk geen sprake van hypertensie. Door tijdens de behandeling het oogonderzoek te herhalen kan beoordeeld worden of de bereikte bloeddrukdaling ook het gewenste gunstige effect op de bloedvaten heeft. Gevolgen voor de bloedvaten zelf Door hypertensie worden alle bloedvaten in het lichaam aangetast. Hiervoor heeft u kunnen lezen wat de gevolgen voor het hart, de hersenen, de nieren en de ogen zoal kunnen zijn. Door de beschadiging van de bloedvaten kunnen er echter ook problemen ontstaan in de bloedvaten zelf. De grote lichaamsslagader De grote lichaamsslagader (aorta) ontspringt vanuit de linkerhartkamer. De aorta heeft bij gezonde mensen een bijzonder elastische wand, zodat ze wat kan uitzetten om de hoeveelheid bloed die het hart telkens uitpompt op te vangen. Hierdoor wordt ook de kracht waarmee het bloed in de circulatie wordt geslingerd wat verminderd. Dit wordt de 'windketelfunctie' van de aorta genoemd. De elasticiteit van de wand van de grote lichaamsslagader kan echter geleidelijk aan verloren gaan waardoor deze windketelfunctie verdwijnt. De grote druk wordt dan doorgeleid tot in de kleinere slagaderen waardoor deze geleidelijk aan stugger zullen worden. Ook de kwaliteit van de wanden van deze aders gaat achteruit. Aneurysma: plaatselijke zwakke plek in bloedvatwand Als het hart dan jaar na jaar met grote kracht bloed in de aorta blijft pompen kan er ergens een zwakke plek in de wand van dit bloedvat ontstaan. Op die zwakke plek kan, zoals in een zwakke plek in een fietsband, een uitbochting ontstaan. Dat noemen we een aneurysma (letterlijk: verwijding). Een aneurysma is dus een plaatselijke verwijding van een slagader. Zo'n verwijding kan overigens niet alleen in de aorta, maar ook elders in het lichaam in een slagader ontstaan. Ook in de hartkamer kan, bijvoorbeeld op de plaats van het litteken van een hartinfarct, op den duur een aneurysma ontstaan. Een aneurysma veroorzaakt, totdat er een complicatie optreedt, in de regel geen klachten. Als er vroegtijdig een aneurysma gevonden wordt, is dat meestal bij toeval, bijvoorbeeld op een röntgenfoto van de longen of de buik die om een andere reden gemaakt werd. Uiteraard vindt er dan een uitgebreid onderzoek plaats en wordt de grootte regelmatig door middel van echoscopisch onderzoek gecontroleerd. Bij een echo wordt van buitenaf met een soort radargolven de grootte van het aneurysma gemeten. Dit is een pijnloos onderzoek. Als het aneurysma snel (d.w.z. binnen enkele maanden) groter wordt, of wanneer het een doorsnee van 5 centimeter heeft bereikt, kan besloten worden het uitgezette deel van de slagader te vervangen door een prothese, die soms wel doorloopt tot in de liezen. We noemen dit een broekprothese. Complicaties aneurysma Een aneurysma kan tot ernstige complicaties leiden. Allereerst kunnen zich in een aneurysma bloedstolsels vormen. Op een gezonde binnenbekleding van een bloedvat ontstaan onder normale omstandigheden geen bloedstolsels. De binnenbekleding van een aneurysma is echter niet helemaal gezond, zodat daar wel kleine bloedstolsels kunnen voorkomen. Deze kunnen op den duur steeds groter worden. Ook kunnen er stukjes van het bloedstolsel afbreken die met de bloedstroom mee worden gevoerd, bijvoorbeeld in de richting van de benen. Zo'n stukje (embolie) kan dan een kleiner bloedvat in de onderbenen afsluiten waardoor een of meerdere tenen kunnen afsterven. Amputatie is dan onvermijdelijk. Een embolie in een van de slagaders naar de darmen of andere buikorganen zoals de nieren, geeft daar een tekort aan zuurstof, waardoor weefsels afsterven. Dit kan leiden tot relatief kleine problemen, zoals een nierinfarct, maar ook tot serieuze complicaties zoals een darminfarct. Na het afsterven van een stuk darm kan na een paar dagen een levensgevaarlijke buikvliesontsteking ontstaan. Een tweede gevreesde complicatie van een aneurysma is het ontstaan van een scheur in de zwakke, uitgezette wand. Een aneurysma kan op den duur namelijk steeds groter worden. Uiteindelijk kan de wand van de verwijding zo dun worden, dat er een scheur in ontstaat, waarna een massale bloeding in bijvoorbeeld in de borst- of buikholte of hersenen ontstaat. Zonder snel medisch ingrijpen kan de patiënt hieraan overlijden. Een enkele keer scheurt de wand van het aneurysma niet volledig door alle lagen heen, maar scheurt alleen de binnenbekleding van de aorta (aneurysma dissecans) waardoor de binnenbekleding wordt losgewoeld van de rest van de vaatwand. Dit veroorzaakt een heftige scheurende pijn achter het borstbeen, tussen de schouders of in de buik, afhankelijk van de plaats van de scheur. Ook hierbij is snel medisch ingrijpen nodig, omdat zonder bloeddrukverlagende behandeling de binnenbekleding van de aorta over een steeds groter oppervlak wordt losgewoeld. Daarbij worden de zijvertakkingen van de aorta dichtgedrukt en raakt de bloedtoevoer van diverse organen in gevaar. Etalagebenen Ook de bloedvaten in de benen blijven niet buiten schot. Bij vernauwing kan, wanneer er flink doorgelopen wordt, hevige kramp in de benen ontstaan waardoor de patiënt gedwongen wordt te stoppen. In de volksmond spreekt men wel van 'etalagebenen', omdat de patiënt tijdens het lopen om de zoveel meter even moet stoppen en dan ter camouflering hiervan voor een etalageruit gaat staan. De kramp in de benen ontstaat doordat er te weinig bloed in de spieren kan komen waardoor onvoldoende zuurstof voor de spierarbeid aanwezig is. Door de onvolledige verbranding van bloedsuikers komt melkzuur vrij en dat veroorzaakt de pijn in de kuitspieren. Uiteindelijk kan aderverkalking leiden tot het afsluiten van middelgrote en kleine slagaderen in de benen waardoor er delen van ledematen kunnen afsterven en geamputeerd moeten worden. Gelukkig kunnen veel afwijkingen in de beenvaten verholpen worden door een omleidingsoperatie (een bypass, net als bij het hart) of een dotterprocedure, waarbij de vernauwing met een ballonnetje in elkaar wordt gedrukt waarna er weer een goede bloeddoorstroming kan zijn. ![]() Afbeelding van "etalagebenen". Door een vernauwing of afsluiting van een slagader in het been kan onvoldoende bloed doorstromen. Zoals te zien is kan een vernauwing op verschillende niveaus zitten. Zwangerschap en hypertensie Een zwangerschap verdraagt hypertensie slecht. Zo kan een hoge bloeddruk de moederkoek beschadigen. De moederkoek (placenta) wordt in de eerste maanden van de zwangerschap aangemaakt en bestaat uit jonge bloedvaten van moeder en kind. Tussen de bloedvaten vindt uitwisseling van de voedings- en afvalstoffen plaats. Deze jonge bloedvaten zijn erg gevoelig voor hoge bloeddruk: ze slibben snel dicht. Hierdoor kan het kind - dat voor honderd procent afhankelijk is van de moederkoek - tekort aan zuurstof en voedingsstoffen krijgen, wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kind. Een bijkomend probleem wordt gevormd door het feit dat veel medicijnen, waaronder ook de meeste bloeddrukverlagende middelen, niet gebruikt mogen worden door vrouwen die zwanger zijn of willen worden. Dat komt omdat niet bekend is of de middelen wel veilig zijn voor het ongeboren kind. Dat betekent dat de behandeling van hypertensie bij zwangeren werk voor de specialist is. Zwangere vrouwen met hypertensie komen dan ook gewoonlijk bij de gynaecoloog en/of de internist terecht, die de patiënt dan zeer regelmatig - tot wel om de week - zullen controleren. Zwangerschapshypertensie (toxicose) Een bijzondere vorm van hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap is de zogenoemde zwangerschapshypertensie, ook wel toxicose of zwangerschapsvergiftiging genoemd. Een toxicose ontstaat meestal tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap. De behandeling bestaat uit rust en dieet, aangevuld met medicijnen. Als de bloeddruk desondanks verder stijgt, is opname vaak noodzakelijk. De verslechterende functie van de placenta is namelijk zeer nadelig voor de groei van het ongeboren kind. Uiteindelijk kan de groei zelfs geheel stoppen en het kind in de baarmoeder komen te overlijden. De precieze oorzaak van toxicose is onbekend, maar we weten wel zeker dat het iets te maken heeft met de zwangerschap omdat na de geboorte van het kind alle verschijnselen in de loop van een paar dagen verdwijnen. De hoge bloeddruk kan ook tot complicaties bij de aanstaande moeder zelf leiden, namelijk tot een eclampsie. Dit is een toestand waarbij de zwangere een zeer hoge bloeddruk ontwikkelt met stoornissen in de functie van de nieren, de lever, het beenmerg en soms ook het zenuwstelsel. Er kunnen epileptische insulten (toevallen) optreden en de patiënte kan zelfs in coma raken. Als de zwangerschap ver genoeg gevorderd is om het kind een redelijke kans van bestaan te geven, wordt dikwijls overgegaan tot een voortijdige inleiding van de baring om moeder en kind zo gezond mogelijk te houden. Ook kan het kind via een keizersnede ter wereld gebracht worden. Behandeling tijdens de zwangerschap De behandeling van hoge bloeddruk bij zwangerschap hoort vaak thuis bij de specialist. De bloeddrukwaarden die daarbij worden nagestreefd, liggen erg laag, omdat bij zwangeren na de derde zwangerschapsmaand de bloeddruk gewoonlijk daalt. Een bloeddruk van 140/90 mm Hg is dus voor een vrouw die 5 maanden zwanger is echt al aan de te hoge kant en moet nauwkeurig gecontroleerd worden. |
Hoge bloeddruk: wat kan ik eraan doen? Hoge bloeddruk is een ware volksziekte. Zo’n 10 procent van de Nederlanders heeft een verhoogde bloeddruk. Een te hoge bloeddruk geeft weinig tot geen klachten. Heel bedrieglijk, want het is wel degelijk gevaarlijk! Een hoge bloeddruk vergroot namelijk – zeker in combinatie met andere risicofactoren, zoals roken en overgewicht – de kans op hart- en vaatziekten. En hart- en vaatziekten zijn in Nederland nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak. Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.Gezond eten voor je hart Gezond eten voor je hart: Een boek met recepten die zijn ontwikkeld door een bekende chef-kok en gebaseerd op de deskundige adviezen van een diëtiste. Dit boek bevat meer dan 100 recepten die zijn ontworpen om je smaakpapillen te prikkelen en je hart gezond te houden. |
















