In samenwerking met :  

Nederlandse Hartstichting


 Inloggen
> registreren
lettergrootte: A  A  A
Als er eenmaal hypertensie is vastgesteld

Als na een flink aantal metingen duidelijk is geworden dat er een verhoogde bloeddruk bestaat, moeten er een aantal dingen gebeuren.
Allereerst zal de patiënt zich terdege moeten realiseren dat hij of zij een verhoogde bloeddruk heeft. Ook al bestaan er in de regel nog geen klachten, het probleem hoge bloeddruk zal serieus genomen moeten worden.

Eerst aanvullend onderzoek nodig
Voordat de arts een behandeling instelt, zal er als regel enig aanvullend onderzoek gedaan worden, zoals onderzoek van bloed en urine, een ECG (hartfilmpje) en een röntgenfoto van hart en longen. Dit onderzoek kan door de huisarts worden aangevraagd.
Het aanvullende onderzoek is nodig om secundaire vormen van hypertensie te identificeren en om de eventueel reeds door hypertensie aangerichte schade vast te stellen. Ook kunnen op deze wijze bijkomende risicofactoren - zoals een te hoog vetgehalte in het bloed en suikerziekte - worden opgespoord. Het is namelijk aangetoond dat hypertensie en de bijkomende risicofactoren elkaar versterken.

Bloedonderzoek
Bij het bloedonderzoek wordt het gehalte gemeten van een groot aantal stoffen die normaal aanwezig zijn in ons bloed. Gekeken wordt of de hoeveelheid van deze stoffen niet te hoog of te laag is. De arts geeft op het laboratoriumbriefje aan welke stoffen er onderzocht moeten worden. Het volgende kan onderzocht worden:
o Hemoglobine: deze in de rode bloedcellen aanwezige stof houdt zuurstof vast, zodat het vanuit de longen naar de weefsels vervoerd kan worden. Als er te weinig hemoglobine is, is er sprake van bloedarmoede. Als er te veel hemoglobine is, zijn er te veel rode bloedcellen, en wordt het bloed 'te dik' (minder goed vloeibaar). Als gevolg hiervan kan het vaatstelsel overvol raken waardoor het hart meer werk moet verzetten.
o Kalium: een te laag kaliumgehalte kan wijzen op secundaire vormen van hypertensie - zoals gezwellen van de bijnieren - of op overmatig dropgebruik.
o Kreatinine en ureum: deze afvalstoffen van onder meer de eiwitstofwisseling worden door de nieren in de urine uitgescheiden. Een te hoog gehalte in het bloed wijst op een gestoorde functie van de nieren.
o Vetten: om een stoornis in de vetstofwisseling op het spoor te komen, wordt een volledig vetspectrum bepaald (totaalcholesterol-, HDL-cholesterol- en triglyceridengehalte).
o Urinezuur: urinezuur is een afvalstof van (vooral) vleesproducten in de voeding. Wanneer het urinezuurgehalte in het bloed verhoogd is, bestaat er een verhoogde kans op het krijgen van jicht. Dit is een ontsteking van de gewrichten die ontstaat door de ophoping van urinezuurkristallen in de kapsels van gewrichten. Daarnaast is gebleken dat mensen met een te hoog urinezuurgehalte in het bloed een verhoogde kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten. Het mechanisme hiervan is nog niet opgehelderd.
o Glucose: de hoeveelheid glucose (bloedsuiker) wordt bepaald om uit te sluiten dat er sprake is van suikerziekte ofwel diabetes. Diabetes is een grote risicofactor voor het krijgen van vaatafwijkingen.
o Schildklierfunctie: schildklieraandoeningen kunnen leiden tot een bloeddrukverhoging of tot een verhoogd cholesterolgehalte van het bloed. Bij vermoeden van een schildklieraandoening, zal de dokter ook de schildklierfunctie laten onderzoeken. Als er sprake is van een te snelle schildklierfunctie wordt er een teveel aan schildklierhormoon (thyroxine) gemaakt waardoor het hart ook te snel werkt. Soms is de bloeddruk daarbij ook verhoogd. Bij een te langzame schildklierwerking kan er een sterke verhoging van het cholesterolgehalte optreden. Ook kunnen er afwijkingen in de spieren, waaronder de hartspier, ontstaan. Bij een te langzame schildklierwerking klaagt de patiënt vaak over vermoeidheid en kouwelijkheid. Wanneer de schildklier te snel werkt, is er meestal sprake van een onrustig gevoel, neiging tot trillende handen, hartkloppingen en vermoeidheid.

Urineonderzoek
De urine wordt onderzocht op aanwezigheid van eiwit, suiker en bloedcellen. Suiker in de urine kan duiden op het bestaan van suikerziekte. De aanwezigheid van eiwit en bloedcellen kan wijzen op een nierziekte of op beschadiging van de nieren door hoge bloeddruk.

Het elektrocardiogram
Met een elektrocardiogram (ECG of 'hartfilmpje') kunnen verscheidene afwijkingen van het hart aan het licht worden gebracht. Met name wordt er gekeken naar afwijkingen die passen bij hypertrofie (een verdikking van de hartspier) en naar zogenoemde geleidingsstoornissen die kunnen wijzen op ernstige hypertensie of zuurstofgebrek in het hart. Een elektrocardiogram dat een 'normaal' beeld geeft, sluit het bestaan van afwijkingen overigens absoluut niet uit.
Een elektrocardiogram kan bij de huisarts of in het ziekenhuis gemaakt worden. Het is een pijnloos en ongevaarlijk onderzoek waarbij er metalen plaatjes (elektroden) op de borstkas en de ledematen geplakt worden. Hiermee kunnen de elektrische stroompjes die door het hart lopen zichtbaar gemaakt worden.

Een hart-longfoto
Een hart-longfoto (een foto van de borstkas waarop de longen, het hart en de grote bloedvaten zichtbaar zijn) wordt gemaakt om te zien of er sprake is van een vergroting van het hart of vocht achter de longen. Dit laatste kan een uiting zijn van een verminderde hartfunctie.

Bijzonder onderzoek
Door de specialist - cardioloog of internist - kan soms bijzonder onderzoek aangevraagd worden. Dit varieert van bijzonder bloed- en urineonderzoek, waarbij naar bloeddrukverhogende hormonen wordt gekeken, tot een echografisch onderzoek van de hartspier waarbij zeer nauwkeurig de dikte van de hartspier kan worden vastgesteld, samen met de werking van de hartkleppen. Soms moet de patiënt naar de oogarts om de schade aan de bloedvaten van het netvlies te evalueren of wordt er een echo van de buikaorta gemaakt om een aneurysma (een verwijding) vast te stellen. Als er een gerede verdenking bestaat op een vernauwing in een of beide nierslagaders, moet er een scan met radioactieve stoffen gemaakt worden. Soms is dit nog niet voldoende en wordt overgegaan tot een zogenoemde angiografie waarbij door een slangetje door de liesslagader de afwijkingen van de zijtakken van de aorta met behulp van een contraststof zichtbaar gemaakt kunnen worden.



terug




Hoge bloeddruk: wat kan ik eraan doen?

Hoge bloeddruk is een ware volksziekte. Zo’n 10 procent van de Nederlanders heeft een verhoogde bloeddruk. Een te hoge bloeddruk geeft weinig tot geen klachten. Heel bedrieglijk, want het is wel degelijk gevaarlijk! Een hoge bloeddruk vergroot namelijk – zeker in combinatie met andere risicofactoren, zoals roken en overgewicht – de kans op hart- en vaatziekten. En hart- en vaatziekten zijn in Nederland nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak.

Auteur(s) : drs. R.J. Timmerman
Prijs : € 17,95
ISBN : 9789066113909

Registreren
Wilt u regelmatig onze nieuwsbrief met actuele gezondheidsinformatie en aanbiedingen rond boeken ontvangen, ga dan naar de registratiemodule.
Gezond eten voor je hart

Gezond eten voor je hart: Een boek met recepten die zijn ontwikkeld door een bekende chef-kok en gebaseerd op de deskundige adviezen van een diëtiste. Dit boek bevat meer dan 100 recepten die zijn ontworpen om je smaakpapillen te prikkelen en je hart gezond te houden.

Auteur(s) : Paul Gayler en Jacqui Lynas
Prijs : € 19,95
ISBN : 9789066117136