Auteur:
Drs. R.J. Timmerman
 
In samenwerking met :  



lettergrootte: A  A  A
Gevolgen voor het hart

De kransslagaders zijn de belangrijkste bloedvaten van het lichaam. Zij voorzien de hartspier van bloed met onder meer zuurstof en glucose (brandstof), zodat het hart een mensenleven lang, dag in dag uit, zonder onderbreking, zo'n 70 maal per minuut bloed door het hele lichaam kan blijven pompen.




Angina pectoris ('pijn op de borst')
Door aderverkalking worden de kransslagaders steeds nauwer. Dat kan tot problemen leiden als er op een gegeven moment tijdens inspanning onvoldoende bloed door de aders kan stromen. De hartspier, die op dat moment - gelukkig - gewoon door blijft kloppen, krijgt dan te weinig zuurstof voor de verbranding van bloedsuiker (glucose). Daardoor treedt er een onvolledige verbranding op waarbij melkzuur vrijkomt en dat veroorzaakt pijn (te vergelijken met spierpijn bij langdurige inspanning). Dit wordt angina pectoris, of ook wel 'pijn op de borst', genoemd. De patiŽnt krijgt pijn op de borst en wordt heel erg kortademig en zal dan moeten rusten en/of een 'tabletje onder de tong' moeten nemen dat door de arts is voorgeschreven. Meestal wordt hiervoor een nitroglycerinepreparaat (zoals Nitrobaat) gebruikt. Dit geeft een onmiddellijke verwijding van de kransslagaders waardoor de pijn verdwijnt omdat de bloeddoorstroming weer beter wordt.

Bij een hartinfarct sterft door afsluiting van een van de kransslagaders een stuk hartspier af.



Hartinfarct
Als een deel van de hartspier geen bloed meer ontvangt doordat een kransslagader of een zijtak daarvan helemaal verstopt raakt, spreken we van een hartinfarct. Meestal ontstaat een hartinfarct doordat er op een reeds vernauwd gedeelte van een kransslagader een samenklontering van bloedplaatjes en rode bloedcellen ontstaat (dit noemen we een trombose) waardoor het vat helemaal dicht gaat zitten. Het deel van de hartspier dat voor zijn bloedvoorziening van dat bloedvat afhankelijk was, zal daardoor afsterven. De patiŽnt voelt dan een vreselijke pijn op de borst die eventueel ook kan uitstralen naar de hals, de kaken en/of beide armen. De pijn is meestal hetzelfde als bij angina pectoris, maar gaat niet over met een tabletje onder de tong.
Als een stuk hartspier afsterft kan dat grote gevolgen hebben: de patiŽnt kan direct overlijden doordat het hart niet meer goed kan pompen omdat er onvoldoende functionerend spierweefsel overblijft of doordat er een ritmestoornis ontstaat.

Hartritmestoornis
Het hart klopt normaal in rusttoestand met een regelmatig ritme van 60 tot 100 slagen per minuut. Wanneer het ritme onregelmatig is of wanneer het hart in rust sneller klopt dan 100 of langzamer dan 60 slagen per minuut, is er sprake van een hartritmestoornis. Er zijn dus verschillende soorten hartritmestoornissen.
Het hartritme wordt in het hart zelf geregeld in de sinusknoop. De sinusknoop ligt bovenin het hart en bestaat uit een groep spoelvormige cellen die met een zekere regelmaat (60 tot 100 slagen per minuut) kleine stroompjes afgeven. Deze worden door een prikkelgeleidingssysteem naar de boezems en de kamers getransporteerd. Tussen de sinusknoop en de kamers wordt de prikkel enkele tienden van seconden tegengehouden, zodat eerst de boezems samentrekken en het bloed in de kamers pompen. Pas iets later pompen de kamers het bloed uit.

Overslaan van het hart
Een veelvoorkomende hartritmestoornis is 'overslaan van het hart' (extrasystolie). Dit komt bij iedereen wel eens voor en is bijna altijd onschuldig. Bij extrasystolie is er sprake van een plotseling te vroege hartslag in een verder normaal, regelmatig ritme. Die kortdurende onregelmatigheid in het hartritme kun je voelen omdat het hart na deze hartslag plotseling een grotere hoeveelheid bloed uitpompt.
'Overslaan van het hart' kan soms het gevolg zijn van kransslagaderverkalking, prikkeling van de hartspier door overmatig gebruik van koffie, thee of cola, maar kan ook in een 'gezond' hart spontaan ontstaan.

Fibrilleren van de hartboezem
Fibrilleren van de hartboezem is het onregelmatig en zeer snel samentrekken van de spiervezels van de boezems, zonder dat er sprake is van een gecoŲrdineerde samentrekking van de boezems als geheel. Er bestaat dan ook geen normale pompfunctie van de boezem meer. Gelukkig blijven de hartkamers hierbij wel normaal functioneren, zodat de bloedcirculatie in stand blijft.
Boezemfibrilleren komt zeer vaak voor. Het kan plotseling ontstaan na een borrel of sterke koffie, maar ook zomaar. Je voelt je dan erg gejaagd en soms ook angstig. Deze klachten zijn niet gevaarlijk en zo'n aanval gaat vaak na een paar uur weer vanzelf over. Soms blijft het fibrilleren bestaan en moet het worden behandeld met medicijnen of in uiterste gevallen met een elektroshock. In enkele gevallen is dit niet mogelijk en blijft het boezemfibrilleren bestaan. Dit komt vooral bij ouderen voor. De verschijnselen zijn heel draaglijk, omdat door medicijnen het hartritme een stuk kan worden verbeterd.
Een gevaarlijke complicatie van blijvend boezemfibrilleren is dat er zich bloedstolseltjes aan de binnenkant van de hartboezem kunnen vormen. Het risico van deze bloedstolseltjes is dat ze van de wand van de boezem los kunnen laten en vervolgens via de bloedstroom worden meegevoerd. Uiteindelijk zal het stolsel ergens verderop in een kleiner bloedvat klem komen te zitten, waardoor een deel van een orgaan geen vers bloed meer krijgt en er ter plekke een infarct (bijvoorbeeld een herseninfarct) ontstaat.
Uit voorzorg krijgen mensen met boezemfibrilleren dan ook meestal bloedverdunners om te voorkomen dat er binnen in de boezem stolseltjes ontstaan.

Fibrilleren van de hartkamers
Fibrilleren van de hartkamers is het onregelmatig en zeer snel samentrekken van de spiervezels van de hartkamers, waardoor er geen gecoŲrdineerde samentrekking van de kamers als geheel meer bestaat. De hartspier beweegt nog wel, maar pompt geen bloed meer uit en staat als het ware stil. Vandaar de naam 'hartstilstand'. Zonder deskundige hulp treedt de dood binnen drie tot vier minuten in. Reanimatie is dus direct nodig. Hierbij wordt getracht met hartmassage en mond-op-mondbeademing het slachtoffer in leven te houden totdat deskundige hulp arriveert (112 bellen!). Met een elektroshock kan soms het hartritme worden hersteld. Zo'n apparaat is in de ambulance aanwezig. Tegenwoordig zijn er ook automatische shockapparaten beschikbaar, de AED's. AED's zijn automatische uitwendige defibrillatoren, die het hartritme weer kunnen herstellen in geval van een ritmestoornis. In handen van getrainde leken, bv politie-agenten, kunnen deze apparaten van grote waarde zijn.
Kamerfibrilleren is een gevreesde complicatie van een hartinfarct en is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de sterfte binnen een uur na het ontstaan van een hartinfarct. Het treedt op als gevolg van het litteken dat ontstaat op de plaats van het hartinfarct. Het litteken geeft elektrische prikkels af en verstoort de normale elektrische prikkelgeleiding in het hart waardoor de kamers op hol slaan.
Na een hartinfarct kan de patiŽnt herstellen, in sommige gevallen zonder nadelige gevolgen of klachten. Maar in veel gevallen zal hij de rest van zijn leven de beperkingen ondervinden van een slecht werkende motor met een afgenomen lichamelijk prestatievermogen.

Andere gevolgen voor het hart
Als de bloeddruk gedurende langere tijd verhoogd blijft, wordt er van het hart een grote extra prestatie verlangd. Het hart moet immers bloed uitpompen in slagaders waar een hogere bloeddruk aanwezig is. Dat blijft niet zonder gevolgen en er treedt een compensatiemechanisme in werking: de hartspier wordt geleidelijk steeds dikker, om meer kracht te kunnen leveren. Helaas wordt de hartspier ook stugger.
Door dit stugge aspect onderscheidt de verdikte hartspier door hypertensie zich van het sporthart. Daarbij is de hartspier ook dikker geworden om te kunnen voldoen aan de verhoogde vraag aan zuurstofrijk bloed, maar hierbij blijft de hartspier mooi soepel.
Het verdikken van de hartspier noemen we hypertrofie. Men kan zich voorstellen dat zo'n verdikt en stug hart een slechte pomp is. Doordat de verdikte en stugge wand zich niet goed kan verslappen, kunnen de hartkamers niet goed gevuld worden. Dit kan leiden tot het falen van de pomp (pompfalen, hartfalen). Ook na een hartinfarct kan dit gebeuren, omdat het litteken in de hartspier stug is.
Het gevolg van hartfalen is dat het hart niet goed in staat is om al het bloed dat uit het lichaam in de richting van het hart terugkeert, direct te verwerken. Daardoor loopt de druk in de aders op en kan er zich vocht gaan ophopen in de benen (oedeem) of in de longen (benauwdheid).
Soms kan het hart de verhoogde vraag naar zuurstofrijk bloed niet meer beantwoorden door de hartspier dikker te laten worden. De hartspier zal uitrekken en het hart wordt wijd en slap. De pompfunctie is dan helemaal slecht geworden.
Veel kwaad had voorkomen kunnen worden wanneer de heer V. uit de hiervoor beschreven casus zich had gerealiseerd hoe gevaarlijk hypertensie is. Dan had hij zijn bloeddruk laten controleren en was hij behandeld.
Hypertensie is (zeker in combinatie met andere risicofactoren) een belangrijke oorzaak van hartinfarcten en hartfalen met een grote kans op een leven van mindere kwaliteit of voortijdig overlijden. Na het vaststellen van pompfalen is 50% van de patiŽnten na vijf jaar overleden ook bij maximale behandeling. Voorkomen werkt dus veel beter dan genezen.

Operatieve behandeling van hart en bloedvaten
Bij een groot deel van de mensen met vernauwingen in de kransslagaders kan een bypassoperatie of een dotterprocedure uitkomst bieden. Bij een bypassoperatie worden er in het vaatstelsel omleidingen aangebracht. Daarbij wordt bijvoorbeeld
een stuk van een ader uit het been of een stuk van een slagader uit de borstkas gehaald en als een soort om-leiding aangebracht over het vernauwde deel van de kransslagader. Meestal zijn er meerdere omleidingen nodig (drie tot vijf).
Een bypassoperatie is een grote ingreep waarvoor de borstkas geopend moet worden. Een opname voor zo'n hartoperatie duurt gemiddeld twee weken. In Nederland vinden per jaar 14.500 bypassoperaties plaats.

Bij een bypass-operatie wordt in het bloedvatstelsel een omleiding aangebracht, bijvoorbeeld met behulp van een kunststof prothese.


Een Amerikaanse hartspecialist (dokter Dotter) heeft de zogenoemde dotterprocedure uitgevonden. Daarbij wordt een slangetje in de liesslagader gebracht en via de grote lichaamsslagader naar het vernauwde stuk van de kransslagader gebracht. Op het uiteinde van dit slangetje zit een ballonnetje dat tot een zeer hoge druk opgepompt kan worden waardoor de verdikking in het bloedvat platgedrukt wordt.Voor een dotterprocedure hoeft men vaak maar een dag opgenomen te worden. Een dotterprocedure kan voor heel veel mensen een hartoperatie overbodig maken. Per jaar worden er in Nederland 15.000 dotterprocedures verricht.
Indien een dotterprocedure mislukt of niet mogelijk is, kan er besloten worden tot een bypassoperatie over te gaan.
In een aantal gevallen komt na een dotterprocedure de vernauwing na korte of langere tijd weer terug. De ingreep kan dan herhaald worden. Bij jongere mensen (onder het zestigste jaar) is dit wat vaker nodig omdat de vernauwingen dan vaak veel elastischer zijn doordat er nog maar weinig kalk in zit. Dan kan een zogenaamde stent worden geplaatst. Een stent is een soort balpenveertje of buisje dat de vernauwing open houdt. Ook kan de vernauwing met laserstralen verdampt worden. Wanneer na de derde dotterprocedure de vernauwing terugkeert, zal meestal besloten worden tot een bypassoperatie.

Bij een dotterprocedure wordt een ballonnetje in een bloedvat gebracht. Dit wordt dan opgepompt waardoor de verdikking in het bloedvat wordt platgedrukt.




terug verder




Hoge bloeddruk, wat kan ik er aan doen?


e-book

Auteur(s) : R.J. Timmerman
Prijs : € 12,99
ISBN : 9789491549267